Home » Achtergrond

Hoe zing je Hugo Wolf?

Rotterdam16 februari 2013 1 reactie

Het woord ‘können’ in de zin “Auch kleine Dingen können uns entzücken” zing je niet naar buiten, van je af, maar juist naar binnen. Het is één van de aanwijzingen die Dietrich Henschel gaf tijdens zijn masterclass over liederen van Hugo Wolf, vrijdagmorgen in De Doelen. Wolfs werk zingen is op alle fronten gecompliceerd.

Dietrich Henschel (foto: Thibault Stipal / Naïve).

Aan het begin van een weekend vol Wolf, samengesteld door de Rotterdamse Doelen en de Vereniging Vrienden van het Lied, konden jonge zangers onder begeleiding van bariton Dietrich Henschel en zijn begeleider Fritz Schwinghammer aan het werk gaan in een masterclass. Publiek was welkom in de Jurriaanse Zaal.

Henschel opent de ochtend met de stelling dat de muziek van Wolf weliswaar als gecompliceerd bekend staat, maar dat het de kunst is met open oren te luisteren. Daarbij vragen Wolfs liederen minstens zoveel van de pianist als van de zanger.

De eerste twee kandidaten, zangeressen Mijke Sekhuis en Esther Ree, krijgen ieder een dik uur lang alle aandacht van de masters. Sekhuis opent met een compleet gezongen ‘Frühling übers Jahr’, op een tekst van Goethe. Henschel en Schwinghammer luisteren eerst vanuit de zaal en komen dan met aanwijzingen. Per couplet, per regel, per woord, per letter, per noot… En ze geven de achtergrond van het lied, de betekenis, het perspectief van man of vrouw.

Kijken naar hoe een ervaren master en een getalenteerd zangeres door zo’n lied heen werken is een bijna ontluisterende ervaring. Bevallig naast de vleugel staan, opgewekt kijken en zo zuiver mogelijk het lied zingen, dat is nog geen fractie van wat er komt kijken bij een goed gebracht lied. Houding en gezichtsexpressie krijgen zelfs nauwelijks aandacht. Weten wat je zingt, wat de piano speelt, hoe die lijn zich verhoudt tot jouw partij en hoe je die hele specifiek gekozen woorden van de dichter op die nog veel specifiekere muziek van de componist tot klinken brengt, dát is waar het in het kort om draait. En heel veel meer.

Sopraan Mijke Sekhuis is al enige tijd geleden afgestudeerd en heeft merkbaar ervaring. Bij iedere aanwijzing zoekt ze serieus naar de betekenis ervan voor haar zang. Ook na een uur is er geen spoortje weerstand, alles komt binnen en krijgt haar geconcentreerde aandacht. Hier en daar is er een ingreep van Schwinghammer voor begeleidster Shuann Chai.

Henschel schildert wat hij voor zich ziet bij het lied waarin Goethe een parallel trekt tussen de lente en de liefde. Hij legt uit wat de woordgrap is bij ‘Primeln stolzieren so naseweis’ en werkt met een paar herhalingen aan een noot die de nadruk legt op ‘was im Garten am reichsten blüht’. ‘Reeeichsten’, zo moet het klinken, zegt Henschel, die zo geconcentreerd werkt dat hij soms onbewust van Engels naar Duits schakelt. De hoge noot in ‘reichsten’ is wel hoog, maar hij mag eigenlijk niet zo klinken.

Horizontaal en verticaal zingen, dat laat zich hier niet uitleggen, maar met de voorbeelden die Henschel geeft, leert hij zangeres en publiek exact wat het betekent voor de klank en de uitspraak. Nederlanders, zo weet Henschel, neigen meer naar ‘Hirzen’ en ‘Schmirzen’, maar het moet toch echt ‘Herzen’ en ‘Schmerzen’ zijn.

Hier klinkt Wagner, roept Henschel door de piano heen, als zangeres en pianiste het lied ‘Verborgenheit’ op tekst van Mörike inzetten. Hij toont de ontwikkeling van de melodie door een dansje dat het lied illustreert en de zangeres de weg wijst in de zware melancholie van tekst en muziek.

Henschel geeft geen les, maar sluit aan bij wat de zangeres en haar pianist meebrengen. Bij het tweede duo, Esther Ree en Wouter Munsterman, ontstaat zo een hele andere sfeer. Ree is nog jong, net afgestudeerd na een switch van viool naar zang. Bij haar is het humor die de verbinding met de master maakt. Haar ‘toegift’, waar nog kort aan gewerkt kan worden, is ‘Du denkst, mit einem Fädchen mich zu fangen’, uit het Italienisches Liederbuch.

Ze heeft merkbaar plezier, maar ook nog wat moeite, om die schakeling in toon van ja naar nee te maken in de slotzin ‘Ich bin verliebt, doch eben nicht in dich’. Net als sommige andere zinnen laat de docent de woorden herhaaldelijk nazeggen.

De pedagoog Henschel straalt vriendelijkheid uit, maar ontwijkt niet. Zijn houding is positief maar hij is niet snel tevreden. ‘Yes’, roept hij soms enthousiast als de kandidate een veel geoefend woordje goed zingt, maar als het woord erna niet goed is, volgt een onverbiddelijk ‘stop’. En dan gaat het werk even terug, een centimeter of een millimeter. Want dat is de maatvoering als je werkt aan Wolf.

Vanavond (16 februari) geeft Henschel een recital tijdens de Hugo Wolf Dag van de Vereniging Vrienden van het Lied. Zie voor meer informatie de website van De Doelen.

door

1 reactie »

  • tomson zei:

    er was maar nog één duo, hoor!
    al weg gegaan?

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.