AchtergrondFeatured

Column: Antony Hermus

Drie Nederlandse opera-artiesten verzorgen iedere maand een column op Place de l’Opera. In december: dirigent Antony Hermus over zijn bizarre voorbereiding op de première van La bohème in Dessau. Wat een debacle dreigde te worden, werd een première-wonder.

(Foto: Michael Kleinrensing)

‘O soave fanciulla…’ Dinsdag 8 november 2011, net na half tien. In mijn kantoor in de opera van Dessau vindt de wekelijkse vergadering met de Orchestervorstand plaats. De heren zitten nog maar net op hun stoel of daar rinkelt mijn nog net niet uitgeschakelde GSM: de chefdisponent…

,,Niet schrikken: Rodolfo 1 heeft zich ziek gemeld voor de komende week… Maar we bellen de dubbelzetting nu op, zodat je toch vandaag tijdens de orkest/toneelrepetities een Rodolfo hebt. Die moet dan ook de première zingen.”

Enigszins bezorgd, maar toch optimistisch probeer ik snel een paar onderwerpen met de Orchestervorstand te bespreken. Maar dat duurt niet lang: exact drie minuten later komt de chefdisponent mijn kantoor binnengerend. Paniek! Ook Rodolfo 2 zit bij de dokter…

De regisseur en de operndirektor zien er asgrauw uit. Tja, wat doe je dan als Generalmusikdirektor? Diep ademhalen, proberen rustig te blijven, tot minstens tien tellen en je afvragen of dit het moment is waarop je je toch beter tot het boeddhisme kunt bekeren… ,,Echt super, beide Rodolfo’s ziek, en vandaag hebben we de twee laatste orkest/toneelrepetities voor onze premiere van La bohème… Hoe gaan we dit oplossen?”

Voor vandaag een geweldige noodoplossing: Stefan en Wolfgang, onze geweldige repetitor en Studienleiter, zingen uit volle borst de heerlijke aria’s en ensembles uit deze fantastische opera. Maar hoe gaat het verder? En vooral: hoe gaan we de première redden?

Net voor de Bohème-repetities was ik aan het werk in het Franse Toulon, waar ik Gounods Faust gedirigeerd heb. Met de fantastische jonge Franse tenor Sébastien Guèze als Faust had ik een geweldige muzikale golflengte en we hadden een fantastische tijd. En zoals dat dan altijd gaat: na de cocktail-party van de laatste voorstelling vraag je elkaar ‘wat er dan hierna op de agenda staat’. Ik herinner me dat Sébastien toen iets mompelde over Lausanne en ik outte me natuurlijk als grote Bohème-freak.

Nadat we beiden al redelijk in het glaasje hadden gekeken, riep hij vol overtuiging: ,,Oh, als je Rodolfo ziek is, moet je bellen, ik ken die rol als mijn broekzak. Ik heb hem al overal gezongen, in Athene, Helsinki, La Fenice in Venetië, Rome, de Brusselse Munt, Tokio. En dat zeg ik niet alleen, dat meen ik ook!”

Na de beide horror-repetities zonder Rodolfo herinner ik me plotseling zijn woorden. Het zal toch niet? Velen zeggen het, maar als het puntje bij het paaltje komt, doen weinigen het. Zal ik hem bellen? Of heeft dat sowieso geen zin? Onder het motto ‘nee heb je, ja kun je krijgen’ besluit ik hem op te bellen, ’s avonds om elf uur… Met groot enthousiasme neemt hij de telefoon op. ,,Cher Antony, ca c’est bien, comment tu-va?”

Met eerlijke verslagenheid vertel ik hem over de situatie voor de Bohème-première in Dessau. Na een korte stilte aan de andere kant van de lijn volgt zijn spontane reactie. ,,Hmmm… eigenlijk heb ik veel andere afspraken en repetities deze week, dat wordt echt lastig. Maar ik ga kijken wat ik kan regelen, contact me morgenvroeg alsjeblieft nog een keer.”

En op woensdagochtend om 10.00 uur belt Sebastién zelf al op. ,,Geen zorgen, ik heb het allemaal al geregeld. Al mijn afspraken zijn verzet en ik neem vanmiddag het vliegtuig. Kan iemand me in Berlijn afhalen?”

Met stomheid geslagen heb ik de hoorn in de hand. Ongelooflijk. Een geweldige jonge tenor, die in operahuizen zingt die financieel veel meer te bieden hebben dan wij, die één van de ‘führende’ Rodolfo’s van het moment is en de rol in vele grote operahuizen heeft gezongen, zegt zonder voorbehoud toe om onze Bohème-première te redden. Volledig ontroerd over zijn enorme geste zit ik met tranen in mijn ogen. Niet te geloven dat iemand dit voor mij doet. ,,Antony, jij hebt me in Toulon ook zo geholpen, ik ben blij dat ik iets terug kan doen. Jij dirigeert deze première toch?”

De rest beleven we allemaal slechts nog in een roes. Sébastien wordt in Berlijn opgehaald en op donderdagochtend repeteert hij ongelooflijk fanatiek en volkomen ongecompliceerd de eerste en tweede akte scenisch met piano. Dit bevestigt me eens te meer mijn gewaagde statement dat je met ‘de werkelijk goede mensen nooit problemen hebt, de problemen beginnen altijd met de mindere goden…’

’s Avonds in de generale repetitie speelt en zingt hij de beide begin-akten vol overtuiging en alsof hij de regie al weken lang heeft gerepeteerd. Uit het orkest komen verheugde stemmen. ,,Wat een fantastische tenor, waar komt die nu vandaan?”

De derde en vierde akte worden tijdens de generale nog steeds gezongen door de Studienleiter en Mimi sterft nog steeds in de armen van de regieassistent… En op hun vrije dag voor de première komt het hele ensemble bij elkaar om de overgebleven aktes met Sebastién te repeteren.

Op 12 november geschiedt dan het ongelooflijke première-wonder. Zangers zingen en spelen om hun leven, het koor ageert met ongelooflijke Spielfreude en het orkest reageert met een ongelooflijke alertheid. Dat moeten ze ook, want in de laatste twee aktes hebben ze tot dan toe nog in nauwelijks een repetitie een Rodolfo gehoord. Iedereen helpt elkaar, luistert naar elkaar, reageert op elkaar en inspireert elkaar. En het publiek beloont alle artiesten met een staande ovatie van bijna een half uur!!!

Onbetwiste sterren van de avond: onze eigen Nederlandse Angelina Ruzzafante, die een betoverende Mimi zingt, en natuurlijk Sebastién Guèze. Samen worden ze door het voltallige publiek met orkaankracht toegejubeld. En terecht: wat zich op deze avond op de Dessauer Bühne af heeft gespeeld, is van wereldniveau.

Heel bijzonder… In een week als deze is me weer duidelijk geworden wat vriendschap betekent en wat een ongelooflijke schat het is als alle neuzen dezelfde kant opstaan en iedereen zo hard werkt voor dezelfde zaak! En… daarvoor ben ik ontzettend dankbaar!

Antony Hermus is sinds 2009 Generalmusikdirektor van het Anhaltisches Theater in Dessau, een functie die hij eerder bekleedde in Hagen. Hermus is daarnaast als gastdirigent bij tal van orkesten en gezelschappen te bewonderen. Zo leidde hij in Nederland producties bij Opera Zuid en de Nationale Reisopera. Zie www.antonyhermus.com.

Vorig artikel

Margiono geeft liedrecital in Muziekgebouw

Volgend artikel

Praagse musici zetten Glucks Ezio op cd

De auteur

Antony Hermus

Antony Hermus

2Reacties

  1. Basia Jaworski
    7 december 2011 at 12:25

    Sébastien Guèze was ook redder in nood drie jaar geleden in Amsterdam.
    Ooit schreef ik daarover:

    Dat de afzeggingen allerminst een ramp hoeven te betekenen werd op 8 november bewezen bij de uitvoering van Romeo & Juliette van Gounod. Na de afzeggingen van eerst Patrizia Ciofi en dan Matthew Polenzano, is het de casting directeur gelukt om op korte termijn twee fantastische vervangers te engageren: NINO MACHAIDZE, die de rol van Juliette al in Salzburg (als vervangster van Netrebko) heeft gezongen, en SÈBASTIEN GUÉZE. Hun verliefdheid spatte de bühne af, en aangezien niet alleen de beide hoofdrolvertolkers maar ook de rest van de cast zeer jong (en zeer goed) was, was de realiteit’s gehalte van het verhaal gewaarborgd. Stelletje opgewonden teenagers op een rij. De kleine rol van Tybalt werd gezongen door JOEL PRIETO, in 2008 winnaar van de Operalia. GIULIANO CARELLA zweepte het orkest tot ongekende hoogten

  2. Basia Jaworski
    7 december 2011 at 12:36

    Sébastien Guèze als Rodolfo, drie jaar geleden:

    http://www.youtube.com/watch?v=K4gsr2eaR78&feature=related