Home » Achtergrond, Binnenkort

Pique Dame: Russisch verisme?

2 juni 2016 1 reactie

De Nationale Opera brengt op 9 juni in het kader van het Holland Festival een nieuwe productie van Pique Dame. In aanloop daarnaar belicht Peter Franken het verhaal en de achtergronden van Tjaikovski’s opera.

Campagnebeeld van Pique Dame bij De Nationale Opera. (© Petrovsky & Ramone)

Campagnebeeld van Pique Dame bij De Nationale Opera. (© Petrovsky & Ramone)

Pique Dame (schoppenvrouw) beleefde zijn première op 19 december 1890 in het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg en was aanvankelijk een groot succes. Het is Tsjaikovski’s voorlaatste opera; in 1892 volgde nog Iolanta.

Evenals bij Mazeppa en Jevgeni Onjegin is het libretto van Pique Dame gebaseerd op werk van Alexander Poesjkin, in dit geval geen gedicht, maar een kort verhaal, dat werd uitgegeven in 1834. Fromental Halévy (La dame de pique, 1850) en Franz von Suppé (Pique Dame, 1864) gingen Tsjaikovski voor.

Poesjkin concentreert zich in zijn verhaal op ongeremde inhaligheid en het schemergebied tussen schijn en werkelijkheid. De armlastige officier Hermann gebruikt Lisa, de jonge gezelschapsdame van de gravin, om met deze hoogbejaarde dame in contact te komen en haar het geheim van de drie kaarten te ontfutselen. Voor Lisa dus geen liefdesgeschiedenis en evenmin een tragisch einde; ze trouwt gewoon met een goede partij.

De geest van de gravin bezorgt Hermann het geheim, maar laat vervolgens zijn grote coupe aan de kaarttafel mislukken. Hermann eindigt in een krankzinnigengesticht. In de vorige productie van De Nationale Opera uit 1998, in de regie van Lev Dodin, werd hierop geduid door een ziekenhuisbed op het toneel te plaatsen en Hermann in pyjama te laten rondlopen.

Bij Tsjaikovski is Hermann weliswaar de hoofdfiguur, maar hij heeft de rol van Lisa flink uitgebreid. In zijn versie is er wel een liefdesgeschiedenis, evenals meerdere zelfmoorden. Verder is de handeling verplaatst van de negentiende eeuw naar het Rusland ten tijde van Catherina de Grote, de tweede helft van de achttiende eeuw.

Hermann

De opera draait om een officier van Duitse komaf, niet ongebruikelijk in het Rusland van die dagen. Deze Hermann is onbemiddeld, zelfs arm in de beleving van zijn collega’s. Hij is elke avond tot vroeg in de ochtend in het casino te vinden, maar gokt zelf nooit. Hij beperkt zich tot het bekijken van de spelers. Deze teruggetrokken man lijkt vrede te hebben met zijn leven.

Als Hermann op een dag Lisa, de kleindochter van de oude gravin, wandelend met haar grootmoeder in het oog krijgt, wordt hij op slag verliefd. Sindsdien is hij volledig van de kook. Hij realiseert zich dat zij onbereikbaar is en overweegt een einde aan zijn leven te maken. Als ook nog duidelijk wordt dat Lisa zich net verloofd heeft met vorst Jeletski, besluit Hermann een wanhoopspoging te ondernemen. Hij wil Lisa ontmoeten om zich bij haar bekend te maken en afscheid te nemen. Daarna zal hij uit het leven stappen.

Drie kaarten

Graaf Tomski is een kleinzoon van de gravin. Hij vertelt zijn vrienden over het geheim van de drie kaarten. Zijn grootmoeder, ooit een erkende schoonheid, vertoefde in haar jongere jaren aan het hof van Lodewijk XV en was daar niet van de kaarttafel weg te slaan. Op een kwade dag verloor ze haar gehele vermogen. Maar voor de prijs van een liefdesnacht ontving ze van graaf St. Germain het ‘geheim van de drie kaarten’.

Tsjaikovski in 1893.

Tsjaikovski in 1893.

Het verhaal gaat dat de gravin de volgende dag in drie spelen een groot fortuin wist te vergaren. Ze gaf het geheim vervolgens door aan haar echtgenoot en ook nog aan een jonge minnaar. Er rust echter een vloek op: de derde persoon die – brandend van liefde – haar het geheim weet te ontfutselen, zal worden gedood.

Hermann en Tomski’s overige vrienden doen het af als flauwekul. “Se non è vero, è ben trovato”, zegt Tsjekalinski. De naam Hermann (Gherman) lijkt overigens te verwijzen naar deze graaf St. Germain.

Lisa

Ondanks haar verloving met vorst Jeletski is Lisa niet erg gelukkig op de dag dat dit wordt bekendgemaakt. Ze heeft Hermann weer gezien en wordt gefascineerd maar ook beangstigd door zijn vreemde starende blik. Juist op het moment dat haar leven een voorlopig hoogtepunt bereikt, verliest ze elk gevoel van vreugde en is ze volledig van slag.

Als Hermann die avond via het balkon haar slaapkamer binnendringt, om haar zijn liefde te verklaren en voor altijd ‘afscheid te nemen’, stuurt ze hem weg. Hij dringt echter aan en wil tenminste even haar aandacht. Dan worden ze gestoord door grootmoeder, die Lisa naar bed stuurt.

Hermann, verstopt achter een gordijn, realiseert zich plotseling dat hij brandt van liefde en zodoende degene zou kunnen zijn die de gravin het geheim van de drie kaarten kan ontfutselen. Zijn verlangen naar Lisa wordt vanaf dat moment vermengd met het nog grotere verlangen om dat geheim aan de weet te komen. Hij doet er bij Lisa nog een schepje bovenop, totdat zij hem haar liefde verklaart.

Het is van belang om vast te stellen dat Hermann als een verliefde dwaas met zelfmoordneigingen bij Lisa binnendringt en als iemand die een mogelijke uitweg ziet het pand verlaat. Hun ontmoeting is het kantelpunt in de opera, het moment waarop het lot van beiden een beslissende wending neemt, korte tijd later eindigend in een dubbele zelfmoord.

De gravin

Als Hermann na een paar dagen opnieuw in haar huis binnendringt, treft hij niet Lisa, maar de oude gravin. Hij smeekt haar om het geheim te vertellen, ook als hij daarmee een vloek op zich zou nemen. Als ze niet reageert, bedreigt hij haar met een pistool, waardoor ze van schrik sterft.

Lisa beschuldigt hem ervan haar grootmoeder gedood te hebben en stuurt hem weg. Later heeft ze spijt en stuurt hem een brief waarin ze hem vraagt haar te ontmoeten aan de oever van de Newa. Intussen ziet Hermann de gravin in een visioen, die hem meedeelt ‘onder dwang’ te zijn gekomen om hem het geheim van de drie kaarten te openbaren, op voorwaarde dat hij met Lisa zal trouwen. In de juiste volgorde gespeeld zijn de volgende kaarten de garantie voor succes: drie, zeven, aas.

Als Hermann aan de Newa Lisa treft, wil hij haar meenemen naar de speeltafel. Zij realiseert zich dat hij nog slechts bezeten is van het kaartgeheim en allang niet meer de verliefde man is die alleen maar voor haar wenste te leven. Hij is een misdadiger, die haar grootmoeder heeft vermoord, haar verloving heeft verpest en niet meer om haar geeft. Als hij vertrokken is, springt Lisa in het ijskoude water.

Het eindspel

Het kaartgeheim heeft betrekking op het spel Faro, feitelijk gewoon gokken met kaarten. Alleen de waarde telt, niet de kleur. Een speler zet in op een bepaalde kaart, bijvoorbeeld een drie. Als de bank een drie van de stapel haalt, is dat een winnende inzet. Dat je met drie, zeven en aas gegarandeerd zou kunnen winnen, is op geen enkel wijze te rijmen met de regels van Faro. Het is dan ook een geheim waar een vervloeking aan is gekoppeld, het bovennatuurlijke aspect in Poesjkins verhaal.

Alexander Poesjkin op een schilderij van Kiprensky, 1827.

Alexander Poesjkin op een schilderij van Kiprensky, 1827.

Hermann wint met een drie, vervolgens met een zeven. Niemand wil nog tegen hem spelen, behalve Jeletski, die een rekening met hem te vereffenen heeft. Hermann zet in op de aas, maar de kaart blijkt op het beslissende moment te zijn veranderd in de schoppenvrouw. De kaart vertoont een hatelijke gelijkenis met de gravin. Nu alles verloren is, maakt ook Hermann een einde aan zijn leven.

Gelet op het moorddadige einde en de lagere sociale status van Hermann, zou je kunnen spreken van Russisch verisme. Poesjkin zal er niet wakker van hebben gelegen.

De opera

Tsjaikovski heeft in dit werk verschillend stijlen gehanteerd. Naast uiteraard zijn eigen idioom is er volksmuziek en ‘periodemuziek’ in de stijl van Mozart. Verder laat hij de oude gravin ‘Je crains de lui parler la nuit’ zingen, een aria afkomstig uit Richard Cœur-de-lion van André Grétry.

De gravin haalt hiermee herinneringen op aan haar tijd in Versailles, toen ze deze aria in aanwezigheid van Madame de Pompadour zong. Het werk uit 1784 past inderdaad in het tijdsbeeld, maar is toch een anachronisme, aangezien Pompadour al in 1764 overleed. Het gaat dan ook vooral om de tekst, waaruit angst spreekt. De gravin maakt zich zorgen over die vreemde man met zijn starende blik en voorvoelt dat hij haar lot zou kunnen beïnvloeden. Opmerkelijk genoeg heeft Hermann hetzelfde gevoel over de gravin.

Gelet op de overvloed aan materiaal – Russische en Franse geschiedenis, bovennatuurlijke gebeurtenissen, lotsbestemming, maniakale goklust, waanzin, etc – liggen de mogelijkheden voor een regisseur voor het oprapen. Alle gelegenheid voor Stefan Herheim om er bij De Nationale Opera een echte ‘Herheim’ van te maken.

Zie voor meer informatie over de productie in Amsterdam de website van De Nationale Opera.

door

1 reactie »

  • Leen Roetman zei:

    Voor meer informatie over de achtergronden van Schoppenvrouw zie het artikel van Paul Korenhof dat hij in 1991 heeft geschreven als programmatoelichting voor de uitvoering in de VARA-matinee. (opnieuw gepubliceerd op OpusKlassiek)

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.