FeaturedHeadlineRecensies

Kwikzilver in Mozart ontbreekt in Mahler

In de Vriendenloterij Zomerconcerten bezochten de Bochumer Symphoniker met vertrekkend chefdirigent  Tung-Chieh Chuang,de Grote Zaal van het Concertgebouw en stonden Mozart en Mahler op de lessenaars. Neil van de Linden zat in de zaal.

Mozart zat weer op zijn conventionele plek in het programma, als entree vóór de pauze, met een groot symfonisch werk erna.Nou ja, die positie hebben de pianoconcerten jaren gehad, bijna ongeacht het kaliber van de solisten.Welnu, Ronald Brautigam kweet zich natuurlijk prima van zijn taak.Mede door de gelijkmatige klank van de ‘gewone’ Steinway klinkt het alsof Brautigam dit virtuoze, maar ook tamelijk luchtige concert nr. 17 in G, KV 453, bijna nonchalant uit zijn mouw schudt. Al houd ik er ook van als Brautigam op authentieke instrumenten speelt. Dan hoor je niet zozeer hoe Brautigam zucht en steunt, maar wel hoe het toenmalige instrumentarium moet zuchten en steunen om de vernieuwingen van de muziek van indertijd bij te houden.

Ronald Brautigam. Foto: © Marco Borggreve.

Kwikzilver

Maar ach, zo’n klaterende, kwikzilverige Mozart mag ook wel weer eens. Dat kwikzilverige ontbrak helaas een beetje bij de tweede solist van de avond, de sopraan in het laatste deel van Mahlers Vierde Symfonie. Maar eerst weer terug naar Mozart.

De Bochumer Symphoniker, met relatief veel jonge musici, sloot zich, aangevuurd door zijn eveneens jeugdige dirigent, Tung-Chieh Chuang, energiek bij Brautigam aan.

Alleen werden de eerste maten van het concert ontsierd door een foeilelijke inzet bij de twee hoorns. Jammer ook dat het euvel zich telkens als die passage terugkwam herhaalde. Dat deed het ergste vrezen voor de Mahler-symfonie, die vier hoorns voorschrijft.

Maar nu bleek de hoornsectie uitgebreid met onder meer de vermoedelijk ‘echte’ eerste hoornist, die alle Mahlers hoornsolo’s zonder mankeren ten beste gaf; het ging alleen weer even mis toen één van de twee hoornisten van het Mozartconcert ook een solopassage kreeg bij Mahler.

Voor de rest stortten dirigent en orkest zich bijna Mozartiaans op Mahler, met met name in het eerste deel af en toe mooie Bernsteiniaanse versnellingen.

De Bochumer Symphoniker met dirigent Tung-Chieh Chuang. Foto: © Christian Palm

Lichtvoetig?

De Vierde wordt vaak als Mahlers lichtvoetigste beschouwd. Klopt dat beeld? Nou ja, het laatste deel, op tekst van Das himmlische Leben uit Des Knaben Wunderhorn , beschrijft de hemel, met al haar heiligen en engelen, gezien door de ogen van een kind, “Wir genießen die himmlischen Freuden”. Mahler schreef zelf een richtlijn: ‘Met kinderlijke, opgewekte uitdrukking, zonder parodie.’ Is daarmee ook bedoeld zonder ironie, de ironie die hij bijvoorbeeld wel degelijk aan de dag legde in verschillende van de Knaben Wunderhorn-liederen? En die bijtende arreslee-belletjes uit dit deel, die hardnekkig steeds weer terugkeren, klinken best dubbelzinnig. En wil de tekst een fantasie verwoorden van een kind dat zelf nog midden in het irdische Leben staat, of is het de fantasie over hoe een gestorven kind het hiernamaals ervaart? Acht van Mahlers zussen en broers waren op kinderleeftijd overleden. Dat opzettelijk, maar daarmee ook wat dubbelzinnig kinderlijke-naïeve wisten dirigent en orkest fraai te verklanken.

Miah Persson. (© Monika Rittershaus)

Maar ik miste het in het aandeel van de soliste, Miah Persson. Ik hoorde toch een soliste met een net iets te volwassen geluid voor deze partij. Laten we zeggen dat ik het geluid hoorde van een zangeres die de leeftijd heeft die Alma Mahler had ten tijde van het componeren van deze symfonie, rond de 21.  Bovendien deed zich misschien weer het euvel voor van de solist die niet voldoende naar boven in de zaal projecteert. Of speelde het orkest toch te luid? In de zachte passages ging het beter. Maar ja, dan hoorde ik geen kind. Ik ga maar weer eens naar de opname van Barbara Bonney met het KCO en Chailly luisteren.

Dirigent Tung-Chieh Chuang,  leidde het orkest wel indrukwekkend naar het pianissimo-einde van de symfonie, met de wegstervende klanken van de harp en de contrabassen.

Verder kijken, luisteren en lezen

Miah Perssons zingt Das Himliches Leben met het KCO.

Ronald Brautigam speelt het eerste deel uit het Pianoconcert KV 453 op een fortepiano.

In 2012 zong Miah Persson een prachtige Pamina in het Concertgebouw.

Vorig artikel

Pakkende film en opera Fanciulla in Essen

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Neil van der Linden

Neil van der Linden