Home » Achtergrond, Featured

Raoul Steffani over zijn eerste cd

Amsterdam12 oktober 2018 Geen reacties

Bariton Raoul Steffani zet een nieuwe stap in zijn carrière met zijn eerste cd, recent verschenen, waarvoor hij zelf zorgvuldig het repertoire uitzocht. Voor Deep in a dream koos Steffani jeugdige werken van Schumann, Grieg, Berg en Sibelius. Aan François van den Anker vertelde hij over de totstandkoming van het album.

Raoul Steffani: “Ik had carte blanche, dat is bij Challenge echt fantastisch.” (beeld Juan Carlos Villarroel)

De nog korte loopbaan van Raoul Steffani – de zanger is 26 – kwam al verschillende malen in een stroomversnelling. Het meest recente voorbeeld daarvan is de GrachtenfestivalPrijs 2018. Dankzij die prijs is de zanger tijdens de editie in 2019 artist in residence. Eerder dit jaar werd hem, samen met pianist Daan Boertien, de publieksprijs van de Dutch Classical Talent Award toegekend. Al in 2016 won hij het Grachtenfestival Conservatorium Concours en als nog jongere zanger werd hij eerste bij de zuidelijke editie van het Prinses Christina Concours.

Steffani wordt omringd door mensen die twee- of driemaal zo oud zijn als de bariton zelf. Zijn zangdocente is Margreet Honig, hij heeft een korte lijn met liedlegende Elly Ameling en voor de opname van zijn eerste cd nodigde hij pianist Gerold Huber (49) uit. En dan is veel publiek van liedrecitals ook nog van zekere leeftijd. Steffani relativeert meteen: “Ik zit echt niet alleen tussen oudere mensen. Vorig jaar heb ik de Dutch Classical Talent Tour gedaan en ik was verrast en vooral erg verheugd om te zien hoeveel jong publiek daarop afkwam. In ons programma hadden we bewust een aansprekend Engelstalig deel opgenomen, met werk van Nico Muhly. Mensen van mijn generatie spreken helaas steeds minder Duits.”

“Als Gerold Huber niet beschikbaar was geweest, had ik nog een paar jaar gewacht met mijn eerste cd”, vertelt Steffani in de koffiehoek van een Amsterdamse boekhandel. Hij drinkt verse gemberthee, goed voor zijn stem. “Gerold heeft zo’n veertig opnamen uitgebracht en won daar verschillende ECHO KLASSIK-awards en Grammy’s mee. Door zo iemand word je echt opgetild.”

Hoe merk je dat?
“Het bleek dat heel veel dingen als vanzelf gingen. We zaten op dezelfde lijn en hebben dezelfde smaak. We vonden een heel natuurlijke manier van werken, zonder lange discussies, in het moment.”

Huber is een autoriteit als liedbegeleider. Moest je je voegen naar zijn opvattingen?
“Absoluut niet. Hij is sympathiek en een echte vakman, die ook uit de ander iets weet te halen. Sommige stukken op de cd heeft hij al met tien andere zangers uitgevoerd en vaak ook opgenomen. Gerold is gul in de ruimte die hij geeft. In het begin moest ik even zoeken naar een manier om hem aan te spreken. Hij merkte dat en zei: ‘Zeg nou maar gewoon wat je wilt, dan doe ik dat ook en dan komen we samen tot een goed resultaat.’”

“Speciaal voor dit album hebben we een Bösendorfer Imperial laten aanrukken”

“Ik heb hem vorig jaar heel voorzichtig gepolst voor de cd. We zaten op zijn terras in München. Het programma stond voor een groot deel al vast, omdat we het al in meerdere concerten hadden uitgevoerd. Tot mijn grote vreugde zei hij meteen ja. Hij vindt het leuk om met jonge mensen te werken die bezeten zijn van lied, muziek en taal.”

De plaat is geproduceerd door Challenge Records. Kreeg je ruimte om zelf te kiezen?
“Ik had carte blanche, dat is bij Challenge echt fantastisch. Ze staan achter je, denken mee en helpen waar dat nodig is. Ik mocht zelf het programma voor de cd bepalen. Het zijn allemaal stukken die een rol speelden in het begin van mijn carrière en ook in het begin van de carrières van Grieg, Schumann, Sibelius en Berg. Toen ze die liederen componeerden, waren ze bijna allemaal tussen de 20 en 30, net als ik nu.”

Raoul Steffani: “Door iemand als Gerold Huber word je echt opgetild.”

“Voor de opnamen hadden we ruim vier dagen in de Westvestkerk in Schiedam. Het geluid is er fijn en de temperatuur constant, dat is goed voor mijn stem en voor het instrument dat Gerold bespeelde. Speciaal voor dit album hebben we een Bösendorfer Imperial laten aanrukken. Ik wilde dat graag omdat ik tijdens mijn studie in Wenen verliefd ben geworden op dat instrument. Berg is voor mij het hoogtepunt van de laatromantiek in Wenen en ook Grieg vraagt om een zangerige, subtiele kleur. Daarin zingt een Bösendorfer mee. Ik vond dat die bij deze stukken het meest tot zijn recht zou komen.”

Je speelt ook piano. Heb je de Bösendorfer even getest?
“Altijd! Voor een optreden speel ik vaak even op de piano, voor er publiek is. Maar ik ben geen concertpianist, je zult me niet in het openbaar horen spelen, althans niet klassiek. Als ik een ruimte wil testen voor de klank, zing ik meestal ‘Drömmen’ van Sibelius, dat ook op de cd staat. Het is een lekker begin om mijn stem op te warmen.”

Als je een cd van bijvoorbeeld Beyoncé draait, weet je hoe het met haar gaat, wat ze meemaakt en hoe haar huwelijk is. Wat kom ik van jou te weten als ik de cd beluister?
“Ik praat niet zo graag over mezelf, ik vertel liever iets met mijn muziek. Op de cd is het repertoire persoonlijk, jong, soms naïef en een tikje overenthousiast. Dat zijn de liederen en zo heb ik ze ook geprobeerd te zingen. Berg was pas begin twintig, nog jonger dan ik, toen hij de 4 Gesänge componeerde. In de liedteksten zit een enorme nieuwsgierigheid, die ik herken. Hij was benieuwd naar taal en naar kleuren met een heel intiem palet.”

De plaat is in het Duits en in het Zweeds. Lastig?
“Ik heb de Zweedse teksten zelf naar het Duits vertaald voor het booklet. Ik vind het belangrijk dat het publiek goed begrijpt waar het over gaat, ook in het Zweeds. In de Scandinavische muziek herken je veel, maar je weet nooit precies waar het over gaat. Als ik die liederen van Sibelius en Grieg zing, probeer ik dat mystieke in mijn stem te krijgen. Ik zie dan rook voor me, waar je doorheen moet kijken.”

En wat zie je voor je als je de Schumann-liederen zingt, met teksten als “Lieb’ Liebchen”?
“Ik zag bij de opname de bladmuziek voor me, haha! Ik verbind wat ik zing aan mezelf, maar wil dat de emotie bij de luisteraar wordt opgeroepen. Het zijn geweldige componisten, die de tekst zo toonzetten dat je de emotie bijna vanzelf voelt. Dat gaat heel erg via de klank. Luister maar naar een lied als ‘Zur Rosenzeit’.”

“Ik heb natuurlijk mijn eigen ervaring met de liefde. Ik heb relaties gehad die uitgingen en waar ik kapot van was. En ook als ik het zelf uitmaakte, was ik er kapot van. Berg en Grieg hebben in hun muziek een bijna onbewust verlangen naar iets wat je niet helemaal kunt thuisbrengen. Dat kan ik niet concreet verbinden aan een situatie voor mezelf, veel meer aan een gevoel of verlangen. Maar deze stukken passen bij me.”

Wat voor ervaring was het om een cd te maken?
“Gerold zei vooraf: ‘Je wordt van zo’n opname een andere musicus’, en hij had gelijk. Ik heb mezelf duizend keer heel hard en in de beste kwaliteit terug moeten luisteren. Ik had mijn eigen stem nog nooit op die manier gehoord. Dat is confronterend, maar ook leerzaam. Natuurlijk zijn er dingen waar je achteraf van denkt dat je het beter of anders had gekund, maar ik ben heel blij met de kleuren in de stem, de sfeer die Gerold en ik samen hebben opgeroepen, de fluwelen klank die je op de cd hoort. Ik heb de grens van de lichtheid opgezocht. En hier en daar mocht ik even uitpakken.”

Hoe heb je dat op de cd gekregen?
“We hebben gezocht naar een klankbeeld dat goed in evenwicht was met de vleugel, maar wel één met een direct geluid. Ik heb me daar veel mee bemoeid. Het opnameteam werd vast gek van me, maar ze bleven geduldig.”

“Hampson reageerde streng: ‘Ik verbied je om de komende tien jaar die partituur te kopen!’”

Zou je ook modern repertoire willen zingen, speciaal voor jou geschreven?
“Zeker. Het zou wel echt vocaal moeten zijn, geschreven voor een klassieke zangstem. Alleen met die klassieke basis zou ik het willen zingen, ik wil niet piepen of schreeuwen. En dan zouden het teksten van nu moeten zijn, want de gedichten van bijvoorbeeld Goethe en Heine zijn wat mij betreft al op de best mogelijke manier getoonzet. Ik denk daar weleens over na, maar het is nu nog te vroeg om er veel over te zeggen.”

Opera is in je agenda de laatste jaren karig bedeeld.
“Hoho, ik heb in de afgelopen tijd wel drie opera’s in de NTR ZaterdagMatinee gezongen en op 15 december sta ik weer in het Concertgebouw met drie rollen in A village Romeo and Juliet van Frederick Delius. Deze zomer zong ik Guglielmo in Così fan tutte tijdens de NJO Muziekzomer. Voor opera is in mijn studieperiode in Wenen de basis gelegd. Daar had ik acteerles, en zelfs schermen en walsen stonden daar op het programma.”

“Ik heb me de afgelopen tijd meer gericht op het lied en concerten, maar opera mag zeker niet achterblijven. En niet te vergeten operette! Weinig mensen weten dat ik al verschillende malen Von Eisenstein in Die Fledermaus heb gezongen. Ik hou daar heel erg van. Of ik Mandryka in Arabella van Strauss ooit zal zingen, durf ik niet te zeggen, maar dat vind ik een prachtige rol. Dat vertelde ik eens aan Thomas Hampson, bij wie ik een masterclass volgde. Hampson reageerde streng: ‘Ik verbied je om de komende tien jaar die partituur te kopen! Dat is veel te vroeg en te zwaar.’ Maar als ik me aan zijn advies zou houden, zo beloofde hij, krijg ik tegen die tijd zijn klavieruittreksel. Daar ga ik hem ooit wel aan herinneren.”

“In mijn jaren in Wenen heb ik ongelofelijk veel opera gezien. Al eerder zag ik er in de Staatsoper mijn eerste opera, Wagners Das Rheingold met dirigent Franz Welser-Möst. Ik vond op het laatste moment nog een staanplaats. Je staat daar op elkaar voor een soort rek. Ik was toen denk ik 14 of 15 jaar, dus ik zag erg weinig. Zo’n rol als van Wotan, dat vind ik geweldig. ‘Wotans Abschied’, dat draai ik graag in de auto.”

Kun je met jouw vak eigenlijk wel onbezonnen jong zijn, zoals die componisten van wie je muziek zingt?
“Ik reis veel en onderneem van alles, maar – en dat is braaf om te zeggen – het vak vraagt ook discipline. Ik ga de avond voor een concert niet op stap. Het is het me niet waard om dat op te geven, omdat ik per se eruit zou moeten. Maar ik wil niet zielig doen of saai. Een bakker moet ook vroeg op voor zijn werk. En ik krijg er zó veel voor terug met de muziek.”

De cd Deep in a dream is verschenen bij Challenge Classics. Het album wordt op 30 oktober gepresenteerd tijdens een recital in het Concertgebouw in Amsterdam. Meer informatie vindt u op de website van Raoul Steffani

door