JOHN BRÖCHELER OVERLEDEN
Vandaag bereikte ons het zeer verdrietige bericht dat een van Nederlands grootste en meest geliefde zangers van onze tijd, John Bröcheler, is overleden.

John Bröcheler werd 21 februari 1945 in Vaals geboren en studeerde aan het Conservatorium Maastricht bij Leo Ketelaars en later in Parijs bij Pierre Bernac. In 1969 won hij in het IVC de “Toonkunst aanmoedigingsprijs voorjong talent”.
Zijn eerste operarollen zong John al als student. Bij de Zuid Nederlandse Opera zong hij in 1967 de rol van Borsa in Rigoletto onder leiding van André Rieu (de oudere). Ook in Die verkaufte Braut in 1969 zong hij nog voor zijn afstuderen.
Op 8 juni 1970 slaagde Bröcheler met drie tienen voor vocalises, aria’s en partijen, en voor liederen aan het Maastrichts Conservatorium. Hij kreeg een aanstelling als leraar solozang aan de Stedelijke Muziekschool in Maastricht.Maar hij maakte datzelfde jaar (als John Broecheler) ook zijn debuut al bij de Nederlandse Opera Stichting als Leonetto in Boccaccio. In maart 1972 werd hem de Prix d’Excellence toegekend als bekroning op zijn topprestaties aan het Maastrichts Conservatorium.

Nederlandse Opera
In 1973 zong hij bij zijn debuut bij De Nederlandse Operastichting Sid in Albert Herring en een jaar later Melot in Tristan und Isolde.
In 1974 debuteerde hij, met veel succes, bij de Berliner Festwochen (Die Erprobung des Petros Hebraicus – Henry Pousseur). Naar aanleiding hiervan nodigde Mauricio Kagel hem uit voor de wereldpremières van Mare Nostrum (Berlijn, Parijs, Avignon) en Die Umkehrung Amerika’s (Prix Italia). Het leek erop dat John Bröcheler vooral een carrière zou maken in eigentijdse muziek, mede door zijn strenge studiemethode; hij leerde elke dag één pagina (nieuwe) muziek. Intendant Hans de Roo (De Nederlandse Operastichting) had echter een belcanto-rol voor de ‘avantgardist’ in petto. Naast onder anderen Joan Sutherland (titelrol) en Huguette Turangeau zong hij de rol van biechtvader Talbot in Maria Stuarda.

In totaal zou John Bröcheler bij de Nederlandse Opera (en – stichting) meer dan twintig verschillende rollen zingen, waaronder in de wereldpremières van Houdini van Peter Schat en Thijl van Jan van Gilse (titelrol). Daarnaast zong hij de titelrollen in Don Giovanni (1989), Lear (2001) en Wozzeck (2002) .
Niemand zal zijn Mandryka (1983) Wozzeck (1994), Wotan en Der Wanderer in de befaamde Ring-enscenering van Pierre Audi (1997-1998) of Dr. Schön in Lulu (2002) vergeten. Niet alleen voor zijn zang, maar voor zijn even intense en eerlijke acteren.

Internationale ster
Het jaar 1977 werd het begin van zijn glansrijke internationale operacarrière. Na zijn Amerikaanse debuut in San Diego als Ford in Verdi’s Falstaff volgde daar Sharpless in Madame Buttefrly, een rol die hij ook in Nederland in de regie van Monique Wagemakers zong. Hij zong rollen in onder meer de New York City Opera (Menotti’s – La Loca met Beverly Sills), Don Giovanni en Verdi’s Nabucco met Grace Bumbry als Abigaile). Via Los Angeles en Toronto (Ambroise Thomas – Hamlet wederom met Joan Sutherland als Ophelia), bouwde hij aan zijn zangersloopbaan. In het prestigiuese Glyndebourne Festival zong hij in 1984 Mandryka in Arabella onder leiding van Bernard Haitink.

Daarna zong hij in Duitsland onder meer als Statthalter in complete versie van Hans Werner Henze’s König Hirsch aan de Staatsoper Stuttgart in 1985. Datzelfde jaar debuteerde John aan de Scala van Milaan als Jochanaan in Salome. Aan de Scala zong hij tevens Orest in Elektra en Golo in Pelléas et Mélisande. Ook in Nederland zong hij die rol in de beroemde productie van Harry Kupfer.

Matinee
Vanaf de vroege jaren ‘80 was John Bröcheler een veelgevraagde gast in de Vara Matinee op de Vrije Zaterdag (nu de NTR ZaterdagMatinee), met als hoogtepunten Belfiore in Un giorno di regno van Giuseppe Verdi (uitvoering op 16 maart 1974). Dit was een vroege hoofdrol voor hem in de reeks, destijds uitgevoerd naast andere grote Nederlandse zangers als Elly Ameling en Henk Smit. Er volgende onder meer Athanaël in Thaïs van Jules Massenet (uitvoering op 19 januari 1985). Dit is een van zijn meest gevierde optredens in de Matinee, waarin hij zong naast de sopraan Nelly Miricioiu, en was John te horen in verschillende werken van Igor Stravinsky onder leiding van Michael Tilson Thomas op 22 december 1979. Hij zong op 21 juni 1997 de titelrol in een Matinee/Holland Festival-productie van de oerversie van Hindemiths Cardillac onder leiding van Edo de Waart.
De Waart
Edo en John werkten in talrijke producties samen, in Nederland, Hong Kong maar vooral ook in de Verenigde Staten. Daar nodigde de toenmalige chefdirigent van het Minnesota Orchestra John samen Charlotte Margiono in 1989 uit voor uitvoeringen van Zemlinsky’s Lyrische Symphonie. Edo en John werkten verder samen met John als Amfortas in Parsifal en wederom Jochanaan in Salome, Wozzeck, Don Giovanni en de eerder genoemde Cardillac. Edo de Waart wist het beste uit de artiest Bröcheler te halen en stelde hem instaat grote diepgang in zijn interpretaties te leggen.
Haenchen
Een vergelijkbare relatie had John Bröcheler met dirgent Hartmut Haenchen. Samen zorgden zij voor de onvergetelijke voorstelling in de Ring des Nibelungen. Het was Haenchen die Bröcheler overhaalde de zware rollen in de Ring op zich te nemen. Het succes was ongekend, in Nederland en ver daar buiten.

Opnames
De artisticiteit en veelzijdigheid van John zijn gelukkig op vele Lp’s, Cd’s en Dvd’s vastgelegd.
Bröchelers eerste lp met onder andere Schumanns Dichterliebe, liederen van Webern, en Jean Absil met Tan Crone op de piano, werd bekroond met de Preis der Deutschen Schallplatten Kritik.

Er is een live opname met kerstliederen, opnames van liederen van Mahler, oratorium opnames van Handel en Bach, er is zelfs een Lp met musical songs, samen met de Maastrichter Staar waarop John Maria uit West Side Story zingt!
En dan het Limburgs repertoire, wat heel erg nauw aan het hart van John Bröcheler lag. Er zijn meerdere Lp’s maar ook heuse singel, Man van ’n kleine Sjtad met de Limburgse troubadour Gé Reinders.

Op Dvd is de gehele Ring met John nog steeds een zeer geliefd document van de legendarische productie van Pierre Audi.

Op 16 mei 2005 werd Bröcheler in het Theater aan het Vrijthof te Maastricht onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Een van zijn laatste opera optredens in Nederland was in de titelrol van Der Fliegende Holländer in het Zeeland Nazomer festival in 2006, in een regie van Jeroen Lopez Cardoso en gedirigeerd door Ed Spanjaard.
Alle rollen van John Bröcheler bij de Nederlandse Opera:
Nederlandse Opera Stichting:
1970 Leonetto in Boccaccio van von Suppé
1973 Sid in Albert Herring
1974 Melot in Tristan und Isolde
1976 Talbot in Maria Stuarda
1977 Dokter in Houdini van Peter Schat
1977 en reprise in 1980 Marcello in La Bohème
1979 en reprises in 1984 de titelrol van Don Giovanni
1978 Baron Gondremarck in La vie Parisienne
1979 Sharpless in Madame Butterfly in de regie van Monique Wagemakers
1980 Titelrol in wereldpremière van Thijl van Jan van Gilse
1983 Mandryka in Arabella
1984: Germont in La Traviata
Bij De Nederlandse Opera:
1986 Ford in Falstaff zijn eerste rol in het toenmalige Muziektheater
1987 Kurwenal in Tristan und Isolde
1987 Jochanaan in Salome
1992 Barak in Die Frau ohne Schatten
1993 titelrol Wozzeck
1997 Wotan in Das Rheingold
1998 Wotan in Die Walküre
1998 Der Wanderer in Siegfried
2001 de titelrol in Lear van Aribert Reiman
2002 Dr.Schön in Lulu
NTR Podium maakte een mooi programma rond de 80-ste verjaardag van John Bröcheler.
In 2013 feliciteerde François van den Anker John Bröcheler.
Delen
Velen met mij zullen John hebben gekend als een buitengewoon aimabel, toegewijd, collegiaal en zachtaardig mens. Het is mijn hoop dat vakgenoten, leerlingen en fans van John in Nederland en België misschien wel de behoefte voelen hun persoonlijke ervaring met John hier te delen. U kunt uw verhalen sturen naar de redctie van Place de l’Opera (redactie@operamagazine.nl)
Wij wensen Johns echtgenote Leny en hun zoons Rudy en Stan, alle familie, vrienden en fans heel veel sterkte bij het verwerken van dit grote verlies.