Home » Operarecensie

Barokdiva Kermes vlamt in Concertgebouw

Amsterdam25 juli 2012 5 reacties

Op een dag dat de koperen ploert onbarmhartig fel brandde, ging het er in het Concertgebouw ook heet aan toe. De vurige Duitse barokdiva Simone Kermes gaf dinsdag met Concerto Köln een vlammend optreden dat door het publiek enthousiast werd onthaald.

Simone Kermes (foto: Andreas Dommenz).

Aangevoerd door de Japanse violiste Mayumi Hirasaki opende Concerto Köln de avond met gedeelten uit Händels Water Music. Een bedachtzame maar gave uitvoering van deze feestelijke klassieker, waarin de innovatieve hoorns hun verrassingseffect nog steeds niet verloren hebben.

Bij het korte intro van Armida’s aria ‘Furie terrribili’ uit Händels Rinaldo was er nog geen spoor van de ster… Tot plots de deuren openzwaaiden en Simone Kermes, heel gedurfd, in een extravagante jurk en furieus zingend de trap afdaalde. Deze dame weet hoe ze een entree moet maken!

Dit werd in één adem gevolgd door een andere aria van Armida, ‘Ah! Crudel’, waarin het personage een gevoeliger register aanslaat. Maar dankzij felrood haar en gespeeld venijnige blikken kostte het weinig moeite in Kermes een sluwe tovenares te zien.

We kwamen weer tot rust met een Concerto Grosso van de mij onbekende Charles Avison, gebaseerd op sonates van Domenico Scarlatti. Twee violen en een cello hadden belangrijke solo’s en gingen een dialoog met elkaar en met het ensemble aan. Dit vond na de pauze een pendant in Händels Concerto Grosso opus 6 nr.1, dat een eenzelfde structuur kent. Door de soepele uitvoeringen werd glashelder dat strijkers, tenslotte op vergelijkbare mechanismen gebaseerd als stembanden, net zo kunnen vleien, epateren en ontroeren als vocalisten.

De avond zou aanvankelijk geheel gewijd zijn aan Händel, maar op aandringen van Kermes zelf werden enkele Vivaldi-werken toegevoegd. Als dramatisch componist kan de rode priester naar mijn mening niet wedijveren met Händel. Maar individuele aria’s als ‘Gelido in ogni vena’ (Farnace) en ‘Siam navi all’onde’ (L’Olimpiade), ooit door Cecilia Bartoli onder het stof vandaan gehaald, zijn glanzende juwelen.

Een vergelijking is haast onvermijdelijk, al blijven het appels en peren. Kermes biedt niet de rijkgeschakeerde donkere kleuren van de soms maniëristische Bartoli. Maar met haar heldere hoge timbre en bescheiden gebruik van vibrato laat ze de muziek meer voor zichzelf spreken. Het gebrek aan draagkracht in de lage noten beperkte wellicht de intensiteit van de ijzingwekkende Farnace-aria. Maar dat werd gecompenseerd door haar sterke punt: intimiteit. Ze kan haar stem tot een draad terugbrengen, fijn als spinrag maar net zo sterk, want de muzikale lijn blijft ongebroken.

Na de pauze werden we verrast op een vlot gespeelde Arrival of the Queen of Sheba, waarna La Kermes weer haar opwachting maakte (daar is over nagedacht!). Händels Cleopatra treffen we in ‘Se pietà di me non senti’ echter niet in triomftocht, eerder in een kwetsbare situatie. Kermes wist me te ontroeren, maar minder dan sommige andere zangeressen, mede door een ‘goedkoop’ aandoende geïnterpoleerde hoge noot.

Het overbekende ‘Ombra mai fu’ toonde haar echter weer van haar beste kant; in dergelijke ‘simpele’ langzame stukken komt de puurheid van haar stem het meest tot zijn recht.

Bij snelle aria’s als ‘Scoglio d’immota fronte’ (Scipione) en ‘Scherza in mar la navicella’ () greep Kermes volop de kans om haar stempel op de muziek te drukken. Visueel door swingend geheupwieg en ‘dirigerende’ armen, maar natuurlijk in de eerste plaats muzikaal. In de da capo’s ging ze los met felle uithalen, fantasievolle cadensen en zelfs hier en daar een vleugje ‘sprechgesang’. Daarmee verkende ze wel enigszins de grenzen van de goede smaak. Maar spectaculair was het zeker.

Kermes liet de toeschouwers natuurlijk niet gaan zonder toegiften, door haarzelf ingeleid. In ‘Son qual nave’ van Farinelli’s broer Riccardo Broschi wist ze het publiek tot ritmisch handgeklap aan te zetten, een popachtig tafereel dat de gewijde muren van het Concertgebouw niet vaak zullen hebben aanschouwd…

Met Bononcini’s ‘Ombra mai fu’ (een persoonlijke favoriet en minstens zo fraai als Händels variant) en het bekende ‘Lascia ch’io pianga’ toonde ze opnieuw haar indrukwekkende vermogen een verstilde sfeer te creëren.

Tijdens het slotapplaus was ze erop gebrand alle musici in de eer te laten delen; de tengere Japanse werd haast verlegen van haar omhelzingen en wie niet diep genoeg boog, kreeg nog een extra duwtje in de rug! Een ware diva dus, maar wel van het sympathieke soort. En dat werd door de praktisch uitverkochte zaal met een uitbundige ovatie beloond.

door

Robeco Zomerconcerten
Händel, Vivaldi en Avison

Uitgevoerd door: Concerto Köln onder leiding van Mayumi Hirasaki.
Solisten: Simone Kermes (sopraan).
Bezocht op 24 juli 2012 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

5 reacties »

  • Spen zei:

    Het publiek was inderdaad erg enthousiast, maar ik heb zelf erg mijn bedenkingen over deze zangeres. Ik vind het erg leuk als een zanger/zangeres uniek is en wat meer durft dan gewoonlijk is, maar bij Kermes vind ik het allemaal erg gespeeld. Steeds vroeg ik me af of ze zo succesvol zou zijn zonder al dat geshow, want het zingen vond ik erg tegenvallen. Haar stem is erg dun en klinkt vaak geforceerd. Daarom vond ik haar in de langzame stukken nog wel goed, vooral als ze erg zachtjes zong. Dat was ontroerend en teder. In de hoogte was ze ook goed.

    Haar coloraturen klonken rafelig en onbeheerst, maar misschien kwam dat door al haar danspasjes, want dansen en zingen lijkt me ook niet makkelijk.
    Het viel me ook erg op dat ze bij lange noten vaak van klinker veranderde. Dus dan werd het bijvoorbeeld pieeeeeaaaaaaauuuuutaaaaa, in plaats van pieeeeeeeeeeeeeeeetaaaaa. Dat vind ik nooit zo erg, maar het viel me nu wel erg op.

    De emoties vond ik allemaal erg gespeeld, wat soms bij de sombere stukken wat tenenkrommend was.

    Ik ben helemaal niet iemand die snel ontevreden is, integendeel, maar bij Simone Kermes krijg ik altijd sterk het idee dat ze niet zoveel training heeft gehad. Ik kon me ook helemaal inbeelden dat ze zo ook staat te zingen achter het fornuis. Erg leuk, maar goed genoeg voor in het concergebouw?

    Ja dus, want de meesten waren enthousiast en dat is waar het uiteindelijk om gaat. Haar populariteit is mij een raadsel, maar ik ben blij dat anderen zo hebben genoten.

  • W.Göetjes zei:

    Jammer dat ik er niet bij was, dan zou ik een gefundeerdere mening kunnen hebben, maar vraagtekens heb ik al heel lang bij de carriëre van deze zangeres.

    Ik was toevallig bij haar eindexamen conservatorium in Dresden, en dat was niet écht fraai…veel gekneudel…
    Ze is in Duitsland doorgebroken doordat ze een personage was in een boek van een bekende detective schrijfster, daarna is haar carriëre begonnen.

    Het is natuurlijk wel erenswaardig dat ze uit haar beperkte instrument zoveel weet te halen!

  • Hans van Verseveld zei:

    Een avondje Händel en Vivaldi in het Concertgebouw is voor mij een reden om daar ver weg van te blijven, maar ik wilde die mevrouw Kermes wel eens in het echt zien- en horen zingen. Nou, dat viel niet mee.

    Martin Toet sleepte nog die andere rariteit, Cecilia Bartoli ter vergelijking er bij.
    Bartoli kan nog wel een beetje zingen, hoewel haar optredens veelal verzanden in een soort circusattractie met veel rrrollende RRR-en en ogen.
    Vergeef mij de associatie met haar naam, maar Simone Kermes is niet veel meer dan een mislukte Kermisattractie.

    Hoe kan het bestaan, dat een artiest die pretendeert barokzangeres te zijn, absoluut niet in staat is om een triller te zingen. Lage noten zijn volledig onhoorbaar (ik zat op de 6e rij in het midden!)
    Het middenregister is kaal en bleek en mist iedere glans en de hoge noten zijn scherp en onafgewerkt. Voor het effect voegde de bedenkelijke diva nog wat extra superhoge noten toe, die echt te pijnlijk waren.

    Wiebke Göetjes vindt het erenswaardig dat ze zoveel uit haar beperkte instrument weet te halen, maar voor mij mag ze haar ‘orgaan’ inclusief die ballorige japon direkt aan de duitse wilgen hangen en hoeft ze nooit meer terug te komen.

  • lalala zei:

    ik heb ook eens een concert van haar bijgewoond en het is meer een soort algeheel merk wat ze neerzet met een herkenbare show van coloraturen en enge gezichten. en ons gezelschap snapte ook niet hoe ze dat volhield met continu die nek in alle hoeken buigen, hoe kun je dan nog vrij je stembanden laten flapperen?
    maar met haar kleurige outfits enzo heeft ze toch wel een sterke PR neergezet, red sells. eigenlijk toch net als met caballé, die samen met pavarotti het image van dikke zuid-europese opera zanger met bol glanzend zwart haar neerzette.
    ach ja, you hate her or you love her…

  • Coen Krijnen zei:

    Uitgelaten na een concert volgestouwd met prachtige muziek, een heerlijk orkest in vorm en spectaculaire zang stapte ik de warmte zomeravond in. Wat een avond, wat een concert! Muziek die je ziel beroert, je geest kietelt en ook het oog kwam niets tekort. In een woord: geweldig!

    Wat jammer toch dat een aantal ‘echte’ kenners zich hebben zitten verbijten en zich ploeterend door de avond heen hebben geworsteld. Was toch lekker in de pauze de stad ingegaan voor een glas bier of wijn, ’t was er het weer voor. Wat maakt het toch uit of je het ooit beter heb gehoord, het gaat om het nu. Durf je oren open te zetten voor een afwijkende uitvoering en performance. En ga niet zeuren over een kaal plekje hier en daar.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.