FeaturedHeadlineNieuwsOperarecensieRecensies

Spectaculaire Peter Grimes in de Matinee

Misschien luidt Karina Canellakis’ uitvoering van Peter Grimes het begin in van een Britten-serie, in de NTR Zaterdag Matinee, als vervolg van haar Janaçek-cyclus, die ze op een dag na precies een jaar geleden voltooide met Uit een Dodenhuis*.

Cast, het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor op het podium voor Peter Grimes in de NTR Zaterdag Matinee. Foto: © Eduardus Lee.

Zou mooi zijn. Van Paul Bunyan (zijn eersteling) tot Owen Wingrave (de voorlaatste) verdienen ze allemaal een opvoering; 2001, toen Brittens laatsteling Death in Venice in de Matinee ging, is lang genoeg geleden om een heruitvoering te rechtvaardigen. Peter Grimes is wel vrij recent nog door De Nationale Opera **gedaan, maar is als bekendste van Brittens opera’s misschien toch zeer geschikt om de spits van een eventuele cyclus mee af te bijten.

Overeenkomsten

Mooi is dat het wel leek alsof Canellakis zoveel mogelijk overeenkomsten tussen dit werk van Britten en Janaçeks operas had opgezocht. Dramaturgisch lijkt het naturalisme van Peter Grimes wel wat op dat van bijvoorbeeld Katia Kabanova en Jenufa, maar er zijn ook muzikaal verwantschappen. Beide componisten onttrokken zich aan het ultramodernisme van enerzijds de Tweede Weense School en anderzijds Strawinsky, maar integreerden ook atonaliteit in hun lyrische alternatieven, op een manier waarbij ze wel degelijk voorbij het laatromantisch idioom van bijvoorbeeld Richard Strauss en Schreker gingen. En in de vele koperpassages in Grimes moest ik ook op prettige wijze aan de fanfares van uit Janaçeks Sinfonietta denken. Maar Canellakis leek in de weelderige instrumentatie zelfs ook Prokofiev-elementen uit de partituur naar voren te halen, eerder misschien nog dan Shostakovich, ook al was die correspondentievriend van Britten.

Dirigent Karina Canekkalis met leden van het Radio Filharmonisch Okrest. Foto: © Eduardus Lee.

Spectaculair

Onder Canellakis kwam het Radio Filharmonisch Orkest hierbij tot werkelijk ultieme prestaties. Dat razendsnel omlaag tuimelende glissando voor bijna het hele orkest in de opening van het tweede bedrijf! Spectaculair en spatgelijk.

Gevolg is wel dat orkest niet alleen in de instrumentale passages, maar ook tijdens de zangpartijen op flink volume speelt. Toch kwamen de solisten er wel degelijk bovenuit, zelfs als ze zoals in het tweede bedrijf gebeurt achter het orkest op rij voor het Groot Omroepkoor (voor de gelegenheid ingestudeerd door Edward Ananian-Cooper, chefdirigent van het Koor van De Natioanle Opera) staan.

VLNR. Hubert Zapiór, Brian Mulligan, James Kryshak, Aylin sezer, Inna Demenkova, Helena Rasker en Rosie Aldrige met leden van het Groot OMroepkor. Foto: © Eduardus Lee.

Het idee achter die opstelling is vermoedelijk niet alleen dat ze dan gemakkelijker zijn te synchroniseren met de vele passages waarin solisten en koor samen zingen. Er is ook een dramaturgische reden; de protagonisten zijn allemaal ook leden van de dorpsgemeenschap; alleen Grimes en Orford vallen buiten de boot, en die bewogen zich deze middag alleen voor op het toneel, terwijl de overige protagonisten samen met het koor als dorpelingen een gesloten front tegenover hen vormden.

Ik heb geen idee hoe de oorspronkelijk beoogde titelrolvertolker Alan Clayton (die we onlangs bij de Nationale Opera hoorden in De Maagd van Orléans) de rol van Grimes zou hebben gedaan, maar invaller Joachim Bäckström bleek een geluk bij een ongeluk. Vocaal onbegrensd, wisselde hij in deze veeleisende partij geregeld schijnbaar moeiteloos tussen spinto hoog en baritonaal pianissimo. Interessant was bovendien dat hij visueel een fiere en relatief jonge Grimes is. Elders zingt hij, niet verwonderlijk, Don José, Siegmund en Parsifal. Misschien was het daarom dat er verschillende stafleden van De Nationale Opera aanwezig waren.

Joachim Bäckström met leden van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor Foto: © Eduardus Lee

Outsider

In het dorp uit het libretto is Grimes een outsider, maar binnen de gebruikelijke Grimesen van deze wereld is Bäckström op zijn beurt ook een outsider, geen gruizige oude man, maar bijna iemand met een soort stadse fratsen, waar het dorp niets van moet hebben. Een beetje zoals Britten zich als opgroeiend homoseksueel moet hebben gevoeld in zijn geboortestadje Lowestof, net als het fictieve dorp uit het libretto indertijd voornamelijk een vissersgemeenschap gelegen aan de Engelse Oostkust. Hij moet zich later nog steeds een beetje zo hebben gevoeld toen hij, inmiddels gerespecteerd Engelsman, naar diezelfde Oostkust terugkeerde, om daar veertig kilometer verderop het Aldeburgh festival te beginnen. (Heimwee, missiedrang, zelfs wraak, of alle drie?)

Solisten

Overigens was het hele solistenensemble aan elkaar gewaagd. De belangstelling van De Nationale Opera gold misschien ook voor Nicole Car, die dit seizoen bij de Weense Staatsoper debuteert in de drie vrouwelijke hoofdrollen van Il Trittico, en die in stem een uitermate gesoigneerde en in uiterlijk een uitermate gedistingeerde onderwijzeres Ellen Orford neerzette. Helena Rasker (Auntie) kennen we al van vele geweldige support-rollen, en Inna Demenkova en Aylin Sezer (respectievelijk als ‘nichtje’ van Auntie 1 en 2) van de operastudios en -akademies en natuurlijk van vele rollen daarna. En wanneer gaat Canellakis eens dirigeren bij de Nationale Opera?

Met Car, Rasker, Demenkova en Sezer klonk het fameuze kwartet ‘From the gutter’ uit het tweede bedrijf hyper-indringend, en in deze opstelling kwamen de oratorium-kwaliteiten van Peter Grimes ook naar voren. Britten was ook uitermate vertrouwd met het oratoriumgenre.  Zijn latere opera Noye’s Fludde is half een oratorium, en zijn uitvoering van Elgars The Dream of Gerontius (met onder meer Peter Pears) is de beste. (Eigenlijk geslaagder dan die van zijn eigen War Requiem.)

Met de Auntie en de nichtjes in het libretto wordt gesuggereerd dat café ‘The Boar’ eigenlijk half een bordeel is. In queer slang is auntie overigens synoniem voor een homoseksuele man, maar ik weet niet of dat in de tijd van Britten al zo was. Doordat het verhaal de suggestie wekt dat we misschien met een sexual predator te maken hebben, moest ik, al is dat misschien wat goedkoop, ook denken aan de Epstein-affaire. Is Ellen Orford min of meer een koppelaarster als ze de Boy aanlevert, de leerjongen, die Grimes laatste zal worden en waarmee het ook slecht afloopt. Is ze een Ghislaine Maxwell? Ik ben er overigens niet voor om dit idee bij een volgende enscenering over te nemen.

Nicole Carr in de rol van Ellen Orford, met leden van het Radio Filharmonisch Orkest. Foto: © Eduardus Lee.

Mooi was dat men ook in deze concertante uitvoering een piepjonge acteur voor de rol van de Boy liet aantreden, Piet Warringa, in een zwijgende rol dus. Dat gaf ook op het podium van het Concertgebouw aanleiding voor een paar fraaie regiemomenten. Zoals in de scene waarin Ellen Orford de jongen vertelt wat er van hem wordt verlangd en hem een zelfgebreide visserstrui geeft en hoe Boy van het podium afrent, als hij in het verhaal, achtervolgd door Grimes, over de rotsen wegvlucht en te pletter valt.

Brian Mulligan was anderhalf jaar geleden de Holländer in Der fliegende Holländer*** bij de Matinee.  Nu was hij een solide Captain Balströde. Apart vermelding verdient de komisch opgevatte rol, en als zodanig ook prima uitgevoerde rol van Mrs Sedley, in de persoon van Rosie Aldridge, die aan de zaal geregeld ook een lach wist te ontlokken.

Vondst was om het koor in de kerkscene met de rug naar het publiek te laten zingen, inclusief Arnold Bezuyen als Reverend Horace Adams, die halverwege de trap met de rug naar het publiek stond te zingen. Met deze regievondst werd ook verduidelijkt hoe de hele gemeente zich van Grimes heeft afgekeerd, én van Orford.

VLNR. Brian Mulligan, Rosie Aldridge, James Kryshak, Arnold Bezuyen en Sion Goronwy, met leden van het Radio Filharmonisch orkest. Foto: Eduardus Lee.

Serene stilte

Canellakis laat met het hele ensemble de opera in serene stilte eindigen. In de nacht was Grimes gemaand de zee op te varen en daar de boot zelf lek te prikken. De volgende ochtend bericht iemand dat er de afgelopen nacht een boot zou zijn gezonken. Maar de dorpelingen halen hun schouders op en het leven gaat door.

Een beetje als in Pieter Brueghels De Val van Ikarus, waaraan W.H. Auden zijn gedicht Musée des Beaux Arts had gewijd, en dat als volgt eindigt:

In Brueghel’s Icarus, for instance: how everything turns away

Quite leisurely from the disaster; the ploughman may

Have heard the splash, the forsaken cry,

But for him it was not an important failure; the sun shone

As it had to on the white legs disappearing into the green

Water; and the expensive delicate ship that must have seen

Something amazing, a boy falling out of the sky,

Had somewhere to get to and sailed calmly on.

 

Dat was Auden in 1939. Auden zou vervolgens het libretto van Paul Bunyan schrijven, en daarna ook betrokken raken bij de totstandkoming van het libretto van Peter Grimes.

 

Verder Kijken, luisteren en lezen

Peter Grimes is terug te luisteren op NPO Klassiek

Scène uit 2021 uit Peter Grimes, met Joachim Bäckström in de titelrol, in de opera van Brno.

Nicole Carr zingt Ellen Orford in de Metropolitan Opera.

Peter Franken over Uit een Dodenhuis in 2025.

Peter Franken over Peter Grimes bij De Nationale Opera in 2024.

 

Vorig artikel

Tamir Chasson:"Ik geef bijna nooit op"

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Neil van der Linden

Neil van der Linden