BinnenkortBuitenlandFeaturedHeadlineRecensies

De dood als begin; Requiem in Aix

Zeven jaar na de première op het Festival d’Aix-en-Provence keert  Requiem terug naar de plek waar deze inmiddels iconische productie ontstond. Op initiatief van de inmiddels overleden Pierre Audi, destijds directeur van het festival, brachten regisseur Romeo Castellucci en dirigent Raphaël Pichon Mozarts Requiem mis voor het eerst als een geënsceneerde voorstelling op het toneel.

Scènefoto Requiem. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

“Hebben we nog niet genoeg opera’s?”, vroegen critici zich destijds af. Anderen noemden de productie effectbejag, pretentieus of zelfs saai. Daar tegenover stond een groot publiek dat haar juist adembenemend mooi en diep indrukwekkend vond. Na een wereldtournee langs Adelaide, Wenen, Valencia, Basel en Brussel* is de voorstelling opnieuw te zien in de openlucht van het Théâtre de l’Archevêché, wederom onder leiding van Raphaël Pichon en met zijn ensemble Pygmalion.

In 2026 mag het festivalpubliek in Aix opnieuw oordelen of deze herneming de tand des tijds heeft doorstaan. Waar veel regisseurs een Requiem benaderen als een religieuze dodenmis, kiest Castellucci voor iets wezenlijk anders: een meditatie over alles wat verdwijnt én over de onuitroeibare levenskracht die daar tegenover staat.

Requiem

Mozarts onvoltooide Requiem in d-klein KV 626, voltooid door Franz Xaver Süssmayr, behoort tot de meest besproken composities uit de muziekgeschiedenis. Voor deze productie maakte Raphaël Pichon een eigen muzikale versie waarin hij het Requiem uitbreidt met andere werken van Mozart en gregoriaanse gezangen. Daardoor ontstaat geen concertante uitvoering, maar een doorlopende muzikale reis van geboorte, sterven en wedergeboorte: een bijzonder overtuigende muzikale visie.

Interpretatie

Aan het begin ligt een oude vrouw op haar sterfbed. Terwijl de televisie nog zacht brandt, verdwijnt zij langzaam in haar bed, alsof zij letterlijk door de aarde wordt opgenomen. Daarna ontvouwt haar leven zich in omgekeerde volgorde: van ouderdom naar jeugd en uiteindelijk naar een nieuw begin.

Scènefoto Requiem. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

Dat uitgangspunt vormt de rode draad van de voorstelling. Castellucci ziet het Requiem niet uitsluitend als afscheid, maar als een voortdurende kringloop waarin einde en oorsprong samenvallen. Die gedachte levert een aantal buitengewoon krachtige beelden op, al blijft de symboliek soms wel erg nadrukkelijk aanwezig.

Vergankelijkheid als hoofdpersonage

Gedurende de voorstelling verschijnt op het achterdoek een eindeloze lijst van alles wat verdwenen is: uitgestorven dieren, verdwenen talen, verloren steden, religies, kunstwerken, landschappen en beschavingen. Het is een immense inventaris van menselijke vergankelijkheid. Het idee is indrukwekkend, maar kent ook een keerzijde. Naarmate de projecties zich blijven opstapelen, dreigt de opsomming eerder illustratief dan ontroerend te worden. Bovendien concurreren de tekst van het Requiem, de geprojecteerde woorden en de boventiteling voortdurend met elkaar. Dat is jammer. Castellucci’s intentie deed mij denken aan Al Gore’s documentaire An Inconvenient Truth: een verhaal dat verteld móét worden, maar hoe bereik je werkelijk je publiek? Hij wil de eindigheid van de gehele beschaving voelbaar maken, maar soms verdringt het concept de emotionele kracht van Mozarts muziek.

Scènefoto Requiem met dansers en leden van Pygmalion. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

Veel sterker werkt zijn fysieke beeldtaal. Koorleden beschilderen elkaar, rollen door de aarde, vlechten lange linten, voeren volksdansen uit en verrichten rituelen die doen denken aan religieuze processies én heidense vruchtbaarheidsfeesten. Daarmee ontstaat voortdurend een spanningsveld tussen dood en leven, tussen christelijke symboliek en universele menselijke rituelen. En wat wordt dat geweldig uitgevoerd door het koor van Pygmalion, dat het complexe Requiem tegelijkertijd zingt, danst én acteert, met een precisie die je zelden tegenkomt. Tijdens de scène van het Sanctus wordt een autowrak het toneel opgereden en krijgen elf koorleden letterlijk hun ‘ minuutje roem’. Waarom het elf en niet twaalf koorleden waren bleef voor mij een vraag.  Voor het wrak nemen zij de houding aan van slachtoffers van een verkeersongeval, alsof zij op het moment van impact zijn bevroren. Uiteraard is dit een verwijzing naar de Danse Macabre: de dood die onverwacht en willekeurig toeslaat. In de middeleeuwse dodendans worden immers rijk èn arm zonder onderscheid naar het graf geleid. Tegelijkertijd levert deze scène ook een verrassend komisch moment op; het ontbreekt er nog net aan dat de slachtoffers eerst een selfie maken.

Scènefoto Requiem. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

Visuele symboliek

Zoals vaker bij Castellucci verzorgt hij niet alleen de regie, maar ook decor, kostuums en belichting. Daardoor vormt alles één esthetisch geheel. De choreografie van Evelin Facchini speelt daarin een cruciale rol. Bijvoorbeeld tijdens het Dies Irae verandert het koor plotseling in een uitbundige, kleurrijk uitgedoste kringdans die eerder het leven viert dan het Laatste Oordeel verbeeldt. Elders verschijnen verwijzingen naar renaissancekunst, religieuze schilderkunst en hedendaagse kunstenaars als Spencer Tunick, waarbij het koor als een kwetsbare, naakte massa (het koor) wordt getoond. Ook moest ik denken aan  Yves Klein en aan het werk van Igshaan Adams; het grote podiumdoek waarop de hele avond wordt gedanst, wordt uiteindelijk als een monumentale achterwand omhooggetrokken. Het zijn beelden die uitnodigen tot interpreteren door nooit volledig eenduidig te worden.

Scènefoto Requiem. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

Coup de théâtre

Het meest aangrijpende beeld bewaart Castellucci voor het einde, een heus coups de théâtre. Het toneel verandert langzaam in een verlaten landschap van stof en puin. Midden in die verwoeste wereld zien we een jonge baby, alleen op een zwart vacht. Zonder woorden verschuift het perspectief van dood naar nieuw leven. Juist die eenvoud maakt uiteindelijk meer indruk dan de vele symbolische verwijzingen die eraan voorafgaan.

Muzikale balans

Waar de regie verdeeldheid kan oproepen, bestaat over de muzikale uitvoering nauwelijks discussie. Raphaël Pichon behoort zonder twijfel tot de grote Mozart-dirigenten van dit moment. Zijn bewerking, waarin gregoriaanse gezangen en andere composities van Mozart zijn opgenomen, voelt nergens als een kunstmatige uitbreiding. Integendeel: de verschillende muzikale lagen vloeien opmerkelijk vanzelfsprekend in elkaar over en versterken het contemplatieve karakter van de avond. Het orkest speelt transparant, licht en buitengewoon kleurrijk. Pichon vermijdt elk overdreven pathos en kiest juist voor een introverte, bijna verstilde benadering waarin iedere frase lijkt te ademen. Daarbij lijkt hij zijn tempi en dynamiek voortdurend af te stemmen op het moment en de solisten.  Klarinettist Nicola Boud en hoboïst Jasu Moisio wil ik met name noemen. Hun spel in het toegevoegde Quis te comprehendat was zó verfijnd en ontroerend dat het mij werkelijk tot tranen toe raakte.

Een uitzonderlijk koor

Het absolute middelpunt van de voorstelling is zonder twijfel het koor van Pygmalion. Zelden hoor je een ensemble dat zo homogeen klinkt en tegelijkertijd zulke ingewikkelde toneelbewegingen uitvoert. De articulatie blijft voorbeeldig, de dynamische schakeringen zijn uiterst verfijnd en zelfs tijdens de intensieve choreografie blijft de vocale balans volledig intact. Doordat de koorleden voortdurend deel uitmaken van de enscenering verdwijnen de traditionele grenzen tussen zangers, acteurs en dansers. Daardoor krijgt het collectief een dramatische kracht die in veel operaproducties uitsluitend aan de solisten is voorbehouden. Het is opvallend hoe weinig regisseurs gebruikmaken van de theatrale mogelijkheden die een koor eigenlijk biedt.

Solisten

De stem van sopraan Mélissa Petit is helder, soepel en haar dictie is voorbeeldig. Zij mengt prachtig met het ensemble. Mezzo sopraan Beth Taylor maakt opnieuw enorme indruk. Sinds ik haar in 2018 voor het eerst hoorde tijdens het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch volg ik haar carrière met belangstelling. In het Agnus Dei deed haar warme, donkere timbre mij denken aan de legendarische Kathleen Ferrier die dit werk nooit heeft gezongen, maar zo stel ik mij haar vertolking voor, heel erg mooi.  Tenor Duke Kim maakt eveneens veel indruk. Ik hoor hem graag terug in ander Mozartrepertoire.** Ik hou van zijn warme kleurrijke stem al kan zijn uitspraak hier en daar nog iets natuurlijker. Bas Alex Rosen is inmiddels een vertrouwde verschijning op het Festival d’Aix-en-Provence met zijn sonore bas en rustige podiumprésence.
Een jongenssopraan (César Bogdanas alternerend met Ramy Lazreq) omlijst het stuk; zijn stralende vocalise vroeg in de mis, gebaseerd op het Kyrie in c mineur is heel ontroerend; aan het einde komt hij nogmaals terug.

Scènefoto Requiem met jongenssopraan César Bogdanas. Foto: © Monika Rittershaus, Festival d’Aix-en-Provence.

Epiloog

Voor mij was dit de eerste keer dat ik deze productie zag. Op basis van foto’s en videofragmenten was ik vooraf sceptisch, maar ik werd ik volledig overtuigd door het concept en de muziek. Twee ervaren operabezoekers die ik sprak, hadden de voorstelling al eerder gezien. Beiden genoten opnieuw, al merkten zij op dat de eerste maal de grootste indruk maakt.

Romeo Castellucci vraagt veel van zijn publiek. Niet iedere symbolische verwijzing overtuigt en sommige beelden lijken eerder intellectueel bedacht dan emotioneel gevoeld. Tegelijkertijd bezit deze productie een zeldzame artistieke consequentie. Vanaf de eerste tot de laatste minuut onderzoekt zij dezelfde fundamentele vraag: wat blijft er over wanneer alles verdwijnt? Het antwoord komt uiteindelijk niet uit de regie, maar uit Mozarts muziek. Dankzij Raphaël Pichon, het fenomenale Pygmalion mèt een uitzonderlijk zingend én acterend koor groeit deze uitvoering uit tot veel meer dan een geënsceneerd concert, het wordt een indringende bezinning op sterfelijkheid, waarin de dood niet het einde vormt, maar juist het begin van een nieuwe levenscyclus.

Requiem is nog te zien op 10 en 12 juli in Aix-en-Provence

Verder kijken, luisteren en lezen

Interview met Raphaël Pichon over Requiem.

Trailer van Requiem (van de voorstellingen in De Munt)

De hele voorstelling van Requiem uit 2019 is hier te bekijken.

*Franz Straatman over Requiem in 2022 in De Munt.

** Duke Kim zingt in september en oktober Ferrando in Così fan tutte in de Metropolitan Opera.

 

 

Vorig artikel

María de Buenos Aires top tango operette

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Monique ten Boske

Monique ten Boske