FeaturedHeadlineRecensies

HF Spem in Alium, over dood en lijden.

Neil van der Linden bezoekt een aantal muziektheater voorstellingen in het Holland Festival 2026. Veelal raken de voorstellingen de buitenlijnen van het genre opera, maar deed Wagner dat ook niet met zijn Ring en was Orfeo van Monteverdi niet iets geheel nieuws en ongehoords? Het Holland Festival biedt net als O. voorstellingen buiten de gangbare paden. Dit keer bezocht Neil Spem in Alium van de Janpanse choreograaf Saburo Teshigawara.

Vox Luminis en danser/choreograaf  Saburo Teshigawara Spem in Alium in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Foto: ©Lucas Denuwelaere- Holland Festival.

The singing starts again … building and building, and he rains down blows on me … and I groan and writhe … Lost in him, lost in the astral, seraphic voices … I am completely at the mercy of his expert touch … “What was that music?” I mumble almost inarticulately. “It’s called Spem in Alium, a 40-part motet by Thomas Tallis.”

Aldus ontrolt zich een volgende soft SM-scene tussen twee protagonisten uit de EL James’ porno-roman/film 50 Shades of Grey, waarin Thomas TallisSpem in Alium fungeert als sfeermuziek Het gevolg was #1 op de UK Classical Singles Chart en #1 op de US  iTunes Classical Songs Chart (July 17th, 2012)

Het 40-stemmige motet van Tallis stamt van relatief laat uit de Renaissance, uit 1570. De melodielijnen en de resulterende harmonieën stromen richting barok.Tallis verdeelde de partituur over acht vijfstemmige groepen (bas, tenor, alt, sopraan en ‘supersopraan’, treble of superius genoemd).

Fraai ruimtelijk effect

Het lukt de Japanse choreograaf Saburo Teshigawara het benodigde aantal zangers van het voor de gelegenheid van de toevoeing ‘XL’ voorziene vocaal ensemble Vox Luminis (gedirigeerd door Lionel Meunier) in een volmaakte cirkel op het podium van Muziekgebouw aan ’t IJ te plaatsen. In veel uitvoeringen staan de uitvoerenden verspreid door zaal of kathedraal. Toch zorgt de akoestiek van het Muziekgebouw voor een gelijkwaardig fraai ruimtelijk effect.

Vox Luminis koos voor een relatief lage zetting, waardoor de treble-partijen minder extreem hoog zijn, en de rest navenent lager. Hierdoor klinkt het geheel gedragener, duisterder; een opmaat, zo zal blijken, voor de atmosfeer van de rest van het programma.

Leden van Lux Luminus en danser/choreograaf Saburo Teshigawara in Spem in Alium. Foto: ©Lucas Denuwelaere- Holland Festival.

De cirkel van zangers kan al snel alleen met moeite worden volgehouden. Links van achteren komt een heftig gesticulerende danseres op, Kei Miyata, van het KARAS-ensemble van de Japanse choreograaf Saburo Teshigawara (en zijn echtgenote). Haar fel lichtgrijze kleding steekt af tegen het strakke zwart voor zangers, haar wilde bewegingen (kenmerkend voor Teshigawara’s hoekige, semi-geïmproviseerde dansstijl – “spontane reorganisatie” noemt hij het zelf) gaan tegen de mathematische organisatie van de muziek in. Ze lijkt een opvliegende duif een kooi van zangers, maar uiteindelijk valt ze neer; Spem in alium, zo stelt de tekst van het werk, gaat over hoop, maar dan wel van iemand die zijn hoop “nooit in iemand anders” heeft gesteld “behalve in de God van Israël die barmhartig maar ook toornig is”.

Wormenpaleis

Er komt nog een danser op, een veel jongere, en nog een, en nu beginnen de dansers door de cirkel van zangers, heen en terug heen te breken, van binnen naar buiten en van buiten naar binnen, steeds vaker. Tegen het einde van het motet is de cirkel een wormenpaleis geworden.

Het toneelbeeld, inclusief de aankleding van de zangers, strak zwarte kleding met witte shirts, terwijl de belichting (allemaal ontworpen door Saburo Teshigawara) – de gehele voorstelling lang – alleen zwart/wit is gehouden, draagt bij tot de rouwsfeer.

De dansers zijn afwijkend gekleed; Kei Miyata draagt eerst dat fel-zilvergrijze kostuum, de ene jonge danser, Javier Ara Sauco, draagt onder zijn zwarte kleding een purperen overhemd, de andere, Dario Minoia, heeft een okergele broek en draagt zijn haar in een koddig knotje, terwijl de kleding van Saburo Teshigawara zelf, die vanaf zeker moment ook meedanst, ‘bloter’ is, en meer van zijn lichaam laat zien, terwijl zijn expressieve kaalgeschoren hoofd wel iets heeft van de persoon op Munch’ De Schreeuw.

Danser Dario Minoia, danser/choreograaf Saburo Teshigawara, danseres Rihoko Sato en leden van Vox Luminus in Spem in Alium. Foto: ©Lucas Denuwelaere- Holland Festival.

Lijden en dood

In het vervolg van het programma komt de muziek geheel in het teken van lijden en dood te staan. Eerst is er Edward Elgars ingetogen begrafenismotet They are at rest. Via dat komt het programma uit bij een  andere compositie van Tallis, zijn vijfstemmige, maar even ingenieus gecomponeerde Lamentations of Jeremiah the Prophet, op de tekst uit het Oude Testament over de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs (586 v.Chr.).

De klaagzangen van Jeremia zijn in de loop der tijd onderdeel van de Lijdensweek-teksten van de Katholieke kerk geworden. De rouw om de ondergang van Jeruzalem werd in de kerktraditie gezien als voorbode van het lijden van Christus. Tijdens de Renaissance waagden talloze componisten zich eraan, en in de baroktijd zetten onder meer Charpentier en Francois Couperin de traditie voort.

Jeremia’s tekst stond in een wrange traditie; bij mijn eerste bezoek aan Irak in 1992 beklom ik de ziggurat van Ur, dat uitzicht biedt op ruïnes van de stad Ur, door de Elamieten verwoest rond 2004 v.Chr. In  de in het Soemerische geschreven Klaagzangen over de verwoesting van Ur uit die tijd worden eigenlijk dezelfde metaforen gebruikt als die Jeremia gebruikte. En er zijn nog meer klaagzangen over verwoestingen van steden, over Sumer, over Nippur, over Eridu en over Uruk. De verwoesting van Jeruzalem was dus maar één in een reeks.

Vox Luminis laat in de tekst telkens herhaalde “Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum” (Jerusalem, Jerusalem bekeer u tot uw God) extra pregnant naar voren komen. Een tekst die misschien extra betekenis had in de tijd van de Reformatie en de daarmee gepaard gaande gruwelen van de godsdienstoorlogen. Vox Luminis wijdde al een aantal CDs aan de Duitse componisten uit de tijd van de dertigjarige oorlog, maar ook in het Verenigd Koninkrijk woedden godsdiensttwisten. Tallis zat er zelf ook midden tussen in, gezien de wisselende en geregeld van religie wisselende koningen en koninginnen waarvoor hij werkte, met als laatste Elisabeth de Eerste. Tallis componeerde daarom zowel in het Latijn als in het Engels.

Meer ballet op Renaissance muziek

Choreografen zouden eens goed moeten luisteren naar Renaissance muziek. Bijvoorbeeld Guillaume Dufay’s Isoritmische Motetten, muziek uit de vroege Renaissance. Dufay’s strenge mathematische precisie in het samenvloeien van verschillende metrums, gecombineerd met een zeker voor onze oren grillig aandoend verloop van stemlijnen. Of anders wel de vloeiender lijnen van Spem in Alium.

Op zeker moment zijn de zangers van het podium verdwenen. Maar even later hoorden we ze van achter uit de zaal opkomen, in de uitvoering van de begrafenis-zangen, ‘dirges’, “funeral sentences” van Thomas Morley  in het Engels gecomponeerd, want ten tijde van Morley was het VK definitief Anglicaans.

Terwijl de dansers op het toneel staan, komen de zangers in twee rijen links en rechts van achter uit de zaal naar voren. Nu kun je nu de zangers één voor één individueel, bijna kwetsbaar langs zien komen, en stem voor stem horen, alsof elke zanger zich nu persoonlijk tot je richt. Mede door het Engels, komt de gewijde thematiek van het programma nog duidelijker tot uiting.

Het ensemble hergroepeert zich inmiddels weer op het podium, in twee strake carrés, links en rechts, en daartussenin twee rijen die ons frontaal aankijken.

Ze heffen het Media Vita van John Sheppard  aan, en nu zijn we weer bij de katholieke muziek aanbeland. Toen de katholieke Mary Tudor in 1553 de troon overnam van haar Protestantse halfbroer Edward VI, was er een stroom aan katholieke kerkmuziek nodig, en daarvan was Sheppard één van de leveranciers. Mary Tudor, ‘Bloody Mary’,  echtgenote van ‘onze’ Philips II, en trouwens ook een nicht van hem, zette zich op zeker moment in voor vurig vervolging van Protestanten. Sheppard heeft nog net de troonsbestijging van Mary’s halfzus Elisabeth I kunnen meemaken, en ook muziek voor haar kroning geschreven, maar stierf in december 1558 aan een al sinds 1557 rondwarende influenza-epidemie.  Zijn begrafenismotet Media Vita schreef hij mogelijk als reactie op die influenza-pandemie.

Dansers en leden van Vox Luminus in Spem in Alium.©Lucas Denuwelaere- Holland Festival.

Het is typisch Britse hoog-Renaissance, met de talloze typerende dissonanten, die zich soms totaal onverwacht oplossen, en acrobatisch hoge sopraanpartijen. NB volgens Paul van Nevel zat er iets in de voeding of zat er iets niet in de voeding in bepaalde streken in Engeland en Vlaanderen waardoor de baard later in de keel kwam met als gevolg dat je jongenssopranen langer kon trainen en ze langer konden doorzingen, vandaar dat je met name in de Engelse vocale muziek heel hoge sopraan partijen vindt, de treble of superius. In de tijden dat Erasmus, een bewonderaar van Josquin en Obrecht,  Engeland bezocht ging de koormuziek hier nog veel verder in en vond van het vocale vertoon decadent en geaffecteerd, vergelijk de bijna wellustig geornamenteerde muziek van Sheppards voorgangers John Taverner en William Cornysh.

Alsof moegedanst in de eerdere delen, kunnen de dansers nu allemaal alleen nog maar half overeind komen, grimassen trekken en weer neervallen; of wat de hele tijd al mooi absurdistisch bewegende Italiaan Dario Minoia presteert, zittend zijn benen in allerlei bijna onmogelijke hoeken onder zijn lichaam wringen; de duif die in Spem in Alium nog omhoog te willen vliegen is nu verworden tot een machteloze hoop knoken.

Terwijl het ensemble de tekst van Sheppards motet zingt over hoe we terwijl we midden in het leven staan in feite al door de dood omgeven/omringd/omsingeld zijn.

In het slotbeeld liggen de dansers parallel met de voeten naar achter en het hoofd naar voren midden tussen de nu strak in het gelid staande zangers. Een rouwritueel. Maar niemand heeft een vinger uitgestoken.

Dansers en leden van Vox Luminus in Spem in Alium. Foto: ©Lucas Denuwelaere- Holland Festival.

Teksten

Media vita in morte sumus
quem quærimus adiutorem
nisi te, Domine,
qui pro peccatis nostris
juste irasceris?

Midden in het leven bevinden we ons in de dood.

Van wie kunnen wij hulp verwachten,

Behalve van U, o Heer,

die over onze zonden

terecht ontstemd bent?

En al schrijvend zie ik nu de parallel met de tekst van Tallis’ motet waarmee het programma opende:

Spem in alium nunquam habui

Praeter in te, Deus Israel

Qui irasceris et propitius eris

et omnia peccata hominum

in tribulatione dimittis

Ik heb nooit hoop gehad op een ander

Behalve op u, God van Israël

Die ontstemd bent, en maar ook genadig

En alle zonden van de mensen

In hun lijden vergeeft.

 

Verder kijken, luisteren en lezen 

Deel uit een eerdere uitvoering van Spem in Alium door Saburo Teshigawara en Vox Luminus.

They are at rest van Edward Elgar door Saburo Teshigawara en Vox Luminus.

In 2024 voerde Vox Luminis de Mattheus Passion van Johann Sebastiani uit.

Neil van der Linden over Chernobyl, eerder in het Holland Festival.

Vorig artikel

Lukáš Zeman terug bij DNOA familie.

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Neil van der Linden

Neil van der Linden