Home » Achtergrond

‘Geen complimenten maar contracten’

Amsterdam7 augustus 2013 2 reacties

Hoe voorkom je dat je een dure auditietrip maakt en uiteindelijk voor de portier staat te zingen? Hoe maak je keuzes als tien deskundigen je tien verschillende adviezen geven? Kortom: hoe zet je je carrière op de rails? Als het om talentontwikkeling gaat, is Hans Nieuwenhuis de man om naar te luisteren.

Hans Nieuwenhuis: "Google is de redding van de jonge zanger."

Hans Nieuwenhuis: “Google is de redding van de jonge zanger.”

Hans Nieuwenhuis nam in 2011 afscheid van de door hem opgerichte en sinds dit jaar wegbezuinigde Opera Studio Nederland. Bovendien bereikt hij eind dit jaar de pensioengerechtigde leeftijd. Toch zit hij absoluut niet stil, en is ook niet van plan om dat spoedig te doen.

Hij geeft over de hele wereld les, doet als regisseur nog een paar producties per seizoen, blijft zich met zijn in 2011 opgerichte Orfeo Foundation onverminderd voor jong talent inzetten en ziet ‘tussen de bedrijven door’ ook nog alles wat er in Nederland op operagebied te zien is. Hij kan simpelweg niet genoeg krijgen van de kunstvorm. “Artistieke cocaïne”, noemt hij het.

Dat hij zo kopje onder zou gaan in de operawereld leek aan het begin van zijn carrière onwaarschijnlijk. Hij groeide weliswaar op in een muziekminnende familie en ging al op zijn veertiende voor het eerste mee naar de opera – nota bene met zangers als Cristina Deutekom, Cora Canne Meijer en Henk Smit – maar hij vond er niks aan. “Stomvervelend”, vertelt hij. “Al in de pauze zei ik tegen mijn ouders: dit is niks voor mij.”

Nieuwenhuis ging rechten studeren en begon daarna een carrière als acteur, schrijver en toneelregisseur. Hij kwam pas weer in aanraking met opera toen hij in 1975 een baan als assistent-regisseur bij De Nederlandse Opera (toen nog Nederlandse Opera Stichting) probeerde te krijgen. Het was een nogal een onbezonnen sollicitatie – eigenlijk om zijn huis te kunnen financieren – maar wonder boven wonder kreeg hij de job. Directeur Hans de Roo vond het intrigerend dat een regisseur die de ballen verstand had van opera bij een operahuis wilde werken.

“Ik assisteerde in die tijd de wereldtop, maar had geen idee wie ze waren”, zegt Nieuwenhuis geamuseerd. Zo vertelt hij een prachtige anekdote over een productie van Il turco in Italia die hij in die beginjaren in Nice regisseerde. “De zangers zeiden op een gegeven moment: misschien kunnen we het beter omdraaien en kunnen wij ú wat over Rossini vertellen. Ze speelden toen iedere scène op vijf verschillende manieren voor. Ik moest zeggen wat ik de leukste variant vond. Weet je wie die zangers waren? Sesto Bruscantini en Paolo Montarsolo.”

In 1979 kreeg Nieuwenhuis de kans zijn eerste eigen operaproductie te regisseren bij DNO (The Old Maid and The Thief van Menotti). Toen begon ook hij in te zien dat operaregie een realistisch carrièreperspectief bood.

Inmiddels heeft hij zo’n beetje heel de wereld gezien als regisseur en zeker ook als docent/coach. Vele universiteiten en operastudio’s nodigen hem uit om met jonge zangers te werken.

In Nederland zette hij zich op dat gebied in via de Opera Studio Nederland, die hij in 1992 oprichtte om grote operatalenten na hun afstuderen op weg te helpen in de beroepspraktijk. Zo’n tachtig Nederlandse talenten werden door de studio getraind. Spraakmakende namen van de afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld Karin Strobos en Martijn Cornet.

YouTube-clip

Met zijn Orfeo Foundation, die hij na zijn afscheid van de Opera Studio oprichtte, zet Nieuwenhuis zijn werk met jonge talenten voort. Orfeo is een soort agentschap voor jonge talenten die nog geen agent hebben. Nieuwenhuis traint zangers in het doen van auditie, helpt hen aan goed video- en audiomateriaal om zichzelf te promoten, introduceert hen bij de juiste personen en geeft advies over carrièreplanning.

Bariton Iurii Samoilov is één van de grootste talenten die de Opera Studio Nederland voor de bezuinigingen nog voortbracht. Deze zomer doet hij een Young Singers Project in Salzburg en hij staat in de belangstelling van grote operahuizen, waaronder de Metropolitan Opera.

Bariton Iurii Samoilov is één van de grootste talenten die de Opera Studio Nederland voor de bezuinigingen nog voortbracht. Deze zomer doet hij een Young Singers Project in Salzburg en hij staat in de belangstelling van grote operahuizen, waaronder de Metropolitan Opera.

Een goede illustratie van het werk van de Foundation is de ‘summer course’ die het deze week in Frankrijk belegt, in samenwerking met L’Académie de la Roche d’Hys. Zeven zangers krijgen daar les van diverse operaexperts, met als resultaat een concreet auditielijstje met vijf aria’s, een YouTube-clip en een cd.

Die zeer praktische insteek is leidend in wat Nieuwenhuis doet. “Zangers krijgen enorm veel deskundigen op hun dak. Iedereen lijkt te weten wat ze wel of niet zouden moeten zingen, tot aan de schoonmaakster in de Scala toe. Maar ik ga niet zeggen: je moet dit of dat zingen. Ik heb geen kennel, ik ben er niet om zangers af te richten. Ik wil ze simpelweg bewust maken van wat ze zingen en waar ze zingen, en ze advies geven over praktische zaken.”

Weggegooid

Volgens Nieuwenhuis ontbreekt het jonge zangers, zeker in Europa, aan een duidelijk carrièreplan. “Ik heb in San Francisco Rolando Villazón en Anna Netrebko zien starten. Die hadden een carrièreplan: wat gaan we doen, waar gaan we het doen en hoe gaan we ervoor betalen. Heel duidelijk. Je hebt een plan van vijf jaar nodig om voet aan de grond te krijgen.”

In zo’n plan is het doen van auditie (de “magic five minutes”) zaak nummer één. Maar alleen al op dat gebied gaat er veel mis, zegt Nieuwenhuis. “Het gebeurt ongelofelijk vaak dat iemand auditie komt doen, maar dat er niemand aanwezig is die castingbeslissingen neemt. Daardoor is het mogelijk dat een zanger heel veel complimenten krijgt, maar daarna nooit meer wat terughoort. Als ik dan zo’n operahuis vraag waarom ze die auditie hielden, zeggen ze: de zanger wilde graag dat we naar hem luisterden… Mijn motto is: geen complimenten maar contracten.”

Door zulke ‘zinloze’ audities worden enorme bedragen weggegooid. En jonge zangers hebben vaak al zo weinig. Nieuwenhuis: “Neem een competitie als het Belvedere. Als je van ver komt, ben je toch al snel 2000 euro kwijt aan zo’n concours. Dat hebben zangers vaak niet, dus moeten ze het lenen. Zoiets kun je maar een paar keer per jaar doen. Ik heb dan ook met verbijstering gekeken naar wat er bijvoorbeeld uit Hongkong kwam. Die zangers hadden dat geld gewoon niet uit moeten geven.”

“Zangers moeten goed over dit soort keuzes nadenken, maar dat doen ze niet”, vervolgt hij. “Als je vijf minuten het internet op gaat, kun je weten waar je eigenlijk auditie gaat doen. Daarna kun je mij bellen en kan ik uitvinden of je voor de intendant zingt of niet. Op die manier kun je heel veel geld besparen.”

Google

Een ander probleem waar jonge zangers tegenaan lopen – maar waar ze zelf weinig aan kunnen doen – is dat veel casting directors niet systematisch bijhouden wie ze wanneer gehoord hebben. Als één van de weinigen heeft Nieuwenhuis een grote database met een paar duizend beoordelingen van zangers. Zo kan hij zo terugzien dat Eva-Maria Westbroek aan het begin van haar carrière maar liefst drie keer werd afgewezen.

Martijn Cornet en Karin Strobos volgden beiden de Opera Studio Nederland. Vanaf komend seizoen staan zij onder contract bij het Aalto-Musiktheater in Essen.

Martijn Cornet en Karin Strobos volgden beiden de Opera Studio Nederland. Vanaf komend seizoen staan zij onder contract bij het Aalto-Musiktheater in Essen (foto Strobos: Keke Keukelaar).

Veel casting directors hebben echter niet zulke lijsten en dus gaat een auditie het ene oor in en het andere uit. “Ik kan me voorstellen dat zangers daar gek van worden. Het maakt je soms echt wanhopig.”

Tegelijk kan een verkeerde aria of verkeerde rol je carrière wel breken. Nieuwenhuis staat daarom soms verbaasd te kijken hoe makkelijk jonge zangers aanbiedingen aannemen. “Als ik dan vraag wat ze van de rol weten, zeggen ze: dat zoek ik later wel uit. Dat moet je niet doen. Je kunt beter twee dagen nemen om de partituur te bekijken, uit te zoeken hoeveel repetitietijd er is, wie de dirigent is, wie de andere zangers zijn, enzovoort.”

Google is in dat opzicht de “redding van de jonge zanger”, meent Nieuwenhuis, die zelf erg computer-minded is. “Dankzij Google kun je alles vinden. Zo zei een zanger eens tegen me: ik zing wel Figaro, maar niet Guglielmo. Maar als hij even had gegoogled, had hij gezien dat beide rollen door dezelfde zanger werden gecreëerd. Zat Mozart er dan naast?”

“Nog zoiets: vis uit hoeveel stoelen een operahuis heeft. Als een huis met 2000 plaatsen je vraagt om Mimi te zingen, moet je dat niet doen. Maar in een theater met 600 plaatsen kun je het proberen.”

Tombola

De operawereld is een slangenkuil en om daar te overleven moet je weten wat je doet en waarom. Dat is in een notendop wat Nieuwenhuis jonge zangers probeert voor te houden. En zelfs dan is succes niet gegarandeerd. “Het is een tombola. Er is zo veel toeval en er zijn zo veel factoren die het verloop van iemands carrière kunnen beïnvloeden. Tot aan het krijgen van kinderen en een verkeerde vriend toe.”

Nieuwenhuis somt zonder moeite namen op van zangers waarvan iedereen dacht dat ze het helemaal gingen maken, maar die na een paar jaar volledig uit beeld verdwenen. En andersom: zangers die keer op keer afgewezen werden en nu de sterren van de hemel zingen. “Ik doe daarom geen voorspellingen.”

Terwijl het rad van fortuin draait, zijn er niettemin een aantal zaken die een jonge zanger wél kan plannen. Hen daarbij helpen is Nieuwenhuis’ passie. En als dat vervolgens op een mooie carrière uitloopt, zijn de emoties groot. “Toen Arnold Bezuyen debuteerde bij de Metropolitan Opera was ik na afloop in tranen. Dat was het resultaat van een traject van 15 jaar. Hetzelfde was het geval toen Karin Strobos mocht invallen in Der Rosenkavalier en dat fantastisch deed. Dan weet je: het is het allemaal waard. Alle moeite, alle ruzie, al het werk: het is het alles waard.”

Zie voor meer informatie over de Orfeo Foundation www.orfeofoundation.org.

door

2 reacties »

  • Wiebke Göetjes zei:

    “het is het allemaal waard. Alle moeite, alle ruzie, al het werk: het is het alles waard.”

  • Danielmclion zei:

    Tja, een goeie weergave van de feiten èn Hans’ woorden. Dat kan ik na 40 jaar wel zeggen! 😀 Wat ik wel wil toevoegen zijn de volgende feiten: in 1990 werd Hans opgestookt om opnieuw in navolging van Hans de Roo, een opera studio op te zetten. Niet door de minsten! Maar er was geen geld! Nou ja, ondergetekende had net geërfd en een proces gewonnen… Zo ontstond er een Internationaal Opera Centrum NL. Waar ik niet alleen mijn geld maar ook héél veel ” bloed, zweet en tranen ” in gestopt heb. Bloedende blaren van het het schrobben van de eerste accommodatie in de Elandstraat met daarbij heel veel zweet van het koken en lunches alsook bloemenboeketten maken voor de zangers. Oh, het bloed van het enveloppen likken en misselijk worden van het postzegelslikken terzijde dan. 🙂 Maar na 10 jaar was mijn geld op. Toen pas kwam er serieuze subsidie! En toen pas kwamen zogenaamde mecenassen in beeld: TV spelletjes en denksport bedenkers die met verkoop van de rechten multimiljonair geworden waren. De redding binnenboord! .??? Al na 1 jaar wist ik het: zo word je miljonair! En na 3 jaar leverde het eerst zelfs een (tijdelijke) echtscheiding op tussen hans en min, en vervolgens zelfs het “kaltstellen” van Hans. En ondertussen zongen de jonge zangers maar door op de Staetshuys Salons van de drukbezochte – door voorname, heel voorname, VVD coryfeeën die ooit de strippenkaart bedacht (tenminste, dat zei ze toch bij Sonja Barend) en waar men in Brussel maar niet vanaf raakt – en ING (kantoor!) bankiers die ff de zaken zouden regelen! Ja, natuurlijk, op geld en leuke jongens geilende nichten die in het wie-Kent-kwizz entourage al kl##r kwamen van hun aanwezigheid. En ja hoor, diezelfde LPF / PVV / VVD creaturen (of moet ik zeggen : medecreatoren?) stonden aan het bestuur van de voor hun in Opera Studio NL omgedoopte stichting die heláás wegbezuinigd werdt. En het resterende geld van circa € 65.000 ging naar het evenzo voorname overnemen van het Hans Gabór Belvedère zangersconcours voor 1 jaar (4 dagen dus). Nee, die operastudio was weggegooid geld. Vier dagen Belvedère in Amsterdam, dat is pas wat! Maar ze hebben gelijk hoor, ik als domme Belgische echtgenoot van Hans heb niets meer; zij zijn miljonairs geworden. Logischt toch?! 🙁

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.