Doorgedraaide regie Keulse Rosenkavalier
Eigenzinnig. Onbegrijpelijk ook, is de regie die de Franse theatermaakster Marie-Eve Signeyrole bedacht voor Der Rosenkavelier. De nieuwe productie opende zaterdag 27 september het nieuwe seizoen van de Keulse opera, de eerste voorstelling in het glanzend mooi gerenoveerde Opernhaus*.

Twee elementen maakten dat ik als toeschouwer en -hoorder voortdurend in verwarring werd gebracht. Het eerste element schuilde in de constante verwisseling van de persoon Octavian. In het eerste bedrijf was Bianca Andrew als het liefje van de Marschallin duidelijk een vrouw. Weliswaar zette Richard Strauss de rol voor een mezzo-sopraan, maar in de diverse Rosenkavalieren die ik meemaake, deden regisseurs, kostuumontwerpers en mezzo-sopranen altijd hun best om de zangeres er zo mannelijk mogelijk uit te laten zien en te laten acteren. Bij madame Signeyrole lag de nadruk op heftig erotisch spel tussen twee vrouwen: Octaviana en haar aanbeden Marschallin, door Magdalena Hinterdobler gezongen met nogal scherp geluid.
Dubbele gender
In het tweede bedrijf, ten huize van de heer Von Faninal, verscheen Octavian graaf Rofrano evenwel als een jonge, modieus in licht grijs kostuum geklede man met een hedendaags jongenskapsel. Octavian was hier Octavianus. In het beruchte derde bedrijf moet dan de verwisseling van Octavian in Mariandl plaatsvinden. Diverse verkleedpartijen leidden uiteindelijk naar een vrouwelijke Octavian die met de supervrouwelijke Sophie de liefde ging delen. Octavian trok nog even zijn/haar onderblouse open om de borsten wat beter te laten uitkomen, en zo doken de twee in het grote bed dat ook dienst deed aan het begin van de eerste acte, toen met Marschallin en Octavian(a) net zo hevig zoenend.

Het spelen met gendertypes komt op mij als modieus hedendaags tijdverschijnsel over. Weliswaar weigerde de sopraan die voor de wereldpremière als Marschallin was gevraagd vanwege vermeende lesbische liefde, maar dat draagt het verhaal niet in zich. Het is een ‘Komödie’ met verkleedpartijen.
Filmregisseur
Het tweede element dat tot onbegrip leidde, was de idee van de regisseuse om de Marschallin een tweede persoonlijkheid te geven, namelijk die van filmregisseur. Gehuld in een zwart mannenpak, draaiboek in de hand, een forse bril op de neus, oogde Magdalena Hinterdobler niet als de elegante Fürstin Werdenberg. Het toneel stroomde in het eerste bedrijf tijdens de ouverture, met krachtige expressie gespeeld door het Gürzenich/Opera orkest, vol met een complete filmploeg. Die legde de bedscène met de aanvankelijk in wit geklede dames tot in detail vast, direct vertoond op een groot scherm op het achtertoneel.

Waar Richard Strauss en zijn librettist Hugo von Hofmannsthal een subtiele sfeer schiepen, heerste een drukte van jewelste, nog verder opgejut door de turbulente komst vanuit de zaal van baron Ochs auf Lerchenau. Bas-bariton Patrick Zielke beeldde hem met zijn volumineuze lichaam en daverende stem uit als een karikaturale proleet. Grijpgraag zette hij zinnen op de nu als Mariandl verklede Octavian(a).

Charmante Sophie
In het tweede bedrijf werd de verfilming gericht op de uitreiking van een filmprijs genaamd ‘Silberne Rose’. Uiteraard bleek Sophie von Faninal de gelukkige winnares; zij werd hartelijk omhelsd door graaf Rofrano. Mooi en charmant reageerde Guilia Montanari als Sophie met haar slanke, lieflijke stem op de prijs, in feite een huwelijksgeschenk van de haar onbekende Ochs. Maar over de afkomst van graaf Rofrano wist zij alles, met vertedering uitgezongen.

De Marschallin (die helemaal niet voorkomt in dit bedrijf) stond als leider van de verfilming met haar team toe te kijken en aanwijzingen te geven. Natuurlijk zette Ochs de boel op stelten door zich half te ontkleden, ijverig door de filmploeg gevolgd. Maar dat was nog niks tijdens het derde bedrijf bij de scène in het luxe bordeel waar Ochs zich met Mariandl, alias Octavian, wil vermaken. Daartoe ontkleedde Ochs zich totaal, en werd het publiek getrakteerd op een Patrick Zielke met zijn lubberende lichaam en alleen een string rond zijn geslacht. Het toppunt van een doorgedraaide regie. Een deel van het publiek uitte bij het slotapplaus zijn ongenoegen met een fors boeh-geroep.
Poëtische rust
Richard Strauss had natuurlijk de rol van Octavian voor een tenor kunnen schrijven. Door de keuze van een mezzo schiep hij de mogelijkheid om een weergaloos mooi terzet te schrijven voor drie vrouwenstemmen. Hinterdobler, Montanari en Andrew zorgden voor een prachtig trio, dat echter optisch werd verstoord doordat Hinterdobler de partij van de Marschallin zong, maar ook als regisseur aanwijzingen bleef geven. In het aansluitende, schitterend gezongen en subtiel begeleidde duet ‘Spür’nur dich’ tussen Octavian en Sophie, heerste alsnog de poëtische rust die ik zo miste in deze productie.
Strauss en Von Hofmannsthal schiepen een monument voor de vergankelijkheid, zo mooi verwoord in de terugblik op haar leven, gecentreerd in de verzuchting van de Marschallin: “Die Zeit, die ist ein sonderbar’ Ding”. Strauss schreef er melancholische muziek bij, monteerde walsen in het verhaal die duidelijk maken dat een tijdperk voorbij is. Inderdaad, het Habsburgse Rijk kreunde in zijn voegen bij de première in 1911 van deze Komödie für Musik; zeven jaar later stortte het in.

Overakoestiek
In de regie ontbrak weliswaar de elegance van het stuk, maar chefdirigent Andrés Orozco-Estrada bracht die sfeer met zijn prachtig spelende Gürzenich/Opera orkest heel goed over. Alleen jammer dat het orkestspel zo luid klonk in de enigszins over-akoestische zaal. Het orkest dekte daardoor menigmaal de solisten af, zeker als zij nogal naar achteren op het toneel stonden. De openingsscène, evenals de slotpassage op het bed, was maar net hoorbaar. Meer naar voren geplaatst kwam solozang , zoals het trio, wel behoorlijk de zaal in. De bulderstem van Ochs/Patrick Zielke had echter geen moeite met de beperking. Nog minder de tenor Young Woo Kim die met overluide stem een karikatuur maakte van zijn rol als de Italiaanse tenor bij het léver van de Marschallin.
Elegante geste
Opvallend was het bijzondere voorspel bij de première-avond. Een lange rij bezoekers slingerde zich over het Offenbachplein. De directie had namelijk een rode loper uitgelegd die naar de enig geopende toegangsdeur leidde.Daar stond intendant Hein Mulders klaar om alle 1300 bezoekers met een handdruk welkom te heten in het gerenoveerde theater! Een waarlijk elegante geste.

Verder kijken, luisteren en lezen
Video trailer van Der Rosenkavalier.
*Franz Straatman over de heropening van het Operahuis in Keulen.