Home » Achtergrond, Featured, Nieuws, Operacast

Podcast: Hans Waege over zijn RPHO

Rotterdam25 april 2013 93 reacties

Sinds 2009 staat de Vlaming Hans Waege aan het roer van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPHO), een orkest dat niet alleen in het symfonische repertoire, maar ook in het operarepertoire een aardige staat van dienst heeft. Een gesprek met de algemeen directeur, over zijn achtergrond, de kracht van het orkest, opera, de plannen voor de toekomst en meer.

Hans Waege (foto: Marco Borggreve).

De afgelopen jaren werkte het RPHO met groot succes mee aan onder meer Turandot en Don Carlo bij De Nederlandse Opera. In september staat een eigen Fliegende Holländer op het programma.

Het RPHO is te horen op de allereerste complete operaopname in Nederland. Der Rosenkavalier werd in 1976 in de Rotterdamse Doelen opgenomen en vorig jaar op het eigen ‘Vintage Recordings’-label heruitgebracht.

Directeur Hans Waege vertelt graag over de kwaliteiten van zijn orkest en de ontwikkelingen bij het RPHO. Hij onthult de opmerkelijke cast van Der fliegende Holländer dat het orkest onder leiding van Yannick Nézet-Séguin in september zal uitvoeren. Het wordt Yannicks eerste Wagner-opera.

De concertante uitvoering wordt ‘ingekleurd’ door de Australische videokunstenaar Shaun Gladwell. De ‘Holländer’ is onderdeel van het programma van het komende Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival, het jaarlijkse evenement dat naar Valery Gergiev, de voorganger van Nézet-Séguin, is genoemd.

Het gespreksthema is opera, maar Hans Waege kan het niet laten om het bijzondere optreden van het Rotterdamse Philharmonisch Orkest in het Théâtre des Champs-Elysees te vermelden. Het orkest is dit seizoen ‘in residence’ bij het theater aan de chique Avenue Montaigne in Parijs. Niet alleen de Wagner-opera wordt daar gespeeld, het orkest voert er ook op 21 juni 2013 Le Sacre du printemps van Stravinsky uit. Het werk ging honderd jaar geleden in dat theater in première.

Kort daarna is het orkest onder leiding van Edward Gardner weer in Amsterdam te horen in de begeleiding van Death in Venice van Benjamin Britten bij De Nederlandse Opera.

U kunt zich gratis abonneren op de podcasts van Place de l’Opera in iTunes. Ga daarvoor naar de iTunes Store, kies ‘podcasts’ en zoek op ‘Place de l’Opera’. U kunt daar ook de oudere afleveringen beluisteren. Na een klik op ‘subscribe free’ bent u voortaan abonnee.

Play

door

93 reacties »

  • Gerard zei:

    Wat de heer Waege zegt over ‘zijn’ orkest zou in principe op elk ander orkest kunnen slaan, maar het zijn te verwachten uitspraken voor een directeur/manager. Een blik op het komende seizoensprogramma van het orkest en de conclusie kan alleen maar zijn dat het visieloos en fantasieloos is en dat het vooral uitblinkt in bekend, bekender en bekendst. Eigentijdse(re) klanken zijn aan de heer Waege nauwelijks besteed, pronken met zijn paradepaardje Nezet-Seguin destemeer; aan repertoire waarin dit orkest juist zou kunnen uitblinken wordt helaas voorbijgegaan, alsof er geen 20e eeuw heeft bestaan. Oh ja, Poulenc…die hebben we ook nog, maar dan moeten we wachten tot weer een seizoen later…

  • Maarten Brandt zei:

    Het orkest blinkt niet uit in originaliteit wat de programmering betreft. Het aanbod is dit seizoen volstrekt risicoloos en voorspelbaar. Dit betekent niets ten nadele van het spelniveau van het ensemble dat van de bovenste plank is. Maar het feit dat dit gezelschap komend seizoen geen noot Nederlandse muziek speelt, is niet minder dan een schandaal. Je zou bijna naar de actie Notenkraker verlangen, maar zoiets is natuurlijk onherhaalbaar. Het ligt natuurlijk ook aan Nezet-Seguin, die overal grossiert in voornamelijk saaie programma’s – zie het nieuwe seizoen van het Philadelphia Orchestra waarvan hij ook chef-dirigent is – en daarmee weinig artistieke moraal toont. Of, om Boulez aan te halen die terecht zegt dat de toonaangevende orkesten het goede voorbeeld moeten geven waar het de vernieuwing en verbreding van het repertoire aankomt; tja daar laat het Rotterdams Philharmonisch orkest helaas danig afweten.

  • Aart van der Wal zei:

    Zie Doodtij in de Maasstad: http://www.opusklassiek.nl/columns/mb02.htm en http://www.opusklassiek.nl/columns/mb03.htm

    Het is de hoogste tijd dat orkestdirecties, orkestcommissies en dirigeren inzien dat het traditionele symfonieorkest op termijn alleen overlevingskansen heeft als wordt afgestapt van het museale karakter van het symfonische repertoire dat in de abonnementsseries de boventoon voert. Er is geen sprake van vernieuwing en als het in folders en seizoensbrochures wel als zodanig wordt voorgesteld blijkt het niet meer te zijn dan een schaamlap.

    Het ontbreken van een vooruitstrevende, avontuurlijke programmering treft niet alleen het muziekleven in de Maasstad maar vindt zijn weerslag in de abonnementsseries van alle Nederlandse orkesten; zij het dat ons Nationale Boegbeeld, het Koninklijk Concertgebouworkest, gelukkig wel bereid is om ook in een krimpende economie en met teruglopende donaties het moderne repertoire althans nog enigszins te bedienen.

    Vooruitstrevend en avontuurlijk, dat zijn volgens mij de twee sleutelwoorden die het, wat de programmering betreft, toe doen. Daarin hoort een representatieve mix van het oude (en deels ook vertrouwde) en het nieuwe tot nieuwste. Het oude gaat dankzij het nieuwe (weer) meer leven, krijgt er een belangrijke dimensie bij, terwijl het nieuw(ste) dankzij het oude in een (veel) beter perspectief wordt gezet. Dan rekenen we tevens af met de onzin die overal wordt gepredikt dat de barokmuziek uitsluitend het domein van de daarin gespecialiseerde ensembles zou moeten zijn.

    Programmeren is een vak. Hoezeer dit wordt onderschat blijkt wel uit de programma’s zoals ons die al jarenlang worden voorgeschoteld. Een paar dagen geleden was daarvan een wel erg stuitend voorbeeld voorhanden: Mariss Jansons had van het jubilerend Concertgebouw carte blanche gekregen en was met de Wiener Philharmoniker present met een programma waar ik even van moest knipperen: TWEE Haydn-symfonieën (nr. 94 en 88), met daartussen geklemd Liszts Les Préludes (voor menigeen muziek die direct wordt geassocieerd als openingsfanfare van de Duitse Wochenschau in WO II), met als dessert de suite uit Bartóks Wonderbaarlijke mandarijn. Hoe verzin je dat?Jansons heb ik slechts zelden op een goede programmering kunnen betrappen, het is meestal een onsamenhangend beeld, een allegaartje, maar dit sloeg werkelijk alles. Een toporkest dat de meesten van ons alleen kennen van de cd of de tv laat je toch hier niet met zo’n zowel onsamenhangend als weinig pregnant programma optreden? Waarom niet zoiets virtuoos als Lutowslawski’s Concert voor orkest, zéér toegankelijk en bovendien in het Lutoslawski-jaar, voorafgegaan door Bergs Drei Orchesterstücke? Met na de pauze een groot virtuoos werk uit de laatromantiek? Haydn valt niet te onderschatten (veel dirigenten weten niets te maken van alleen al die fraaie langzame inleidingen), maar als carte blanche? En dan nog nota bene twee symfonieën op het programma?

    En wat te denken van het Gergiev-festival, gewijd aan de zee, maar zonder Otto Kettings Kom, over de zeeën? Grenst dat niet aan een demonstratie van minaching jegens een van onze grootste componisten? Maar wel ‘zee’ combineren met een Bruckner-symfonie…Geen zee in Opper-Oostenrijk te vinden, of ‘See’ in de betekenis van meer…. Dat soort van onbenulligheden trekt toch voldoende publiek, terwijl het recensentendom erover zwijgt als het graf. Ik heb over Jansons en Nézet-Séguins programmering nog geen negatief woord in de vaderlandse pers mogen vernemen. Zelfs niet over dat uiterst merkwaardige programma dat Jansons en de Weners enige dagen geleden presenteerden.

    Maar wie de moeite neemt om de programma’s na te pluizen die Jansons en Nézet-Séguin in en buiten Europa uitvoeren begrijpt alras dat zij niet in vooruitstrevend, avontuurlijk programmeren zijn geïnteresseerd. Zij geven alleen die stukken een kans waarmee zij zichzelf zo gunstig mogelijk kunnen etaleren. Wel de Zevende van Sjostakovitsj, maar niet de Zevende van Hartmann of Penderecki. Ach ja, waarom zou je niet in de vijver blijven vissen die de meeste vissen oplevert? Wie niet verder wil kijken dan de neus lang is, is niet echt geïnteresseerd in de toekomst van het symfonieorkest en daarmee het symfonische repertoire.

    Topdirigenten, topsolisten en toporkesten: hoeveel meerwaarde zouden zij niet kunnen leveren als ze bereid zijn het traditionele programmatische beeld achter zich te laten en met hun grote talenten veronachtzaamde, maar wel schitterende muziek, op de lessenaars te zetten. Wie durft wordt beloond, maar wie vasthoudt aan het oude en vertrouwde zal uiteindelijk de strijd om het toekomstige publiek niet winnen.

    Het is van een groteske treurigheid dat muziekliefhebbers op de cd zijn aangewezen om een symfonie van Rihm te horen. Een gotspe, met dank aan al die bekrompen, kleine denkers die als hun belangrijkste panorama de kassa’s voor zich zien. Tot ook die leeg blijven.

  • Leen Roetman zei:

    Gelukkig hebben we in Rotterdam Neil Wallace nog, hoofd programmering van de Doelen. Die durft het komend seizoen wel aan met liefst 5 Red Sofa series (actuele muziek), een serie ‘de Doelen Theatraal’ of het contracteren van het BBC Scottish Symphony Orchestra met een prachtig Britten programma op 2 juni http://www.dedoelen.nl/nl/concerten/agenda/3191/christine_rice_rebecca_evans_en_andrew_staples/bbc_scottish_symphony_orchestra/ Misschien kan Hans Waege eens met Neil Wallace praten?
    Of is het toch het ego of de (intellectuele) luiheid van de sterdirigenten die telkens weer hetzelfde repertoire willen spelen? Ik ben een grote fan van Yannick, wat hij dirigeert doet hij fantastisch, maar wat hij programmeert zo saai ….
    Inmiddels hebben we de Bohème in de Zaterdagmatinee achter de rug, in mijn ogen voor de Matinee ook een tamelijk verbijsterende keuze.

  • Antonio zei:

    Beste Leen, wat is er mis met La Boheme? OK, ik had ook liever de andere Boheme gehad. Of een minder bekende belcanto, maar in het kader van 40% modern, 40% barok is de resterende 20% voor de traditionele, klassieke, romantische en geliefde (opera) toch niet te veel van het goede? De percenten zijn “met de natte vinger”, dus ga nu niet tellen 🙂
    Overigens was de uitvoering meer dan prachtig – wat een Mimi!

  • Gerard zei:

    @Leen, Jurowski toont lef, die is niet bang dat de zaal leeg blijft, kennelijk heeft men daar meer verstand van marketing en hoe je niet al te bekende muziek interessant voor een publiek kan maken. Hans Waege benoemt naast Nezet-Seguin Jiri Behlalovek als vaste gastdirigent van het Rotterdams Phil, en laat hem dan Smetana’s Moldau dirigeert..echt, je verzint het niet.

  • Gerard zei:

    herstel:..laat hem dan Smetana’s Moldau dirigeren..

  • Thea Derks zei:

    Tja, het is inderdaad treurig gesteld met de zin voor avontuur van de meeste van onze vaderlandse orkesten. Maar ook internationaal is het over het algemeen huilen met de pet op. Nog altijd wil men cateren voor een algemene smaak, vanuit de gedachte dat ‘het publiek’ geen trek zou hebben in onbekende klanken. Het tegendeel wordt bewezen door de enorme belangstelling voor mijn cursus nieuwe muziek in het Muziekgebouw aan ’t IJ. – Mensen willen wel degelijk nieuwe paden verkennen, mits dit op een aantrekkelijke manier gebeurt en de uitvoeringen van hoge kwaliteit zijn. De symfonieorkesten/dirigenten graven met deze visieloze programmeing uiteindelijk hun eigen graf.

  • Thea Derks zei:

    Wat ik nog vergat: naast de ZaterdagMatinee brengt ook de Vrijdag van Vredenburg niet uitsluitend het IJzeren Repertoire, maar ook minder bekende werken en componisten. Helaas laat de pers deze omroepserie veelal links liggen! Volgend seizoen is er bijvoorbeeld aandacht voor Lutoslawski en Eötvös en is er een wereldpremière van Theo Loevendie.

    http://www.cultureelpersbureau.nl/2013/03/vrijdag-van-vredenburg-nog-een-seizoen-in-rode-doos/

  • Gerard zei:

    @Thea Derks: je reactie is me uit het hart gegrepen. Dat je schrijft dat mensen wel degelijk nieuwe paden willen verkennen kan ik nergens aantonen, alleen maar vermoeden, maar jij spreekt uit ervaring. Als nieuwe/eigentijdse muziek (blijf die term wat hokjesachtig vinden) op een spannende en prikkelende manier gepresenteerd wordt komt dat publiek uiteindelijk echt wel, alleen zal door de laksheid en de visieloze programmering bij een aantal symfonieorkesten het zijn tijd nodig hebben om een publiek dat alleen maar gewend is het overbekende te horen weer op te voeden, maar daar hebben de heren ego-dirigenten en managers niet zo’n zin in. Een grote groep eigentijdse componisten valt nu tussen wal en schip, zelfs de bekende eigentijdse componisten, die briljante werken hebben geschreven, komen nauwelijks nog aan bod, dat kost meer repetitietijd dan een Beethoven symfonie. En Beethoven, Brahms en Mahler scoren nu eenmaal makkelijker dan Lutoslawski en Messiaen (althans, dat idee leeft in de hoofden van de heren en dames die de programma’s samenstellen). Bruno Maderna bv schreef prachtige muziek, maar hoor je dat ooit nog? Gelukkig zijn er op kleine schaal gelukkig nog wel interessante concerten en initiatieven. Maar het Residentieorkest maakt zich gelukkig wel meer hard voor eigentijdse muziek (11 mei, Reinbert de Leeuw!). Maar in Rotterdam kunnen we het voorlopig vergeten, vrees ik. De vraag is vooral: hoe doorbeek je zo’n impasse? Demonstreren (zonder tomaten), commotie maken tijdens een concert, pamfletten uitdelen??…Maar excuus, dit is een operamagazine, dus ik doe er het zwijgen toe

  • Gerard zei:

    @Thea: sja de muziekpers…stelt dat nog iets voor in Nederland, dat wordt een marginaal verschijnsel, het zou mooi zijn als er eens een goed artikel wordt geschreven over bv de beroerde programmering van met name het orkest in Rotterdam.

  • Antonio zei:

    Maar Gerard – je wordt op je wenken bedient! Hier, op deze operasite wordt er wel degelijk over geschrijven, en hoe!

  • Gerard zei:

    @Antonio: daar heb je gelijk in, het operamagazine.nl en opusklassiek.nl zijn zo’n beetje de enige inspirerende sites die interessant zijn en ook kritisch durven zijn! En waar ruimte is voor (verhitte) discussies

  • Maarten Brandt zei:

    Waar het wezenlijk om gaat is dat er geen inhoudelijk beklijvend debat over deze kwestie in ons land bestaat. Als we over orkesten praten, dan naar aanleiding van bezuinigingen – waar ik absoluut niet voor ben, maar dat is weer een ander verhaal – en dan gaat het altijd over al het andere dan waar het over zou moeten gaan: het repertoire, hoe dat te verbreden en aan te bieden. Mensen als Hans Waege, en hij is representatief voor vele anderen in binnen- en buitenland, beseffen niet dat hun kortzichtige beleid wellicht op de korte termijn enig soelaas lijkt te bieden, maar op de langere termijn onherroepelijk zal leiden tot het einde van de symfonische cultuur. De echte traditie, denk aan wat Boulez hierover heeft gezegd, is per definitie die van de vernieuwing: Monteverdi, Bach, Haydn, Mozart, Beethoven, Berlioz, Wagner, Mahler, Debussy, Schoenberg, Webern, Varese, Boulez etc. Dat is in wezen een lijn, alleen het publiek ziet dat niet meer dankzij de leugenachtige wijze waarop onze managers, onze Waege’s, de zaak aan de man brengen. Op een wijze die compleet is verstoken van onverschillig welke artistieke moraal. Hiermee wil ik niet de problemen bagatelliseren waarmee de orkesten vandaag de dag hebben te maken, maar wel onderstrepen dat die managers uit een notoire artistieke luiheid die problemen misbruiken om inhoudelijk vooral maar niets te hoeven doen. het resultaat is dat het aan te bieden repertoire met de dag slinkt tot een aantal ijzeren paradepaarden, bedoeld om het ego van een aantal jetset-dirigenten mee op te vijzelen. Met tomaten en knijpkikkers bereiken we niets. Er moet een inhoudelijk debat komen, waarbij slechts een belang vooropstaat: het waarborgen en op hoog niveau continueren van een rijke symfonische cultuur, een cultuur die enkele jaren geleden door Kees Vlaardingerbroek – artistiek leider van de NTR Zaterdagmatinee – terecht is vergeleken met die van de Kathedralenbouw in onze westerse wereld.

  • Maarten Brandt zei:

    Er ontbrak nog wat in mijn vorige reactie “De echte traditie is per definitie die van de vernieuwing…” etc.

  • Leen Roetman zei:

    Binnenkort in Keulen http://www.koelner-philharmonie.de/veranstaltung/109221/

  • Antonio zei:

    Zo avontuurlijk is het ook alweer niet, hoor!
    In Amsterdam hebben we de AAA serie van het Concertgebouw, de Matinee brengt ons genoeg premieres en we hebben ook nog eens Muziekgebouw aan het IJ.
    Ik kom zelden naar Rotterdam, maar in Amsterdam heb ik werkelijk niets te klagen!
    Nog even en dan begint Holland Festival, met de nieuwe opera van Francesconi. Het aanbod is zeer gevarieerd, met als hoogtepunt (voor mij) The Death in Venice. Alleen als je van Puccini, belcanto en verismo houdt, alleen dan trek je aan het kortste eind.

  • Laura zei:

    Ach, het Rpho kan wellicht wat meer de sandwichformule hanteren (iets eigentijds voor de pauze, en een gevestigde klassieker na de pauze), maar om nou te klagen over het gebrek aan eigentijdse muziek in Nederland lijkt me behoorlijk overdreven. In Amsterdam is er haast geen ontkomen aan…

  • Leen Roetman zei:

    Het gaat om de grote en toonaangevende orkesten.
    Wat ik opmerkelijk vind: wat in London en Keulen kan, kan in Amsterdam alleen bij het KCO in een aparte serie AAA en in Rotterdam helemaal niet.
    Jansons dirigeert het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in Amsterdam met uitgemolken repertoire (Prokofiev en Sjostakovitsj), Salonen dirigeert hetzelfde orkest in Keulen met een creatief programma.
    Het London Philharmonic heeft met Jurowski een chef dirigent met inventiviteit en visie. Jansons en Yannick lijken die interesse en nieuwsgierigheid niet te hebben.
    Wat we nodig hebben zijn artistiek leiders als Jan Zekveld of Kees Vlaardingerbroek, en dirigenten als Salonen en Jurowksi. Zij kunnen een doordacht en creatief programma bedenken.

  • Antonio zei:

    Leen, sorry – maar nu snap ik je even niet.
    Je denkt toch niet dat het in Londen een dagelijkse kost is? Het gebeurde in het kader van “and the rest is noice” festival.
    In Amsterdam is – precies zoals Laura al zei – meer modern dan mensen lief is. Kees van Vlaardingenbroek is, voor zover ik weet, nog steeds de baas van de Matinee???? Hoe kan je hem dan missen?
    Het programma in Koln van Salonen is, zoals ik al zei, helemaal zo vooruitstrevend niet. Bartok? Hindemith? Bijna honderd jaar oud! Net zo uitgemolken als Prokofjeff en Sjostakovitsh.
    Concertgebouworkest speelt meer modern dan welke orkest ter wereld dan ook.
    En dan heb ik het niet eens over Leo Smit stichting!

    Nee, wat wij in Amsterdam missen is …. afijn, ik ga me niet herhalen. Het feit is dat je hier van alles kan horen, behalve – Andrea Chenier? La Gioconda? L’Amico Frits? Il Trittico? La Straniera? Les Huguenots? La Forza del Destino? Stiffelio? En waar blijven de andere opera’s van Korngold? Zemlinski? Waar is Dvorak en Moniuszko? Waar zijn de Amerikanen? The Streetcar? Susannah? Konsul? Dead man walking? Waarom hebben we nog nooit Palestrina gehad? Opera’s van Schubert in plaats van voor de derde of de vierde keer keer Fidelio?
    Nee, aan de moderne muziek geen gebrek in Amsterdam, al geef ik toe, dat het zeer selectief is: Amerikanen (op Adams en Glass na) worden straal voorbij gelopen.

  • Leen Roetman zei:

    @het programma in Keulen of London: kom er eens om bij het RphO!
    @Ja, ik mis een artistiek leider van het kaliber Zekveld, Vlaardingerbroek bij het RphO.
    @enig idee hoe lang het Rest is Noise Festival in London duurt? Een jaar lang!
    @het KCO brengt met de AAA serie boeiende concerten maar wordt gescheiden gepresenteerd, blijkbaar is het het een of het ander: Jansons doet Bruckner, Mahler en Strauss voor de hoogbejaarden in de B-serie, en in de AAA serie bedient men de toch al in nieuwe(re) muziek geïnteresseerden. Blijkbaar mag het niet samengaan.
    @ ja ook aan het operarepertoire ontbreekt van alles

  • Gerard zei:

    Ik woon in de regio Delft-Den Haag-Rotterdam, en het moet wel heel bijzonder zijn wil ik richting Amsterdam gaan met het OV, veel gedoe met die tram en trein, dat wordt uiteindelijk een erg dure avond, en je vaak ook nog eens erg laat thuis als het tegen zit. Het zou gewoon fijn zijn als de balans in Rotterdam van bekend en onbekend meer in evenwicht wordt gebracht; stel naast Yannick een vlotte en doortastende gastdirigent aan die van wanten weet op dat gebied, en die een publiek enthousiast weet te maken voor onbekendere muziek. Zo ingewikkeld kan dat toch niet zijn? Maar de heer Waege geeft weinig blijk van repertoirekennis, als hoogte doel is voor hem de aankondiging van een werk van Poulenc in een volgend seizoen. Als je zijn LinkedIn profiel leest snap je ook een beetje waarom…

  • Gerard zei:

    moet zijn: en je bent vaak ook nog eens erg laat thuis als het tegen zit.

  • Antonio zei:

    Beste Leen,
    ik denk dat je niet zo vaak in Amsterdam bent, want anders zou je het beter weten.
    Soms is het gescheiden, soms een sandwich – maar er is voor een ieder wat wils. Ik wil de dag echt niet meemaken dat ik gedwongen word om _alleen maar_ naar de nieuwe en moderne stukken te luisteren!
    Zal ik je een geheim verklappen (ik weet het, want ik ben oud en heb veel mee gemaakt): zonder geschiedenis geen vooruitgang!
    Als je in Amsterdam (ja, ook – en missschien juist! bij het Concertgebouworkest) beklaagt dan ben je niet goed wijs. Sorry, maar dat is zo.
    Ik wil de dag echt niet meemaken dat ik alleen maar nieuwe stukken te horen krijg en voor de “standaard” richting opnamen wordt gewezen.

    Benjamin Britten in 1970:
    ‘My real worry about some of today’s young is their denial of the past. Whether we like it or not, we are all children of our fathers and I’m not going to dislike Mozart or Schubert or Bach for anyone’.

  • Antonio zei:

    sorry voor de vele tik fouten. Ik werd een beetje emotioneel.
    Dat heb je met de bejaarde Italianen.

  • Leen Roetman zei:

    @Antonio: ik wil helemaal niet alleen maar nieuwe stukken horen! Ik wil alleen niet iedere keer hetzelfde horen. Ik wil verbreding van het repertoire. Dat wil jij toch ook met opera? En dat wil ik niet geschieden gepresenteerd krijgen. Wat Maarten Brandt terecht zegt: de traditie is een lijn van vernieuwing, en die lijn is door de programmering van de symfonie-orkesten onzichtbaar geworden.

  • Marius zei:

    Interessante reacties!
    Ik moet echter wel even met de ogen knipperen. Natuurlijk is de programmering van het RphO oersaai (net zoals die van het KCO en RFO. Alleen het Residentie Orkest heeft een naam hierin te verliezen, wat ze dan ook spoedig gaan doen vrees ik) Maar toch lees ik zo snel niet dat er volgend seizoen in Rotterdam drie premières plaatsvinden, namelijk een wereldpremière van het pianoconcert van Turnage en twee Nederlandse premières. (Let me tell you van Abrahamsen-met Barbara Hannigan-en het hoboconcert van MacMillan). Ook is er aandacht voor de Franse grootheid Dutilleux.
    Maar nb volgende week vindt er in Rotterdam de wereldpremière plaats van het contrabasconcert van Paul van Brugge. Nog eens Nederlandse muziek ook……Ik kan me overigens nog herinneren dat zelfs Gergiev zich eens waagde aan de vierde van Vermeulen, maar dat is lang geleden. Maar het gaat om de feiten, en ik denk dat die niet altijd worden ingezien, om welke reden dan ook.
    Onlangs nog heb ik Maarten Brandt, toen hij lamenteerde over het gebrek aan aandacht voor K.A. Hartmann, gewezen op de aandacht die het RphO hier enige seizoenen geleden aan besteedde. Ze speelden toen ondermeer zijn 1-e, 3-e, 6-e en 7-e symfonie. Ook het Kleines Konzert is toen uitgevoerd. Overigens heb ik grote bewondering voor Brandt en deel ik zijn mening vrijwel altijd.

  • Marius zei:

    En nu vergeet ik nota bene nog het celloconcert van Robin de Raaff dat op 16 mei zijn première beleeft in de Doelen….

  • Antonio zei:

    Over Hartmann gesproken: dit seizoen werd een hele Hartmann serie geprogrammeerd bij ZaterdagMatinee!In één seizoen werden minstens acht van zijn werken uitgevoerd, inclusief zijn opera Simplicius Simplicissimus.
    In de hele discussie wordt aan nog één ding voorbijgegaan: aan de jonge generatie. Ook zij hebben recht om hun Mozart’s, Beethoven’s en Schubert’s voor het eerst horen.

  • Maarten Brandt zei:

    Waar het om gaat is niet dat er zo nu en dan en al dan niet iets buiten de orde gebeurt, het gaat om de wijze waarop dit geschiedt. Namelijk dat het doorgaans uitzonderingen zijn in de zin van ‘ok het moet’ maar dan zo snel mogelijk ‘back to normal’. De conclusie is en blijft wat mij betreft dat er geen overtuiging spreekt uit het beleid bij verreweg de meeste orkesten in binnen- en buitenland. En wat het KCO betreft: eens, ze doen relatief het meeste nieuwe en onbekende repertoire van de landelijke orkesten, zoals het Noord Nederlands Orkest dit doet dankzij Marcel Mandos (naast Kees Vlaardingerbroek en Jan Zekveld zeker een naam om in de oren te knopen). Maar toen het KCO nog geen KCO was maar gewoon CO – en nu heb ik het over de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – kwam men in de B-serie met de regelmaat van de klok programma’s tegen die men nu gemiddeld in de AAA-serie aantreft. Ik heb het nu over de tijd waarin wijlen Marius Flothuis artistiek directeur van het Concertgebouworkest was en stukken als de Eerste en de Achtste van Hartmann, Lontano van Ligeti, de Eerste en de Zevende van Vermeulen, de Funf Orchesterstucke van Schoenberg, de Drei Orchesterstucke van Berg, werken van lutoslawski, Carter, Henze, (Otto) Ketting en wie al niet (deze lijst kan ad nausiam worden uitgebreid)broederlijk werden verenigd met het standaardrepertoire. Dirigenten als Hans Rosbaud, Pierre Boulez, Ernest Bour en Bruno Maderna waren er regelmatig te gast, naast de toenmalige chef Bernard Haitink, die zich overigens al evenmin onbetuigd liet in twintigste eeuws repertoire, waaronder Bergs Altenberglieder, Ligeti’s Lontano, Schoenbergs monodrama Erwartung, Pijpers Tweede symfonie en (Otto) Kettings Eerste symfonie (en in 1979 – na Flothuis’ periode)en diens Symfonie voor Saxofoons en orkest. Let wel, en dit allemaal grotendeels voor de Actie Notenkraker in 1969! Wat deze actie met terugwerkende kracht er alleen maar merkwaardiger op maakt. Stel dat de orkesten nu stuk voor stuk zo zouden programmeren als in de era Flothuis; dat zou niet minder dan een gigantische revolutie betekenen. Zo ver zijn we anno 2013 afgezakt. Treurig, treurig.

  • J. Froberger zei:

    De beweringen dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest orginaliteit ontbeert, vind ik bedenkelijk.
    Het Rpho is van oudsher een avontuurlijk orkest. Flipse “deed” al premières van Roussel. En een vlugge greep in mijn platenkast versterkt alleen maar mijn gevoelens: van de Sinfonia van Keuris tot de Time Machine van Ketting; van de symfonieën van Pijper tot de Incantations van Loevendie; van de Follia van Klaas de Vries tot Abschied van Reinbert de Leeuw enzv. (Abschied is volgens mij helaas nooit op cd uitgebracht, maar dat terzijde).
    Ook herinner ik me nog zeer levendig een magistraal concert met Simon Rattle, die de eerste van Mahler naast de Notations van Boulez zette. Werkte fenomenaal uit!
    Maar dat is allemaal historie, zult u zeggen. Nou, binnenkort vinden twee wereldpremières plaats van Nederlandse composities IN 1 WEEK TIJD, nl het contrabasconcert van Paul van Brugge en het celloconcert van Robin de Raaff. Aantal reacties terug reeds genoemd. Toch tamelijk opwindend!
    Ik moet echter oppassen dat ik geen = teken plaats tussen avontuurlijkheid en hedendaagse composities. Persoonlijk zou ik het zeer avontuurlijk vinden als bijvoorbeeld de zesde symfonie van Myaskovsky of de derde van Arnold Bax eens werden geprogrammeerd. Maar die (reeds lang geleden overleden) componisten zijn hier volstrekt kansloos.

  • Leen Roetman zei:

    @Froberger: op die wereldpremières moet je wel een heel seizoen wachten….The good old days, hoeveel onbekend, avontuurlijk en/of nieuw werk heeft Gergiev niet in Rotterdam gedirigeerd, vooral op zijn Festival. Die tijden lijken voorbij.
    Ik vind het een beetje jammer dat Yannick in het nieuwe seizoen met de bekende werken komt: een Vuurvogel, een Alpensinfonie, Shéhérazade, Mahler, Verdi’s Requiem. (Turnage en Abrahamsen zijn daarbij zeker opwindend. ) Overigens dirigeert Yannick In zijn 5e seizoen als chef dirigent in Rotterdam nog maar bar weinig (5 verschillende concerten). Jurowksi bindt zich nog geheel als chef dirigent aan zijn LPO door liefst 13 verschillende concerten te dirigeren en met wat voor programma! http://www.lpo.co.uk/media/seasonbrochure1314.html Zo kan het dus ook.

  • Gerard zei:

    Waege zegt: ..het orkest zijn internationale potentie laten waar maken… Met welke doel is dit? Om een toernee te maken met de 3e van Beethoven op het programma zonder enig nederlands werk (zoals men vroeger vrijwel altijd deed als een orkest op toernee ging), laat je zo horen wat een orkest waard is??

  • Antonio zei:

    Gerard – je hebt een punt. Daar ben ik het helemaal mee eens.

  • Maarten Brandt zei:

    Haitink en het Concertgebouworkest namen ooit Heppeners Eglogues en Keuris’ Movements op tournee door het buitenland mee. Meneer Waege waar blijft u?

  • Maarten Brandt zei:

    En ook buitenlandse dirigenten voerden Nederlandse muziek met het Concertgebouworkest uit: Kirill Kondrashin (Pijper: Zes adagios – Diepenbrock: Elektra-suite), Eugen Jochum (Kox: Tweede symfonie – Heppener: Derivazioni), Riccardo Chailly (Escher: Concert voor strijkers), Colin Davis (Schat: Eerste symfonie, n.b.: de wereldpremière).
    Simon Rattle leidde overigens bij het Rotterdams Philharmonisch een flitsende vertolking van Pijpers Zes symfonische epigrammen.Dat was dan ook in de tijd dat dit orkest een fantastische programmeur had, de alweer geruime tijd geleden heengegane Willem Vos.

  • Gerard zei:

    Precies, ik vind het ook niet meer dan normaal dat een orkest op toernee een visitekaartje afgeeft door een nederlandse compositie te laten horen, en dat het dat niet alleen maar doet om de klankkwaliteit van een orkest te laten horen, onder het mom ‘meer internationaal’ en ‘meer naar buiten treden’ enz enz, want over het algemeen onderscheiden orkesten zich niet meer zo in klank zoals vroeger meer het geval was.

  • Maarten Brandt zei:

    Zo maar eens een paar willekeurige en in de goede zin des woords sendwichachtige programma’s verzonnen:

    Wagner: Vorspiel und Liebestod uit Tristan und Isolde
    Adams: Eros-piano
    —-
    Skrjabin: Derde symfonie ‘Poeme Divin’

    Berg: Lulu-suite
    —-
    Berlioz: Symfonie Fantastique

    Lutoslawski: Mi parti
    Prokovjev: Eerste Vioolconcert
    —-
    Lutoslawski: Chain III
    Sibelius: Zevende symfonie

    Diepenbrock: Ouverture ‘De Vogels’
    Mahler: Sechs fruhe Lieder (instrumentatie: Luciano Berio)
    —-
    Brahms: Derde symfonie

    Bach: Derde Brandenburgs Concert
    Hartmann: Zesde symfonie
    —-
    Beethoven Zevende symfonie

    Dit soort programma’s zouden toch minimaal moeten kunnen; ook in Rotterdam. het feit dat dergelijke programma’s echter eerder uitzondering dan regel zijn, geeft de ernst van de situatie voldoende aan.

  • Antonio zei:

    Maarten Brandt – zo’n programma klinkt als muziek in mijn oren!
    Bedenk ook zoiets voor een operaliefhebber!
    Meyerbeer, Mercadante, Ponchielli, Giordano, Cilea, Menotti, Floyd, Previn, Levi, Heggie, Moniuszko, Smetana, Enesco, Erkel (geen van allen ooit bij DNO) geprogrammeerd tussen Berg, Adams, van der Aa, Benjamin, Handel, Monteverdi en Wagner (allemaal prominent op de affiche)!

  • Antonio zei:

    Ach! Ik ben Sallinen en Rangstrom vergeten!
    Krenek, Zemlinsky, Penderecki …. Alle Korngolds (ja, ik weet het, we hebben Die Tote Stadt gehad, maar waar blijft De Florentinische Tragedy? Violanta? Die Kathrien? Das Wunder der Heliane?)? Ullmann? Krasa? Goldschmid?
    En wat doen wij met Kalman en Lehar?
    Vier, vijf Wagners per seizoen, seizoen in, seizoen uit. Een enkele Verdi om het de liefhebbers van de Italiaanse opera rustig te houden.

  • Antonio zei:

    Excuses: Die Florentinische Tragedie is natuurlijk van Zamlinsky

  • J. Froberger zei:

    De uitvoering van het Concertgebouw Orkest olv Haitink van de Movements van Keuris (zie reactie van Brandt) sloeg bij mij destijds in als een bom en was voor mij dé reden om me veel meer te gaan verdiepen in de (hedendaagse) Nederlandse muziek. Ik prijs me zeer gelukkig dat deze uitvoering reeds lang op CD te krijgen is. En hèt bewijs dat ook Haitink zich met Nederlandse muziek bezighield. Om bij dezelfde Keuris te blijven: ik ga al een tijdje mee en herinner me nog goed dat Edo de Waart de Sinfonia van Keuris uitvoerde tijdens het optreden van het Rotterdams Phil op de Londense Proms van 1977. Twee jaar eerder voerde de Waart met RphO in de Carnegie hall de Time Machine van Ketting uit. James Conlon nam voor de Proms in 1990 Ed de Boer’s Homage to DS (D. Shostakovich) mee.

    En hoe zit het met de huidige optredens in het buitenland van het RphO aangaande Nederlandse muziek? Als ik de voorgaande boeiende reacties lees, is de heersende opinie hieromtrent nogal negatief. Ik denk dat het erger kan: Nézet-Seguin nam in 2010 (Amerika-tournee) Verbey’s Conciso mee. En in 2008 (Japan en China) ging ondermeer Ketting’s “de Aankomst” mee. En Nézet-Seguin vergeet de Nederlandse muziek echt niet. Ik herinner me “Rosebud” van P.J. Wagemans. En van Mayke Nas heeft hij “To Hell” gedaan. En binnenkort doet hij, zoals reeds gememoreerd, de wereldpremière van het celloconcert van de Raaff, in combinatie met de Sacre en la Valse. Over sandwich-programma’s gesproken!!
    Nog wat verder terug: de fantastische Jeffrey Tate deed ook schitterende sandwichprogramma’s, ook met Nederlandse composities.
    Wat te denken van het volgende programma (23-01-1992)

    -Escher: Hymne du Grand Meaulnes
    -Schumann: Konzertstück
    -Henze: Symfonie 1
    -Roussel: Symfonie 3

    Fenomenaal toch?
    Helaas waren de reacties niet altijd even fijn. Ik herinner me een volksoploop tijdens een concert waar hij het Kammerkonzert van Berg koppelde aan de vijfde Dvorak.
    Tate heeft ook de Capriccio van Keuris gedaan en diverse werken van H. Andriessen en van Otterloo.
    Zelfs Gergiev vergat de Nederlandse muziek niet: ik herinner me de Mouvement Rétrogrades van Ton de Leeuw en muziek van de Marez-Oyens en Vermeulen. Belangrijk was ook de rol van de (beetje vergeten?) dirigent Jan Latham-Koenig. Hij dirigeerde bij het Rpho wereldpremières van Jeths (throb) en Jacques Bank (Episodes de la Vie d’un artiste. Ook deed hij het pianoconcert van van Vlijmen en dirigeerde hij de wereldpremière van Discharge (van het componistentrio Sauer, de Graaf en Bokelmann) Dit tijdens een Flipse-memorial in, ik dacht 1996. Het donderde in de Doelen…
    Wie kent nog Richard Bradshaw (overleden in 2007.) Deed in 1991 zelfs een geheel Nederlands programma: the Nightingale van Loevendie en de symfonie voor saxofoons en orkest van Ketting.
    Een aantal jaar geleden verzorgde Markus Stenz (de fenomenale chef van het RFO) de wereldpremière bij het RphO van Verbey’s klarinetconcert. Hans Vonk deed veel Nederlandse muziek bij het RphO (oa Schat, Escher eva). Ik herinner me de symfonische triptiek van Badings onder leiding van Ed Spanjaard. Ook de verongelukte Eduardo Mata (een groot gevoel voor “Latijnse” muziek) dirigeerde muziek van de (halve) nederlander Martin. Ach, er zijn voldoende feiten voorhanden, maar men moet ze wel willen zien! Wat een interessant forum is dit by the way!

  • Gerard zei:

    @Froberger: prachtig en boeiend dat u dit allemaal weet! Mogelijkheden zijn er genoeg, het is inderdaad een kwestie van willen zien en ook iemand die echt kennis van het repertoire heeft; het hoeft niet perse allemaal nederlands te zijn maar het zou wel goed zijn om de topstukken weer eens te laten horen, die komen er nu zo bekaaid af. Laat Reinbert de Leeuw zich daar eens over buigen. En vergeet ook niet dat Finland zeer interessante componisten heeft zoals Saariaho, Rautavaara, Salonen, Kokkonen etc.. die hoor je hier ook vrijwel nooit, en wat ik er over lees gaat het vaak uitstekende composities, die ook bij het grote publiek goed vallen (zo lang je een werk maar met een indrukwekkend forte afsluit zit je vaak al goed)

  • Gerard zei:

    Als ik directeur van het orkest was, zou ik elke week luistersessies houden waarin we met een club uit het orkest naar eigentijdse (en onbekende) muziek luisteren om ideeen op te doen; nu heb ik het idee dat musici zich daar niet zoveel mee bezig houden (maar ik kan me vergissen).

  • Leen Roetman zei:

    @Antono: je moet naar Düsseldorf! http://www.rheinoper.de/de_DE/events/repertoire/865280/opera
    Ik heb een kaart!
    Maar ik heb ook een DNO kaart voor Death in Venice met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, en Der fliegende Holländer in de Doelen. Ja het RphO doet ook goede OPERAdingen.

  • J. Froberger zei:

    Beste Gerard,

    U raakt een gevoelige snaar. Ik houd ook vreselijk veel van Finse muziek.
    Ik wil absoluut geen betweter zijn, maar ook aan hedendaagse Finse muziek wordt in Rotterdam veel aandacht besteed. U noemt Saariaho. Haar vioolconcert (graal theâtre) heb ik in 1995 horen uitvoeren door Gidon Kremer plus RphO onder directie van Esa Pekka Salonen. Gevolgd door de complete vuurvogel. Wederom een mooie sanwich! Is destijds ook in de Matinee gegaan.
    En wat betreft de fantastische Magnus Lindberg: nog maar 3 jaar geleden heb ik bij het Rpho diens klarinetconcert gehoord, met de ambassadeur Kari Kriiku. Een lege zaal, maar een hoofd vol dierbare herinneringen. (verder op programma destijds: het En Saga en 7-e symphonie van Sibelius. Alweer zo’n mooie sandwich). Wat Lindberg verder betreft: de Nederlandse première van diens Arena vond plaats in R’dam (ook nog maar even geleden: 2008) en Susanna Mälkki (wat ’n dirigente..) dirigeerde in 2004 het celloconcert van Lindberg, met Anssi Karttunen. Tijdens dat concert werd ook Salonen’s Gambit uitgevoerd. Was destijds rechtstreeks op Radio 4, tegenwoordig helaas een zeldzaamheid, maar dat terzijde.
    Ook aan Rautavaara is recentelijk aandacht besteed. Een andere vrouwelijk fenomeen, namelijk Shi-Yeon Sung, dirigeerde in november 2009 de Nederlandse première van zijn Incantations in Rotterdam. Robin Ticciati (houd die in de gaten…) deed Rautavaara’s Cantus Arcticus in Juni 2010.(met Sibelius 5, dacht ik)
    Van nog een andere Finse grootheid, namelijk Kalevi Aho, werd in 2008 door Martin Fröst de Nederlandse première van diens klarinetconcert gespeeld. Toch allemaal zeer recent.
    Even voor alle duidelijkheid: ik ben verpleegkundige en heb met het Rotterdams Phil totaal niets te maken, dan alleen dat ik er geregeld kom. Ik hecht wel waarde aan feiten en voel een zeer grote liefde voor klassieke muziek, net als iedereen die hier reageert!

  • Gerard zei:

    @Froberger: leuk, nog zo’n liefhebber van finse muziek. Bedankt voor het genuanceerde beeld, ik heb veel gemist (deed trombonist/dirigent Christian Lindberg niet die symfonie van Rautavaara? dat was echt een happening, en Lindberg wist ook goed het publiek te bespelen; die mocht nog eens terugkomen… onlangs is er een indrukwekkende cd op Bis uitgekomen met een symfonie van Allan Petterson onder zijn leiding, aangrijpend sombere muziek). Het zou mooi zijn als er eens een mooi festival komt met finse muziek. En inderdaad, Susanna Mälkki is fantastisch, ik heb haar met een opera van Saariaho gehoord (btw, ik ben al 2x naar het Sibelius Festival in Lahti geweest, beter dan daar hoor je die muziek niet, en dan 3 dagen lang alleen maar de muziek van de Meester, heerlijk).

  • Antonio zei:

    Leen – ik ga er zeker heen, niet in de laatste instantie vanwege de regisseur die ik BIJZONDER HOOG heb. IK heb van hem Peter Grimes en Billy Budd gezien. Geniaal.
    Maar ik ga ook vanwege Raymond Very, die de hoofdrol in Der Zwerg zingt.
    En ik ga naar nog een paar dingen in de prachtige stad aan de Rijn.

    Voor Death in Venice heb ik ook een kaartje. Ik houd zielsveel van de opera en ik weet dat de productie (eerder te zien in Brussel) heel erg goed is.

  • J. Froberger zei:

    Gerard, je hebt volkomen gelijk. Volgens mij was dat concert een onderdeel van het “slide festival” en werd er meegewerkt met het Nieuw Trombone Collectief. Toen werd er ook, naast de 7-e van Rautavaara een nieuw werk van Lindberg uitgevoerd. Bedankt voor de aanvulling!
    Goed om weer eens geattendeerd te worden op Pettersson. Ik heb en ken alleen zijn 12-e symfonie (over de staatsgreep in Chili -los muertos de la plaza-)
    Bent u ook bekend met het Luosto Classic festival? Vindt jaarlijks plaats in de open lucht in Fins Lapland(!) De aanleiding tot dit festival is de 12-e symfonie van Kalevi Aho, die dezelfde bijnaam draagt. Deze symfonie is geschreven om in de buitenlucht te worden uitgevoerd, temidden van de bergen van Luosto, en wordt ook ieder jaar tijdens dat festival uitgevoerd, als ik het wel heb. Is naar mijn smaak (in alle terughoudendheid) enigszins kitscherig, maar zeer waard om eens gehoord te hebben. Uiteraard ook op Bis. Het lijkt mij ook fantastisch om Sibelius live te horen met het orkest van Lahti. Dat is werkelijk een zeer groots orkest!

  • Gerard zei:

    @Froberger: De concertzaal in Lahti is prachtig, gemaakt van hout, met een prachtige hoge lichte foyer, de akoestiek is schitterend. De zaal is gelegen aan een meer, in het najaar kan het daar nog prachtig zijn. In de pauze kan je dan rustig nagenieten aan het meer. In Helsinki staat er een speciale Sibelius Express bus die je naar Lahti brengt en ophaalt, dat is perfect geregeld. Echt een aanrader, ik heb daar een complete symfoniecyclus gehoord (olv Okku Kamu) en ik ervoer daar de muziek, die me zo dierbaar is, weer als nieuw. De namen die je noemt maken me nieuwsgierig.

  • Antonio zei:

    Gerard en Froberger – tel de arme bejaarde Italiaan er ook bij! Ik ben een grote liefhebber van de Scandinavische muziek en Aulis Sallinen (kennen jullie zijn Nelja laulua unesta – Four Dream Songs?) is mijn favoriet. Ik heb er veel voor over om zijn opera’s in het Muziektheater te kunnen zien. Ik zou ook de Krononigsbroder van Rangstrom eens een keer LIVE willen meemaken!

  • Gerard zei:

    @Antonio: ik heb de complete symfonieen van Sallinen op CD, boeiend gecomponeerde interessante muziek die vaker gehoord mag worden (zijn Dream Songs ken ik niet).

  • Antonio zei:

    @Gerard – ik denk dat ik ALES van Sallinen op cd heb. Ook zijn opera’s. De DreamSongs zijn mooier dan mooi. Gezongen door Karita Mattila.

    http://www.amazon.com/Karita-Mattila-Portrait-Paul-Hindemith/dp/B000005CIV

  • Gerard zei:

    @Antonio: heb je haar ook in de liederen Quatre Instants van Saariaho gehoord met het Rotterdams Phil olv Saraste? dat deed ze prachtig en theatraal, echt een verschijning is het!

  • J. Froberger zei:

    Ik krijg waarachtig zin om ook maar eens naar Lahti af te reizen.
    Antonio, ik geef toe dat ik niet veel kennis heb van Sallinen of Rangstrom. Van de laatste ken ik alleen zijn symfonieën, waarvan de vierde met orgel is, dacht ik. Mooi dat ik op deze manier weer suggesties krijg aangereikt! Bedankt.

  • Antonio zei:

    @Gerard – ja. Ik heb haar ook gezien in de solo opera van Saariaho (ben de titel even kwijt). Geweldige zangeres. En Saariaho is een top componiste. Waarom krijgen wij niet haar L’Amour de Loin te zien? Pracht van een opera!
    Ik heb mijn buik nu meer dan vol met Wagner!

    @Froberger – ooit heb ik de “kroningsbroder” van Rangstrom gezien. Op TV. Oude tijden. Maar sindsdien ben ik een echte Rangstrom fanaat geworden. Zijn liederen zijn echt niet te versmaden!

  • Gerard zei:

    @Antonio: L’Amour de Loin is in het Holland Festival 2005 geweest met orkest van de finse opera olv Susanna Mallki, in een regie van Peter Sellars, die heb ik in het Muziekgebouw aan t IJ gezien. Was erg mooi

  • J. Froberger zei:

    Inderdaad, Gerard, dat was een prachtig concert. Vreemd genoeg dacht ik daar paar reacties terug niet aan. Werd ook in Parijs uitgevoerd. Ik verbaas me erover dat die schitterende vierde van Sibelius, die toen ook werd gespeeld, uiteindelijk zeer weinig wordt uitgevoerd. Naar mijn smaak is dat zijn fraaiste symfonie. Die verrukkelijke fluitsolo in het derde deel….raakt me iedere keer weer.

  • Gerard zei:

    @Froberger, al bij de inzet met die beukende bassen loopt het kippenvel me over de rug, zo duister, troosteloos en angstvol begint geen symfonie in het hele repertoire (evenals het slot. Zijn 4e en 7e behoren behoren (althans voor mij, maar ik sta daarin niet alleen) tot de meest geniale symfonische scheppingen van de 20e eeuw. De 7e is een grote hymne op het leven en de natuur,en raakt me altijd diep. En de Tondichtung Tapiola is het aangrijpendste 20e eeuwse orkestwerk dat ik ken. En zo kan ik lang door gaan, zijn orkestliederen zijn magistraal (met natuurlijk Luonnotar voorop, die Mattila toen ook in het concert met de liederen van Saariaho zong).

  • J. Froberger zei:

    Gerard, ik realiseer me dat ik, hoe heet dat, off-topic ben. Excuses hiervoor. Maar nog nooit heb ik iemand ontmoet die mijn liefde voor Sibelius kan begrijpen, laat staan voor zijn vierde symfonie. Ik ben werkzaam als verpleegkundige. In die omgeving spelen geheel andere muziekstijlen een rol. Mijn eerste “vierde” was een opname van Von Karajan. Heeft er drie opgenomen, geloof ik. Best uniek eigenlijk. Meer geraakt werd ik door Berglund (heeft ooit in Rotterdam een onvergetelijke derde gedirigeerd, waar hij zelf ook enthousiast over was, begreep ik) vooral zijn opnamen met de Helsinki Philharmonic. Geveld werd ik door Osmo Vanska met dat wonderbaarlijke orkest van Lahti. Begreep ik nu goed dat hij met het Minnesota Orkest aan een nieuwe cyclus werkt? Hoe die symfonie eindigt…..geen woorden hiervoor.

  • Gerard zei:

    @Froberger: Vanska doet inderdaad een nieuwe Sib cyclus met het orkest van Minnesota (hopelijk wordt die voltooid, want het orkest verkeert in moeilijkheden en Vanska heeft gezegd dat hij opstapt als de problemen aanhouden), de 4e is onlangs verschenen:
    http://www.bis.se/index.php?op=album&aID=BIS-1996 Maar ik was ook min of meer geveld de keren dat ik het orkest van Lahti live Sibelius heb horen spelen, zo gedreven hoor je het zelden, zo raak je volledig overtuigd van de kwaliteit van die muziek; je ziet het ook aan de gezichten van alle musici, die muziek zit ze zo in het bloed, dat is wel een bijzondere ervaring.

  • Gerard zei:

    Overigens, de uitvoering van de 4e waardoor ik het werk goed heb leren kennen was die door opname (op CD gezet) uit de jaren 30,olv de grote voorvechter van Sibelius in de UK, Sir Thomas Beecham. Ook het deel uit de Lemminkainen suite (ook al zo’n meesterwerk), Lemminkainen’s return, onder Beecham, heb ik min of meer grijs gedraaid, hij liet het als een dollemansrit spelen. De hele Lemminkainen suite ligt me na aan het hart. Door Beecham heb ik ook de Oceaniden leren kennen, ook al zo’n uniek werk.

  • Maarten Brandt zei:

    Toch weer ever terug naar het topic. Nog wat leuke programma’s.

    Sibelius: Oceaniden
    Lutoslawski: Pianoconcert
    —-
    Prokovjev: Symfonie nr. 5

    Mozart: Mauerische Trauermusik
    Berg: Drie fragmenten uit Wozzeck voor sopraan en orkest
    —–
    Bruckner: Symfonie nr. 6

    Ligeti: Melodien
    Sibelius: Vioolconcert
    —–
    Brahms: Symfonie nr. 2

    Saariaho: Du Cristal
    Ravel: Sheherazade
    —-
    Stravinsky: Vuurvogel (compleet).
    N.B. Ging bij het Nationaal Jeugdorkest onder leiding van Antony Hermus, een superdirigent, een van de dirigenten voor wie ik prive artistiek werk doe.

  • J. Froberger zei:

    Ja, die Lemminkainensuite, ook zo weergaloos mooi. Een jaar of acht geleden gehoord bij het Residentie Orkest olv die Finse dirigentenmaker. Heet die niet Jorma Panula oid? Wellicht was u er ook. En zelfs zo’n jeugdwerk als de Kullervu is toch niet te versmaden?

  • Gerard zei:

    @Maarten Brandt: graag een andere Prok.symfonie dan, die 5e lijkt alleen maar te bestaan tegenwoordig, dat is bijna de Alpensinfonie onder de Prokofiev symfonieen.
    @Froberger: nou zeker, Kullervo is een episch werk, een volwassen jeugdwerk!

  • Antonio zei:

    @Maarten Brandt – Antony Hermus is inderdaad een top dirigent!
    Komt in het najaar voor Tristam un Isolde bij Nationale Reisopera.

  • J. Froberger zei:

    Prokovief-5 mag wat mij betreft een tijdje vergeten worden, ten faveure van zijn tweede. Dàt is een origineel werk, wat je helaas te weinig hoort. Die dreigende stilte waarmee het werk eindigt, na diverse erupties in de variatie-reeks, grijpt me altijd weer naar de keel. Voor 100% kan ik me plaatsen achter de keuze voor Bruckner 6. En bij Brahms 2 moet ik altijd met grote weemoed terugdenken aan Hans Vonk.
    Mijnheer Brandt, hoe staat u tegenover de programmering van een Bax-symfonie? Een aantal maanden terug heb ik me eens verdiept in de set van Vernon Handley. Dit is toch goede muziek! De zesde had ik al veel langer met Bryden Thomson (die volgens mij ook een complete cyclus deed voor Chandos, maar niet meer te krijgen) Ook al zo’n overleden grootheid.
    Ìs er überhaupt in de recente historie een Bax-symfonie gedaan in ons land? Het kan zijn dat het Radio Symfonie Orkest het ooit “gedaan” heeft. Handley kwam daar wel eens, dacht ik.

  • Maarten Brandt zei:

    Nee, voor zover ik weet is er nooit een Bax symfonie in Nederland gespeeld. Wel enkele malen het symfonische gedicht Tintagel (schitterend) en – ik dacht in de matinee – de ‘Spring-fire’-symfonie. Ook een bijzonder fraai werk. Bax is prachtig. En wat te denken ban de symfonieen van Robert Simpson? Een intrigerende mix van Bruckner, Nielsen en Sibelius (over alle drie de componisten heeft Simpson bovendien geschreven). Tsja, er valt nog heel wat moois te ontdekken – eeuwig zonde dat de orkesten altijd maar weer in hetzelfde kringetje blijven ronddraaien, met het RphO voorop.

  • Leen Roetman zei:

    Is de suffe programmering van de laatste jaren bij het RphO eigenlijk niet mede veroorzaakt door artistiek manager Henk Swinnen? Hij heeft kort geleden bij het RphO zijn biezen gepakt voor Zwitserland om daar een orkest uit de brand te gaan helpen…

  • Gerard zei:

    @Leen..gezien de programmering van het Suisse Romande zou het heel goed kunnen. Het is daar ongeveer hetzelfde laken een pak.

  • Gerard zei:

    @finlandliefhebbers: Kaija Saariaho heeft de belangrijke Polar Music Price 2013 gewonnen http://www.youtube.com/watch?v=E0csfEHX_io

  • kersten zei:

    Best interessante discussie was dat over een voor mij grotendeels
    vreemde planeet: bij mij streden bijvoorbeeld bij Louis Andriessen
    (Writing to Vermeer) en Michel(‘ik heb een hekel aan Mozart’)van
    der Aa (One, After life) geeuwen en gapen om de eer. Maar wie weet,
    ik heb vroeger ook niet kunnen bevroeden dat ik nog eens Wagneriaan
    zou worden..

  • Maarten Brandt zei:

    Gisteren in Dortmund geweest waar een op het eerste oog vreemd programma ging, gespeeld door de Dortmunder Philharmoniker onder leiding van hun binnenkort aldaar vertrekkende chef-dirigent Jac van Steen en dat hoe dsn ook voorbeeldig mooi uitpakte:

    Rachmaninov: Het Dodeneiland
    Mahler: Adagio uit de Tiende symfonie
    —-
    Sibelius: Vijfde symfonie

    Drie componisten om te beginnen die je niet dikwijls op een concert zult aantreffen. Waarom werkte deze combinatie – let wel in deze volgorde, in een andere zou het funest hebben uitgepakt – zo goed? Welnu, Rachmaninov kwam in deze context over als een soort voorbereiding op de ultieme confrontatie met de dood in Mahlers Tiende, een van zijn meest diepe en raadselachtige stukken, veel dieper dan Rachmaninov – hoe mooi het stuk ook klinkt, daar niet van – maar juist door Rachmaninov werd de geest van de luisteraar perfect geopend voor Mahlers verklanking van de reis naar het onbestemde. En nu het verrassende, zou Sibelius’ Vijfde op een conventionele en voorspelbare wijze geprogrammerd als een duistere compositie zijn overgekomen, nu had deze de uitwerking van een sublieme catharsis, een bevrijding. Zo blijkt maar weer, hoe een ingenieuws samengesteld programma een perfect sluitend verhaal kan vertellen, ook al is dat verhaal in dit geval, open top abstract. Dit is nu wat men in Duitsland Dramaturgie noemt, een discipline die in Nederland, zeker bij verreweg de meeste symfonieorkesten – en Rotterdam is daar een dramatisch voorbeeld van – volstrekt ‘non-existent’ is.

  • Gerard zei:

    @Maarten: daar is over nagedacht, om jaloers op te zijn!

  • Maarten Brandt zei:

    Een programma dat me te binnen schoot:

    BA Zimmermann: Stille und umkehr
    Mahler: Adagio uit de Tiende symfonie
    —–
    Mozart: Requiem

    Apropos programmeren: Wie herinnert zich niet het avontuur van Simon Rattle in Birmingham. Voor dat hij daar bij het orkest begon was het een middelmatug en saai programmerend provinciaal orkest. Maar na de nodige jaren speelde het orkest in kwestie met even grite vanzelfsprekendheid werken van Boulez,Berg, Berio,Henze, Lutoslawski, Ligeti en wie al niet als de bekende romantische en klassieke componisten. Het kan dus gewoon. Ook in Nederland, als de artistieke wil er maar is. En dat is het opunt, die is er niet. Ook vanwege het feit dat de meeste orkesten telkens opnieuw functionarissen benoemen die geen passie hebben, artistiek lui zijn en geen idee hebben wat symfonische cultuur in de ruimste zin des woords betekent.
    Een nogal eens gehoord argument is dat de tijdsgeest er niet naar is. Onzin, echte grote kunst is nooit conform de heersende tijdsgeest, daar is het grote kunst voor. Het is anders: Kunst creert een nieuwe tijdsgeest, en dat is waar het om draait. Kunst en conformisme staan daarom in wezen op gespannen voet met elkaar. Besturen van orkesten zouden zich dat eens meer moeten realiseren. Kunst en dus ook muziek hiuden ons een spiegel voor en confronteren ons met een diepere werkelijkheid. Maar dat lukt alleen als we daar een context voor scheppen door de werken uit het verleden zodanig met die uit het heden verbinden dat we daar – om met wijlen John Cage te spreken – met ‘nieuwe oren’ naar leren luisteren, en dus niet door steeds maar in het kringetkje van dezelfde stukken te blijven ronddraaien.
    Wie van de orkesten heeft nu eens de moed om een onpartijdig en inhoudelijk debat over deze zo belangrijke materie te voeren?

  • Gerard zei:

    Mijn idee is dat directeuren/’programmeurs’ niet door lijken te hebben dat ze de orkesten steeds meer in de marge van het klassieke gebeuren duwen door hun creatief saaie programmering; zo gebeurt het tegendeel van wat ze voor ogen staat: ipv meer publiek wordt het steeds minder. Bij een regulier concert zit een zaal maar half vol, gewoon omdat een publiek nergens nieuwsgierig wordt gemaakt. Men leeft nog in de veronderstelling dat je een publiek trekt met Beethoven/Brahms prorgramma alleen, dat zal een wat oudere generatie nog boeiend vinden maar een jonger publiek wil ook iets anders. Als men het verouderde verschijnsel van het abonnement ook eens onder de loupe neemt (ik heb zelf al jaren geen abonnement meer, van wat dan ook), en eens serieus onderzoekt wat het publiek nu echt wil, inderdaad door een open discussie aan te gaan, dan kan het misschien nog wat worden.

  • Maarten Brandt zei:

    Misschien kunnen orkesten nog wat leren van reisbureaus. Een spannend programma trekt altijd klanten en ook nieuwe. En vaak gaat het daarbij om reizen naar onbekende bestemmingen. Waarom zou dat bij symfonieorkesten niet lukken? En als er dan ook nog interessante reisleiders zijn die zich van hun – dankbare – taak bewust zijn, dan lijkt succes verzekerd. Stel dat Giergev – in plaats van altijd maar weer Sjostakovitsj – zich eens zou werpen op Schoenbergs Pelleas und Melisande, Bergs Drei Orchesterstucke dan wel Ameriques van Varese. Zou men dan niet opeens heel nieuwsgierig worden? Ik durf er vergif op in te nemen van wel. Kom mijnheer Waege, toon eens lef. Muziek is een klinkende ontdekkingsreis. Niet meer en niet minder. En wat voor een.

  • Gerard zei:

    Het meest besproken onderwerp op het Operamagazine krijgt deze week een ‘ontknoping’. Verbazingwekkend is het allemaal niet, deze hele discussie ging daar eigenlijk al over. Je hoeft niet helderziend te zijn dat dit er aan zag te komen, het publiek zag dit een jaar geleden al gebeuren: http://www.nrc.nl/nieuws/2014/05/30/musici-rotterdams-philharmonisch-zeggen-vertrouwen-op-in-directie/

  • Leen Roetman zei:

    In 2003 moest Rob Overman ook als orkestdirecteur het veld ruimen omdat hij het orkest wilde vernieuwen http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2676/Cultuur/article/detail/724816/2003/07/09/Directeur-RPhO-weg-bij-orkest.dhtml

  • Remko zei:

    Dat nare Gergiev Festival – dit jaar nota bene met als thema de Eerste Wereldoorlog – zal ze ook geen goed doen. Welk genie heeft dat bedacht?

    Ik ga niet meer omdat de programmering saai is. Ik vond ze wel weer fantastisch in Faust.

  • Maarten Brandt zei:

    Hopelijk komt er nu eindelijk eens dat inhoudelijke debat waar ik al jaren voor pleit. Dus over de muziek zelf en de wijze waarop men die zou kunnen programmeren. Als dit niet gebeurt, ontstaat bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest (en daar niet alleen, zie mijn collumn op http://www.opusklassiek.nl over het nieuwe seizoen van de Philharmonie Zuidnederland)een sterfhuisconstructie.
    Een creatieve inhoudelijk beklijvende visie is nu dringend geboden!

  • henk swinnen zei:

    @leen roetman: de ‘suffe’ rpho-programmering komt inderdaad van mij want ik ben dol op suffe programma’s! Als doorgewinterd musicus en artistiek manager moet mij van het hart dat uw oppervlakkige commentaar toch echt wel van een onbegrensde onkunde getuigt: de premières van paul van brugge, robin de raaff, turnage, abrahamsen, macmillan in Rotterdam gemist??
    Er moet mij wel van het hart dat mijn veelbesproken superieur bij ieder hedendaags programma-idee met de hakken in het zand ging, uit angst voor de publieksopkomst. En het moet worden gezegd dat bij een concert olv Robin Ticciati met een programma Haydn, Ligeti, Beethoven(Tetzlaff als solist) het publiek massaal thuisbleef en het weinige aanwezige publiek tijdens de Ligeti de concertzaal verliet…
    Op de koop toe is het vandaag met grote sterren als Nezet-Seguin en Belohlavek bijna onmogelijk om avontuurlijk te programmeren, ze willen allemaal graag knallen voor een breed publiek, te begrijpen trouwens. De kenners, zoals u allen en mezelf, waarderen het symfonisch werk van Pijper, Vermeulen, Keuris, Andriessen, Rijnvos, etc. Maar het grote publiek komt helaas gewoon voor een avond mooie muziek, met een streepje ontdekking en een streepje herkenning. De kunst is om dat alles in een mooie balans te krijgen die de programmering aantrekkelijk maken kan voor zowel amateur als kenner.

    @Gerard : wat het Orchestre de la Suisse Romande betreft, ook daar slaat u de bal ernstig mis. Vorig seizoen premières van MacMillan, Dubugnon, Hosokawa, Holliger en Hefti. Dit seizoen Dusapin, Jarrell, Riley, Fujikura, Rautavaara, Part, Darbellay. Volgend seizoen Fujikura, Takemitsu, Adams, Dubugnon, etc. Het OSR is in tegenstelling tot zijn duffe faam best wel een pittige club met originele programma’s. Alleen niet iedere week een hedendaags stuk, niet iedere week een super origineel programma, dat hoort bij een orkest, dat is de praktijk… En de zaal is hier in Genève tot de nok toe gevuld, altijd! Of het nu om Dusapin, Chabrier of Nielsen gaat. Hier is er zoiets als een muzikale traditie en respect. Het OSR wordt jaarlijks door 40000(ja, geen nul te veel) bezocht en vanaf volgend seizoen hebben we een autonoom educatief programma voor jong en oud… suf hè, die programmering van Henk Swinnen! Inhoudsloze onbeklijvende non-visie??

  • J. Froberger zei:

    Ik ben bang dat ik iets niet begrijp. Als ik de recente reacties goed lees, dan is men van mening dat Waege een vernieuwer is en derhalve het veld heeft moeten ruimen. Maar de reacties op de podcast geven een beeld van Waege als de vleesgeworden saaimans. Wie legt me dit uit?
    Als buitenstaander kan ik alleen maar concluderen dat Waege het prima heeft gedaan. Men lette op de cd-contracten en residenties in oa Parijs. Wat er in de “kleedkamers” gebeurt, weet ik natuurlijk ook niet.
    @Remko: Wat is er mis met het thema van het festival? En waarom naar/saai? Lees de brochure nog eens. Wellicht valt op dat de vierde symfonie van Myaskovsky wordt gespeeld. Mijn hemel, wat heb ik hier lang op moeten wachten. Ik kan me niet herinneren dat er überhaupt een Myaskovsky-symfonie is gespeeld (laat me graag corrigeren) en deze muziek is het zo verschrikkelijk waard!! Myaskovsky alleen is al voldoende om het festival over de saaiheidsgrens te tillen.
    Ik heb mbt deze topic al vaker gewezen op het belang van feiten (ja, mijnheer Brand; Gergiev heeft zich ooit geworpen op Schoenbergs “Palleas” – festival 1999, om precies te zijn; met Blauwbaards Burcht; halflege zaal)- Ik heb ergens het gevoel dat met betrekking tot de visie op het RphO de feiten ondergeschikt zijn aan de vooringenomen gedachtes. En als daar sprake van is…tja, dan is een discussie verdraaid lastig.
    Ik ben blij dat Swinnen nogmaals de feiten op een rij zet. Dat zal vast meer effect hebben.

  • Remko zei:

    Bij Gergiev denk ik onmiddelijk aan Poetin, en bij Poetin aan de Krim en Oekraïne. Het thema oorlog komt dit jaar dus een beetje ongelukkig uit. Maar misschien ligt dat aan mij.

  • Leen Roetman zei:

    @ Henk Swinnen: bedankt voor uw reactie, dit werpt een ander licht op het geheel. De door u genoemde premières heb ik niet gemist!!. Ik zie persoonlijk graag dat er meer premières of onbekende muziekstukken worden geprogrammeerd. Aan uw inzet lijkt het dus niet te hebben gelegen. Fijn dat u nu kunt programmeren voor een orkest dat zoveel bezoekers trekt. Ik word er droevig van hoe weinig publiek er soms in de Doelen zit bij de prachtigste concerten, ook van de eigen Doelen programmering. Afgelopen vrijdag een (nog redelijk) half gevulde zaal voor de prachtige Sea Symphony van Vaughan Williams. Dan denk ik: dit zouden heel veel mensen erg mooi hebben gevonden.

    @J. Froberger: ik refereer aan het interview van Hans Waege in NRC Handelsblad d.d. 9 januari waarin hij lijkt in te zien dat er iets fundamenteels moet veranderen.
    http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2014/januari/09/we-zijn-verwende-prima-donnas-1333087
    (En ja, ook ik ben erg blij met de Gergiev programmering! )

  • Aart van der Wal zei:

    Interessante reacties op deze site. Het is vooralsnog onduidelijk wat de werkelijke essentie van het ‘conflict’ is. Er wordt allerwegen gewezen op de saaie programmering in Rotterdam (wie de moeite neemt een kijkje te nemen in de nieuwe seizoensbrochure zal op vrijwel iedere pagina die saaiheid tegenkomen), maar er zal – zoals altijd in het Rotterdamse – heel wat meer spelen dan alleen maar ‘een’ probleem. Ik denk daarbij bovendien aan het persistente onvermogen om conflicten in de kiem te smoren, vervolgens – als het niet anders kan – ze te beheersen, om ze ten slotte op te ruimen alvorens de media er – wel of niet via een welwillende klokkenluider – weet van krijgt. Wat er precies achter Hans Waeges ziekmelding schuilgaat weten we in ieder geval niet. Zo bezien heeft het dus weinig zin om met elkander – met het ‘conflict’ als vertrekstation – te gaan discussiëren over de programmering van het RPhO. Ik denk eerder dat – als er dan toch gediscussieerd moet worden – we een breder veld moeten opzoeken en ons bezig zouden moeten houden met de toekomst – if any – van de symfonische cultuur in Nederland. Aan de hand van de reactie van Henk Swinnen heb ik in ieder geval voorlopig dan maar opgemaakt dat het orkestmanagement geen goede weg weet in te slaan naar een creatieve programmering en er a priori vanuit gaat dat muziek die iets hogere eisen stelt aan het perceptieve vermogen van het publiek al even a priori is uitgerangeerd. Dat opent dus alleen de weg naar muziek die we van haver tot gort kennen. De ware programmeerkunst is om oud en nieuw zo met elkander te vermengen dat het oude in een nieuw perspectief wordt gezet en het nieuwe contrasteert met het oude. Moderne muziek uitgevoerd als klassieke muziek, klassieke muziek uitgevoerd als moderne muziek (zei Alban Berg). Dat gezegd hebbende is het uitermate dom om ‘het vertrouwen op te zeggen’, een gevleugeld woord in Rotterdam, waar het RPho een soort patent op lijkt te hebben. Het is geen weg vooruit, maar de weg terug, met orkestleden in schuttersputjes en de baas ziek thuis. Daar is nog nooit iets goeds uit gekomen. En dan te bedenken dat de status van het RPhO er toch al niet op vooruit is gegaan, en het orkest door Den Haag niet wordt beschouwd als een orkest met internationale status.
    Hoe staat Yannnick Nézet-Séguin in dit geheel? Weinig opzienbarend. Een prima dirigent en niet meer dan dat. Van subtiel gecreëerde programma’s moet hij niet veel hebben: hij is saai in Rotterdam en in Philadelphia. Typisch een jonge dirigent die als een jonge hond – al wordt hij straks 40 – het ijzeren repertoire grotendeels nog wil veroveren en nog lang niet toe is aan zoiets als de Tweede Weense School. Een Canadees die naar hier is komen overwaaien en geen enkel zicht heeft op zoiets elementairs als Nederlandse muziek. Met dirigenten als Ed Spanjaard, Antony Hermus en Jac van Steen naast hem, had dat veelkleuriger kunnen uitpakken; in plaats van een Tsjech (Jirí Behlolávek). Hebben wij dan in ons land geen dirigenten (meer) die een dergelijke taak aankunnen? Moet onze jonge dirigentengeneratie zo nodig (eerst) naar het buitenland? Kortom, niet alleen Hans Waege is ziek, maar het muzikale establishment denkt er nu eenmaal anders over. De consequentie daarvan zou kunnen zijn dat de symfonische cultuur in Nederland zijn publiek gaat verliezen.

  • Maarten Brandt zei:

    Geheel met Aart eens. Het probleem is breed, en wat er in Rotterdam gebeurt is symptomatisch voor de algehele patstelling, spagaat of noem het zo u wilt waarin de symfonische sector als totaal verkeert. Er is alle aanleiding voor een breed gevoerd en kwalitatief hoogstaand inhoudelijk/artistiek debat. Het feit dat niemand – althans tot op heden – ook maar bij benadering verder op het idee komt zo’n debat eindelijk eens te organiseren, onderstreept nog eens ten overvloede de enorme ernst van de crisis waarin de symfonische sector zich bevindt. Als deze uitkomst iets duidelijk maakt is het wel dat de verwantwoordelijke functionarissen bij de orkesten en aanverwante organisaties die ernst in overgrote meerderheid niet of nauwelijks beseffen. Zoals oud artistieke directeur van de Doelen en huidig artistiek leider van de NTR zaterdagmatinee het enkele jaren geleden formuleerde: “De teloorgang van een monument vergelijkbaar met de aloude grote Kathedralen staat op het spel.”

  • J. Froberger zei:

    Gerard,

    Je bent hopelijk op de hoogte van de uitvoering van de (complete) Lemminkainen-suite volgende week vrijdag in de Doelen? Rpho olv Inkinen.
    Sorry dat ik, hoe heet dat ook weer-off topic ben-maar zou het jammer vinden als dit onverhoopt aan u voorbij zou gaan. Verder het slagwerkconcert van Aho, hetgeen tijdens het Luosto Classical Music Festival 2012 (waar ik u een aantal reacties terug naar verwees) in première ging. Verrassend!

  • Gerard zei:

    Hallo, dank voor het bericht.De kans is wel groot dat ik daar naartoe ga. Sowieso de kans om de Lemminkainen Suite eens in Nederland te kunnen horen is uniek. 4 Tondichtungen die onder een dirigent en orkest uit kunnen groeien tot het meesterwerk qua sfeer, kleur en inhoud. Tot nu toe alleen compleet in Lahti kunnen horen, en hoop dat die memorabele uitvoering in Rotterdam wordt overtroffen.

  • Leen Roetman zei:

    Ik ben er ook! Het concert wordt gedirigeerd door een groot talent: de Fin Pietari Inkinen (1980). Zie http://imgartists.com/artist/pietari_inkinen . Dit mag niemand missen! Inkinen dirigeert ook een zondagochtendconcert in het Concertgebouw op 8 februari met Wagner en Verdi.
    “Inkinen’s recording for EMI of Wagner arias and orchestral pieces with Simon O’Neill and the New Zealand Symphony Orchestra earned a rare double five-star review from BBC Music Magazine. “

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.