BinnenkortFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Waiting for the Barbarians voltreffer

De Nederlandse Reisopera werkt gestaag aan een reputatie als het meest avontuurlijke operabedrijf van ons land. Met nieuw werk als Second Love en To Die For in het vorige seizoen zette het gezelschap de toon. De openingsproductie van het nieuwe seizoen past geheel in deze trend: Waiting for the Barbarians van Philip Glass stamt weliswaar uit 2005, maar is zelden of nooit ergens te zien. De aankomende 90e verjaardag van de componist bleek een goede aanleiding om deze opera te programmeren; dat het thema uiterst actueel is, zal echter de doorslag hebben gegeven.

Scènefoto Waiting for the Barbarians door de Nederlandse Reisopera. Foto: © Eduardus Lee

De opera is een bewerking door Christopher Hampton van het gelijknamige boek van de Zuid-Afrikaanse auteur J.M. Coetzee uit 1980. Het verhaal speelt zich af in de periferie van een niet nader gespecificeerd ‘Empire’. De tijd is onbepaald, maar uit bepaalde details is op te maken dat het zo rond 1900 geweest kan zijn — achteraf bezien het hoogtepunt van het koloniale tijdperk. De plaats van handeling is een klein vestingstadje nabij een meer aan de rand van de woestijn. Even verderop begint een bergketen.

Dat het Empire zich niet verder heeft uitgebreid, hangt direct samen met de natuurlijke begrenzing die een woestijn vormt voor een sedentaire samenleving. Daarachter houdt de beschaving op; daar leven uitsluitend nomaden die gemakshalve ‘barbaren’ worden genoemd. Afgezien van incidentele nachtelijke overvallen waarbij een paar schapen worden buitgemaakt, is er sprake van een vreedzame co-existentie tussen Empire en Barbarians.

Magistraat

De hoofdpersoon is de Magistraat, een man van middelbare leeftijd die in zijn eentje het volledige gezag van het Empire uitoefent. Hij is een type ‘leven en laten leven’ dat belastingen heft en recht spreekt, maar zoveel als mogelijk rekening houdt met de aard en levenswijze van zijn burgers. Maar eens per generatie is er sprake van door paranoia gevoede hysterie waarin plotseling gevreesd wordt dat de barbaren eraan komen. Dat dit proces gevoed wordt door het Empire zelf is onloochenbaar. Het is een autocratie die zichzelf steeds weer moet bevestigen als de leidende macht die noodzakelijk is om de bevolking onder controle te houden en de politiek status quo te bevestigen. Het vijandbeeld van de barbaren moet hiertoe gevoed worden en dat vergt zo nu en dan een kleine oorlog om de vrede te kunnen handhaven.

In het midden Dan D’Souza als de Magistraat. Links Charlotte Hellekant als Joll. Achter de Magistraat Joe Chalmers als Mandel. Foto: © Eduardus Lee.

Het verhaal begint met de komst van kolonel Joll van het Derde Bureau, een onderdeel van de machtsstructuur van het Empire dat te vergelijken is met het Reichssicherheitshauptamt in het Derde Rijk. Hij is gekleed in zwart tenue en draagt overal en altijd een donkere bril. Zijn bewapende escorte gaat eveneens in het zwart. Het zijn militairen, maar geen reguliere soldaten. In opdracht van Joll voeren deze Guards martelingen uit om ‘de waarheid’ uit iemand te persen. Dat ervaren een oude man en zijn jonge dochter die toevallig net gevangen zitten in het fort. Ze worden beschuldigd van schapendiefstal, maar de oude man zegt dat ze op zoek waren naar medicatie. De oude man sterft al snel en de dochter wordt gedwongen als gids op te treden als Joll besluit een raid uit te voeren in de omgeving.

Barbaren

Na enige tijd keert hij terug met zijn manschappen, een groep verwilderde ‘barbaren’ met zich meevoerend. Die worden allen onderworpen aan een proces van ‘waarheidsvinding’, waarna Joll besluit dat een aanval door de barbaren vaststaat. Langs de gehele buitengrens zullen ‘speciale militaire operaties’ worden uitgevoerd om de vrede te verzekeren. Zodra Joll is vertrokken, stuurt de Magistraat alle gevangenen direct weg; hij wil de situatie zoals die bestond herstellen. Maar de gebruikelijke bezoeken van nomaden die buiten de poort hun tenten opslaan om in vrede ruilhandel met de inwoners te bedrijven, blijven uit.

Niet iedereen is vertrokken. Het meisje dat ernstig is gemarteld voor de ogen van haar vader, strompelt op krukken over het centrale plein. Naar blijkt zijn beide enkels gebroken en doordat er een gloeiendhete vork vlak voor haar ogen is gehouden, is ze vrijwel blind. Alleen een klein beetje perifeer zicht resteert.

Lilian Farahani ls Barbarian Girl met liggend Fabian Homburg als haar vader en geknield Nora Monsecour, als haar zusje. Foto: © Eduardus Lee

De Magistraat ontfermt zich over haar, zonder dat het echter tot geslachtsgemeenschap komt. Hun omgang beperkt zich tot een dagelijkse wasbeurt die al snel een ritueel karakter krijgt. Hij besluit een kleine expeditie te ondernemen met een tweeledig doel: contact maken met de barbaren om te proberen de oude verhoudingen te herstellen, en tegelijkertijd het meisje terugbrengen naar haar eigen volk. Bij zijn terugkomst wordt de Magistraat op beschuldiging van heulen met de vijand gearresteerd door een officier van het Derde Bureau: Warrant Officer Mandel, die kort daarvoor met zijn posse is gearriveerd.

Nu wordt de ondervragingsterreur op hém toegepast en hij overleeft dit maar net. De bevolking keert zich van hem af; hij zou zijn overgelopen naar de barbaren en hen in gevaar hebben gebracht. Joll meldt zich weer en vertrekt met een flinke macht om de barbaren in dat deel van het grensgebied op te zoeken en te verslaan. Op andere plekken gebeurt hetzelfde: het is een gecoördineerde actie. De barbaren hebben zich echter ook aaneengesloten. In tijden van nood werken nomadische stammen samen, waarna ze hun eigen bestaan weer oppakken. Zo is het ook altijd in Afghanistan gegaan.

Joll keert maanden later terug met een handvol mannen. De vijand heeft een guerillaoorlog gevoerd met hit-and-run-acties, en iedereen is gesneuveld of zoekgeraakt. Daarna probeert de Magistraat het deel van de bevolking dat niet direct is gevlucht leiding te geven in het noodzakelijke planten en oogsten, zodat men tenminste kan overleven. Maar voortdurend heeft men de blik gericht op de bergen: nu zullen de barbaren zeker komen. Wie zomaar gaat porren in een wespennest nadat hij er eentje heeft gezien, roept onheil over zich af.

Club Guy & Roni

De enscenering komt voor rekening van Club Guy & Roni. De naam staat voor regisseur Guy Weizman en choreografe Roni Haver. De juniorafdeling, Poetic Disasters Club, levert een vijftal dansers die de rollen van Barbarians en Guards vertolken. De plaatselijke bevolking komt voor rekening van het koor Consensus Vocalis.

Weizman heeft de door het Empire gevoede angst voor de Barbarians aanschouwelijk gemaakt door middel van een bunkerachtige constructie op het toneel (ontworpen door Ascon De Nijs). Dat is een ingreep in het libretto, aangezien men zich juist in dit grensplaatsje normaal weinig zorgen maakt over de ‘barbaren’. Bewakingscamera’s houden die lui permanent in de gaten. Ze zijn voortdurend te zien op videoschermen tegen de achterwand: herhalende beelden van onbestemde aard, een flauwe hybride van een indianenkolonie en een zigeunerkamp. Als de Magistraat het meisje vertelt dat hij op jacht een groot hert in het vizier had maar niet kon schieten, krijgen we de rest van de avond bij voortduring dat hert te zien. Na de pauze zien we het meisje te midden van haar stamgenoten; ze wordt uitvoerig gevierd en krijgt een rolstoel. De barbaren worden hier iets te nadrukkelijk getoond als vriendelijke, blije mensen.

Een tweede ingreep is de casting van Joll door een vrouw: geen Hosenrolle, maar gewoon een vrouwelijke kolonel. Mezzo Charlotte Hellekant kweet zich goed van haar vocale taken, maar de regie liet haar veel te nonchalant acteren om de dreiging die van het Derde Bureau uitgaat te suggereren. Ze gaat zelfs bij de Magistraat op schoot zitten. Iets meer ‘Rosa Klebb’ in Jolls karakter was beslist op zijn plaats geweest.

Charlotte Hellekant als Joll. Foto: © Eduardus Lee.

Reflectie

Het werk kent meerdere tussenspelen die Dreamscapes worden genoemd. Ze fungeren als reflectiemomenten van de Magistraat en de dansers maken zijn gedachten zo goed als mogelijk aanschouwelijk, ondersteund door videobeelden.

De kostumering van Elke von Sivers is inventief. Opbollende jurken en pakken laten echo’s van Oskar Schlemmer klinken. De drie belangrijkste Guards zijn van top tot teen in Michelin-achtige zwarte pakken gehuld; alleen hun gezicht is te zien. Hellekant draagt een eenvoudige zwarte jurk. Het hoertje Star is over the top in haar kledij en acteren (haar normale werk is dat van keukenmeid).

Net als zang in het Nederlands klinken ook Engelse teksten al gauw een beetje lomp of houterig, en dit libretto staaft deze bewering. Er is vrijwel uitsluitend Sprechgesang, en dat had heel goed onderbroken kunnen worden door een paar korte dialogen om de voortgang te bespoedigen. Er moet immers wel het een en ander worden uitgelegd.

Gelukkig is de muziek van Glass minder eenvoudig en herhalend dan in zijn eerdere opera’s. Ik zou het zelfs sprankelend willen noemen, en dat houdt het geheel uitermate levendig. Suggesties van geweld en marteling worden ingehouden gepresenteerd, maar zijn niettegenstaande tamelijk heftig. Je ziet niet alles, maar weet dat het er hard aan toe gaat. Met name het zusje van de Barbarian Girl krijgt het zwaar te verduren. Ze staat model voor alle Barbarians die worden gemarteld, en haar stamina was ronduit onvoorstelbaar. Deze zware rol wordt vertolkt door danseres Nora Monsecour, een toegevoegde hoofdrol.

Nora Monsecour als zusje van de Barbarian Girl. Foto: © Eduardus Lee.

De Barbarian Girl wordt vertolkt door Lilian Farahani. Ook zij krijgt het acterend zwaarder dan vocaal, maar het Sprechgesang gaat haar goed af — al is dat niet haar favoriete genre, zo kreeg ik de indruk. Een absolute typecast is de boomlange bas-bariton Joe Chalmers als Mandel: uitstekende zang, goed bewegend en feitelijk het personage dat de impliciete dreiging van het Empire moet verbeelden, zeker nu Joll het laat afweten. De Cook wordt aardig gebracht door Tinka Pypker en haar dochter is een klein rolletje van Aimee Kearny. Kort geleden was ze nog de diva van DNOA, nu begint het harde leven van alle alumni. Dat geldt ook voor bariton Wessel Wirken, bariton Román Bordón als Guards. De derde Guard was tenor Sander de Jong. Taylor Burgess is heel kort te zien als Star, helaas een karikatuur. Fabian Homburg is de vader van de Barbarian Girl.

Dan D’Souza als de Magistraat en Lilian Farahani als Barbarian Girl, met Wessel Wirken, Román Bordón en Sander de Jong als de Guards. Foto: © Eduardus Lee.

En dan bariton Dan D’Souza als de Magistraat. Hij droeg de voorstelling, alle andere medewerkenden ten spijt. De regie geeft hem wat dwangneuroses mee, zoals het bij voortduring kammen van zijn haar, maar die moeten niet worden geïnterpreteerd als tekenen van onzekerheid. Hij is al sinds jaar en dag de koning van het stadje en kan naar believen over het vrouwvolk beschikken. De Magistraat is een klein radertje in het machtsapparaat van het Empire en kan zichzelf nooit geheel vrijpleiten van de schuld die het Empire door zijn bestaan op zich laadt. Hij vertegenwoordigt de zachte hand, Joll de harde. Maar van een volledige tegenstelling is geen sprake. De Magistraat ziet de nomaden evenzeer als barbaren, maar voor hem is het voldoende als ze zijn vestingstadje met rust laten. Pas de houding van Joll, iemand uit de hoofdstad, brengt hem ertoe het halfhartig voor die barbaren op te nemen. Hij is een meeloper, en daar kan je vaak heel oud mee worden.

Dirigent Alice Farnham gaf voortvarend leiding aan het prachtig musicerende Noord Nederlands Orkest. Samen lieten ze horen hoezeer Glass zich ontwikkeld heeft sinds zijn Einstein on the Beach en Satyagraha. Vloeiend en melodieus is het nog niet, maar de handeling wordt er door ondersteund en voortgestuwd, zonder dat het een moment gaat vervelen. Complimenten voor Alice en haar orkest. Mooie zang van het dertigkoppige koor Consensus Vocalis o.l.v Tom Primrose

Koorleden van Concensus Vocalis, danseres Nora Monsecour en ensemble in Waiting for the Barbarians. Foto: © Eduardus Lee.

De thema’s repressie, uitsluiting, kolonialisme en racisme waren in de tijd toen Coetzee dit boek schreef aan de orde van de dag in Zuid-Afrika. Het was een apartheidsstaat en daarvan leek het einde niet in zicht. Door die thema’s aan de orde te stellen in een andere context kon hij zich vrijer uiten dan wanneer het over de actuele situatie in zijn eigen land was gegaan. En juist die alternatieve context maakt het boek zo waardevol. Indertijd kon men er parallellen met de oorlog in Irak in herkennen: de ‘barbaren’ die met hun Weapons of Mass Destruction een gevaar voor de westerse wereld vormden. En in 2026 is er de oorlog met Iran waar Coetzee’s verhaal overheen gelegd kan worden. Alleen al daarom verdient Waiting for the Barbarians meer aandacht bij het hedendaagse publiek.

Waiting for the Barbarians is nog te zien in heel het land van 1 tm 31 oktober.

Verder kijken, luisteren en lezen

Regisseur Guy Weizman over Waiting for the Barbarians.

Korte documentaire over Waiting for the Barbarians.

De Nederlandse Reisopera en het Noord Nederlands Orkest ontvingen De Ovatie.

Peter Franken over To die for, een productie van De Nederlandse Reisopera eerder dit jaar.

 

Vorig artikel

Blau, utopisch muziektheater in MIR

Volgend artikel

Shani leidt zeer bevlogen Verdi Requiem

De auteur

Peter Franken

Peter Franken