Home » Featured, Operarecensie

Antonacci proeft Wagner in Concertgebouw

Amsterdam21 augustus 2013 3 reacties

Of het haarzelf naar meer smaakt, weet ik niet, maar ik zou na Anna Caterina Antonacci’s eerste Wagner-avontuur, dinsdagavond in het Concertgebouw, best meer lusten. Haar vertolking van de Wesendonck-Lieder was onderdeel van een hoogromantisch programma van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, onder de altijd enerverende Yannick Nézet-Séguin.

Anna Caterina Antonacci (foto: Benjamin Ealovega).

Anna Caterina Antonacci (foto: Benjamin Ealovega).

De Grote Zaal van het Concertgebouw was op deze Robeco SummerNight maar matig gevuld. Vooral voor Yannick Nézet-Séguin zal dat even omschakelen zijn geweest. Een week geleden stond hij nog voor zo’n 5000 mensen op het Festival Lanaudière, waar hij zijn eerste Wagner-opera dirigeerde.

Het programma dat de chef en zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) hadden samengesteld, kookte over van romantiek en weelderige emoties. De gemene deler voor de pauze was onmogelijke liefde, uitgewerkt in de fantasie-ouverture Romeo en Julia van Tsjaikovski en de Wesendonck-Lieder.

Nézet-Séguin verkende met overgave iedere emotie uit Tsjaikovski’s meesterlijke samenvatting van Shakespeares drama. De gepassioneerde, zich in het geheim afspelende liefde tussen Romeo en Julia kreeg in de warme, volle strijkersklanken prachtig uitdrukking, afgewisseld en opgejaagd door de onheilspellende dreiging van de vijandige families en het uiteindelijke noodlot.

Je zou verwachten dat Wagner daar nog een schepje bovenop zou doen, maar zijn Wesendonck-Lieder (1857-1858) zijn intiemer en ingetogener dan zijn operawerk. Samen met de Siegfried Idyll is de cyclus zijn enige niet-opera die nog regelmatig opgevoerd wordt.

De link met ‘onmogelijke liefde’ zit hem niet zozeer in de poëzie van Mathilde Wesendonck – hoewel buitengewoon romantisch – maar in de buitenechtelijke relatie die Wagner met haar had, toen hij met zijn eigen vrouw op het landgoed van Mathildes echtgenoot Otto (Wagners mecenas) verbleef. Verder dienden twee van de vijf liederen als voorstudies voor Tristan und Isolde, nog zo’n tragisch liefdesverhaal.

Ik was erg benieuwd hoe Antonacci de cyclus zou brengen. In mijn beleving is zij toch vooral een warmbloedig Carmen-type, niet iemand die snel een hojotoho zal aanheffen. Maar ze deed het erg fraai.

Haar stem klonk groots, met iets meer staal in de klank dan voorheen. Zonder moeite rees ze boven het orkest uit, bijvoorbeeld in de imposante slotzinnen van ‘Stehe still’. Gek genoeg verloor de voormalig mezzo in de laagte veel klank, op het rauwe af, terwijl ze in de hoogte juist een paar dotten van pianissimo-noten produceerde.

Yannick Nézet-Séguin (foto: Marco Borggreve).

Yannick Nézet-Séguin (foto: Marco Borggreve).

Ze had de melodieën vloeiender kunnen zingen, vond ik, maar al met al spon ze met haar vergulde stem op dromende, gracieuze wijze een draad waar Nézet-Séguin dankbaar omheen kon orkestreren. Dat deed hij subtiel en ingetogen, haast alsof hij op zijn tenen liep, maar toch met veel kleur en emotie.

Na de pauze gingen alle remmen los in de vijfde symfonie van Prokofjev. Ik was op de podiumtribune gaan zitten om de populaire maestro in het gezicht te kunnen kijken en dat was een ware belevenis. Hij leek met zijn hele lichaam de partituur te doorleven, en dat is in het geval van dit werk een heftige ervaring.

Prokofjevs symfonie – een hommage aan de vrije, gelukkige mens – gunt je geen moment rust, maar sleept je mee van grootse, gewelddadige schouwspelen naar humoristische opklaringen en op hol slaande dansen. Soms glimlach je, soms kruip je weg voor de angstaanjagende duisternis en soms denk je: die vent is knettergek.

Met dit werk, en ook met Tsjaikovski en Wagner, bewees Yannick Nézet-Séguin andermaal dat hij één van de spannendste dirigenten van dit moment is. Om naar te kijken en om naar te luisteren.

Zie voor meer informatie over de Robeco SummerNights de website van het Concertgebouw.

door

3 reacties »

  • Anna zei:

    Yannick Nezet-Seguin was fenomenaal met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

    Echter, ik kan het niet eens zijn met de lof voor Antonacci. Ze kende de liederen niet goed, leek van blad te lezen. Fouten die ze maakte in tekst (voornamelijk umlauten weglaten en erbij verzinnen) en de verkeerde noten in Treibhaus (schweigend neiget) zijn te vergeven, wanneer dit gecompenseerd wordt met beleving en presentatie.

    Dat ontbrak er mijns inziens volledig aan. Ze was effectief aan het zingen, er zat hier en daar een mooi muzikaal moment in, en aan klank ontbreekt het deze zangeres ook niet. Maar waar Nezet-Seguin’s recht doet aan Wagner’s cyclus – zijn interpretatie en passie voor deze muziek met hele lijf en wezen deelt met zijn publiek – doet Antonacci’s uitvoering hier aan af.

    Pijnlijk vind ik dat. Ook al ken je de liederen nog niet goed, kan het toch veel muzikaler. En als je even over de teksten hebt nagedacht dan MOET er meer zeggingskracht en interpretatie zichtbaar zijn.

    Doodzonde van dit prachtige repertoire.

  • d. tecker zei:

    Na de uitvoering van de Wesendonk Lieder (voor de chic kwam er pas later een C in de naam!) van Wagner vanavond opnieuw te hebben beluisterd (Proms)in de uitvoering van Anna Caterina Antonacci met het Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séquin,kan ook ik niet tot de conclusie komen dat dit werk ‘goed uit de verf komt’. Integendeel: opnieuw kwam geen spoor van pathos noch onvervuld verlangen in de stem tot uitdrukking. In het Concertgebouw zong de sopraan inderdaad van blad, meerdere malen gehinderd door het naar voren vallen van haar lange lokken. Zelf kreeg ik de indruk dat orkest en soliste misschien niet eens dit werk samen hadden gerepeteerd!
    Voor indrukwekkende uitvoeringen van dit werk op plaat/cd wil ik graag verwijzen naar: Kirsten Flagstad (s), Marilyn Horne (ms), Birgit Nilsson (s), Christa Ludwig (ms)en … last but not least Charlotte Margiono (s) met het Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Hierin is muzikale zeggingskracht door middel van interpretatie optimaal te horen.

  • Anna zei:

    De “C’ werd door de familie (Otto) Wesendonck gebruikt. Pas later ging de zoon van Otto en Mathilde de “c” weglaten. Dit had te maken met taalveranderingen in die tijd. Vandaar dat beide spellingen evenredig veel voorkomen.

    Hier nog de tweede uitvoering, voor de goede verstaander.

    http://www.youtube.com/watch?v=Vsbl6q_g4gk

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.