BuitenlandFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Alcina tussen verlangen en spektakel in Lille

Wat gebeurt er wanneer Händels Alcina niet langer een verhaal is over de verleiding van een man door een vrouw, maar over lesbische liefde, vrouwelijke autonomie en de vrijheid om zelf te kiezen? Bij de Opéra de Lille geeft regisseur Ewelina Marciniak een verrassende draai aan het bekende verhaal. Haar poging om de female gaze op het operatoneel vorm te geven levert prikkelende beelden op, maar roept ook vragen op. Wanneer wordt vrouwelijke seksualiteit werkelijk bevrijd en wanneer wordt ze opnieuw spektakel? Muzikaal staat de voorstelling stevig, dankzij prima solisten en dirigent Emmanuelle Haïm die Le Concert d’Astrée leidt.

Karine Deshayes als Alcina, en Lilit Davtyan als Morgana. ©Foto: Simon Gosselin

Rood lingerie setje

Tijdens de ouverture krijgt een vrouw van haar vriend na één jaar relatie een rood lingeriesetje cadeau. Het geschenk lijkt minder een blijk van liefde dan een poging haar in een bepaalde rol te duwen. Ze kiest ervoor de relatie te beëindigen en haar eigen weg te gaan, op zoek naar vrijheid en de mogelijkheid haar seksualiteit zelf vorm te geven. Misschien voert die weg haar naar ‘het eiland’ van Alcina? Een vakantie op het eiland lesbos?

Tovenares Alcina 

Händels Alcina, in 1735 in Londen gecreëerd, is gebaseerd op een episode uit Ludovico Ariosto’s Orlando furioso. Het libretto vertelt het verhaal van de tovenares Alcina, die op haar betoverde eiland minnaars verleidt en hen, zodra ze haar niet meer interesseren, in dieren of rotsen verandert. Ruggiero meestal een broekrol, is bij Alcina terechtgekomen en vergeet onder haar betovering zijn verloofde Bradamante. Zij reist met haar vertrouweling Melisso naar het eiland, vermomd als haar broer Ricciardo. Morgana, de zus van Alcina, wordt verliefd op de vermeende jongeman. De geliefde van Morgana  heet Oronte en reageert jaloers en probeert de intriges te doorzien. Melisso helpt Ruggiero met een magische ring zijn betovering te herkennen. Uiteindelijk kiest Ruggiero in het oorspronkelijke verhaal opnieuw voor Bradamante. Alcina verliest haar macht en blijft alleen achter. Ook de zoektocht van de jonge Oberto naar zijn verdwenen vader vormt een nevenlijn.

De female gaze en het vrouwenlichaam

Regisseur Marciniak verschuift het perspectief. Ruggiero wordt vertolkt door een vrouw die ook zichtbaar een vrouw is. Haar verhouding tot Alcina krijgt daardoor een andere betekenis: niet alleen de klassieke verleiding van een ridder door een tovenares, maar liefde tussen twee vrouwen. De traditionele terugkeer naar de heteroseksuele orde wordt ook ter discussie gesteld. In deze enscenering lijkt Ruggiero aan het einde mogelijk niet terug te willen naar Bradamante, maar bij Alcina te willen blijven. Dat is een interpretatieve ingreep en geen afloop uit het oorspronkelijke libretto. Muzikaal had ik daar geen probleem mee, al was het wel verrassend. Marciniak opent interessante vragen over lesbische liefde, vrije liefde en de mogelijkheid van relaties die zich niet voegen naar vaste maatschappelijke of opera verwachtingen. Juist daarom had deze keuze dramaturgisch meer ruimte mogen krijgen. Een afwijking van het oorspronkelijke verhaal wordt pas werkelijk betekenisvol wanneer de voorstelling de emotionele consequenties ervan zichtbaar maakt.

Scènefoto Alcina. Foto: © Simon Gosselin

Het decor van Natalia Mleczakmet gekleurde panelen, abstracte rotsformaties en een centrale trap is abstract en doet nauwelijks aan een fantasie eiland denken. De belichting (Monika Stolarska) is regelmatig bijzonder mooi. Het lichaam van Alcina wordt met een onverbloemd realisme getoond, wat mij aan beeldend kunstenaar Marlene Dumas doet denken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Een vrouw hoeft niet jong of slank te zijn om begeerlijk te mogen zijn. Maar hier verdringt het realisme soms de sensualiteit. Waarom moet vrouwelijke autonomie zo vaak gepaard gaan met een nadrukkelijke presentatie van het vrouwenlichaam? Erotische beelden, bondage, sadomasochisme èn een paaldanser, trekken veel aandacht. De paaldanser neemt het toneel zo nadrukkelijk over dat de dramatische handeling naar de achtergrond verdwijnt en dat tijdens één van de mooiste aria’s van de opera. De vraag blijft vanuit wiens blik we kijken. Toont de voorstelling Alcina als een vrouw die zelf begeert, of wordt haar seksualiteit opnieuw spektakel?

Paaldanser in Alcina in Lille. Foto: ©Simon Gosselin

Te veel beweging

De vijf dansers als verschillende verschijningsvormen van Alcina, leveren een treffend beeld op. Dat is dan wel even heel mooi, maar de dans is zo vaak aanwezig dat hij geregeld afleidt van de muziek. Händels muziek heeft geen voortdurende visuele ondersteuning nodig. Soms zou een zanger ,die vrijwel onbeweeglijk een aria zingt, meer zeggen dan een toneel vol choreografie. Ook de enorm grote pop na de pauze, die associaties oproept met Louise Bourgeois, en een acrobatische scène in de vorm van de vader van Oberto blijven dramaturgisch onduidelijk. De regie heeft verbeeldingskracht, maar mist de discipline om beelden weg te laten.

Karine Deshayes als Alcina. ©Foto: Simon Gosselin

Genuanceerde begeleiding

Muzikaal staat de voorstelling stevig. Emmanuelle Haïm leidt Le Concert d’Astrée met levendige tempi, gevoel voor spanning en een genuanceerde begeleiding. De balans tussen fluit en violen is aanvankelijk niet overal ideaal, maar dat doet weinig af aan het overtuigende muzikale niveau. Het geweldige orkest gaat voortdurend een dialoog aan met de solisten. De twee hoornisten, Jeroen Billiet en Yannick Maillet verdienen lof, onder meer in de lastige, wonderschone aria van Ruggiero “Sta nell’lrcana pietrosa tana’.

Indrukwekkend laag

Karine Deshayes heeft als Alcina een rijk, stevig en indrukwekkend laag register. Boven het middenregister klinkt haar stem minder vrij en soepel. Er werd het publiek medegedeeld dat ze een ongelukje heeft gehad, maar toch zal zingen zij het in een licht aangepaste regie. Ze beweegt zichtbaar voorzichtig. Hoeveel daarvan haar zang beïnvloedt, is moeilijk vast te stellen. Haar vertolking blijft onder het niveau waarop ik haar eerder hoorde. Toch zijn er ontroerende momenten, vooral in het tweede bedrijf, wanneer Haïm een aria prachtig opbouwt en Deshayes Alcina’s kwetsbaarheid voelbaar maakt. Adèle Charvet maakt als Ruggiero een bijzonder goede indruk. Haar warme, flexibele stem, verfijnde frasering en gevoel voor melodische lijn passen uitstekend bij Händel. In het beroemde ‘Verdi prati’ is ze ontroerend. De originele gezongen tekst blijft gehandhaafd, maar in de boventiteling wordt van haar en zij gesproken. Dan kan het voor een doorgewinterde operabezoekers even wennen zijn een broekrol daadwerkelijk door een vrouw te zien vertolken.

Karine Deshayes als Alcina, Adèle Charvet als Ruggiero ©Foto: Simon Gosselin

Jasmin White imponeert als Bradamante met een donkere, volle stem, een breed kleurenpalet en een krachtige podiumpresentie. De aria ‘Vorrei vendicarmi’ is een hoogtepunt. Hun rijke timbre wijkt af van het lichtere klankideaal dat vaak met barokzang wordt geassocieerd, maar diens intensiteit overtuigt en maakt White tot de ster van de avond. Het kostuum doet White helaas tekort en maakt de verschijning eerder karikaturaal dan krachtig. Ook dat is een kwestie van blik: de vormgeving zou diens stem en présence moeten ondersteunen, niet diens lichaam tot een visueel type reduceren.

Jasmin White als Bradamante. Screenshot video trailer.

 Lilit Davtyan geeft Morgana een levendig, eigen karakter met haar punkerige, goth-achtige verschijning. Ze beweegt soepel en zingt overtuigend. Josh Lovell heeft als Oronte een aangename stemkleur, al klinkt zijn hoogte soms geknepen en is de spanning ook zichtbaar in zijn hals. Camille Chopin is adequaat als Oberto. Ashley Riches vervult de kleinere rol van Melisso solide.

Scênefoto Alcina met links achter met bril Jasmin White als Bradamante, links voor Josh Lovell als Oronte, midden Lilit Davtyan als Morgana, Camille Chopin als Oberto en dansers. Foto: © Simon Gosselin.

Epiloog

Het uitgangspunt van deze ‘Alcina’ is relevant. Vrouwen hoeven hun verlangens niet tegenover de mannelijke blik (ook door vrouwen) te rechtvaardigen. Ruggiero als vrouw is een betekenisvolle keuze, en Alcina krijgt de kans meer te zijn dan een gevaarlijke verleidster. Maar de overvloed aan dans, erotiek en theatrale vondsten werkt het concept geregeld tegen. De female gaze ontstaat niet vanzelf doordat een vrouw de hoofdrol speelt of een traditionele man-vrouwverhouding wordt omgedraaid. Emmanuelle Haïm en Le Concert d’Astrée houden de avond muzikaal overtuigend bijeen. Charvet en White maken grote indruk, Davtyan geeft Morgana kleur en Deshayes weet ondanks haar fysieke ongemak te ontroeren. De regie biedt fraaie beelden, maar vertrouwt te weinig op de muziek en de personages. Een prikkelende poging, muzikaal sterker dan theatraal.

Verder kijken, luisteren en lezen

Video teaser Alcina in Lille.

Emmanuelle Haïm en Karine Deshayes over Alcina 

In 2015 regisseerde Katie Mitchel Alcina in Aix-en-Provence.

Vorig artikel

Jacqueline Van Quaille, La diva delle Fiandre overleden

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske