AchtergrondInterviews

De kracht van Kirsten Schötteldreier

Voor veel zangers is een zangcoach onmisbaar. Een jonge stem ontwikkelen, een ervaren stem gezond houden, een stem geschikt maken voor verschillend repertoire: bij al die taken is hulp gewenst. Kirsten Schötteldreier is één van de bekendste zangcoaches. François van den Anker vroeg haar naar haar methodes en haar visie op zang.

Kirsten Schötteldreier: “Iedereen heeft een authentieke stem.” (© Thekla Ehling)

Het gesprek met voice & performance coach Kirsten Schötteldreier gaat over de binnenkant van het vak, over de kern van zingen en over haar aanpak om zangers te helpen tot hun eigen kern te komen. Ze vertelt over het zoeken naar het eigen, authentieke geluid van een zanger. Op basis van haar eigen zangopleiding en -ervaring en aan de hand van wat ze vond in een meer holistische aanpak van zingen en de stem coacht ze zangers, zowel jonge talenten als gevestigde namen. Ze werkte samen met stemcoach Peter Harrison en leerde ook van hem een stem te analyseren.

In het Shaolin Wahnem Instituut in Maleisië vond ze Chi Kung, een onderdeel van de Chinese leer die zich richt op het behoud van lichamelijke en geestelijke gezondheid. Er ligt veel nadruk op ademhalingsoefeningen in verbinding met Chi Kung-bewegingen. Die kennis integreert ze in haar methoden.

“Iedereen heeft een authentieke stem”, zo formuleert ze haar overtuiging. Ze vertelt erover, hartstochtelijk, soms zoekend naar de woorden die ze af en toe in haar moedertaal Duits vindt, die een enkele keer uit het Engels komen en verder in inmiddels vloeiend Nederlands klinken. Ze formuleert met stelligheid, die soms wordt soms gerelativeerd door een golvende lach. Ze is voorbereid, heeft wat dingen opgeschreven en duikt gretig in de kwesties die de interviewer voorlegt.

Eerst over die authentieke stem. “Ik geloof dat ieder mens een eigen klank heeft, beïnvloed door de cultuur waarin je opgroeit, je dialect en hoe je ouders spreken. Die klank is uniek, een soort fingerprint. In de loop van je ontwikkeling in het leven verandert die. Als je als kind hebt geleerd dat je niet luid mag spreken, ga je aan die regel voldoen. Wat ik probeer te doen, is professioneel een kernklank te ontwikkelen voor alle stijlen, of het nou barok is of Wagner of jazz. Dát geluid zoek ik. In het leven komen er heel veel lagen op een stem, die moet je weghalen om naar een oerklank te kunnen gaan.”

Kirsten Schötteldreier tijdens een warming-up met zangeres Susana. (© Momenttom.com)

Naast jonge operazangers die nog studeren en ervaren vocalisten die hun ontwikkeling niet willen stoppen, coacht Kirsten Schötteldreier vocalisten uit andere genres muziek. Zangeres Susana bijvoorbeeld, die te horen is op verschillende cd’s van dj Armin van Buuren en met hem over de wereld toerde. Ze is goed thuis in het Wagnerrepertoire, maar doet heel veel meer op operagebied in de operahuizen van bijvoorbeeld Leipzig, Berlijn, Madrid, Parijs en Bayreuth. Ze werkte in Nederland onder meer voor de Nederlandse Reisopera en begeleidde solisten die bij De Nationale Opera zongen. Ze was muzikaal leider van de virtual reality-productie Weltatem, een coproductie van Het Geluid Maastricht en de Reisopera.

“Te veel techniek, te veel denken over hoe het moet, daar hebben jonge zangers last van”, zegt Schötteldreier. “Ze willen snel van alles doen om ideaal te klinken, om carrière te maken. Maar het heeft tijd nodig. Ik heb weleens gezegd: mijn ideaal is een ideale toon, niet eens een ideale frase. Een toon die echt is, die een balans is van licht en donker, van chiaro en scuro – zoals dat in het belcanto heet. Een toon die niet omhoog gepusht wordt en niet kunstmatig heel laag wordt gehouden. Als je met die eigen stem zingt, die niet ‘gemaakt’ is, dan raak je mensen.”

Het leven is ingewikkeld, een zanger maakt veel mee, dus de vraag is: vind je die stem ooit?
“Het hang erg samen met een state of mind, een state of being: in totale rust in verbinding met jezelf zijn, zodat alles van je af valt, alle kritische gedachten, alles wat je ooit leerde. Dat kritische mannetje op je schouder tot zwijgen brengen. Het is bijna als in trance. ‘De sterren van de hemel zingen’, zo noemen mensen dat soms. Heel spiritueel gezegd: in contact met het universum, maar ook heel praktisch: in verbinding met het publiek, in de ruimte staan. Ik noem dat de Chi Kung state of mind, een meditatieve rust. Je kunt leren om te zingen zonder dat je gedachtes interveniëren. Het publiek merkt dat op, het voelt of een zanger in rust is en daarin zijn kracht vindt.”

Dat vinden lijkt me in de veiligheid van jouw studio makkelijker dan op het grote podium.
“In de studio begint mijn werk, maar ik heb besloten om het daar niet te laten eindigen. Ik ga mee naar repetities voor een productie. Er is het stuk, er zijn de repetities, de dirigent wil dingen, de regie heeft wensen. Door die regie verandert ook jouw zingen. Die maakt misschien dat je een agressief type moet spelen en daarvan verandert je toon. Het eigene zien te bewaren en toch de regie naleven, daarmee begint het. Ik noem dat op het toneel ‘op nul gaan’. Iedere nieuwe frase is een kans om weer op nul te beginnen. Nul is dan het rustige moment, met je voeten op de grond, geaard, je adem niet te hoog.

Het is november 2019 en in de Grote Zaal van het Concertgebouw wordt gerepeteerd voor Die Walküre in de NTR ZaterdagMatinee. Op het podium zingt bariton Thomas Johannes Mayer de rol van Wotan bij dirigent Jaap van Zweden. Al vele tientallen keren was Mayer de oppergod in de drie delen van de Ring van Wagner waarin Wotan te zien is. Het contact met Kirsten Schötteldreier ontstond toen hij Wotan zong bij De Nationale Opera in de Ringcyclus van Haenchen/Audi. Ook een zeer ervaren zanger heeft behoefte aan coaching, en daarom zit Kirsten in de zaal. Ze volgt elke adem, elke stembuiging van de zanger en in de pauzes hebben ze korte gesprekken.

Wat doe je met iemand die al zo goed is?
“Het is een ding om een carrière te maken, maar een ander om deze carrière ook te behouden. Je hebt een coach nodig als de kracht door het ouder worden afneemt. Als je, zoals Thomas, in je carrière veel boze karakters, goden zoals Wotan, zingt, kan die boosheid in de toon gaan overheersen. Het kan je technisch, vocaal, emotioneel en lichamelijk in een hoek dringen, waarin je alleen nog maar die boosheid als motor gebruikt om te zingen. Dat hoor je vaak bij heldenbaritons. Ik heb met hem gezocht naar zijn zachte, lyrische kant. Het moest weer frisser klinken. We hebben veel ademmeditatie gedaan om dat naar voren te halen. Ik luister nog steeds naar hem en werk met hem aan verbetering.”

In een interview heb je eens gezegd: “Meine Mission ist natürlich: die Heilung durch die menschliche Stimme.” Kan dat?
“Nadat ik gezondheidsproblemen kreeg, ben ik twaalf jaar geleden begonnen met Chi Kung. Dat leert je jezelf te helen, jezelf in een toestand brengen die je beter laat presteren. Daarvan heb ik geleerd om beter naar stemmen – ook die van mijzelf – te luisteren. Ik kan soms zelfs aan de telefoon al horen welke stemproblemen er zijn. Het klinkt misschien onbescheiden, maar het is iets wat ik heb ontwikkeld. Met mijn leraar Peter Harrison deed ik sessies met zangers en leerde zo stemmen te analyseren. Chi Kung heeft me geholpen nog sensitiever te zijn. Stemmen zijn voor mij een leidraad in mijn leven. Aan een stem hoorde ik als kind al wie ik wel of niet kon vertrouwen.”

Kirsten Schötteldreier in een coaching met Gable Roelofsen van Het Geluid Maastricht.

Waar stopt coaching en waar begint therapie?
Lachend: “Operazangers hebben altijd drama nodig en dat is prima, maar als er écht een probleem is, een echt trauma, dan moet je opletten. Vaak kun je door het zingen, door een goede, holistische aanpak dat oplossen. Ik vind dat je als goede zanger een goed mens moet zijn. Die grens tussen coaching en therapie is dun. Ik moet mezelf ook als coach beschermen. We werken met emoties. Als ik tegen een zanger zeg: ‘Probeer je innerlijke kind te voelen’, dan komen de tranen, dan gaat het deksel los. Maar dat doe ik altijd alleen voor de klank. De zanger krijgt een antwoord terug door de klank en dan blijft het zangles en wordt het geen therapie.”

Kun je die mooie klank wel krijgen als je je verleden niet verwerkt hebt?
“Ik zeg altijd: we kunnen alles veranderen in iedere seconde, instant change. Als je bij mij in de studio staat en we werken aan iets, dan kun je bedenken dat je in je drama wilt gaan en duiken in alles wat je hebt meegemaakt. Ik stel dan voor om alles wetend te omarmen, het aan te kijken – niet weg te stoppen – en misschien komen er nog wat tranen. En dan gaan we verder. Dan zingen we de frases en meestal gaat dat dan beter. De muziek heelt je ook, als je uit je drama gaat en verder wilt.”

Kun je nog ontspannen bij een voorstelling als één van je zangers op het podium staat?
“Als ik vooraf nog even met de zanger heb gewerkt, bij het inzingen, en ik voel dat het goed is, dan kan ik in de zaal genieten. Ik was eens bij een uitvoering van Die Meistersinger von Nürnberg in Bayreuth. Toen ik naar buiten kwam, wist ik weer heel goed waarom ik in de opera werk. Die avond klopte álles: de sfeer, het publiek, de mensen op het toneel, de muziek, ja, tot aan iedere haar in de pruiken, het vormde allemaal één geheel. Je voelde hoeveel plezier de zangers hadden bij het maken van de productie.”

Kirsten Schötteldreier met dirigent Philippe Jordan. “Mijn allermooiste cadeau is als ik bij een productie een dirigent kan spreken.”

Een zanger zoekt met jou naar zijn of haar authentieke toon, maar op de partituur staat de naam van Wagner of Mozart. Is die zanger dan nog vrij?
“Op de eerste plaats denk ik dat Wagner en Mozart vaak ideaal gecomponeerd hebben, Richard Strauss trouwens ook. Als tekst en muziek goed geschreven zijn en samengaan, als je goed begrijpt wat er staat, dan het is geen keurslijf, het is vrij! Dirigenten, die hebben minder vrijheid. Ze hebben een ideaal hoe Mozart of Wagner moet klinken. Dat is soms een probleem. Ze casten een bepaalde zanger en die laten ze dan zo zingen dat hij niet meer goed klinkt. Je kunt met een grote stem niet zo’n pianissimo creëren als iemand met een licht en lyrisch geluid, en omgekeerd. Als je daarin te ver gaat, maak je de stem kapot.

Mijn allermooiste cadeau is als ik bij een productie een dirigent kan spreken. Inmiddels luisteren dirigenten naar mij en discussiëren we, daar ben ik heel trots op en blij om. Dan doe ik suggesties voor de manier waarop de dirigent de zanger kan begeleiden door soms iets meer tijd geven. Ik zou best meer met dirigenten willen werken. Ze hebben het vaak te veel aan hun hoofd. Ze worden overbelast met te veel nieuw repertoire en de concentratie ligt dan op het werken met het orkest.”

En wat zeg je als je een klasje vooraanstaande operaregisseurs zou mogen toespreken?
“Het belangrijkste is dat ze beseffen dat het lichaam het instrument is waar de energie doorheen moet. Bij het toneel heb je een zekere rust nodig tegenwoordig; het moet klein zijn en verstild. Maar als een zanger te weinig innerlijke energie mag hebben, stroomt het niet meer. Regisseurs zijn soms bang voor een groot geluid, maar dát is opera. Als je die motor niet aan mag hebben van de regie, lijdt de zang eronder. Ik hoop dat regisseurs zangers de ruimte geven. Ik heb het met Pierre Audi weleens gehad over mijn wens om al bij de conceptbespreking aan het begin van de productie aanwezig te zijn ‘Dat is een luxe, Kirsten’ zei hij, waarop ik antwoordde: ‘Het zou een noodzaak moeten zijn!’”

Wat moet het publiek weten over zingen en de stem?
“Het publiek hoeft van mij niks te weten. Het is fijn als ze het verhaal kennen. Dan snap je beter hoe en waarom er gezongen wordt. Je hoeft niet zo veel over stemmen te weten. Maar ze moeten zich realiseren dat een zanger in een bepaalde Tagesform is op die avond. Er zijn veel factoren die invloed hebben, als is het maar dat je in je hotel slecht kon slapen. Aan de andere kant: mensen mogen best kritisch zijn op de zang. Zangers die een goede pr-machine en een bekende naam hebben, lijken te kunnen doen wat ze willen. Ook hele grote namen zijn soms geweldig en soms niet.”

Je ervaringen kunnen jonge zangers, net begonnen aan een loopbaan, helpen. Wat is je boodschap voor hen?
“Het allerbelangrijkste voor mij is: probeer geen antwoord te geven als je zingt, probeer altijd een vraag te stellen. Laat het op je afkomen en kijk wat er met je gebeurt. Je staat er, je ademt, je voelt hoe je in de ruimte bent, hoe je stem is. Stel jezelf die vragen, neem de tijd vooraf, bij een auditie of bij een optreden. Even ademen, even zingen. Verlies nooit je ‘innerlijke operette’, die vreugde van binnen die je voelt als je zingt, ook in een dramatische scène. Doe je parelketting af, laat je hart je diamant zijn. Als ik een zanger zie, wil ik weten: wie ben jij? Ik zie zangers op competities, gekleed in een enorme jurken. Maar ze dreigen al voor ze een carrière hebben een cliché van de operazanger te worden. Het is niet je uiterlijk, het is je stém die je bijzonder maakt.”

Zie voor meer informatie over het werk van Kirsten Schötteldreier haar persoonlijke website. Op Facebook vindt u een aankondiging voor een masterclass die ze binnenkort in Amsterdam geeft.

Vorig artikel

Opera in de media: week 5 van 2020

Volgend artikel

Reisopera kneedt L'Orfeo tot gesamtkunstwerk

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.