Oratorium Atalia vol grootse dramatiek
Met drie groot bezette producties plaatste het Festival Oude Muziek Utrecht in het afsluitende weekeinde een spectaculair uitroepteken achter het festivalthema ‘Giving voices’. Twee solisten spanden daarin de kroon: de mezzo-sopraan Eva Zaïcik *in een volmaakte weergave van de solo-cantate ‘Nisi Dominus’ van Antonio Vivaldi op zaterdagavond. En de sopraan Camille Poul in de rol van de Joodse prinses Atalia, in het gelijknamige oratorium van Francesco Gasparini.
Zij bracht zondagmiddag in dezelfde grote zaal van Tivoli/Vredenburg het publiek tot grote jubel met haar spannende, vol haat en wraak gekleurde partij. Wonderlijk genoeg was de zaal nog niet voor de helft gevuld, terwijl het Vivaldi-programma tot de nok vol zat. Tja, de Italiaan Gasparini is een in de tijd weggezakte grootheid, overwoekerd door grootheden als Pasquini en Corelli, zijn leermeesters, en Scarlatti junior en Benedetto Marcello zijn leerlingen.

Gasparini leefde tussen 1661 en 1727, was werkzaam in Venetië en Rome als organist, klavecinist en componist. Hij zette 61 opera’s en oratoria op papier, waarvan er veel klonken in de theaters. De oratoria schreef hij voornamelijk in zijn Romeinse jaren, toen er een pauselijk verbod op het spelen van opera gold.
Prikkelend is de gedachte dat de jonge Händel tijdens zijn verblijf In Rome de geëerde Gasparini heeft ontmoet, en wie weet, kennis nam van dat oratorium ‘Atalia‘. Waarvan hij de tekst uit het gelijknamige toneelstuk van Jean Racine benutte voor zijn eigen ‘Athalia’ in 1733.
Wraakzuchtig
Waar Händel een avondvullend drama (een opera gelijk) uit brouwde met zijn tekstschrijver Samuel Humphreys, met grootse koorwerken gelardeerd, hield Gasparini het verhaal beknopt. Alle aandacht richt zich op de wraakzuchtige Atalia. Zij wil koningin van Juda worden. Om dat te bereiken laat zij alle familieleden vermoorden, zodat zij als enige troonopvolger over blijft. Er zit echter één tegenvaller in haar plan; de min van de kleine prins Joas heeft het kind verstopt.
Atalia opent het drama met verzuchtingen dat zij gedwarsboomd wordt door de oude hogepriester in de Tempel. Gasparini ontwikkelde in haar een steeds krachtiger en demonisch karakter, dat tot uitbarsting komt in het begin van het tweede deel: ‘Ombre, cure, sospetti’ (Schaduwen, zorgen, verdenkingen). In een lange, soepele opeenvolging van bespiegelende recitatieven, arioso gekleurde gedachten en een vol wraak gevulde aria-delen, zong Camille Poul, gekleed in een rode japon, op hartverscheurende wijze de woede van Atalia uit. Schitterend zoals zij de nijdige coloraturen tot in het hoogste register kracht en kleur gaf.

Parallel aan de opwindende zanglijnen schreef Gasparini even meeslepende partijen voor het orkest, met name voor de strijkersgroep. Het Ensemble Hemiolia werd vanuit de eerste viool, bespeeld door ensembleleider Emmanuel Resche-Caserta, tot pittige expressie aangevuurd. Op dit klankbed kon de intens acterende Camille Poul goed gedijen.
Een belangrijke nevenfiguur is de generaal en adviseur Ormonte. Tenor Bastien Rimondi zette een karaktervol personage neer, zowel met zijn stevige, kruidige stem als in theatrale poses achter de lessenaar. Atalia wil dat Ormonte de hogepriester laat vermoorden, en ook het verstopte kind vindt. Hij verzet zich tegen de op wraakbeluste Atalia in gloedvolle arioso-stijl, maar fijnst haar opdracht uit te zullen voeren. Hij bedenkt zich echter, en bij zijn terugkeer uit de Tempel valt hij zijn meesteres vocaal vol aan. Terecht werd hij beloond met daverend applaus.

Met de opkomst van de hogepriester, zwak gezongen door bariton Furio Zanasi (die voortdurend in zijn partituur staarde) en van de min, innemend en met fluwelen altstem gezongen door Mélodie Ruvio, voelt Atalia dat haar opzet is mislukt en pleegt zelfmoord. In een kwartet met een toegevoegde sopraan besloot dit compacte oratorium van een vergeten componist.
Nisi Dominus
Op zaterdag presenteerde in het avondconcert het ensemble Le Poème Harmonique een veel kleurig klankportret van het Venetië uit Vivaldi’s tijd. Niet alleen hoge cultuur werd tot klinken gebracht, ook volksmuziek zoals die in optochten werd gezongen. In een soort processie betraden zangers met volkse stem de grote zaal. Een soort gregoriaanse, deels meerstemmige zetting van psalm 126, ‘Nisi Dominus’ zetten zij het concertthema in.
Maar de meeste tijd werd besteed aan de hoge cultuur, met een prachtig orkest onder leiding van Vincent Dumestre. Met een keur aan orkest- en zangstukken werd toegewerkt naar het hoogtepunt, Vivaldi’s zevendelige compositie op de psalmtekst ‘Nisi Dominus’. Schitterend zoals mezzo-sopraan Eva Zaïcik (in een stralende japon gekleed) de zevendelige meditatie uitvoerde: spectaculair in het verwerken van de vele coloraturen in het openingsdeel en in de slotfase ‘Sicut erat’, maar ook prachtig vloeiend en lyrisch in de wiegende delen zoals het ‘Vanum es vobis’.

Zij kreeg spannend tegenspel uit het virtuoze strijkorkest, dat door Dumestre tot vlammende expressie werd aangevuurd zoals in de pijlen die losschieten in de passage ‘Sicut sagitta’. Terecht dat de volle zaal bleef juichen en zo een leuke toegift veroverde: een set Venetiaanse volksliedjes.

Veertig stemmen
Als ergens het festivalthema werd uitgebuit, dan wel in het slotconcert zondagavond. Veertig stemmen realiseerden het ‘giving voice’ in het beroemde veertigstemmige motet ‘Spem in alium’ van Thomas Tallis (1505 – 1585), gecomponeerd rond 1570 voor acht vijfstemmige koren. Het ensemble Vox Luminis had de letters XL aan de naam toegevoegd! Onder leiding van Lionel Meunier kwam er een even perfecte als ontroerende uitvoering tot stand waar ik met open mond naar zat te luisteren. Wat geweldig wat stemmen van mensen kunnen voortbrengen!

‘Spem in alium’ vormde het middenstuk in een grote keuze van het uitpuilend rijke repertoire van de Engelse kerkmuziek, zowel in katholieke als anglicaanse sfeer. Wat dat laatste betreft heeft de Engelse Reformatie weliswaar flink de bezem gehaald door de santenkraam, maar de kerkcultuur, vooral de muziek, bleef in stand. Zo anders als in het radicale calvinisme waardoor de Nederlandse kerkmuziek totaal werd vernietigd.
Heel waardig was de presentatie van het ‘heilige’ repertoire. In vier rijen kwamen de zangers van achter uit de zaal naar het podium, zingend en in slow motion stappend. Verrassend: ook het Van Vulpen barokorgel in Tivoli/Vredenburg werd bespeeld tussen de verschillende zangstukken als er nieuwe opstellingen werden geformeerd, en in begeleide composities.
Jammergenoeg maakte NPO Klassiek geen opnames van de concerten met Gasparini’s opera ‘Atalia’ (er is wel een cd met dezelfde solisten op het label Versailles) en van ‘Spem in alium’. Wel terug te luisteren is het Vivaldi concert met Eva Zaïcik.
*Eva Zaïck zal in het maart van 2027 in Nederland op tournee gaan met het Nederlands Kamerorkest voor zeven uitvoeringen van de Matthäus Passion.
Verder kijken, luisteren en lezen
Duet van Atalia en Ormonte door Camille Poul en Fabien Hyon
De aria ‘Ombre, cure, sospetti’ van Atalia door Camille Poul.
Jordi Kooiman besprak in 2013 een cd van Max Emanuel Cencic, met werk van Francesco Gasparini.
In 2023 was Martin Toet zeer enthousiast over Camille Poul in L’incoronazione di Poppea.
In 2019 was Furio Zanasi te gast in het FOMU in La serva padrone.