Home » Operarecensie

Rousset tovert in feeërieke Rameau

Amsterdam17 november 2014 1 reactie

De NTR ZaterdagMatinee vergastte ons weer op een zeldzaamheid: Rameau’s ballet-heroïque Zaïs. Met zijn vederlicht musicerende Talens Lyriques transformeerde Christoph Rousset het Concertgebouw op zaterdag 15 november tot een soort luchtkasteel. Meeslepend werd het niet, maar de montere stemmen van Julian Prégardien en Marie Arnet vormden een aandoenlijk liefdespaar.

Christophe Rousset (Eric Larrayadieu).

Christophe Rousset (Eric Larrayadieu).

Behalve voor Gluck en Strauss is 2014 ook voor Jean-Philippe Rameau een herdenkingsjaar. Een curieuze band van respect bindt deze drie componisten. Gluck, geen onbesuisde revolutionair, moderniseerde in zijn Parijse werken Rameau’s stijl, als stuwdam tegen de Italiaanse stortvloed. Op zijn beurt behoedde Richard Strauss in 1889 Glucks meesterwerk Iphigénie en Tauride voor vergetelheid met een bewerking.

Tegenwoordig horen we vroegere componisten liever in hun eigen idioom. Pionier Gustav Leonhardt maakte al in 1977 een opname van Zaïs op oude instrumenten, zelfs nog voor William Christie de Franse barokopera afstofte. Christophe Rousset stak tijdens zijn Nederlandse studietijd naar eigen zeggen het nodige op van de legendarische musicus. Misschien was Leonhardt zaterdag even in zijn gedachten, nu hij diens werk (inclusief plaatopname) voortzet in de 21e eeuw…

Frans Brüggen had eveneens grote affiniteit met Rameau’s theaterstukken, maar geen geduld voor de flinterdunne mythologische plots. Ook Zaïs (1748) lijkt volledig van de realiteit losgezongen. De titelfiguur, koning van de bovennatuurlijke Sylfen, beproeft de liefde van het herderinnetje Zélidie. Ze blijkt standvastig, maar verlangt dat Zaïs zijn onsterfelijkheid opgeeft. De oppergod Oromazés beloont diens bereidheid met eeuwige hemelse geneugten voor beiden.

Het verhaaltje wordt niet spannender door verhulde vrijmetselaarsthema’s, die in 1749 krachtiger tot uiting komen in Zoroastre. Een voorbode van dat duistere werk klinkt in de harmonisch gewaagde ouverture: een barokke ‘Big Bang’, waarin fragmentarische strijkermotieven de scheiding der elementen verklanken. Beginnend met mysterieus tromgeroffel liet Rousset in een zorgvuldig opgebouwde climax de fysieke wereld gestalte krijgen.

Deze gedurfde opening ging vervolgens ten onder in zoete charme, soms onderbroken door een steviger storm- of woestijnscène. Maar een naar bekoorlijkheid hunkerend oor kwam niets tekort in de balletdelen, ook zonder dansers. Klankmagiër Rameau manifesteert zich daar in schier onuitputtelijke kleurcombinaties en ritmische finesses.

Julian Prégardien (foto: Marco Borggreve).

Julian Prégardien (foto: Marco Borggreve).

Tovenaarsleerling Rousset bracht deze kwaliteiten magnifiek naar voren in een nergens gehaaste maar ook niet overdreven fijnzinnige uitvoering. Les Talens Lyriques toonde een veerkrachtige en glanzende strijkersklank, geconcentreerd in de hogere regionen. De hobo’s, hier vooral fungerend als herdersfluiten, zongen werkelijk en de fagotten legden tevreden brommend een tapijtje onder het geheel.

De meeste aandacht in deze letterlijk luchtige muziek trokken beide fluitisten, prominent vooraan geplaatst. Hun milde traverso’s wisselden ze soms af voor kleinere instrumenten met een speels, penetrant karakter. De in dit repertoire haast onmisbare slagwerkster Maria-Ange Petit droeg verrassende effecten bij op trom, tamboerijn of bellensnoer. En naar historische gewoonte begeleidde Rousset zelf geregeld de recitatieven op één van de klavecimbels.

Op vocaal vlak paarde het Chœur de Chambre de Namur een warmbloedige klank aan goede verstaanbaarheid. De koordelen vond ik ook compositorisch imposant. In de solopartijen zitten echter de nodige stoplappen. En het helpt niet dat de bordkartonnen personages nauwelijks diepere emoties te berde brengen. Wat betreft tragische expressiviteit heeft Rameau zijn eersteling, Hippolyte et Aricie, zelden kunnen evenaren.

De charmante kleine stemmen van sopraan Amel Brahim-Djelloul en tenor Zachary Wilder verwaaiden enigszins in de Grote Zaal, wat wel goed paste bij hun rolletjes als luchtgeesten… Aan draagkracht geen gebrek bij bas-bariton Aimery Lefèvre (Oromazés), maar zijn twee korte verschijningen gaven hem weinig interpretatieruimte. Met een voorbeeldige tekstbehandeling belichaamde bariton Benoît Arnould als Zaïs’ vriend Cindor het Franse ideaal van helderheid.

Marie Arnet (foto: Mats Bäcker).

Marie Arnet (foto: Mats Bäcker).

Sopraan Hasnaa Bennani bood trefzekere hoge noten, maar ik miste in haar uitstraling de levenslust van liefdesgodje Amor. Sowieso ontbrak een zekere speelvreugde in deze strikt concertante presentatie. Het steeds opduikende woordje ‘plaisir’ had de uitvoerenden niet volledig begeesterd.

Titelrolvertolker Julian Prégardien, recent nog Mozarts Pedrillo in Amsterdam, kan alle kanten op met zijn frisse, lyrische tenor. Ook nu was het een genoegen te luisteren naar zijn vloeiende legato en vlotte versieringen. Ik vraag me wel af of hij echt geknipt is voor het typisch Franse stemvak van de haute-contre. De allerhoogste noten klonken niet steeds met de moeiteloze elegantie die deze muziek vraagt.

De stralende sopraan Marie Arnet greep vol overgave haar kansen als het enige oprechte personage. Een gefocust timbre, soms op het randje van scherpte, drukte zowel Zélidie’s passie als verdriet optimaal uit. Maar ze wist ook een ironische knipoog te geven aan haar vele klaaguitroepen.

Het slotapplaus was hartelijk maar niet overweldigend, en na afloop bespeurde ik dat enkele mensen zich stierlijk hadden verveeld. Misschien niet zo handig van de Matinee om dit werk op te nemen in de Operaserie. Wie Pucciniaanse hartstocht verwachtte, kwam bedrogen uit. Toch goed dat ook dit deel van het immense operarepertoire de aandacht krijgt die het verdient.

door

Zaïs
Jean-Philippe Rameau

Uitgevoerd door: Les Talens Lyriques en Chœur de Chambre de Namur onder leiding van Christophe Rousset.
Solisten: Marie Arnet, Julian Prégardien, Benoît Arnould, Hasnaa Bennani, Aimery Lefèvre, e.a.
Bezocht op 15 november 2014 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

1 reactie »

  • Paul Franssen zei:

    Een weekeindje Parijs bracht ons naar Versailles voor de zusteruitvoering van 18 november, in het Opéra Royal.
    Mijn echtgenote en ikzelf zijn geen operakenners. Maar Rameau behoort wel tot mijn favoriete muziek -Scott Ross op klavecimbel!- en de ouverture van Zaïs hoort bij het imago van “gloire de France” dat ik met Jean-Philippe Rameau associeer .

    De ouverture, de versie van Gustav Leonhardt uit 1977 maar vooral de veel recentere vertolking van Marc Minkowski (welke ik verkies), dienden als standaard om de interpretatie door Christophe Rousset te beoordelen. Les Talens Lyriques brachten fijne elegante, misschien ietwat discrete interpretaties, met prachtige momenten: fijn toch, heer Rousset op clavesimbel (hoorbaar, dank!), cello en Julian Prégardien solo vocaal! En Marie Arnet zingt prachtig. Een bijzondere pluim voor Les Choeurs de Chambre de Namur.

    Spijtig toch dat het theateraspect van opera mankeert in zulke formele, ongekostumeerde versie zonder balletten, hoewel de gezichtsuitdrukkingen van de zeer verdienstelijke Benoît Arnould en Zachary Wilder, en de “off scene” expressies van de protagonisten, ruimte lieten voor enige inbeelding, ook aangaande de graad van succes van de interpretatie. Want zingen, dat ik toch ook spelen aan de rand van het kunnen!

    Voor niet-ingewijden is drie-en-half uur te lang, de schier eindeloze variaties en (ingebeelde) scènes wat veel, en zonder libretto mankeert enige indicatie over het verloop van het verhaal. Gelukkig stormde op momenten heerlijk, mooi, een “groot” barokorkest, en Rameau…eh oui! In Versailles was het slotapplaus waarschijnlijk net iets minder onpartijdig dan in Amsterdam, iets meer “betrokken partij” onder het publiek.

    Wij applaudisseerden hartelijk mee, het is een waar genoegen zulks te mogen meemaken, veertig jaar na de vertolking van Leonhardt en “La Petite Bande”. Wij kunnen alleszins geen veertig jaar wachten op de èchte opera versie met balletten en kostuums. Van waar moet het geld overigens blijven komen om zulks te verwezenlijken? En, tot besluit, ik kan me uitstekend vinden in de recensie van Martin Toet!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.