FeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Il ritorno met poppen leuk voor een keer

Monique ten Boske is al enkele dagen in Salzburg voor het Pinksterfestival. In deze recensie bespreekt ze een bijzondere voorstelling waarbij erg geen zangers op het toneel te zien waren.

Poppen en hun spelers in Il ritorno d’Ulisse in patria .Foto: © SF/Marco Borrelli

Tijdens de Salzburger Pfingstfestspiele presenteerde Cecilia Bartoli Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria niet als monument van vroegbarok muziektheater, maar als poppenspelopera. Dat lijkt meer een curiositeit dan een doordachte keuze. In deze voorstelling van de historische Compagnia Marionettistica Carlo Colla & Figli zou volgens het programmaboekje de vermomming, herinnering en menselijke kwetsbaarheid bijna tastbaar worden, juist doordat de personages geen echte mensen van vlees en bloed zijn.

Een zondagochtendvoorstelling om elf uur geeft opera altijd een andere sfeer. Het scherpe avondmysterie ontbreekt; het daglicht maakt alles zichtbaarder en soms ook kwetsbaarder. Na de enorme feestopera Il viaggio a Reims kon het contrast bijna niet groter zijn. Alleen de wit met zwarte strepen op de prosceniumboog deden herinneren aan deze voorstelling.

Il ritorno d’Ulisse in patria, gebaseerd op het slot van Homerus’ Odyssee, volgt Odysseus die vermomd als oude bedelaar terugkeert naar Ithaka. Zijn vrouw Penelope blijft hem trouw terwijl vrijers haar tot een nieuw huwelijk proberen te dwingen. Met hulp van de godin Minerva hervindt Ulisse eerst zijn zoon Telemaco en uiteindelijk ook zijn plaats in huis en huwelijk. Pas wanneer Penelope hem herkent aan het geheim van hun echtelijk bed volgt de lang uitgestelde hereniging. Monteverdi’s late meesterwerk gaat uiteindelijk niet over heroïek, maar over wachten, herkennen en twijfelen. Over een man die na twintig jaar thuiskomt in een wereld die hem nauwelijks nog verwacht.

Il ritorno d’Ulisse in patria Foto: © SF/Marco Borrelli

Claudio Monteverdi wordt vaak beschouwd als een van de grondleggers van de opera. In ‘Il ritorno d’Ulisse in patria’ combineert hij expressieve melodieën met een heldere dramatische structuur. De muziek beweegt voortdurend tussen monodie, waarin de tekst en de emotie van het moment centraal staan, en rijkere meerstemmigheid die de innerlijke gevoelens van de personages verdiept. Daardoor krijgt de opera een intieme en opvallend menselijke sfeer.

Authentiek?

‘Il ritorno d’Ulisse in patria’ werd vermoedelijk voor het eerst uitgevoerd tijdens het carnavalsseizoen van 1639-1640 in het Teatro Santi Giovanni e Paolo in Venetië. Hoewel de toeschrijving aan Monteverdi als betrouwbaar geldt, mede dankzij een brief van librettist Giacomo Badoaro, bleef de partituur eeuwenlang verloren en werd zij pas in de negentiende eeuw herontdekt. Bovendien ontbreken delen van de muziek of is niet altijd zeker of ze volledig van Monteverdi zelf afkomstig zijn. Daarom geldt een volledig authentieke uitvoering vandaag vrijwel als onmogelijk. Niet alleen is het libretto uitgesproken barok en uitgebreid, ook over de oorspronkelijke speelstijl en bezetting bestaat veel onzekerheid. Regisseurs en dirigenten moeten dus telkens keuzes maken. In deze productie is gekozen voor een sobere en praktische benadering die vooral de kracht van Monteverdi’s muziek op authentieke instrumenten laat horen. De ritmesectie met vogelgeluiden en donder en bliksem kan zich uitleven.

De poppenspelgroep ‘Carlo Colla & Figli’ was al voor 1906 actief. In dat jaar verhuisde de groep naar Milaan waar ze tot 1957, niet ver van La Scala, speelde. Altijd ging het om opera’s, meestal Verdi. Ik heb geen idee of het voor die muziek misschien meer geschikt is. In ieder geval zal meespelen dat opnamewijzen en reproductie sinds 1906 heel erg veranderd zijn. Het bedienen van de poppen is volgens mij zeker een ambacht, al zal aanleg ook helpen. Voor mijn gevoel lijkt het een beetje op het vak van ondertitelaar bij een operavoorstelling. Je moet net beginnen als de zanger ademhaalt en het helpt vast als je ook iets met zang hebt of zelf zingt. Mij boeide het in het begin zeker, al zag ik ook niet zo veel, maar de muziek was prachtig! Een vertraagde hoofdbeweging of aarzelende hand werkte soms expressiever dan groots spel. Tegelijk ontstond vooral vervreemding: alweer dezelfde beweging, net te vroeg of te laat die hand. Een enkele keer vroeg ik me zelfs af of ik of de poppenspeler niet wist welke stem bij hem hoorde.

Il ritorno d’Ulisse in patria. Foto: © SF/Marco Borrelli

Het poppenspel is bij de Salzburger Festspiele geen vaste kost, maar het dook eerder wel op in uitzonderlijke coproducties. De eerste deelname die ik kon vinden van een marionettengezelschap vond plaats in 1996, met later ook bijdragen in Mozartcontext. De huidige voorstelling van ‘Il ritorno d’Ulisse in patria’ is een nieuw gecreëerde scèneproductie van het orkest Les Musiciens du Prince, in samenwerking met de historische Milanese marionettencompagnie ‘Carlo Colla & Figli’ en daarbij dan natuurlijk veertien operazangers die live de rollen uit de productie zingen.

Wat gaan we zien?

In het Haus für Mozart met zijn ongeveer 1.500 plaatsen voor bezoekers staat op een derde van de bühne een poppentheater. Daar spelen poppen van ongeveer 80 centimeter hoog. Daarboven, dat zien we niet, staan poppenspelers aan de touwtjes te trekken en het geheel is dus een grote, hele mooie doos op het toneel. In de orkestbak zit het barokorkest en de zangers zitten achterin de orkestbak en komen soms naar een andere plaats in de orkestbak om te zingen of staan in bepaalde scènes even bij elkaar om een kwartet te doen.

Marionettespelers van de Compagnia Marionettistica Carlo Colla & Figli. Il ritorno d’Ulisse in patria.Foto: © SF/Marco Borrelli

Zaal of balkon

Voor de pauze zat ik op het eerste balkon, vijfde rij midden, waar het orkest fraai mengde met de zangers en de voorstelling muzikaal bijzonder overtuigde. Het zicht op de kleine poppen was daar echter beperkt. Zelfs met bril zag ik weinig en slechts omdat ik de opera vrij goed ken gokte ik welke pop bij welke rol hoorde. Gelukkig wilde in de pauze iemand uit de zaal vooraan met me ruilen en na de wisseling verbeterde de totaalindruk aanzienlijk. De stemmen kregen meer directe kracht en op ooghoogte kwamen de poppen veel beter tot hun recht. De onvermijdelijke afwijkingen tussen zang en poppenspel waren daar echter nog meer zichtbaar. De beperkte mimiek en het vaste bewegingsidioom maken de expressie minder rijk dan bij livezangers op het toneel. Als ervaring wilde ik het zeker proberen, maar voor mij blijft een conventionele bezetting, met zicht op gezichten en inleving, de voorkeur houden.

Niet gelukkig

Niet alle beelden waren even gelukkig. In een intermezzo verschenen vier donkere popfiguren, bedoeld als dansende kinderen in een exotiserende en stereotype vormgeving die vandaag ongemakkelijk aandoet. Het waren er maar vier, maar het hadden zo de ‘tien kleine negertjes ‘kunnen zijn. Wat een rare keuze! Even later in de voorstelling verschenen ook vier zwarte grote poppen als bedienden. Ik snap dat je ze vroeger gebruikte, maar het kan nu echt niet meer. Waar een festival zich verder intelligent en met historisch besef presenteert, blijft het hier steken in ouderwetse beeldtaal.

Muzikaal koos Gianluca Capuano met Les Musiciens du Prince voor helderheid en beweeglijkheid. De continuo-gedragen structuur bleef licht en transparant, zonder romantiserende zwaarte. Het verschil kon bijna niet groter zijn dan vrijdagavond Rossini en nu in de ochtend Monteverdi’s muziek. De spanning ontstond vrijwel direct door het geweldige tempo. Niet te langzaam zodat het sleept maar snel genoeg voor declamatie, adem en ritmische precisie.

In de cast waren heel wat barokspecialisten, een prima stel solisten die met dit orkest niets te klagen hadden. Sara Mingardo gaf Penelope een donkere, sobere waardigheid die het emotionele centrum van de voorstelling vormde. Ze is heel mooi in de eerste akte, maar ik mis de blijdschap in haar stem in het duet met Ulisse. We zien dan wel een prachtig beeld en de stemmen kleuren heel mooi samen, maar heeft deze Penelope een andere opvatting van de rol of mis ik dan toch ook de gezichtsuitdrukking?

‘Penelope’ en haar speler in Il ritorno d’Ulisse in patria. Foto: © SF/Marco Borrelli

Arianna Vendittelli bracht Minerva met heldere alertheid en precies gedoseerde energie. Ik hoefde nooit te kijken welke pop stond te zingen, dat was met de rode veer ook makkelijk, maar ze heeft een heel herkenbare en expressieve stem. Vito Priante maakte van Ulisse geen klassieke held, maar een vermoeide overlevende, die voorzichtig aftast of er nog een thuis voor hem bestaat. Zijn prachtige stem was heel aanwezig en dat past bij zijn rol. Ik vond hem niet te luid ten opzichte van collega’s.

Leuk voor een keer

De voorstelling bewees uiteindelijk hoe goed Monteverdi zich verdraagt met een hele grote setting met poppenspel en toch prachtig en intiem kan blijven. Want de muziek is heel erg mooi en geweldig uitgevoerd door dirigent en orkest. Daarbij waren ook nog eens alle zangers buitengewoon goed. En dan de poppen? Ik vraag me af: had ik het willen missen en liever de zangers op het toneel gezien? Ik geloof van wel, al was het wel leuk om een keer te zien.

De cast, de poppen en de poppenspelers, met ‘Ulisse’ die voorop nog een soloapplaus neemt na Il ritorno d’Ulisse in patria. Foto: © SF/Marco Borrelli.

Verder kijken,  luisteren en lezen

Video van verschillende opera’s door de Compagnia Marionettistica Carlo Colla & Figli.

Sara Mingardo en Mark Padmore zingen het duet ‘Sospirato mio sole! ‘uit Il ritorno d’Ulisse in patria.

In 2012 schreef Jordi Kooiman over het Amsterdams Marionetten Theater

Vorig artikel

Eigen stem en kippen aan het woord in O.

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske