CD-recensiesFeatured

Gerhaher laat Schumann voor zich spreken

Bariton Christian Gerhaher en pianist Gerold Huber nemen voor Sony Classical alle liederen van Robert Schumann op. Het eerste album van het project, Frage, doet veel beloven.

Robert Schumann verbleef in 1829/1830 ruim een jaar in Heidelberg. Hij kwam er als rechtenstudent, maar verliet de stad met de wens kunstenaar te worden. Dit stukje historie heeft het Internationale Liedzentrum van de Heidelberger Frühling aangegrepen voor een omvangrijk project in samenwerking met Sony Classical en de Bayerische Rundfunk.

De gerenommeerde liedzanger Christian Gerhaher gaat onder begeleiding van pianist Gerold Huber alle liederen van Schumann op cd zetten. Voor de vrouwelijke partijen en voor duetten en ensembles werken zangers als Camilla Tilling, Julia Kleiter en Wiebke Lehmkuhl mee aan het project. In de komende jaren zullen tien cd’s uitgebracht worden, resulterend in een speciale boxset, die in 2020 verschijnt.

Het eerste album van de serie heet Frage (naar het gelijknamige lied op tekst van Justinus Kerner) en bevat 29 liederen, vaak korter dan twee minuten, wat het programma een vlot ritme geeft. Op de schalen extravert-introvert en snel-langzaam is de cd mooi uitgebalanceerd.

Gerhaher opent met Sechs Gesänge (opus 107). Het ontroerende ‘Herzeleid’ grijpt direct al je aandacht en Gerhaher bewijst in een paar maten tijd waarom hij op het liedpodium (mijns inziens meer dan op het operatoneel) zo’n grootheid is. Zijn dictie is zonneklaar, zijn stembeheersing raakt aan perfectie. Hij verstaat de kunst om zijn stem klein te houden en de poëzie voor zich te laten spreken. Het maakt ‘Herzeleid’ een teder, beeldschoon kunstwerkje.

De bariton kan ook uitpakken. In ‘Die beiden Grenadiere’ en ‘Die feindlichen Brüder’ (liederen op teksten van Heinrich Heine, uit Romanzen und Balladen) gebruikt de zanger aanzienlijk meer dynamische contrasten en andere vocaal-theatrale middelen om de tekst over te brengen. Het past, de liederen vragen erom.

In Zwölf Gedichte nach Justinus Kerner, de grootste reeks op het album, bindt Gerhaher weer in, met uitzondering van ‘Stille Tränen’, waarin hij samen met Gerold Huber een drie strofen lang crescendo aanbrengt. Het heeft iets glorieus, maar tegen het einde stoot de bariton de woorden wel erg verbeten uit. Het slotlied ‘Alte Laute’ is weer volstrekt ingetogen. De pianopartij is zeer spaarzaam; Huber speelt enkel frêle akkoorden. Gerhaher legt de woorden er behoedzaam op, als zouden ze elk moment kunnen breken. Liedzang op z’n mooist.

In de meeste andere liederen heeft Huber een stuk meer te doen. Er zit veel subtiele melodie in Schumanns pianopartijen en dat brengt de Duitse musicus voortreffelijk voor het voetlicht. Het is een genot om naar zijn spel te luisteren.

Nog negen cd’s te gaan. Als ze met net zo veel zorg en kunde gemaakt worden als Frage, kunnen liedliefhebbers zich alvast in de handen wrijven.

Vorig artikel

Netrebko zingt Lecouvreur in bioscoop

Volgend artikel

Opera in de media: week 2 van 2019

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.