Home » Achtergrond, Featured

Michael Wilmering: klaar voor de toekomst

Amsterdam1 juli 2015 6 reacties

De liefde voor klassieke zang kwam vrij plotseling, maar gaat nooit meer weg, dat weet hij zeker. Deze week neemt bariton Michael Wilmering deel aan het Belvedere Operaconcours en in het najaar staat een eerste rol bij De Nationale Opera in de agenda. Een kennismaking met een zanger die twijfelt én geniet van zijn werk.

Michael Wilmering  (foto: Dik Nicolai).

Michael Wilmering
(foto: Dik Nicolai).

Een eerste operarol in een grote productie van Rigoletto, zijn masterexamen op het conservatorium, dat hij ‘met onderscheiding’ haalde, deelname aan het Belvedere Operaconcours en in het najaar een rol in Dialogues des Carmélites bij De Nationale Opera: voor iemand die als jongere wist dat hij nooit klassiek zou zingen en niet met opera overweg kon, heeft bariton Michael Wilmering een opmerkelijke agenda.

Het zijn drukke dagen voor de net afgestudeerde zanger, maar hij komt ruim op tijd aangefietst bij de Hermitage aan de Amstel voor de afspraak. De veronderstelling dat hij na zijn uitstekende eindexamenoptreden met lied en opera ‘on top of the world’ is, blijkt niet juist.

“Soms kan ik echt genieten van wat ik bereikt heb, maar nu niet”, vertelt de jonge master. “Als ik een rol zing, zoals Figaro bij de Dutch National Opera Academy, er helemaal voor ga en merk dat het lukt – ook al weet ik dat nog niet alles perfect is – dan kan ik gelukkig, nou ja, tevreden zijn. Maar bij een examen word je beoordeeld. Dan spelen onzekerheid, nervositeit en ook prestatiedrang een grotere rol.”

Wilmering heeft zichzelf in de muziekstudie goed leren kennen. “Ik ben steenbok en ik heb altijd een doel nodig. Zonder dat is het moeilijk.” Hij is van nature rusteloos en kent zijn beperking, die ook zijn werk als zanger beïnvloedt. “Ik heb de laatste tijd rust genomen en dan gaat alles veel sneller, dan neem ik dingen weer beter op. Het is in de tijd dat ik studeerde al een miljoen keer tegen me gezegd en nu begin ik het te snappen en denk ik: ze hadden gelijk.”

“Ik zong die eerste noot en was verslaafd”

Er was altijd muziek thuis toen Wilmering opgroeide en ook op school was er veel aandacht voor. “Mijn vader draaide veel jazz en muziek bleek de enige manier om me stil te krijgen. Ik was niet zo makkelijk als kind. Mijn ouders zetten dan een koptelefoon op mijn oren en zo werd ik rustig.”

Zijn plan was om psychiater te worden, of psycholoog. Het podium lokte ook: hij begon een vooropleiding voor de toneelschool. En toen kwam er ineens een verzoek. “Ik wilde absoluut geen klassiek zingen en ik haatte als recalcitrante puber opera. Maar vanuit de kerk vroegen ze of ik het Stabat Mater van Pergolesi wilde zingen. Ik ben niet zo heel gelovig, maar ik dacht: voor God heb ik dat wel over. Ik zong die eerste noot, was verslaafd en heb nooit meer iets anders gedaan. Grappig hè?”

“Er kwam iets in mezelf samen, plotseling. ‘Wow!’ – dat gevoel. Toen ging het allemaal heel snel. Ik ging heel veel muziek luisteren, kreeg zangles en mijn docente kende Henny Diemer. Bij haar mocht ik voorzingen en voor ik het wist, zat ik op het conservatorium.”

Wilmering viel als een blok voor de muziek. Kan dat in een flits ook weer veranderen? Hij weet zeker van niet: “Het wordt steeds meer en groter. Als ik ermee zou stoppen, gaat de helft van mij weg. Na een paar jaar integreert het zingen in je lichaam. Zingen is voor mij ook een soort meditatie, een manier om te aarden. Ik was vorig jaar een tijdje ziek. Toen was mijn stem weg en ging ik me echt heel naar voelen. Zingen is een noodzaak geworden.”

De bariton kwam, net als veel andere succesvolle Nederlandse zangers, bij docente Henny Diemer terecht. “Henny is een echte powerwoman, die toch ook gevoelig is en die van je eist dat je zelfstandig bent. Ze is een voorbeeld, maar ze kauwt niet alles voor. Je moet het uit jezelf halen en dat wil ze bereiken met je. Haar stijl werkte bij mij goed: veeleisend en streng, maar óók tolerant. En heel helder. Ze heeft echt passie en liefde voor het vak en dat maakt het voor mij ook weer sterker. Ik heb nog les bij haar, want ik heb het gevoel dat ik nog niet klaar ben.”

“Rodrigo is een droomrol”

Net voor zijn eindexamen zong Wilmering in Bogotá, Colombia. Zijn rol als Marullo in Rigoletto was een gevolg van de ontmoeting met dirigent Patrick Fournillier. Die leidde de opera L’etoile in Amsterdam en gaf een masterclass over Massenet voor De Nationale Opera en het IVC. “Hij vroeg me voor de rol van Marullo en het was fantástisch! Alles! Ik zong mijn eerste officiële rol in een grote productie en dan ook nog in het buitenland. Wat ik in Bogotá merkte, is dat je zelfstandig en heel flexibel moet zijn als je echt goed wilt worden.”

Michael Wilmering zingt opera, maar heeft ook veel affiniteit met het lied. Vorig jaar nam hij deel aan het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Bij de jury viel zijn optreden niet voldoende in de smaak, maar zowel de persjury als een jury van jongeren vonden het duo van Wilmering met Javier Rameix het beste. De pianist volgt een opleiding in Madrid, maar deze zomer staan nog wat optredens van het duo in de agenda.

Een koptelefoon hielp

Een koptelefoon hielp.

Over de vraag welk lied voor de bariton geschreven lijkt, denkt hij even na. “Dat is zo lastig om te zeggen. Bij de liederen van Duparc – ik heb ze ook op mijn eindexamen gezongen – schiet mijn gevoel kilometers de lucht in, maar ze zijn zo ontiegelijk moeilijk. Als je even niet goed ademt, of te veel emotie geeft, ben je er uit. Schumann vind ik heerlijk. Ik heb Dichterliebe vaak gedaan.”

Hij kijkt even om zich heen in de koffieshop van de Hermitage. Geen piano. “Als hier nu iemand zegt: zingen, dan doe ik dat zo. Meteen! Schumann-liederen zijn op zich niet makkelijker dan het werk van Duparc, maar je kunt ze sneller op niveau zingen. Bij Duparc duurt dat nog even.”

Waar een zanger in het lied alle ruimte heeft voor een eigen aanpak, is er bij opera een groot ensemble. Welke situatie heeft voor hem eigenlijk de voorkeur? “Ik vind het allebei leuk. Alleen met een pianist op het podium in zelfgekozen repertoire, maar ook in een grotere productie opgaan in het geheel. Maar dan wel als solist, ha ha! Of klinkt dat stom?”

Op het programma van zijn eindexamenrecital stonden in het operadeel aria’s van Händel en Gluck, maar ook Rodrigo’s aria ‘Son io mio Carlo’ uit Don Carlo van Verdi. “Rodrigo is echt een droomrol. Voor het IVC had ik hem ingestudeerd en op mijn examen wilde ik hem weer zingen. Over tien jaar ben ik misschien aan de complete rol toe.”

Er staat nog heel veel meer op de wensenlijst van de zanger. “Don Giovanni, natuurlijk, en ik ga ook verder op zoek in het Franse repertoire. Patrick Fournillier is een kenner, hij gaf me bij zijn masterclass een lijst met aria’s die ik kan studeren.”

“Ik wil heel graag dat mensen geroerd zijn”

Nadat het gesprek even onderbroken wordt voor nieuwe koffie, komt Wilmering nog eens terug op het thema ‘genieten’. “Ik heb aan de ene kant een enorme drang om op het podium in de spotlights te staan en mensen te entertainen. Aan de andere kant: als ik die waardering krijg, kan ik daar niet altijd goed mee omgaan. Complimenten kan ik slecht hanteren. Ik wil heel graag dat mensen geroerd zijn en natuurlijk wil ik waardering. Maar net na een optreden, dan heb je zo veel gegeven en ben je helemaal leeg. Dan sta ik niet echt open voor die waardering.”

Hij haalt inspiratie uit wat anderen doen, en leert graag van hun ervaring. “Toen ik bij Henny Diemer begon, ging Karin Strobos daar net weg. Zij inspireerde me erg als student. Ik stelde haar vragen als: hoe kun je nou gelijk zijn met een dirigent, hoe pak jij dat aan?”

Het verhaal over zijn kennismaking met actrice Henriëtte Tol vertelt hij wat besmuikt. “Ik was in de aanloop naar een productie in de repetitieperiode doodongelukkig. Voor mijn rol haalde ik onder meer inspiratie uit een serie op tv, Bloedverwanten. Na de première was iedereen enthousiast, maar ik kon er niet van genieten en dacht: dit gaat helemaal fout. Toen heb ik Henriëtte Tol, die in die serie het hoofdpersonage speelde, een mail gestuurd. Ze reageerde meteen en kort daarna hebben we een hele middag gewerkt. Ze gaf me wat tools en van de voorstelling erna heb ik zó genoten.”

Michael Wilmering is klaar voor de toekomst. Die bestaat na het Belvedere Operaconcours uit onder meer optredens op het Grachtenfestival en een rol in Dialogues des Carmélites bij De Nationale Opera. Hij gaat het allemaal zelf doen, maar benadrukt aan het eind van het gesprek hoe dankbaar hij is voor alle mensen die hem helpen, kansen geven, van raad voorzien en deuren openen voor de volgende stappen in zijn loopbaan.

Er moet nog een scriptie af en dan gaat hij Europa door, audities doen. “Hamburg of Zürich zou geweldig zijn. Maar ook Düsseldorf of Parijs. Het maakt me eigenlijk niet uit.”

door

6 reacties »

  • Guus Mostart zei:

    Mag ik deze zanger een welgemeend advies geven? Don Carlos is in dit stadium van zijn ontwikkeling drie maatjes te groot. Dat hij vandaag bij de 2e semifinale van het Belvedere concours niet doorging naar de finale zal ongetwijfeld een grote teleurstelling voor hem zijn, maar hem ook te denken moeten geven.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Pedagogen dienen hun pupillen zorgvuldig te coachen en adviseren, anders is het binnen een paar jaar over en sluiten voor onze Nachwuchs …

  • Wiebke Göetjes zei:

    Beide heren hebben helemaal gelijk!

  • bo van der meulen zei:

    Gelukkig weet Michael precies waar hij staat en waarom hij Don Carlos “moest” zingen in de halve finale. Hij wordt uitstekend begeleid en zal dat ook blijven en een grote toekomst hebben.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Dat hopen we van harte. Rodrigo zingen is in ieder geval een zware maar mooie opgave, zeker als toekomstdoel.

  • Guus Mostart zei:

    Als hij inderdaad “uitstekend wordt begeleid”, waarom heeft deze zanger dan Posa op zijn lijstje gezet? De jury kiest voor de semifinale namelijk een van de aria’s uit dat lijstje.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.