Home » Headline, Operarecensie

Reuss’ Johannes: Bach met een glimlach

Rotterdam8 april 2017 3 reacties

De combinatie van het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam draagt dit jaar opnieuw bij aan de passietijd met de Johannes Passion van Bach. Vrijdagavond was in Rotterdam het eerste Nederlandse optreden van een tour die na Polen en Frankrijk nog naar Utrecht en Amsterdam leidt. Veel muziek maar weinig kleur, was de conclusie.

Daniel Reuss. (© Marco Borggreve)

Daniel Reuss. (© Marco Borggreve)

Kortgeleden werd de Britse tenor Mark Padmore gevraagd wat hij zou doen als hij een ‘superpower’ had. Zijn antwoord: “Alle opnamen van Bachs passies wissen. Het zou geweldig zijn als je die alleen live zou kunnen ervaren.”

Hoewel er nieuwe opnamen blijven verschijnen, biedt het enorme aanbod in Nederland deze vastentijd alle kansen om de Johannes Passion en de drie jaar jongere Matthäus van Bach in kerken en concertzalen mee te maken. Daar klinkt muziek die resoneert in de ruimte om je heen, die je tot in elk detail kunt horen en die recht voor je ogen en oren tot leven wordt gebracht. Misschien heeft Padmore wel gelijk.

Ook het Orkest van de Achttiende Eeuw levert zijn aandeel in de stroom concerten in de komende week. Na drie jaar is het orkest, samen met Cappella Amsterdam en opnieuw onder dirigent Daniel Reuss, weer in Nederlandse, een Poolse en twee Franse zalen te horen met de Johannes Passion. Net als in 2014 is solist André Morsch mee op reis als Pontius Pilates. Carolyn Sampson, geregeld gast van het orkest, zingt de sopraanpartijen en het jonge Nederlandse countertenortalent Daniël Elgersma zorgt voor de altpartijen.

De kern van de solistenbezetting werd vrijdag gevormd door Evangelist Thomas Walker, staand tussen links het orkest en rechts het koor. Hij was expressief, ging soms naar het randje van beheerste zang, maar gaf kleur en letterlijk verhaal aan de uitvoering. Met name in het tweede deel versnelde hij en werd zijn zang geprononceerd, daarmee accenten zettend die de uitvoering verder te vaak ontbeerde.

Bij dirigent Daniel Reuss zit de Christus meestal vooraan, midden op het podium. Het Duits van de Franse bariton Benoit Arnould was heel goed en zijn uitstraling onverstoorbaar en strak; ook als hij niet zong, maar onderwerp was van de zang van het koor en de solisten achter hem. Zijn Christus klonk niet activistisch, eerder bedachtzaam en berustend. Vocaal moet het lastig zijn om in die korte recitatieven – vaak maar een enkele zin, die nooit een aanloop krijgt – een klank te maken die past bij de rol. Arnould deed dat uitstekend. Hij is later dit jaar te zien in de rol van Aeneas in de opera van Purcell bij de Opéra Royal de Wallonie in Luik.

Sopraan Carolyn Sampson zat, vanaf mijn plaats, heel ver weg. Haar aria’s klonken fraai, maar dreigden samen met het orkestgeluid te verdrinken in de lastige akoestiek die de grote zaal van de Doelen voor deze muziek biedt.

Dat probleem was er ook in de eerste bijdrage van countertenor Daniel Elgersma. De balans met het orkest was weinig optimaal, maar zijn revanche in het tweede deel was glorieus: ‘Es ist vollbracht’, waarin het continuo met drie strijkers, de theorbe en het orgel een bescheiden achtergrond vormden voor zijn klare stem, was een hoogtepunt in de uitvoering.

André Morsch was in alle registers ijzersterk. (© Marco Borggreve)

André Morsch was in alle registers ijzersterk. (© Marco Borggreve)

Tenor Fernando Guimarães was invaller voor Stuart Jackson, die wegens ziekte moest afzeggen. Hij overtuigde niet erg. Een mogelijk gebrek aan repetitietijd was wellicht de oorzaak van de tempoproblemen tussen het orkest en de zanger.

Probleemloos ging dat in het tweede deel bij André Morsch. Zijn Pilates was fel, bijna grommend, getergd en vocaal krachtig en geprononceerd. Waar nogal wat doortekening in de uitvoering ontbrak, was Morsch in alle registers ijzersterk, met een goed geprojecteerd geluid.

Over koor en orkest valt vooral te zeggen dat beide tot de Nederlandse en internationale top behoren. Het Orkest van de Achttiende Eeuw is geweldig in Beethoven, spreekt veel mensen aan in Mozart – zeker in de serie opera’s, die later dit jaar wordt voortgezet met La clemenza di Tito – en is vaardig in Bach. Vaardig en wat vlak.

Cappella Amsterdam deed wat je mag verwachten van een topkoor: scherpe inzetten, hele precieze details, waarin de woorden het tempo stuurden, en een samenklank met het orkest die onnavolgbaar mooi was in het voorlaatste ‘Ruht wohl’.

Naar dat indrukwekkende ‘Ruht wohl’, dat oneindig door lijkt te gaan, was het een lange weg voor wie houdt van expressieve en kleurrijke Bach, met een aanzienlijke dosis dramatiek. Op dat punt liepen de wensen van de recensent en hetgeen Daniel Reuss te bieden had heel sterk uiteen. De boodschap in het openingskoor ‘Herr, unser Herrscher’ klonk als een terloopse mededeling, die een uitvoering opende die zich voortbewoog via de lijnen van de bladmuziek, maar in mijn oren kleur en impact ontbeerde.

Reuss dirigeert licht, met een glimlach die afstandelijk aandoet en een dirigeerstijl die veel aandacht geeft aan de tekst en het tempo, maar vrijwel geen accenten legt op plekken waar die wat mij betreft passen. De Bach die ik graag hoor, leeft op een andere planeet dan die waarmee Daniel Reuss een directe lijn heeft. Net als de vorige keren bleek die afstand onoverbrugbaar.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw, Cappella Amsterdam en de solisten reizen naar Gdansk, Lyon en Parijs voor ze op 12 april Utrecht en op 13 april Amsterdam aandoen. Het concert van 12 april wordt live uitgezonden in het Max Avondconcert op NPO Radio 4.

door

Johannes Passion
J.S. Bach

Uitgevoerd door: Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.
Solisten: Thomas Walker, André Morsch, Carolyn Sampson, Daniël Elgersma, Benoit Arnould, Fernando Guimarães.
Bezocht op 7 april 2017 in De Doelen - Rotterdam.

3 reacties »

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    In de bovenstaande tekst staat een opvallende historische onjuistheid. De Johannes dateert uit 1724 en de Matthaeus uit 1727. Er moet dus staan: de drie jaar oudere Matthaeus i.p.v. de drie jaar jongere.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Beste heer Dongelmans, als de jaartallen juist zijn is de Matthäus toch echt de jongste van de twee!

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Ja, je hebt gelijk. Verkeerd gelezen. Sorry.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.