Sprankelende Così uit The Met
Het bioscoopseizoen Live in HD van de Metropolitan Opera werd afgelopen zaterdag geopend met de herneming van Phelim McDermotts productie van Così fan tutte uit 2018. Ik zag de voorstelling zoals gebruikelijk in Pathé Filmtheater Schouwburgplein te Rotterdam. Het was een vermakelijke avond met zang van wereldklasse.

McDermott situeert deze ‘zedenkomedie’ in het New York van de jaren vijftig, meer specifiek in Brooklyn op het amusementspark Coney Island. Dat geeft hem de gelegenheid om ook de ‘freakshows’ die daar op de kermis te zien waren in de handeling te betrekken. Don Alfonso strooit met geld om een troupe figuranten te laten meewerken aan het welslagen van zijn plan: aantonen dat twee jonge meiden niet langer dan een etmaal trouw zullen blijven aan hun jongens zodra deze zijn vertrokken met onbekende bestemming — en vooral voor onbepaalde tijd. We krijgen een vuurvreter, een paar degenslikkers, dwergen, slangenmensen en een snake charmer met een albino boa constrictor te zien. En natuurlijk de onvermijdelijke vrouw met een baard — denk aan Baba the Turk. Mooi en aardig natuurlijk, zeker omdat de Coney Island-sfeer ermee tot leven komt, maar uiteindelijk staat of valt alles met de medewerking van Despina.

Bij aanvang zien we Don Alfonso met Ferrando en Guglielmo in de Playboy Club. De jongens, gekleed als marineofficieren, scheppen op over hun meisjes, en de doorwinterde Alfonso — feitelijk een gedesillusioneerde kroegtijger in een geel zoot suit — daagt hen uit. De crux is dat de jongens een etmaal lang alles in het werk moeten stellen om elkaars meisje te versieren. Ze beloven dit op hun ‘officierseer’, maar het heeft er naarmate de opera vordert ook alle schijn van dat ze elkaar de loef af willen steken.

Dat blijkt vooral zodra Guglielmo in zijn missie is geslaagd bij Dorabella — in vergelijking met Fiordiligi een tiener die zich wat gemakkelijker laat leiden door primaire gevoelens. Dat is echter aan Guglielmo niet besteed: hij wrijft zijn succes bij Ferrando in door erop te wijzen dat hij wel wat meer te bieden heeft. Dit comparing sizes neemt echter al snel een andere wending zodra Ferrando na een wanhoopspoging Fiordiligi alsnog weet te veroveren, waarna Guglielmo’s ego als een ballon leegloopt.

De uit Moldavië afkomstige bariton Andrey Zhilikhovsky als Guglielmo stal de show met deze scènes. Hij acteerde als een personage uit Grease en zag er ook zo uit. Tenor Duke Kim als Ferrando oogde meer als James Dean en had zijn postuur niet mee naast Zhilikhovsky. Kap & grime deden hier wonderen: de jongens zagen er flink anders uit dan in hun uniform, compleet met vetkuiven en snorren. Despina’s reactie — “wat een remedie tegen de liefde” — komt dan ook niet zomaar uit de lucht vallen. Maar die twee typische bobbysoxers Fiordiligi en Dorabella blijken niet ongevoelig te zijn voor de ruige charme van de straat, in plaats van de chique cocktailbar. En natuurlijk bleken ze evenmin ongevoelig voor de zangkwaliteiten van de heren. Vooral Duke Kim maakte veel indruk met een heerlijke vertolking van “Ah! lo veggio quell’anima bella”, waarmee hij Fiordiligi op de knieën kreeg.

Gerald Finley wist zowaar een geloofwaardig personage van zijn Alfonso te maken, bijna ondenkbaar in een verhaal dat van ongerijmdheden aan elkaar hangt. Dat hij niet als een tovenaar alles in zijn eentje deed, maar geholpen werd door die hele circustroupe als betaalde hulpkrachten, droeg daar zeker aan bij, maar vooral de hulp van sopraan Ana María Martínez als Despina was hiervoor bepalend. Ze nam zijn project, onwetend van de achtergrond, helemaal over en rustte niet voor ze die twee meiden aan die toevallig langskomende jongens had gekoppeld.

“Een mens belooft zoveel in het leven,” merkt een nonnetje in La Divina Commedia luchtig op als ze zich even terugtrekt met de tuinman en haar vriendin de wacht laat houden. Ze hebben een gelofte gedaan maar die hoeft toch niet altijd te gelden? In de middeleeuwen wist men van wanten, en ook in 1791 moesten vrouwen van vijftien weten hoe de wereld in elkaar zat. Martínez was voorspelbaar als dokter Magnetico, die toevallig een stand heeft op Coney Island, en totaal onverwacht over the top als Texas cowgirl die, geflankeerd door het dwergenpaar, line-dancend de huwelijksceremonie voltrekt.

Dat brengt me bij de twee meiden die door hun vriendjes worden besodemieterd. McDermott laat ze aan het einde weer onwennig terugkeren naar hun oorspronkelijke vriendjes, maar in de fifties-setting heeft dat weinig te betekenen. Hoe je het ook wendt of keert: voor alle vier heeft die weddenschap alles verkloot. Het zegt ook iets over het cynisme van Don Alfonso dat hij zo nodig zijn gelijk bevestigd wilde krijgen. Alleen was het die jongens nooit gelukt; er moest een heel circus (ook letterlijk) van list en bedrog aan te pas komen om de weddenschap te winnen. Als er nog een greintje empathie in Alfonso huist, zal hij die nacht niet echt lekker geslapen hebben.

Mezzo Samantha Hankey mocht als Dorabella als eerste een aria ten beste geven, en haar “Smanie implacabili” — waarin ze lamenteert over het vertrek van haar geliefde — zette meteen de toon. Federica Lombardi konden we eind vorig seizoen nog beleven in Amsterdam als Amelia Grimaldi in Verdi’s Simon Boccanegra*. Hier zagen we haar van een heel andere kant: een meisje dat donders goed weet dat ze mooi is, maar haar emoties liefst nog onder haar hooggesloten sweater verborgen houdt. De standvastigheid waarop ze zich beroept is kenmerkend voor het absolute karakter van een eerste liefde — typisch een tienerprobleem. Dat eenmaal uit de weg, is alles mogelijk; haar zusje geeft het goede voorbeeld.
Lombardi’s “Come scoglio” benaderde de perfectie, maar het was vooral in “Per pietà, ben mio, perdona” — waarin ze haar lover op voorhand om vergeving vraagt voor iets wat ze misschien gaat doen (een beetje ontrouw zijn, eventjes maar) — dat ze al haar kwaliteiten tentoonspreidde. Het was het mooiste wat ik die avond heb gehoord. In stijl van Coney Island zong ze de aria gezeten in een heteluchtballon.

Mooi spel tot slot van het orkest van The Met onder leiding van Nimrod David Pfeffer. Hij wist de zaak goed bij elkaar te houden — niet eenvoudig, gelet op wat zich allemaal afspeelde op het toneel.
De volgende Live in HD uit de Met is op 17 oktober: Macbeth van Verdi, met onder meer Quinn Kelsey in de titelrol, Lise Davidsen als Lady Macbeth en Freddie Di Tomasso als Macduff. IN Pathé bioscopen door heel Nederland.
Cosi fan tutte is nog te zien als Encore in een aantal bioscopen op 25 maart om 11.00 uur onder andere in Pathé Tuschinksi en Pathé Amsterdam Noord en Utrecht Leidsche Rijn.
Verder kijken, luisteren en lezen
Duet Il coro vi dono uit Così fan tutte.
Deel uit het trio ‘Soave sia il vento’ uit Così fan tutte.
*Peter Franken over Simon Boccanegra.