Home » Achtergrond, Binnenkort, Featured

Paul Appleby: “Tom Rakewell past bij mij”

Amsterdam26 januari 2018 Geen reacties

Tenor Paul Appleby zingt binnenkort zijn tweede grote rol bij De Nationale Opera. Hij is Tom Rakewell in The Rake’s Progress van Stravinsky. Na Aix-en-Provence verhuist de productie nu naar Amsterdam. François van den Anker sprak hem in het café van de Hermitage. “Mijn leven als zanger is compleet verbonden met mijn persoon.”

Paul Appleby: “Het is een roeping en het raakt alle kanten van je bestaan.” (© Jonathan Tichler)

Voor het interview is een uur beschikbaar en dat is eigenlijk te kort. Paul Appleby heeft over veel zaken interessante dingen te vertellen. Zijn kijk op de wereld en zijn vak is filosofisch en zijn standpunten zijn mild. Het zal zijn katholieke achtergrond zijn. Het gesprek gaat minstens zo veel over taal als over muziek. Hij formuleert zijn antwoorden in volzinnen, die zijn liefde voor taal illustreren.

Op het tafeltje in het museumcafé, onder de koffiekopjes en een schaaltje met een halve stroopwafel – de zanger weigert beleefd de andere helft – ligt een print van zijn operarollen van de laatste jaren. Het is een imposant lijstje, dat verschillende engagementen bij de Metropolitan Opera in New York vermeldt. Hij zong er, net als vorig jaar in Amsterdam, Belmonte in Die Entführung aus dem Serail. Zijn eerste Tom Rakewell deed hij eveneens bij de Met en hij was Demetrius in de kleurrijke productie The Enchanted Island, naast sterren als Joyce DiDonato en Luca Pisaroni.

“Ik ben een complete ramp als het om het huishouden gaat”

Paul Appelby studeerde aan de Juilliard School of Music in New York, waar hij nog altijd woont. Hij mist zijn vrouw en driejarige dochter als hij op pad is voor zijn werk. In één van zijn fraaie volzinnen formuleert hij dat gemis als “the harder part of the emotional architecture of this enterprise”. Erger nog dan dat gemis vindt hij het feit dat hij er niet voor hen kan zijn.

Hij leerde zijn vrouw kennen toen ze piano studeerde op Juilliard. Tegenwoordig heeft ze een drukke, fulltime baan in de staf van de directie van het muziekinstitiuut. Een paar keer per dag heeft hij skypecontact met het thuisfront. “Ik blijf altijd tot twee uur ’s nachts op, dat is de tijd van het avondeten en het bedtijdmoment van mijn dochter.”

Bij zijn vorige engagement in Amsterdam, een jaar geleden, waren zijn vrouw en dochter mee. “We zaten dicht bij Artis. Mijn dochter vond het geweldig. Deze keer heb ik gekozen voor een veel kleiner appartement in het centrum.”

Paul Appleby als Tom Rakewell naast Andrew Watts als Baba the Turk. (© DNO / Monika Rittershaus)

Het leven van een zanger speelt zich in een vreemde stad vooral af in het theater. “Ik probeer tijdens mijn verblijf hier zo verantwoord mogelijk te leven, al ben ik een complete ramp als het om het huishouden gaat. Ik heb wel plezier in het boodschappen doen en koken. Het is belangrijk om als operazanger een beetje de normaliteit in je dagelijkse bestaan te houden.”

Gezond leven en eten maakt deel uit van zijn voornemen om te letten op zijn uiterlijk. “Er goed uit blijven zien beschouw ik als onderdeel van mijn vak, hoe oppervlakkig ik dat idee ook vind. We leven in een tijd waarin het beeld belangrijk is.” Hij lacht: “Ik moet daar heel veel moeite voor doen. En natuurlijk begrijp ik mensen die zeggen: het gaat niet om het uiterlijk, het zijn de stem en de muziek die tellen. Helemaal mee eens. Maar we moeten ook kaarten verkopen.”

“Sinds ik in 2009 in het Young Artist Program van de Metropolitan Opera kwam, beschouw ik mezelf als professioneel zanger en is dit mijn leven. Het is een roeping en het raakt alle kanten van je bestaan. Mijn leven als zanger is compleet verbonden met mijn persoon. Ik vertaal alles wat ik doe en meemaak in wat ik ’s avonds op het podium doe. Dat is muziek, maar ik ben ook geïnteresseerd in literatuur en film. De laatste tijd lees ik wat meer romans, en hier in Amsterdam ga ik naar de film. Ik heb de nieuwe Star Wars-film al tweemaal gezien.”

“Ik voel het als een verantwoordelijkheid om mijn generatie te interesseren in klassieke muziek”

Paul Appleby werd geboren in Chicago. Op zijn tiende verhuisde het gezin naar South Bend, Indiana, waar zijn vader een baan als hoogleraar kreeg aan de katholieke University of Notre Dame. Daar zou Appleby zijn bachelor halen in Engelse literatuur en muziek. “Muziek was al vroeg belangrijk voor me. Voor mijn zesde verjaardag vroeg ik pianolessen, en die kwamen er. Ik studeerde de Inventionen van Bach en Mozarts pianosonates. Heel veel talent had ik er niet voor, maar het komt me nog altijd van pas bij het studeren van nieuwe muziek.”

Paul Appleby: “Ik leg mensen vaak uit dat klassieke muziek meer tijd en geduld vraagt. Maar daarvoor word je rijk beloond!” (© Jonathan Tichler)

Zijn ouders hielden vooral van popmuziek. Thuis klonk het werk van Bob Dylan en Elvis Costello. “Mijn vader kon aan de hand van het lied ‘Rene and Georgette Magritte with Their Dog after the War’ van Paul Simon aan me uitlegggen wat het postmodernisme betekent. Eigenlijk komt het door mijn carrière in de opera dat mijn ouders meer naar klassieke muziek zijn gaan luisteren.”

“Ik voel het als een verantwoordelijkheid om mijn generatie te interesseren in klassieke muziek, in opera en in lied, en hen te laten ervaren dat er eigenlijk geen onderscheid is tussen al die soorten. Het is allemaal muziek. Ik leg mensen vaak uit dat klassieke muziek meer tijd en geduld vraagt. Maar daarvoor word je rijk beloond!”

Appleby moet even nadenken over de vraag wat hem vanuit die wereld van Bob Dylan en Bruce Springsteen naar de klassiekie muziek bracht. “Wat me eigenlijk bij het zingen bracht zijn: woorden, taal, liedteksten. Mijn talent is het kunnen begrijpen van literatuur, het me eigen maken van teksten en dat interpreteren voor het publiek.”

De zanger studeerde Engelse literatuur en Duits en hij bracht als student een jaar door in Frankrijk. Europa was ook waar zijn ouders elkaar leerden kennen. “Europa en de Europese cultuur hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in ons gezin.”

“Ik loop weleens met tranen in mijn ogen langs de gracht hier”

Gedurende zijn opleiding op Juilliard was er volop ruimte om muziek in de volle breedte te exploreren. “Er kwamen mogelijkheden op allerlei gebied. Zo kreeg ik de kans om samen te werken met William Christie. En een componist wilde een nieuw stuk uitvoeren met het orkest van Juilliard en had een zanger nodig. Ik kon de tekst snel doorgronden en dankzij de basis van mijn pianolessen en een beetje durf lukte het. Nieuw repertoire spreekt me aan en ik vind het een morele verantwoordelijkheid naar de componisten, en ook naar het publiek, om die muziek te laten horen. Bij nieuwe muziek is dat niet altijd makkelijk.”

Met sterrendom heeft de jonge tenor volstrekt geen affiniteit. En nee, hij wordt niet enthousiast van het beeld dat de interviewer schetst van opgewonden fans bij het theater. Hij reageert met een observatie over de filmwereld. “Denk aan de supersterren van de cinema in de tijd van de grote studio’s in Hollywood. Het was allemaal marketing. Dat is mijn werk helemaal niet. Ik ben blij met het applaus aan het eind van de avond, verder hoef ik echt niet te horen hoe geweldig of interessant ik ben. Dat zou afbreuk doen aan de muziek.”

Paul Appleby als Tom Rakewell met Kyle Ketelsen als Nick Shadow. (© DNO / Monika Rittershaus)

Appleby beschouwt zijn leven, zijn werk en de wereld op een intellectuele manier. Maar, wil de verslaggever weten, wanneer heb je voor het laatst gehuild om muziek? “Kortgeleden nog. Mijn ‘Song of the Year’ voor 2018 is tot nu toe ‘Mache dich, mein Herze, rein’ uit de Matthäus-Passion van Bach. Dat lied moet op mijn begrafenis gedraaid worden. Dat het een diep persoonlijk en religieus gevoel beschrijft, dát is de waarde van klassieke muziek. Ik loop weleens met tranen in mijn ogen langs de gracht hier, als ik op mijn oortjes naar dat lied luister.”

“De tekst is erg verdicht en barok en dat schrikt mensen af”

Het is een hele stap: van de katholieke wereld waarin hij opgroeide, als koorzanger en misdienaar, naar de rol van Tom Rakewell, die met weinig kleding op het podium staat en trouwt met Baba the Turk, in de productie van Simon McBurney door een countertenor gezongen. Maar het past allemaal bij hem, vindt Appleby. “Mijn gevoel voor goed en kwaad, voor moraal, ontleen ik aan mijn katholieke opvoeding. Aan wat ik nu op het podium doe, is niks profaans. Ik ben er trots op. Voor mij en veel van mijn collega’s in de muziek gaat het om waarden als de bijdrage die je levert aan de ontwikkeling van de mensheid, aan het maken van een betere wereld. En natuurlijk zijn er valkuilen als ego en geld.”

Op de uitnodiging om in de productie van Simon McBurney opnieuw Tom Rakewell te zingen, was maar één antwoord mogelijk. “Ik zei ja, want ik hou heel erg van die rol. Hij past bij mij, bij mijn stem, en ik wil er ook iets mee uitdrukken. Voor het publiek is het niet makkelijk: de tekst is erg verdicht en barok en dat schrikt mensen af. Het idee dat ik met Simon kon werken, was erg aantrekkelijk.”

Het werk van de regisseur kende hij nog niet, wel zijn naam en faam. “Mijn tegenspeelster Julia Bullock, die Ann Truelove zingt, woont net als ik in New York. Vorig jaar zijn we samen de solovoorstelling The Encounter van Simon gaan bekijken.”

“Simon McBurney komt niet uit de muziek, maar hij bereidt zich goed voor. En hij kent zijn zwaktes en schakelt daar anderen voor in. Al zijn ervaring, zijn verbeeldingskracht en de kwaliteit van zijn team van licht- en videomensen komen samen in de productie. Er zitten ook acteurs in de voorstelling en hun rol is heel belangrijk. Dat we vorige zomer lang hebben kunnen repeteren in Aix betaalt zich uit. Nu we in Amsterdam aan het werk zijn, kunnen we nog meer in de tekst en de muziek duiken, want de techniek is inmiddels goed ingeregeld.

Het is niet de bekendste opera die vanaf 1 februari bij De Nationale Opera te zien is. Maar is The Rake’s Progress toch een bezoek waard? Paul Appleby weet het zeker: “Ik zeg: investeer je tijd en aandacht erin en je wordt terugbetaald. Met een enorm rendement.”

The Rake’s Progress is van 1 tot 21 februari te zien in Nationale Opera & Ballet. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

door