Helstone in het Pand der Goden wat vreemd
Het was een wat vreemde voorstelling. Sympathiek. Persoonlijk ook. Maar vreemd. Helstone in Het Pand der Goden is een muziektheater-voorstelling van Mathieu Wijdeven voor Theater Rotterdam, over de totstandkoming van de opera Het Pand der Goden van Surinames eerste nationale componist Johannes Nicolaas Helstone. Hij werd als slaafgemaakte geboren in 1853 op plantage Berg en Dal, een jaar voordat de slavernij werd afgeschaft, toen zijn familie dus vrijkwam. De opera was eerder gepresenteerd in het O. Festival, en de officiële première vond plaats tijdens het Oerol Festival.Ik zag de voorstelling op 17 september in Studio Boekman van De Nationale Opera & Ballet.

De uitvoering van de hele opera in februari 2024 door het Concertgebouworkest onder Otto Tausk* had ik gemist. In Helstone in Het Pand der Goden wordt orkestmuziek gebruikt die naar ik aanneem uit de KCO-uitvoering stamt. Bij het begin van de voorstelling hoor je orkestmuziek die aangenaam hoogromantisch-Duits aandoet en die, ook al werd overal geschreven dat Helstone zich niet tot het Wagnerianisme liet bekeren, hier en daar toch fraai Meistersinger- en Lohengrin-achtig overkomt, op een Humperdinck-achtige manier; Engelbert Humperdinck (1854-1921) was ongeveer een tijdgenoot van Helstone . Daarmee was Helstone niet out of touch met zijn tijd, ook al was Strauss’ Salomé een jaar voor Helstones opera in première gegaan, in 1905, en loerden Schönberg en Strawinsky al om de hoek. Aangezien Helstone in 1894 cum laude was afgestudeerd aan het conservatorium van Leipzig is het niet onmogelijk dat Helstone ook in de Duitse contreien kan zijn opgevallen, ook al koos hij ervoor telkens na zijn studieperioden terug te gaan naar Paramaribo.

Brand
In zekere zin zou je zeggen had hij dat maar niet gedaan. Bij een brand in 1899 in Paramaribo gingen zijn archief en zijn tot dan toe gecomponeerde oeuvre verloren, net als zijn huis en zijn twee piano’s.
Maar de première van zijn opera Het Pand der Goden in 1906 in het gebouw van het toneelgezelschap Thalia in Paramaribo. Het werd een groot succes en zijn naam leeft daar tot vandaag voort, mede blijkens een monument dat ter ere van hem verrees.
Het verhaal, waarin de protagonist een aantal beproevingen met vuur moet doorstaan, werd bij de verlate Nederlandse première van twee jaar geleden om begrijpelijke redenen met de plot van Die Zauberflöte vergeleken. Ik ben benieuwd waar Helstone zijn librettomateriaal vandaan heeft, maar zelfs als hij het helemaal heeft verzonnen, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat hij is beïnvloed door Arabische of Perzische verhalen. De reizen, de schipbreuk, de familieverhoudingen, de namen van de protagonisten, het soort magische transformaties, is allemaal een beetje 1001-Nacht. Maar misschien preludeert het zelfs een beetje op het libretto van Die Frau ohne Schatten, een opera die ook niet van serieus Orientalisme vreemd is; met dien verstande dat de kinderwens in deze opera bestaat uit het krijgen van een mannelijke opvolger.
De scenografie van de dus uitermate succesvol verlopen Surinaamse opvoeringen in 1906 was in handen van G.G.T. Rustwijk, betovergrootvader van tekstschrijver, regisseur, mede-vormgever, acteur en incidenteel zanger in deze voorstelling, Mathieu Wijdevens.
Onduidelijk
Er zit een aantal niet helemaal begrijpelijke elementen in het geheel. Ok, waarom er twee piano’s op het toneel staan, waarvan één zwaar gehavend, wordt duidelijk als je hoort over de brand die Helstones huis met zijn twee piano’s verwoestte. De kapotte piano is net niet zo zwaar gehavend dat pianist Djuwa Mroivili er niet toch ook een paar aria’s door bariton Frank Dolphin Wong mee kon begeleiden. Op het andere instrument gaat het natuurlijk beter en daarop komt ook solopianomuziek van Helstone tot haar recht.

Maar er staan twee bioscoopstoelen op het toneel waarvan bij één de zitting op afstand bediend op en neer beweegt als een commentaarstem in dialoog gaat met Mathieu Wijdevens. Het waarom was mij niet duidelijk.
Ook niet helemaal helder is de functie van een tiental driekantige draaipilaren met twee spiegelende kanten en één die op zwartgeblakerd hout lijkt; ja, dat laatste symboliseert de brand, en de spiegels geven extra effect als de brand wordt uitgebeeld met behulp van effecten in de toneelbelichting. In de loop van de voorstelling zetten de spelers voorwerpen op de zuilen die met het verhaal te maken hebben, mini-weergaven van de hoogste bomen in de binnenlanden van Suriname, waar Helstone werd geboren (en door Hernhutters richting de professionele muziek werd geholpen), papieren modellen van de schepen waarmee hij naar Nederland voer en terug, godenbeeldjes.

Drama
Wat al met al wel goed overkomt: het drama in het artistieke leven van Helstone, de brand in zijn huis waarbij zijn archief en zijn tot dan toe gecomponeerde oeuvre verloren gingen, en wat deze musici met Helstone hebben, wiens leven ze enerzijds met distantie bekijken, vanwege het tijdsverloop en de weinige muziek die van hem is overgebleven, anderzijds omdat alle drie vanwege hun band met Suriname ook een band met Helstone hebben, wiens vijf meter hoge monument daar toch maar in Paramaribo staat. En wat ook goed overkomt is de betrokkenheid van de uitvoerenden bij Helstone, en dan niet alleen de betrokkenheid van Mathieu Wijdevens, de betovergrootvader van Helstones scenograaf in Paramaribo.

Verder kijken, luisteren en lezen
Videotrailer van Helstone In Het Pand der Goden.
Franz Straatman in Place de l’Opéra over Het Pand der Goden
NPOKlassiek opname van de opera in het Concertgebouw.
*Video van de uitvoering Helstone: het Pand der goden.