Home » Featured, Operarecensie

Dood in Venetië brengt het melodrama terug

Amsterdam5 april 2019 1 reactie

door

Dood in Venetië van het Concertgebouworkest en Internationaal Theater Amsterdam is geen opera. Het is een tot in de puntjes verzorgd melodrama, gebaseerd op Der Tod in Venedig van Thomas Mann. Daarmee is het genre terug van weggeweest.

Scène uit Dood in Venetië. (© Jan Versweyveld)

In Dood in Venetië, dat donderdagavond in Koninklijk Theater Carré in première ging, zien we niet alleen hoe Gustav von Aschenbach, een aristocraat van middelbare leeftijd, een ongezonde fascinatie ontwikkelt voor de tiener Tadzio, we zien ook de schrijver Thomas Mann aan het werk, die via zijn boek zijn eigen fantasieën uitleeft. Met het schrijven van de novelle ontstaat de wereld van Venetië en Tadzio om hem heen. Hij beleeft het geheel tot in zulke extremen dat zijn huwelijk eronder lijdt. Zijn vrouw Katja is daarnaast bang wat de buitenwereld van het boek gaat denken, des te meer omdat zij weet dat het verhaal zijn oorsprong vindt in hun eigen vakantie naar Venetië en een Poolse jongen aldaar.

Het is een gewaagd verhaal, dat met lef wordt gebracht. Het is misschien niet voor iedereen weggelegd. De fantasieën van Thomas Mann worden aangewakkerd tot ze culmineren in een droom van Von Aschenbach. In de novelle is die nog symbolisch van aard, in Dood in Venetië behoorlijk expliciet.

De muziek is deels bestaande muziek, al dan niet gearrangeerd, en deels nieuwe muziek van Nico Muhly. De Amerikaanse componist heeft zijn werk dermate goed gedaan dat je niet meer kunt onderscheiden welke muziek van Webern, Schönberg of Richard Strauss is en welke van Muhly. De muziek loopt als één stroom onder het werk door. Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt breed aaneengesloten. Onder leiding van David Robertson verft het stroken muziek onder het drama.

De tekst van Ramsey Nasr – tevens de perfecte Von Aschenbach – sluit uitstekend aan bij de muziek. Er is niet te veel tekst en er zijn veel momenten waarop het drama haar gang kan gaan, nauw aansluitend bij de compositie. Grote lof daarom ook voor regisseur Ivo van Hove. Hij weet het geheel tot een eenheid te binden. Daarbij zijn er lastige scènes met de ravottende Tadzio (Achraf Koutet) en zijn vijf vrienden. Knap dat ze dit kunnen spelen.

De acteurs zijn versterkt. Ook countertenor Yuriy Mynenko wordt enigszins versterkt, met iets van een echo, waardoor zijn optreden niet aanvoelt als opera, maar eerder als filmmuziek. Tot tweemaal toe zingt hij het slotduet uit L’incoronazione di Poppea, waarbij zijn tegenstem wordt gespeeld door een althobo. In Verklärte Nacht zingt hij zonder tekst en verder zingt hij twee liederen van Richard Strauss. De countertenor kan prachtige lijnen maken in de hoogte, maar de acteurs maken het hem niet makkelijk door erdoorheen te praten. Voor de countertenor lijkt dit storender dan voor het orkest; op een gegeven moment loopt hij even een halve maat of een tel achter. Hij herpakt zich gelukkig snel. Voor de voorstelling maakt het niks uit. Die staat als een huis. Alles klopt. Naar mijn mening een waarlijk volmaakt melodrama.

Een purist zou kunnen vinden dat Weberns Fünf Sätze en Schönbergs Verklärte Nacht, die vrijwel integraal in de voorstelling terechtgekomen zijn, niet bedoeld zijn om doorheen te praten. Zelf vind ik dat het drama prachtig aangepast is aan de muziek. Dood in Venetië is als melodrama op alle fronten geslaagd.

Dood in Venetië is nog tot en met 13 april te zien in Koninklijk Theater Carré. Zie voor meer informatie de website van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Dood in Venetië
Strauss, Webern, Schönberg, Muhly

Uitgevoerd door: Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van David Robertson.
Solisten: Ramsey Nasr, Achraf Koutet, Yuriy Mynenko e.a.
Regie: Ivo van Hove.
Bezocht op 4 april 2019

1 reactie »

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.