FeaturedHeadlineLiedrecensieRecensies

Orliński en Biel experimenteren gedurfd

Countertenor Jakub Józef Orliński debuteerde op 3 juni in de reeks Grote Zangers van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Samen met pianist Michal Biel presenteerde hij zijn gedurfde nieuwe programma If Music, met aria’s van Händel en Purcell in een modern jasje, en opmerkelijke liederen van de Poolse componisten Tadeusz Baird en Mieczysław Karłowicz.

Jakub Józef Orlińsk en pianist Michal Biel. Foto: © ©Mikel Ponce: ©artsfotografia

De Poolse zanger Orliński (1990) geldt als een buitenbeentje in de klassieke muziekwereld. Naast zijn zangcarrière is hij actief als breakdancer en bereikt hij via sociale media een groot publiek.
Hij is niet meer weg te denken uit de operawereld. De goedlachse zanger heeft al verschillende hoofdrollen vertolkt bij operahuizen als het Metropolitan Opera, Royal Opera House, Oper Frankfurt en recentelijk bij De Nationale Opera in de rol van Athamas in Händels opera Semele*. Zijn internationale bekendheid groeide sterk wereldwijd toen hij in 2024 een onuitwisbare indruk maakte bij de openingsceremonie van de zomerse Olympische Spelen in Parijs.

Over de combinatie van zingen en breakdancen, zegt hij in een interview, dat beide disciplines hem een gevoel van vrijheid, vreugde en energie geven**.  In ieder geval weet hij een groot publiek aan zich te binden dat vaak onbekend is met klassieke muziek. Diezelfde energie bracht hij ook mee in het Muziekgebouw. Orliński heeft een prachtige uitstraling. Vastberaden en enthousiast kwam hij op met zijn vaste pianist Michal Biel. De zaal zat vol met jonge fans en liefhebbers van het lied.

Jakub Józef Orliński . Foto: ©Laurent Humbert

De Poolse zanger had een programma samengesteld met aria’s van Henry Purcell, Georg Friedrich Händel en niet bekende liederen van twee Poolse moderne componisten: Tadeusz Baird (1928-1981) en Mieczyslaw Karlowicz (1876-1909). Puristen van de oude muziek zullen zich wellicht afvragen of Händel en Purcell wel samengaan met een moderne concertvleugel in plaats van een klavecimbel. Bovendien nog eens uitgevoerd met veel tekstexpressie, directheid en dynamiek! Kan dat wel? Het kan, maar het is een andere luisterervaring. De grenzen van een stilistisch beheerste en ingetogen liedinterpretatie worden hier duidelijk opgerekt.

Sterke dictie

Het duo startte met de Händel-aria ‘Voi, che udite il mio lamento’ uit de opera Agrippina. Orliński beschikt over een fraai timbre. Zijn dictie en articulatie zijn sterk en bovendien weet hij de virtuoze coloraturen prima technisch te hanteren. Zijn stembereik is groot en klinkt in de hoogte niet scherp. In de laagte klinkt zijn stem aantrekkelijk warm.

Als experiment, zo kondigde Orliński dit programma aan, wilde hij met pianist Michal Biel – die overigens een uitstekende pianist is – Poolse liederen laten horen. Het eerste blok bestond uit vier liefdesliederen van Tadeusz Baird van een bewerking op teksten van William Shakespeare.

Jakub Józef Orliński . Foto: ©Laurent Humbert

Qua muziek hebben deze liederen ieder een eigen karakter en muziektaal. Dan hoor je soms barokachtige versieringen, en interessante dissonanten. Voor luisteraars die het Pools niet machtig zijn, klonk het door de vele medeklinkers en klinkercombinaties echter vooral fonetisch. Orliński bracht deze onbekende liederen met uitgesproken expressie. Een deel van het publiek vond het prachtig en applaudisseerde bijna na elk lied.

Stoer

Na deze curieuze liedcyclus zong de countertenor, met zo’n ietwat stoere nonchalante houding, liederen van Purcell. Een daarvan was ‘Sweeter than roses’. Het tempo van dit lied, over de kracht van een kus, lag wat hoger. De zanger maakte fraaie versieringen, al moet gezegd worden dat zijn Engelse uitspraak niet zijn sterkste kant is. Soms slikte hij de klinkers in, waardoor woorden minder verstaanbaar waren.

In Purcells lied ‘O, lead me’, een overpeinzing over liefde en rust zoeken, begon Biel met een ferme aanslag. Hier miste Orliński de nodige schakeringen in timbre en dynamiek, waardoor de contemplatieve sfeer van het lied minder sterk overkwam.

Vervolgens een tweede reeks van Poolse liederen ditmaal van de componist Karlowicz. Romantische liederen die je soms associeert met volksliederen. Ze klinken liefdevol en als je de teksten leest zijn ze ietwat pathetisch. ‘Smutna jest dusza moja’ begint al met: ‘Mijn ziel is tot de dood toe gekweld’. De andere liederen zijn van dezelfde aard: vol met melancholie en verlangen.  Orliński zong deze liederen wel met overtuiging. Is het experiment met de Poolse liederen geslaagd? Een paar liederen minder was beter geweest.

Hij gaf enkele toegiften. En vlak voordat hij één van deze liederen zong, stond hij – natuurlijk – op zijn handen. De zaal raakte in extase.  In Purcells Music for a While zette Biel het lied in met een fraaie, weloverwogen aanslag. Dit bemoedigende lied bracht Orliński uiterst beheerst met schitterende legato passages.

Verder kijken, luisteren en lezen

*Martin Mirabel maakte voor Arte de documentaire Jakub Józef Orliński. Music for a While 

**Orlinksi in Semele bij De Nationale Opera, besproken door Franz Straatman.

‘The cold song’ van Henry Purcell door Jakub Józef Orliński en Michal Biel.

 

Vorig artikel

Bas-bariton Sungmin Park wint Belvedere

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik is cultuurjournalist, filmprogrammeur en trainer. Hij schrijft voor onder meer de Gooi- en Eemlander, HDC Media, Cultuurpers en Place de l’Opera.