Where to from: strijk(ers)licht
Neil van der Linden bezocht een aantal muziektheater voorstellingen in het Holland Festival 2026. Veelal raken de voorstellingen de buitenlijnen van het genre opera, maar deed Wagner dat ook niet met zijn Ring en was Orfeo van Monteverdi niet iets geheel nieuws en ongehoords? Het Holland Festival biedt net als O. voorstellingen buiten de gangbare paden. Dit keer bezocht Neil Where to from.
In het Muziekgebouw aan ’t IJ In Amsterdam voerde associate artist van het Holland Festival 2026 Hildur Guðnadóttir haar laatste bijdrage uit, muziek van haar recente album Where to from.

Ze omschrijft het zelf als een weergave van auditieve dagboekfragmenten, muziek die haar als professioneel musicus tijdens een dag door het hoofd schiet. Muziek die een gevolg is van gemoedstoestanden, maar die gemoedstoestanden ook kan veranderen.
“Toen ik mijn dagboeken teruglas, besefte ik dat ik verlangde naar vertraging, naar een plek waar ademruimte is. Ik merkte dat die stilte al in de composities zat.” Die ervaring wilde Guðnadóttir uitdrukken in Where To From, in een ensemble waarin ze cello speelt en zingt, samen met twee andere cellisten, een viola da gamba en een altviool, en twee sopranen.
Laserbundel in het donker
De uitvoering begint in het donker. Langaam licht het podium hier en daar op. Een zachte celloklank begint. Een laserbundel priemt door de duisternis. Meer strijkers beginnen mee te spelen. De musici, allemaal op een rij gepositioneerd, zitten op een rij, de zangeressen links, de instrumentalisten recht. De muziek is voor het grootste deel gegroepeerd rond één mineurakkoord; is het e-klein? Mede vanwege de gamba klinkt er iets door van de Britse laat-Renaissance vroeg-Barok consort-muziek.

Als de sopranen zich bij het geheel voegen kun je denken aan Hildegard von Bingen en met Guðnadóttir erbij het repertoire van het Trio Médieval, en even lijkt het begin van O Superman van Laurie Anderson te weerklinken (Guðnadóttir had Anderson uitgenodigd voor een aandeel elders in het festival.)*
Maar er zijn ook elementen van traditionele IJslandse muziek. Wat aan het slot wordt bevestigd als het ensemble een IJslands lied aanheft, volgens Guðnadóttir één van de mooiste melodieën ooit. Interessant is dat die muziek duidelijk maakt waardoor IJsland relatief, naast filmcomponisten als Guðnadóttir, Jóhann Jóhannsson (Arrival, Sicario, The Theory of Everything, Mandy) zo veel contemplatieve popmuziek heeft voortgebracht; Icecubes, Björk, Sigur Rós enz., en ook Ragnar Kjartansson, de beeldend kunstenaar die zoveel met muziek doet, ook elders in het festival**. Allemaal met meestal ook een grillige, ‘edgy’ kant, waardoor het telkens net niet ‘new age’ wordt; vaak zelfs compleet het tegendeel.
Wat Guðnadóttirs waarschijnlijk de gedroomde componist maakte voor de ‘Joker’ films, over een teruggetrokken levende eenzame man die een gevaarlijke gek kon worden. Ik zie nu dat haar soundtrack voor Chernobyl al van net voor de eerste Joker film (2019) was. Dat ze daarvoor in 2017 al de soundtrack voor Tom of Finland (over de gelijknamige homo-leerfetish-tekenaar) had gemaakt, en dat ik misschien ten onrechte onlangs de (Frankenstein-parodie)The Bride! heb overgeslagen en dat ik door haar muziek vrij onlangs ook 28 Years Later: The Bone Temple beter vond dat de eerste 28 Years Later-film.

Stap terug?
Dat ‘edgy’, ‘verontrustende’ ontbreekt een beetje in Where To From. Het is meer een rustpunt in Guðnadóttirs loopbaan, die tot nu toe stormachtig is verlopen. Een stap terug, een bewuste composers’ block zelfs eventjes? Want ja, al die variaties op dat ene mineurakkoord brengen je in trance. Maar gaven ook het gevoel dat je er óf veel meer van had willen horen, en misschien dan in de Gashouder of in een kerk liggend op de grond. Óf anders wat minder. De muziek zoals die nu was had compacter gekund. Maar ja dan hadden we misschien dat IJslandse toegift lied moeten missen.
Er is een lichtinstallatie van Theresa Baumgartner en het geluidsontwerp is van Francesco Donadello, die ook met Guðnadóttir samenwerkten voor haar grootschalige Chernobyl-project*** een paar dagen ervoor in de Westergas Gashouder, en daardoor is het niet verwonderlijk dat deze uitvoering een beetje werkt als een mini-Chernobyl.
De versterkte geluiden van stemmen en instrumenten worden af en toe elektronisch bewerkt, maar altijd zoetgevooisd, zoetgevooisder dan in Chernobyl.

In de damp die geregeld door de rookmachines wordt uitgestoten creëert Theresa Baumgartners scherp over de hoofden van het publiek scherend licht imposante horizontale plafonds en verticale wanden, in wit, blauw en rood.
Ik moest ook denken aan de kathedraal van licht die Boris Acket een paar jaar geleden maakte Gay Guerilla in het Julius Eastman-festival in Amsterdam en de snelweg boven de hoofden van het publiek voor KordzxSakamoto in het Holland Festival 2021. Maar ook die werkten ‘edgier’.
Kortom, Where to from, een deels welkom, deels niet geheel bevredigend rustpunt als afscheid van Hildur Guðnadóttir in dit festival.
Verder Kijken, luisteren en lezen
Where to from deel van de Cd met dezelfde titel.
*Installaties van onder Laurie Anderson.
** Ragnar Kjartansson in het HF