Home » Achtergrond, Featured

Sandrine Piau: horizontaal Händel zingen

Amsterdam25 januari 2016

door

Een openbare masterclass van Sandrine Piau was één van de onderdelen van het talentenproject dat De Nationale Opera rond de uitvoeringen van Ariodante van Händel organiseerde. De sopraan creëerde een veilige sfeer voor de jonge ensembleleden, maar lette op álles. Place de l’Opera was erbij.

Grace Carter zingt voor, begeleid door Klaas-Jan de Groot. (© Place de l'Opera)

Grace Carter zingt voor, begeleid door Klaas-Jan de Groot. (© Place de l’Opera)

De activiteiten van De Nationale Opera op het gebied van talentontwikkeling zijn in de huidige productie Ariodante goed zichtbaar voor het publiek. Het ensemble rond de hoofdrolspelers bestaat uit jonge zangers, die volop meedraaien in de voorstelling en alles daaromheen. Dirigent Andrea Marcon werkte in de aanloop naar de première met hen aan Händels werk en afgelopen week waren er masterclasses door Rosemary Joshua, Sarah Connolly en de doorgewinterde Händel-vertolkster Sandrine Piau.

Het is donderdagavond en het atrium van Nationale Opera & Ballet loopt vol met publiek. Geïnteresseerde bezoekers van de voorstellingen, stafleden van het operahuis en vooral veel jonge zangers vullen de zaal. Naast de leden van het ensemble van Ariodante zijn er ook bekende gezichten uit de recente productie Les mamelles de Tirésias te zien. Als talentcoördinator Peter van der Leeuw om zes uur de avond opent, zijn bijna alle stoelen bezet.

Respons

Er zullen zes kandidaten optreden voor sopraan Sandrine Piau, die daarna stelselmatig de aandachtspunten voor de zangers doorloopt. Tenor Satriya Krisna is één van de zes. Hij studeerde onlangs af bij Henny Diemer, deed mee aan het afgelopen Belvedere-concours en staat ingeroosterd voor het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch, later dit jaar.

We spreken hem in de zaal, net voor aanvang. De Bärenreiter-partituur is onder handbereik. Hij vertelt: “Via mijn docente Henny Diemer ben ik bij dit project betrokken geraakt. In Ariodante ben ik naast ensemblelid ook understudy voor twee rollen, die van Odoardo en Lurcanio. Voor de duidelijkheid: ik ben understudy voor de repetities, ze gaan me echt nog niet vragen een rol over te nemen van één van de solisten in een echte uitvoering.”

Zijn voorbereiding op de rollen en de lessen van Rosemary Joshua hebben hem het nodige geleerd over hoe je Händel zingt. “Je moet vocaal vooral heel flexibel zijn, zeker vanwege de coloraturen. Maar Händel schreef echt voor de stem.”

De tenor staat met het ensemble een groot deel van de avond op het podium bij de uitvoeringen van Ariodante. “We gaan qua stemming van blij naar boos en we zijn op enig moment ook volledig in de ban van God in deze enscenering. Aan het eind zijn we dan weer blij.” Wat hij het leukste aan het spelen in de grote productie vindt? “De respons van het publiek bij de voorstelling.”

Empio!

Master Sandrine Piau is zeer ervaren in het Händel-repertoire en zong bij alle grote barokdirigenten in opera’s als Alcina, Tamerlano en Ariodante. Ze is van plan, zo laat ze aan het begin weten, vooral de zangers het werk te laten doen. Maar van dat voornemen komt weinig terecht. Ze volgt heel geconcentreerd de verrichtingen van de zangers en zingt de aria’s voor zichzelf mee. Van elk stuk, uit Ariodante maar ook uit Giulio Cesare, kent ze het verhaal erachter.

Sandrine Piau in actie. (© Place de l'Opera)

Sandrine Piau in actie. (© Place de l’Opera)

De sfeer is al snel ontspannen. Wie dat nodig heeft, raadt ze aan om het aanwezige publiek te vergeten. Iedere zanger krijgt haar volledige aandacht.

In de regie van Richard Jones is haar rol als Dalinda een tikje neurotisch, zeker in de aria ‘Neghittosi or voi che fate’. Tot haar genoegen heeft de eerste kandidate, Channa Malkin, die aria gekozen. Nadat Malkin heeft gezongen, legt Piau uit hoe Dalinda geschokt is over het verraad van Polinesso, die haar versierde, en hoe dat haar naar de keel grijpt. “Dat ‘empio!’, verrader, dat moet je bijna uitspugen”, raadt ze de jonge sopraan aan.

De docente let op expressie, geluid en dictie, maar heeft ook hele praktische oplossingen voor de zangers bij het zingen van de coloraturen. Ze tekent een denkbeeldige lijn in de ruimte voor zich. “Het gaat om een horizontale lijn, waarbinnen die noten moeten klinken, zodat het muzikaal blijft.”

Een zanger die moeite heeft met de korte, snelle noten en bij de coloraturen uit de bocht dreigt te vliegen, krijgt een toepasbaar advies: “Zing eerst dat gedeelte, gebruik je metronoom om te timen en als je dat tempo aankunt, weet je meteen hoe snel je de rest van de aria kunt zingen.”

Totale betrokkenheid

De master maakt de zaken niet mooier dan ze zijn. “Je hebt in de aria’s geen seconde rust, de tekst gaat verder, het orkest speelt door en jij moet dat tempo aanhouden.” Ze benadrukt: “Neem geen tijd tussendoor, want die is er nooit.” Als tijdens een aria iemand in het atrium van DNO hoorbaar last krijgt van vermoeidheid en in slaap sukkelt, reageert Piau meteen richting haar leerling: “Dat kan gebeuren, ook daar moet je op voorbereid zijn.”

Grace Carter beschikt, zo blijkt als ze aan beurt is, over een prachtig warm geluid. Haar aria begint bijna zonder aanloop en dat is even zoeken. Voor haar heeft de master een gouden tip: “Bedenk in zo’n situatie dat het geluid dat je wilt gaan maken er al is, ergens in de ruimte. Je hoort het orkest of het klavecimbel en daarop ga jij dan door. Dat is niks spiritueels, het maakt je vooral minder beducht voor die eerste noot die je moet produceren.”

Als ze klaar is met haar sessie, vragen we Carter wat ze het leukste vindt aan het deelnemen aan Ariodante. “Ik vind het hele proces van zo’n productie leuk, maar ik geniet vooral heel erg van het repeteren. Ik ben ‘cover’ voor Ginevra en kan bij Sandrine heel goed zien wat dat allemaal vraagt en aan welke eisen je moet voldoen.”

Wat Carter in de laatste weken heeft geleerd, is de totale betrokkenheid die een rol vraagt. “Dat dreig je weleens te vergeten als je thuis in je eentje studeert. Je moet er ook fysiek heel fit voor zijn.”

Op de vraag wat ze zelf zou overbrengen als ze een masterclass voor jongere collega’s over Händel zou moeten geven, zegt ze: “Belangrijk is goed weten wat je zingt, dus vertalen wat er in het Italiaans staat. En het is wezenlijk dat je precies weet waar je je bevindt in een aria. Ik breng zo’n aria letterlijk in kaart, om voortdurend overzicht te houden waar ik ben. Zo voorkom ik dat ik verdwaal.”

Coloraturen

Het is ruim na negenen als Piau pianist Klaas-Jan de Groot bedankt en haar eerste masterclass in het Engels afsluit. Ze schakelt weer naar het Frans, haar moedertaal, als ze de vraag naar haar indruk beantwoordt. “Gelukkig heeft de muziek geen taal. Ik vind het makkelijker om in mijn eigen taal te werken, dan druk ik me beter uit. Maar uiteindelijk vind je de beelden, de kleuren en de voorbeelden in de muziek. Die is universeel. Daarmee kan ik ook heel precies mijn ideeën overdragen.”

Dominic Kraemer zingt voor. (© Place de l'Opera)

Dominic Kraemer zingt voor. (© Place de l’Opera)

Ze leek voor aanvang een tikje gespannen. “Sinds ik masterclasses geef, denk ik vooraf altijd: oh, wat ga ik zeggen, misschien tref ik wel leerlingen die zo goed zijn dat ik niks te melden zal hebben. Maar uiteindelijk vinden we altijd dingen waar iemand aan kan werken.”

“In de twintig minuten die ik voor elke deelnemer had, kon ik natuurlijk niet uitgebreid op de zangtechniek ingaan. Dat is iets voor de eigen zangdocent van de jonge talenten. Ik probeer ze hier vooral vakmatige dingen bij te brengen, over de problemen waar alle zangers tegenaan lopen, zoals tempo en intonatie. De techniek moet de muziek helpen, maar ook andersom: de muziek helpt bij het vinden van de juiste techniek.”

De zangers leren niet alles wat voor Händel belangrijk is tijdens hun opleiding, meent Piau. “Ze leren niet altijd om coloraturen los te zingen. Veel zangstudenten ontwikkelen een sterke legatostijl om Mozart te zingen, maar bij Händel werkt dat niet zo. Een beginnende zanger moet uitproberen of hij of zij die mogelijkheid heeft. Sommigen kunnen het niet en leren het ook niet, dat heeft gewoon met hun stem te maken. Voor baritons zijn er bij Händel wat minder van die momenten. Onze Re di Scozia in de voorstelling, Luca Tittoto, heeft een grote stem, maar hem lukken die losse coloraturen wel.”

“Als het werken aan die coloraturen te veel moeite kost, geef ik jonge zangers het advies dat het eigenlijk geen zin heeft om het toch te proberen. Ik ken grote sopranen die er moeite mee hebben en ik hoor soms lichte mezzosopranen met een geweldige coloratuur. De één heeft een talent voor belcanto, de ander voor barok.” Piau besluit met de constatering: “Je moet als jonge zanger weten waar je van houdt en weten wat je kunt.”

Er zijn nog tot en met 3 februari voorstellingen van Ariodante. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.