Fraaie zang in DNOA’s ‘Sluwe vosje’
De Dutch National Opera Academy speelt deze week vier voorstellingen van Leoš Janáček’s opera Het sluwe vosje (Příhody Lišky Bystroušky ). Ik bezocht de tweede voorstelling op donderdag, met een grotendeels andere bezetting dan die op woensdag. De prestaties van de eerste cast moeten hier dus buiten beschouwing blijven.

Leoš Janáček werd in 1917 op 63-jarige leeftijd verliefd op een bijna 40 jaar jongere vrouw. Of het iets meer dan alleen een platonische verhouding was, is totaal niet relevant. Kamila Stösslová werd zijn muze, en aan haar heeft hij zijn mooiste werken opgedragen. Zonder meer was zij dan ook zijn inspiratie voor het creëren van vrouwenkarakters. Het mooie, sluwe vosje Bystrouška (‘puntige’ oortjes’) is daar een voorbeeld van.
Bystrouška staat symbool voor vrijheid, onafhankelijkheid, schoonheid, maar ook genegenheid. Vandaar dat ze de Boswachter aan Terynka doet denken, een mooi zigeunermeisje, dat ook bij de Schoolmeester en de Pastoor warme gevoelens oproept. Maar het is uiteindelijk de Stroper die Terynka gaat trouwen en zijn bruid een vossenvacht cadeau doet. Symbolischer kan het niet.
In Het sluwe vosje lopen de werelden van mensen en dieren onbekommerd door elkaar. De Boswachter ziet in de dierenwereld een leven waar hij naar verlangt, vooral terugverlangt. Hij spreekt letterlijk over de tijd dat hij pas getrouwd was en zijn vrouw aan van alles dacht bij het naar bed gaan behalve slapen. Dat heimwee-achtige verlangen projecteert hij op een jong klein vosje dat zo de plaats inneemt van de onbereikbare Terynka. Hij neemt haar gevangen en zet haar bij de hond in een hok. Daar groeit ze op en als ze het zat is ontsnapt ze na eerst de haan en alle kippen te hebben doodgebeten. De Boswachter is alweer een illusie armer.

Terug in het bos schopt het Vosje de Das uit zijn huis, trouwt ze een erg leuke Vos met keurige manieren en krijgt een enorm nest kleintjes. Die Das verpersoonlijkt tegelijkertijd de Priester die noodgedwongen van parochie moet veranderen wegens een vermeend zedenschandaaltje. Maar het leven gaat verder en uiteindelijk wordt het Vosje doodgeschoten door de Stroper die zodoende een mooi bontje scoort voor zijn zigeunerbruid Terynka. Dit tot chagrijn van de Schoolmeester en de Boswachter die even aarzelt of hij misschien een nieuw vosje in huis moet halen. Hij valt in slaap in het bos voor hij dit onzalige plan kan doorzetten. Alle dieren verzamelen zich nieuwsgierig om hem heen. Als hij net als bij aanvang gewekt wordt door een kikker die over hem heenloopt zegt hij iets in de trant van ‘jij alweer?’ ‘Nee dat was mij opa’. De omloopsnelheid in de dierenwereld is nu eenmaal sneller dan in die van de mensen.
Voor een ‘schoolvoorstelling’ is het onontkoombaar om de enscenering eenvoudig te houden, zo ook hier in de regie van Daniel van Klaveren. Flink uitpakken zoals vorig seizoen met de double bill van Die sieben Todsünde en Der Kaiser von Atlantis** zal financieel niet elk jaar mogelijk zijn. In Het sluwe vosje is eenvoud echter geen enkel bezwaar, voor de dierenwereld wordt sowieso een groot beroep gedaan op de fantasie van de toeschouwers.
Het speelveld (evenals de kostuums ontworpen door Maartje Prins) wordt aan twee kanten begrensd door toeschouwer tribunes. Aan de twee andere zijden zit het orkest en is een klein platform dat dienst doet als café en het huis van de boswachter. Midden op het toneel staat het Dassenhol, groot genoeg om twee mensen tegelijk plaats te bieden. De kippen komen op en dragen hun eigen ren. Ook is er een kooi voor de hond. In het libretto wordt een veelheid aan dieren opgesomd en vaak zien we de meest uitzinnige kostuum om die tot leven te wekken. In deze productie bewegen spelers zich met ‘vlinders’ aan een stok; een rups en kikker zijn moeilijk als zodanig herkenbaar.

Vele rollen zijn in dit werk meervoudige bezet. Zo zien we de Pastoor, een fraaie vertolking door bariton Jaap van der Wel, bij aanvang als Das die klaagde dat zijn woonbuurt zo achteruit ging door al die nieuwkomers. Verder de Stroper die dubbelt als Hond op het erf en zo voort. Bariton Román Bordón zette een flinke stem op en was zeer overtuigend in zijn rol, vooral als hij flink kan uitpakken als stroper. Hij krijgt het vossenbontje en het zigeunermeisje, de bofkont. We zien in hem duidelijk Janáček in twee gedaantes: de Boswachter en zijn alter ego de Stroper.

Tenor Cathal McCabe was aandoenlijk als de schoolmeester In die rol moest hij het ontgelden van de Boswachter die niet nalaat hem belachelijk te maken: een man op leeftijd die hopeloos verliefd is op een jonge zigeunermeid. Daar spreekt ook jaloezie uit, zelf kan de Boswachter deze gevoelens niet uiten omdat hij getrouwd is.
Bariton Pavel Zelenev was nadrukkelijk aanwezig als de Boswachter, de mannelijke hoofdrol. Hij maakte er iets moois van, zowel acterend waarin hij een scala aan vooral melancholieke gevoelens etaleerde, als in zijn zang.

Goed beschouwd draait de hele opera over liefde en verlangen, verwoord door de mannen in het dorp: onmogelijke liefde (Pastoor), verloren liefde (Boswachter), wanhopige verliefdheid (Schoolmeester), ze doen er allemaal aan mee en steeds horen we de stem van Janáček.
Mezzo Madeline Lee was uitstekend op dreef als de Vos, perfect geacteerd en zeer goed gezongen. En de titelrol was in handen van sopraan Aimee Kearney. Ik hoorde haar nu voor de vierde keer, en in DNOA verband voor het laatst, en was steeds onder de indruk van haar vocale kwaliteiten. In dat opzicht vormde het vossenpaar een perfect duo, vooral te horen tijdens hun lange emotionele duet waarin beiden elkaar ontmoeten en tot een partnerschap besluiten, Het trouwen komt later als ze zwanger is.

Katarzyna Mandla, Clarisse Planchais *en Laura Pimenta namen de kleinere vrouwenrollen voor hun rekening. Salvador Simão was hilarisch als de haan die het als eerste moest ontgelden toen het Vosje genoeg had van haar bestaan als huisdier.
Een zestiental musici uit het Residentieorkest onder leiding van Cloe Rooke verzorgde de begeleiding. Ze brachten Janáčeks partituur op prachtige wijze tot leven wat een belangrijke bijdrage leverde aan het succes van de voorstelling.

*Clarisse Planchais was op 25 juni fysiek niet gedisponeerd, maar zong haar rollen vanaf het zijtoneel. Maura Wesseling acteerde de rollen.
Verder kijken, luisteren en lezen
Bariton Lukáš Zeman was de taalcoach voor deze productie.
Eerder dit seizoen bracht de Nederlandse Reisopera Het sluwe vosje in een Nederlandse hertaling.
** Peter Franken lovend over de double bill.