Home » Achtergrond, Featured

De passie van Nico van der Meel

22 maart 2014 1 reactie

Het is passietijd. Veel zangers die anders met opera of lied op het podium staan, voeren tot 20 april overal in Nederland passiewerken uit. Place de l’Opera hield de operabril op en zocht voor u naar uitvoeringen met zangers die ook in de opera bekend zijn. In dit derde en laatste deel Nico van der Meel, wellicht de bekendste Evangelist in de Nederlandse muziekwereld.

Nico van der Meel (foto: Monique Kooijmans).

Nico van der Meel (foto: Monique Kooijmans).

Tenor Nico van der Meel zong naar schatting zo’n 250 maal de rol van de Evangelist, de verteller in de Matthäus– en Johannes Passion van Bach. “Dat is niet extreem veel, maar voor mij is het een mooi aantal”, vertelt Van der Meel in gesprek met Place de l’Opera. “Het is een heel aangrijpend stuk, vergeet dat niet. Twee uitvoeringen op een dag zou ik daarom niet willen. Er is rust nodig na een optreden als Evangelist. Het overbrengen van het verhaal is een emotionele klus. Als ik me niet inleef als verteller, komt het bij de mensen niet aan.”

Over zijn rol, die hij dit jaar in elf complete uitvoeringen zingt, vertelt Nico van der Meel: “Ik denk niet dat er heel veel verschil zit in hoe ik mijn partij nu zing vergeleken met vroeger. Mijn stem was toen wellicht wat hoger en ik klonk naïever, denk ik nu, als ik oude opnamen terughoor. Maar het principe is hetzelfde gebleven: ik wil zo veel mogelijk als verteller opereren, dat betekent dat je een ander perspectief hebt dan de personages.”

“Als ik moet vertellen dat Jezus aan het kruis hangt, kan ik dat met verschillende emoties doen, maar het zijn niet de emoties van Jezus. Als verteller heb je een heel andere emotionele beleving; het verhaal moet overkomen bij de luisteraar. Je vertelt een verhaal ook door contrasten te maken. Ik heb in mijn rol – en dat is één van de leuke dingen van de Evangelist – heel direct contact met het publiek.”

“Bach leefde voor God”

Het is een oude discussie: hebben de passies van Bach iets van opera?
“Het is een misverstand te denken dat men in de tijd van Bach heel veel bezwaar had tegen de emotionaliteit van de Matthäus-Passion. Het ging vooral om het gebruik van recitatieven en ‘da capo’-aria’s, dat vond men ongehoord. Het waren uit de operawereld overgewaaide vormen. Dat klonk daar in Leipzig zo anders dan men van bijvoorbeeld Bachs voorganger Kuhnau gewend was.

Bach ging wel ver in zijn harmonische experimenten. Dat zal men in het wat orthodoxe en niet erg vooruitstrevende Leipzig als schokkend hebben ervaren. Bach leefde voor God en vond kerkmuziek het allerbelangrijkste, daar wilde hij met alles wat hij in zich had aan werken.”

Authenthiek of niet, waar staat u in dat debat?
Na een denkpauze zegt de tenor: “Mijn voorkeur gaat zeker uit naar niet te groot bezette koren en authentiek instrumentarium met een kleine, warme klank. Andere benaderingen zou ik niet als slecht willen bestempelen, maar die authentieke praktijk staat dichter bij mij. Ik heb overigens ook modern gezongen, in The Rake’s Progress, om maar wat te noemen, en met de onlangs overleden Lieuwe Visser zong ik in de wereldpremière van Sjoah, van componist Hans Kox.”

Het verschil tussen de Matthäus-Passion en de Johannes Passion?
“De Johannes is, simpel gezegd, veel goedkoper om uit te voeren, door het kleiner bezette koor en orkest. Voor koren is de Johannes heel dankbaar om te zingen.

In de rol van de evangelist, die in beide passies bestaat, is het verschil dat de Matthäus een heel zorgvuldig opgebouwd verhaal is. Picander, die de teksten voor de Matthäus-Passion schreef – afgezien van de evangelietekst en de koralen – heeft er een echt libretto van gemaakt. Daarmee creëerde hij een grotere eenheid dan in de Johannes Passion te zien is.

De figuur van Jezus is ook anders. In de Matthäus is Jezus iemand die weet dat alles al in de schriften vastligt, en die het daar moeilijk mee heeft. In de Johannes entameert hij zo ongeveer de gebeurtenissen en hoor je een Jezus die voor zijn zaak staat en vastbesloten is.”

“Mensen die me ontroeren vraag ik een handtekening”

Als u een ideale cast mocht samenstellen, hoe zou die er dan uitzien?
“Ik vind het lastig om zomaar namen van collega’s te noemen. Er zijn altijd mensen die me ontroeren, die vraag ik een handtekening in mijn klavieruittreksel. Die gewoonte heb ik van Elizabeth Schwarzkopf overgenomen. Van haar kreeg ik les, bij haar thuis, en ze hielp me met het Duits. Ze was zeer scherp op de uitspraak.

In mijn boek staan onder anderen de namen van de dirigenten Gustav Leonhardt en Iván Fischer, van een violist als Ronald Hoogeveen en van collega’s als Max van Egmond, Peter Kooij en Michael Chance.

Met mijn eigen koor heb ik ruim twee jaar geleden de Matthäus-Passion mogen uitvoeren. Ik heb de dingen toen anders gedaan dan gebruikelijk, bijvoorbeeld de keuze voor de tempi. Maar het moest vooral een geheel zijn. Ik hoefde geen enorme sterren te hebben, heb toen erg genoten van Fabio Trümpy, Mattijs van de Woerd, Elena Krasaki. Marc Pantus werkte mee (, hij zette een geweldige Jezus neer) en ook Arco Mandemaker en de immer ontroerende Elsbeth Gerritsen. Een heel gemengde cast, maar het werd een eenheid.”

Een enscenering, zoals de Reisopera nu in reprise brengt, wat vindt u daarvan?
“Helemaal prima, maar ik zou niet meedoen. Ik heb een keer de Johannes Passion gedaan, half geënsceneerd bij de Expo van 2000 in Hannover, met Thomas Hengelbrock. Van mij mag het, maar het hoeft niet.”

De agenda van Nico van der Meel en onder meer zijn opnamen van de passies van Bach zijn te vinden op zijn persoonlijke website.

Lees ook het eerste deel en tweede deel van ‘Operazangers in de passietijd’.

door

1 reactie »

  • régine van den broek zei:

    beste Nico,
    ik durf je zo te noemen,daar ik je als jongeman heb gehoord in de kleine zaal bij elisabeth schwarzkopf!! mijn man en ik waren ontroerd…en toen wij met je praatten,na afloop,zei mijn man( ook humoristisch…zoals hij was)van jou zullen we in de toekomst veel horen!schwarzkopf gaf je (ook verrast natuurlijk) een warme omhelzing.ik heb je gehoord in de Matthäuspassion,jaren geleden en je was heel mooi,echt vertellend.
    wat wij vermoedden is wel degelijk uitgekomen. nadien heb ik je nooit meer gehoord.wij gingen altijd naar de palmzondaguitvoering.ik zag je naam wel elders vermeld in het land.
    ik wil je dit toch wel even schrijven.
    ik ga straks op je site kijken. ik wens je veel succes in de komende jaren.ontvang mijn hartelijke groeten,
    régine van den broek
    ouddiemerlaan 81
    1111 GV diemen

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.