Home » Featured, Operarecensie

Aangrijpend realisme in La forza del destino

Amsterdam10 september 2017 65 reacties

De Nationale Opera trapte het operaseizoen zaterdagavond af met een schitterende Forza del destino. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde puntgaaf onder de charismatische Michele Mariotti, het DNO-koor schitterde en Eva-Maria Westbroek was een formidabele leading lady in de sterke zangerscast.

Scène uit La forza del destino bij De Nationale Opera. (© Monika Rittershaus)

Feestelijk was het onderwerp van de seizoensopener niet. De rampspoed die zich in de loop van de avond zou voltrekken, was vanaf het begin voelbaar, dreigend als een donkere schaduw. Het noodlotsmotief luidde het in, gevolgd door de schitterend gespeelde ouverture, die niets weg had van wat vaak als hoempapamuziek wordt gepresenteerd.

Michele Mariotti, die debuteerde in Amsterdam en voor het eerst deze Verdi leidde, gaf meteen zijn visitekaartje af. Zelfs zonder theater op de bühne had de muziek het verhaal kunnen vertellen. Fijnzinnig spel, prachtige tempi, dienstbaar en overal ademend, waarbij ook de stiltes vol betekenis waren.

Detaillistisch en realistisch

Verdi worstelde erg met de vorm van La forza. De opdracht ervoor kwam vanuit St. Petersburg, waar de eerste versie in 1862 in première ging. De uiteindelijke versie uit 1869, voor de Scala in Milaan, bleek succesvoller en beviel Verdi veel beter. Deze versie was zaterdag te horen.

Voor regisseurs betekent het ensceneren van dit bijna vier uur lange werk vaak een soortgelijke worsteling. Verdi zag af van de klassieke eisen van eenheid van tijd, plaats en handeling. De tijdspanne in de opera is dan ook bijzonder groot en de locaties verplaatsen zich heen en weer, over grote geografische afstanden.

De enscenering van Christof Loy is sober. De Duitse regisseur bewaart eenheid te midden van de chaotische gebeurtenissen en de magere verhaallijn, onder meer door steeds dezelfde ruimte te transformeren, waarbij herkenbare voorwerpen blijven staan. Daaronder een grote lange tafel, die we voor het eerst zien tijdens de ouverture, in het ouderlijk huis van Leonora en haar familie. Een sterke vondst. Ook het Mariabeeld op die tafel, dat zo’n centrale rol speelt in de beleving van Leonora, is steeds opnieuw te zien.

Vanwege de passies waaraan de hoofdrolspelers zijn onderworpen, en die tot hun noodlottige ondergang leiden, wordt Verdi’s opera vaak als romantisch betiteld. Zelf zou ik Verdi’s benadering liever realistisch noemen. De aanpak van Loy sluit daarbij aan. Hij zoemt detaillistisch in op de gevoelens en het leed van de personages, en met videoprojecties kruipt hij dicht op hun huid. Tegelijkertijd geeft hij, analoog aan Verdi’s benadering, een zeer realistisch beeld van de sociale omstandigheden waarin zowel de hoofdrolspelers als het volk in die tijd leefden. Dat de kerk daarbij een grote rol speelde, zal niet verwonderen.

Zeer sterk is de bijna caleidoscopische benadering waarmee Loy aansluit bij Verdi’s scherpzinnige portrettering van de drie hoofdpersonages: Leonora, haar geliefde Alvaro en haar broer Carlo. Eerwraak is het wat Carlo drijft en dat van begin tot eind. Hij wil zijn familie wreken door Leonora en haar geliefde Alvaro te doden.

Een verscheurde Westbroek

Loy laat tijdens de ouverture een blik werpen op de familie Calatrava en hun voorgeschiedenis. Kleine kinderen zijn de hoofdrolspelers hier nog. We zien Leonora als een meisje dat zich opsluit in haar eigen wereldje, met het Mariabeeld voor zich op tafel. Scherp wordt duidelijk hoe de mores zijn van die tijd: de standen- en rangenmaatschappij, waarbij je niet uit liefde trouwt, maar met iemand van je eigen stand en ras.

Eva-Maria Westbroek als Leonora. (© Monika Rittershaus)

In de eerste akte wordt tastbaar welke kwellingen Leonora, met grote inleving gespeeld door Eva-Maria Westbroek, doormaakt. Haar verscheurdheid tussen de liefde voor haar vader en die voor haar minnaar, Alvaro, is sterk voelbaar. Haar twijfel vertraagt de gebeurtenissen. Daardoor wordt de ontvoering door Alvaro ontdekt. De beklemming daarna eindigt in een pistoolschot, dat onbedoeld afgaat en dat de vader van Leonora doodt.

Leonora’s ontzetting wordt in video-close-ups aan ons getoond, evenals de doodsnood van haar vader en het moment waarop hij zijn dochter vervloekt. De markies, vertolkt door James Creswell, heeft een korte rol, maar zijn stem laat een diepe indruk achter.

Noodlot en vervloeking: het zijn centrale thema’s uit Verdi’s werk en leven. Leonora beleeft vanaf dit moment die vervloeking als schimmen, die haar voortdurend op de hielen zitten. Met regelmaat laat Loy hun uitwerking op haar zien in videobeelden, die opdoemen op cruciale momenten in haar levensloop.

Dat is vooral het geval in de tweede scène uit de tweede akte, als Leonora een schuilplaats zoekt in een kluizenaarshut. Dit is dé akte van Leonora, en Westbroek, aan wier grote stem ik bij het personage van Leonora toch even moest wennen, geeft Leonora in deze akte een formidabele statuur. Haar gekweldheid grijpt je bij de strot, en al lijken de overgangen naar de hogere noten niet steeds even soepel te gaan, ze neemt je volledig meer in haar vertolking. In haar volle, diepe verdiaanse zang doet ze denken aan een tijgerin; wat een kracht en overtuiging.

In haar laatste optreden, bij Verdi’s etherische slotnoten, zien we een enorm contrast. Dan neemt haar Leonora Alvaro en het publiek mee in een glimp van een geopende hemel. Schitterend gezongen.

Enorme tableaus

Het is bekend dat Verdi niet al te veel van de kerk als instituut moest hebben. Maar religieuze gevoelens had hij zeker. En wat heeft hij die in deze opera in prachtige muziek weten om te zetten. Het koor krijgt van hem behalve oorlogszuchtige en liederlijke passages ook schitterende religieuze muziek te zingen.

Chapeau voor het Koor van DNO, dat je te midden van de enorme tableaus die Loy voor hen ontworpen heeft oren en ogen tekort doet laten komen. Veronica Simeoni heeft daarbij een glansrol als de soepel bewegende en uitstekend acterende en zingende Preziosilla. Het opzwepende ‘Rataplan’ zorgt voor de vrolijke noot tussen alle duistere gebeurtenissen.

De moord op de vader van Leonora is natuurlijk de aanleiding voor dit noodlotsdrama, maar het is wraakzucht van Carlos, Leonora’s broer, die de tragedie gaande houdt. Bariton Franco Vassalo weet de rol van deze weinig vergevingsgezinde fanaat prachtig gestalte te geven. Zijn optreden in de tweede akte, als hij zich in de herberg uitgeeft voor een student en zijn duistere missie en plannen onthult, is zeer imposant.

Veronica Simeoni als Preziosilla, dansers en het Koor van De Nationale Opera. (© Monika Rittershaus)

Leonora’s geliefde Alvaro voelt zich zijn hele leven al achtervolgd door het noodlot en verlangt daarom naar de dood. Dat is natuurlijk wel een heel romantisch gegeven. Verdi en Loy zetten hem neer als iemand die steeds het goede in plaats van het kwade zoekt, maar die door de gebeurtenissen in de verkeerde hoek belandt. Alvaro’s onvervulde verlangen naar de dood wordt tot het (herziene) einde in stand gehouden.

Aan het begin van de derde akte mag hij zijn wanhoop uiten in ‘La vita è inferno all’infelice’. Roberto Aronica is als Alvaro een waardige en sterke partner van Leonora’s broer. Schitterend klinkt zijn weeklacht, met die al even mooie klarinetsolo die bij zijn romanza hoort.

De ironie van het lot beslist dat de twee rivalen in de derde akte vriendschap met elkaar sluiten, midden in het oorlogsgeweld. De mannen leven onder andere namen en verzekeren elkaar in een schitterend duet trouw te blijven in leven en dood. Dat wordt maar al te letterlijk bewaarheid. De wending in de gebeurtenissen speelt zich af in deze derde akte. Als Carlo een portret van zijn zuster vindt in het kistje van Alvaro, nemen de gebeurtenissen een fatale wending. Dat horen we in zijn prachtige aria ‘Urna fatale mio destino’.

Verdi zette in deze opera, en dat was vrij nieuw, komische rollen naast serieuze rollen. Dat contrast levert een aantal humoristische, soms zelfs rossiniaans aandoende taferelen op. Fra Melitone (Alessandro Corbelli), Padre Guardiano (Vitalij Kowaljow) en Mastro Trabuco (Carlo Bosi) zijn goed gecast. Vooral Vitalij Kowaljow, met zijn diepe stem, zingt prachtig.

Langdurig applaus voor spelers en orkest maakte een eind aan deze opera, die zo’n bijzondere plaats inneemt in het oeuvre van Verdi. Gaat dat zien.

La forza del destino is nog tot en met 1 oktober te zien in Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

door

La forza del destino
Giuseppe Verdi

Uitgevoerd door: Nederlands Philharmonisch Orkest en Koor van De Nationale Opera onder leiding van Michele Mariotti.
Solisten: Eva-Maria Westbroek, Roberto Aronica, Franco Vassalo, Veronica Simeoni, Alessandro Corbelli, e.a.
Regie: Christof Loy.
Bezocht op 9 september 2017

65 reacties »

  • Ben Siebers zei:

    Kan mij prima vinden in de recensie van Jacqueline van Rooij. Heb vaak kritiek op (vooral de regie van) de voorstellingen in Amsterdam maar deze opera was prachtig. Had er op voorhand al vertrouwen in omdat Loy in het verleden blijk heeft gegeven vanuit liefde voor de opera een goede regie te kunnen neerzetten. Michele Mariotti zag ik afgelopen juli al een fantastische Semiramide in München dirigeren en ook toen viel mij zijn enorme uitstraling en bezielende wijze van dirigeren al op. Daarnaast was de cast uitstekend niemand uitgezonderd. Geweldig vond ik het optreden van Veronica Simeoni. Als een professional leidde zij de dans terwijl zij ondertussen ook nog prima zong.

  • Ray Williamson zei:

    Het was een prachtige avond, zonder meer, maar bij de “uitstekend zingende” Veronica Simeoni zet ik, net als recensenten als Jaworski en Keegel, mijn vraagtekens.

    http://operagazet.be/recensies/recensies-2017-2018/nl/amsterdam-la-forza-del-destino/

  • Rudolph Duppen zei:

    De Vaderlandse pers is aanzienlijk kritischer. Het Parool is erg zuur en geeft 3***. De Volkskrant geeft ook 3*** en NRC/Handelsblad 4****.

  • Stefan Caprasse zei:

    In de operagazet een opvallende goede kritiek aan het adres van Loy vanwege Olivier Keegel al zien de foto’s er weinig ‘authentiek’ uit qua situering. Daar gaat één van mijn laatste zekerheden in het leven!

  • Gert zei:

    Volkskrant viel inderdaad wat tegen, waar ik het niet mee eens ben want de opera is van het begin tot het eind TOP
    Het Parool geeft altijd een slechte recensie over NOB, dus die zag ik al aankomen.

  • Olivier Keegel zei:

    Het Parool mist “de werkelijkheid van vandaag”. 🙂 Ik zou zeggen: pak er ’s een goeie krant bij.

  • Olivier Keegel zei:

    Amice Caprasse, ik heb in principe niets tegen een “moderne” regie, als men maar met zijn tengels van het libretto afblijft. Met andere woorden: zolang er dood gaat wie dood moet gaan, ben ik tevreden.

  • Stefan Caprasse zei:

    Compar Keegel, waarvan akte; ik dacht dat volgens alles EXACT in het tijdperk van het libretto MOEST gesitueerd zijn.
    Wat het libretto betreft ben ik min of meer trouwens met U eens… op hier en daar een goedgeïnspireerde (vanuit MIJN oogpunt) uitzondering na…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Jacqueline van Rooij: ‘een sterke vondst’? Valt best mee hoor. In de Muenchener enscenering van Martin Kusej uit 2013 staat er ook al vanaf de ouverture tot het bittere einde een lange tafel op de buehne. Een typisch geval van déja vue (of jatwerk …) dus. Zie ook dg.nl/luister-mee.

  • Peter van Dongen zei:

    Ik bezocht de voorstelling op woensdag 13 september 2017. Normaal gesproken heb ik een hoge pet op van Eva-Maria Westbroek maar zij kon mij deze avond helemaal niet bekoren. Zij zingt constant tegen de toon aan, haal hoge noten nauwelijks en bij sommige stukken begeleid door het koor viel het mij ook op dat zij af en toe niet eens zong! Jammer, ik vind haar een pracht van een zangeres maar dit is absoluut haar genre niet. Haar stem is, naar mijn smaak, te zwaar voor deze rol. Prima acteer en zangwerk van Robert Alexander, wat ook wel eens gezegd mag worden. Ik vind al jaren dat zij erg ondergewaardeerd is. Verder een prachtige voorstelling die mooi gedragen werd door koor en orkest.

  • Rudolph Duppen zei:

    Gisterenavond heb ik de voorstelling bezocht in een uitverkocht huis. De voorstelling boeide van het begin tot het einde dankzij de muzikale leiding van Michele Mariotti die de spanning wist vast te houden door het orkest, koor en solisten in zijn sterke, niet aflatende greep te houden en dankzij de heldere regie van Christof Loy. Het is een verademing om het toch vrij ingewikkelde en inconsistente verhaal goed te kunnen volgen. Het orkest speelde vurig en fijnzinnig waar nodig en de klarinet solo voorafgaande aan Don Alvaro’s aria “La vita è inferno all’infelice” werd prachtig gespeeld.Het koor van DNO zong weer voortreffelijk van een uiterst fijnzinnig piano tot een geweldig forte. Eva-Maria Westbroek en Roberto Aronica zongen met overgave maar wel bijna de hele avond op orkaankracht. Het verbaasde mij dat Eva-Maria Westbroek er nog een redelijk welluidend en beheerst “Pace,pace, mio Dio” uit kreeg.Net als bij Magda Olivero is de stem verre van perfect maar door haar grote theater-en muzikale persoonlijkheid blijf je geboeid kijken en luisteren.De andere grote mannenrollen werden meer Verdiaans vertolkt. Alessandro Corbelli was een heerlijke, recalcitrante Fra Melitone. Je moet hem alleen niet inhuren voor een gaarkeuken.De rol van Curra werd voortreffelijk vertolkt door de geliefde Roberta Alexandra.Een schitterende opening van het seizoen.

  • c.horsmeier zei:

    Ja ik was er ook gisteravond,maar was niet goed bij de les kwam net terug uit het Caraibisch gebied van Irma.
    Ga gelukkig nog 2 keer 19 sept en 25 sept.
    Ben geen fan van Eva Maria Westbroek,maar wat ik gister hoorde was geweldig heb haar nog nooit zo mooi horen zingen,jammer dat ze stikte in het eind van de Pace aria haar slot Maledzione kwam er niet helemaal uit.
    Verder vond ik de dirigent soms vreemde dingen doen zoals de inzet van Madre Madre Pietosa Vergine en ook in de ouverture hoorde ik iets vreemds..
    Verder geweldig het koor.
    Kom later wel terug na de 19 de dan meer geconcentreerd.
    n

  • Rudolph Duppen zei:

    @Chris Horsmeier: Gelukkig dat U heelhuids bent teruggekeerd.U zat waarschijnlijk niet op mijn commentaar over de orkaankracht van de zangers te wachten.Ik kijk uit naar uw commentaar op de andere twee voorstellingen die U gaat bezoeken.

  • Jan de Jong zei:

    Kan DNO er niet voor kiezen om in plaats van aan het eind het brandscherm neer te laten het toneellicht langzaam uit te doven? En vervolgens pas na de laatste noten het licht in het orkest? Zowel gisteren als bij de première begon het publiek al te klappen voordat de laatste noten ingezet waren.
    Door het scherm open te houden en het licht te doven, zal het publiek waarschijnlijk wachten met klappen – het blijft ongewis of het al afgelopen is, terwijl het dalende brandscherm op dat moment onvermijdelijk als einde van de opera wordt gevoeld. Ik hoop dat men dat wil aanpassen.
    Nu is het zo’n ontzettende afknapper als er te vroeg geklapt wordt. Verdi wilde de opera in stilte laten wegsterven.

    Verder is het een uitstekende voorstelling van een draak van een opera. Wat mij betreft kan de derde scene van de derde acte grotendeels geschrapt worden. Daarmee zou het stuk er aanzienlijk op vooruit gaan (korter en coherenter).

    @Maarten-Jan Dongelmans zei:
    Ik lees “Een sterke vondst” als betrekking hebbend op de reeks van gedeeltelijke decortransformaties. Ook dat is wel eerder gedaan, maar in dit geval vond ik het bijzonder ingenieus en erg overtuigend.

  • Rudolph Duppen zei:

    @Jan de Jong:Ik heb me ook geërgerd aan het voortijdige applaus. De ongeschreven regel is dat zolang de dirigent zijn handen opgeheven houdt ook als de muziek al opgehouden is, men niet klapt.Men moet de dirigent wel kunnen zien.Niet alleen het Nederlandse publiek maakt zich er schuldig aan.In de Met klapt men sowieso door alles heen.

    In het oude programmaboekje van de uitvoering van La Forza del Destino (9-1-1993) in wat toen nog de Matinee op de Vrije Zaterdag heette, staat een bijzonder interessante inleiding van Paul Korenhof. Hij gaat niet in op alle verschillen tussen de oorspronkelijke versie voor Sint-Petersburg en de versie die op 20 februari, 1869 in première ging in de Scala te Milaan maar hij gaat wel in op de oorspronkelijke opbouw van de derde akte. Hierover schrijft hij:Een andere belangrijke wijziging betrof de opbouw van de derde akte, die in Sint- Petersburg de hele scène uit Wallensteins Lager, eindigend met Preziosilla’s Rataplan, als centraal deel had. Pas daarna volgde het duelduet van Carlo en Alvaro, en de akte werd besloten met een tweede tenoraria, wat-met ook een tenoraria aan het begin-de hele akte een bepaalde symmetrie verleende.Later voegt hij er nog aan toe dat het muzikaal ook een geheel andere sfeer oplevert dan wanneer het ietwat banale Rataplan-koor aan het slot staat.

  • Jan de Jong zei:

    @Rudolph Duppen
    Dank voor deze interessante informatie.

  • Mara zei:

    Op 16 september de voorstelling gezien. Een absolute aanrader! Ondanks een verkoudheid van Roberto Aronica – waar hij vooral aan het begin last van had – en een wat tegenvallende mevrouw Westbroek. Ze kan prachtig zingen, maar klonk hier af en toe hard en ongenuanceerd. Zonde. Maar desalniettemin een geweldige voorstelling met een prettige regie, zonder malle fratsen, rolstoelen of conceptueel psychologische klepkolder (het kan dus wel!!). En fra Melitone heeft mijn hart gestolen. Wat heerlijk om die man bezig te zien, ja, ook in de gaarkeuken 🙂 Koor is absoluut top.
    Ik zou iedereen adviseren om ook naar de inleiding te gaan. Dhr Van Eekert is een prettige verteller en zijn verhaal was erg nuttig om de regie en het verhaal makkelijker te kunnen volgen.

  • Stefan Caprasse zei:

    Toch even op merken dat de hoofdintrige helemaal niet ingewikkeld is, zelfs uiterst simplistisch – vader wordt (per ongeluk!) gedood, dochter gaat als kluizenaar leven, geliefde gaat eerst in leger, daarna in klooster, broer is hele opera op wraak uit, voila, dat is het!
    Bijna de helft van de opera bestaat trouwens uit de confrontatie tenor-baritone, inderdaad door een andere volgorde van tonelen meer afgewisseld in de eerste versie.
    Maar NET het TYPISCHE van ‘La Forza’ is dat deze hoofdintrige wordt afgewisseld met uitgebreide ‘pittoreke’ taferelen die hele mooie milieuschilderingen geven (herberg-klooster-legerkamp-donderpreek van Melitone-uitdeling van voedsel aan armen) en waar Verdi -terecht- ook grote artiesten voor eiste. Aldus wodt een ganse wereld van krioelend leven opgebouwd.
    En daar mag dus ZEKER niet in worden gecoupeerd!!

    Voor nog een verschil met de originele versie zie mijn commentaar achter de discografie.

  • Rudolph Duppen zei:

    @Stefan Caprasse: Wat een prachtige uitdrukking: een ganse wereld van krioelend leven. Dat maakt inderdaad La Forza del Destino tot dat typische werk waar we zoveel van houden. De hoofdintrige is misschien wel simpel maar soms inconsistent. Zoals Paul Korenhof in zijn inleiding in het door mij al eerder genoemde programmaboekje schreef: Het tafereel in het Italiaanse legerkamp vormt een van de weinige momenten in Verdi’s opera’s, waar dramatische logica ondergeschikt is gemaakt aan een te bereiken effect, want hoe bijvoorbeeld de excentrieke Fra Melitone vanuit zijn klooster in Spanje in een Italiaans legerkamp verzeild is geraakt, blijft één van de onopgeloste raadsels uit de operaliteratuur.

    Bij zijn enige optreden in Nederland (VARA-Matinee 18-12-1971) zong Carlo Bergonzi de extra tenoraria uit de eerste versie van La Forza del Destino.

  • c.horsmeier zei:

    gisteravond voor de 2 de keer geweest. Wat een verschil met vorige week woensdag.
    Of het komt door de aanwezigheid van Prinses Beatrix weet ik niet wat een voorstelling.
    Orkest en koor 100% aanwezig prachtig. Alhoewel ik niet echt een fan ben van de stem van Eva Maria Westbroek was ze gisteravond schitterend nog nooit zo gehoord,alhoewel haar Pace aria weer erg tegenviel maar haar La Vergine dellAngeli onvergetelijk mooi.Tenor en Bariton waren klasse.De Preziosilla mooi gedanst maar zang viel tegen, ben benieuwd hoe ze straks het Requiem Verdi gaat doen.
    Dirigent nu wel alles in de hand alhoewel zijn opvatting van de inzet van Madre Pietosa vergine wat vreemd was.
    Toch een hele heerlijke avond beleefd ga nog weer maandag de 25 ste.

  • Rudolph Duppen zei:

    @Meneer Horsmeier:de mezzosopraan partij in Verdi’s Requiem (3-2-2018) lijkt me voor Veronica Simeoni iets te hoog gegrepen maar misschien valt het mee. Was de uitvoering van gisteren zoveel beter dan vorige week woensdag of lag dat aan uw gesteldheid?

  • c.horsmeier zei:

    Heer Ruppen ,
    a de voorstelling was zeker veel beter,maar ook mijn gesteldheid.Zo veelmer van genoten.

  • Paul zei:

    Ik ben zaterdag geweest en heb ook erg genoten. De tenor klonk gaandeweg voor de eerste pauze wat moeilijk. Na de pauze werd aangekondigd dat hij last had van een verkoudheid, maar dat hij toch zou zingen. Ik hield mijn hart vast, als het zou verergeren, zou er niet veel over blijven. Ik heb echter geen grote problemen meer bij hem ervaren. Westbroek vond ik een beetje wisselvallig, maar al met al indrukwekkend. Eigenlijk alle solisten, koor, orkest en regie bravo. Verder waren er Overdonderende massa-scènes. Maandag de 25e nog eens!

  • Paul K. zei:

    Als geheel een prachtige voorstelling, maar met enkele kritische kanttekeningen bij de regie. Wat mij vooral gestoord heeft is wat Leonora (Eva M. W.) moest doen tijdens het monnikenkoor dat de finale van het tweede bedrijf vormt.

    Het verhaal zegt dat de wanhopige Leonora hier er met moeite in geslaagd is de pater gardiaan (abt) van het klooster te overreden haar als eenzame boetelinge te laten verblijven in de grot bij het klooster. Eenmaal overtuigd roept de gardiaan al zijn monniken bijeen. Hij vertelt ze dat een boeteling in de grot komt wonen en hij verbiedt alle monniken streng (ter bescherming van Leonora) om in de buurt van die grot te komen. Wie dat toch zou doen krijgt een vervloeking (“MALEDIZIONE”). Alle monniken beloven plechtig dit nooit te doen, en herhalen de “maledizione” voor wie het verbod overtreedt. Dit is duidelijk bedoeld als steun en bescherming voor de onbekende boeteling, dus voor Leonora. Het zou dus logisch zijn dat Leonora deze steunbetuiging verheugd en dankbaar ondergaat.

    Maar wat zien we gebeuren? Leonora begint tijdens het zingen van de monniken te spartelen als een bezetene, springt waanzinnig op en neer, en bij het horen van dat “maledizione” valt zij flauw van ellende! Het publiek moet wel de indruk krijgen dat die “vervloeking” voor Leonora bedoeld is, in plaats van voor degene die haar te na zou komen.

    Waarom wordt zoiets storends ingelast, dat niet alleen geen enkele steun vindt in het libretto, maar helemaal in strijd is met de lijn van het verhaal? Het is toch moeilijk te geloven dat de regisseur niet eens begrepen heeft wat de strekking van dit koor is? Erg jammer!

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Nog een geluk dan, dat ze weer ‘bijkwam’ voor La Vergine degli Angeli … Inderdaad, zoals beschreven door Paul, een stupide zet van de regisseur.

  • Gerard de Groot zei:

    Van minuut 1 tot het eind genoten.Prachtig prachtig prachtig

  • Paul K. zei:

    @Maarten-Jan Dongelmans:
    Inderdaad, meteen hierna zingen Leonora en de monniken samen eensgezind dat prachtige serene “La Vergine degl’Angeli” (een van de mooiste operakoren die ik ken). Dat maakt het allemaal nog vreemder, zo’n plotselinge totale omslag in haar gedrag, waar geen enkele verklaring voor gegeven wordt.

  • Olivier Keegel zei:

    https://www.opusklassiek.nl/opera_operette/dno_verdi_forza_mariotti2.htm

    PAUL KORENHOF OVER HAZENDONK EN MEER

    Zo, dat kunnen Hazendonk en Het Parool dan weer in hun zak steken. Verder zéér eens met “de vertolkster van Preziosilla, een dame die enthousiast haar fysieke vaardigheden etaleerde om te maskeren wat zij vocaal te kort kwam.” Bij hoevelen heb ik niet gelezen dat deze Preziosilla zo prachtig zong. Absolutely NOT!

    Ook Korenhofs oordeel over tenor Robert Aronica die bij de première “schreeuwerig en larmoyant overkwam” onderschrijf ik volledig, evenals de kritiek op het het ‘invullen’ van de ouverture. Walgelijke gewoonte. Zie http://operagazet.be/recensies/recensies-2017-2018/nl/amsterdam-la-forza-del-destino/

    Mag ik tot slot aan het rijtje beroemde duo’s die ‘Solenne in quest’ ora’ zongen ook Willy Alberti en Len Delferro toevoegen? 🙂

  • c.horsmeier zei:

    Ja inderdaad dit stoorde mij ook enorm en ook dat de Abt vraagt alle monniken zich te komen verzamelen met aangestoken kaarsen ,nu geen kaars gezien en juist dit is het mooiste deel ook van alle opera s.
    Zo mooi dit vandaar ook mijn lievelingsopera.
    Ja de hele regie vond ik vreemd alles in het zelfde decor.
    Verder prachtige voorstelling.Ga maandag weer voor 3 de keer.

  • Stefan Caprasse zei:

    Tja, de mensheid is al tot veel walgelijks in staat geweest, maar ouvertures ensceneringen, nee, dat slaat inderdaad alles! 🙂

    Nu, alle gekheid op een stokje, @M-J Dongelmans: bij Martin Kusej vond IK die ‘tafelsceneouverture’ wel goed en mooi bij de rest van zijn enscenering passen…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Helemaal mee eens Stefan. Heel subtiel ook bij de muziek bedacht. Ondertussen tel ik af voor Norma uit New York. Zie blog.cinemec.nl.

  • Paul zei:

    Vandaag een tweede keer geweest. In tegenstelling tot zaterdag 16 september en eerdere voorstellingen bleef het doek hoog in het slotakkoord. Het licht doofde langzaam en het bleef lang tot na de slotnoot stil. Voor de rest weinig toe te voegen aan bovenstaande reacties.

  • c.horsmeier zei:

    inderdaad gister voor 3 de keer geweest en gelukkig bleef het scherm ook nu weer omhoog bij slotakkoord en doofde langzaam het licht heel mooi applaus bleef stil daarna brak de orkaan los.Gister het meeste applaus van de 3.
    Tenor de ster van de avond,bariton was ook zeer op dreef.
    Ja ik moet zeggen moet steeds maar wennen aan stem van MEVR.WESTBROEK.
    Ik weet het niet mooie stem maar niet voor mij zeker niet in deze partij.Absoluut geen Verdi-sopraan in vergelijk met Brouwenstijn,maar dat mag je eigenlijk niet vergelijken zolang geleden toen alles anders alleen al de soep uideling van Fritz Ollendorf niet te vergelijken met nu .
    Prachtige voorstelling zeker door KOOR en Orkest.
    Bedankt voor 3 mooie avonden, hoop op snelle terugkomst heb nu ook 50 jaar moeten wachten op mijn lievelingsopera weer 50 nee dat haal ik niet.

  • Jan de Jong zei:

    Het is prachtig dat DNO het einde heeft aangepast. Heel effectief nu. Hulde dat men dir gedurende de voorstellingenreeks heeft willen doen. Het licht doofde langzaam uit en de muziek stierf weg, het werd donker en toen pas applaus.

    De mannen waren zeer goed gisteren. Eva-Maria Westbroek haalde opnieuw niet het niveau dat we van haar kennen. Het was zelfs minder dan eerdere voorstellingen. Er zaten diverse rafelrandjes aan haar zang, het was soms echt te hard, terwijl zij in de pianissimi de lange eindnoten soms niet volhield. Zorgelijk.

    Verder moet ik zeggen dat La Forza toch meer interne cohesie heeft, dan ik bij het lezen van het libretto en bij de eerste voorstelling waarnam. Dat inzicht schrijf ik mede op het conto van de aanpak van Loy, die in regie en decor eenheid schept. En verder zit er zoveel moois in dat ik me goed kan voorstellen dat je je hart verpandt aan dit stuk.

    @C.Horsmeier
    Ik ben blij voor u dat u drie keer heeft kunnen genieten van uw lievelingsopera! Ik hoop dat il destino u gunstig gezind is en er spoedig weer een Forza komt.

  • Olivier Keegel zei:

    Hst is niet de taak van een regisseur om iets bij een ouverture te “bedenken”. Geheel contrair aan wat een ouverture bedoelt te zijn. De regisseur dient uitvoering te geven aan hetgeen door de artistiek boven hem gestelde(n) is bedacht. Hij/zij heeft een artistiek-ambachtelijk beroep, niet wezenlijk anders dan de decorschilder.

    Allerlei ongewenste en zonder uitzondering mislukte extraatjes om het honorarium op te schroeven (copyright Paul Korenhof) zijn in hoge mate ongewenst.

    Amice Caprasse legt ongewild de vinger op de zere wonde: Een door het dwaallicht Martin Kusej geënsceneerde ouverture vond hij “goed en mooi bij de rest van zijn enscenering passen”. En daar gaat het maar om: of het bij de enscenering past, niet of het bij de opera past….

  • Jan de Jong zei:

    Volgend voorjaar een aantal concertante voorstellingen in Giessen. Dat is niet zo heel ver weg.
    http://www.stadttheater-giessen.de/spielzeit/musiktheater/stueckansicht/la-forza-del-destino-409/1561.html

  • Stefan Caprasse zei:

    Freund Keegel, ik bedoelde wel: “in DIT geval paste de geensceneerde ouverture bij de enscenering EN de enscenering paste bij de opera” (sorry dat ik dit laatste vergat erbij te zeggen). Wat niet wil zeggen dat ik die ganse produktie mooi vond -de legerkampscene vond ik er bv nogal zwaar over en eerder lelijk-. Maar als geheel gaf deze enscenering wel juist de inhoud en dramatiek van het werk weer anders zou ik dat ook vermelden.

    Ik zou nog voorbeelden kunnen geven van produkties die ik al gezien heb met mooi “aangeklede” ouvertures bv (heel) lang geleden een Parsifal in Antwerpen.

    Daarmee wil ik niet zeggen dat een ouverture “ensceneren” altijd MOET en altijd een even gelukkig resultaat heeft. Wat voor mij totaal ‘uit den bose’ is, is als de scenegeluiden hierbij de muziek storen, zoals nogal flagrant het geval was bij de Benvenuto Celini in Amsterdam (geschreeuw!), al vond ik deze produktie voor het overige effenaf prachtig EN ad rem.

    Tenslotte, men kan als DOGMATISCHE REGEL stellen dat ouvertures enkel muzikaal “dienen” gebracht te worden. En sommige zijn inderdaad zo subliem dat scenische zaken ze -bijna- enkel kunnen storen. Wil dat daarom zeggen, dat als het resultaat mooi is ouvertures NOOIT scenisch MOGEN ondersteunt worden? In welk wetboek der artistieke dogma’s staat dat ergens?
    En wie zegt dat dit in “de goeie oude tijd”-(dwz de tijd van de komponisten in kwestie) nooit gebeurde? Was U er soms bij?

    Ik ga hier waarschijnlijk een cliché van wereldformaat lanceren (onnodig van mij daar dus op te wijzen!) maar kunst werkt NIET met dogma’s!

    Ongetwijfeld hebt U hier weer een raak antwoord op; laten we echter deze discussie niet langer rekken dan strict nodig is. Over sommige dingen zullen we het toch nooit eens worden…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    In ‘de goeie oude tijd’ (dat wil zeggen in de periode tot Beethoven) diende de ouverture vooral om het nog volop met elkaar pratende publiek met muzikale aandrang tot redelijke stilte te manen en om het in de juiste stemming te brengen.
    Mozart was een van de eersten die thema’s uit de opera zelf in zijn ouvertures verwerkte (Entfuehrung en Così).
    In de Romantiek duikt de potpourri op. Fragmenten uit de opera zelf komen in de loop van de voorstelling bekender voor omdat ze ook in de ouverture al te horen zijn geweest. Als er al van een dogma sprake zou kunnen zijn dan zou dat moeten betekenen dat een déjà entendu nooit een déjà vu mag worden.

  • Jan de Jong zei:

    @Maarten-Jan Dongelmans
    +1

    Het praten tijdens de ouverture gebeurt trouwens nog vaak in Italië. Het publiek komt eerst voor de zangers, dan pas voor de rest. Ook in Frankrijk is het me meermaals opgevallen.
    Een overtuigend geënsceneerde ouverture (zonder storende toneelgeluiden) die concentratie van het publiek vraagt, kan toch heel goed werken? Wie herinnert zich niet de prachtig geënsceneerde ouverture van de Barbier in de regie van Dario Fo?

    En wie niet van een geënsceneerde ouverture houdt, die kan wellicht de ogen sluiten en luisteren?

    @Stefan Caprasse
    Laar u toch niet nodeloos opstoken door een dogmaticus die niet geïnteresseerd is in de inhoudelijke inbreng van hen die niet dezelfde mening hebben, en die er uitsluitend op uit lijkt om anderen de les te lezen. Alsof een spitsvondige pen vanzelfsprekend de Waarheid in pacht heeft. Ik lees graag zijn ‘Belgische’ recensies, ik vind ze vaak vermakelijk, dikwijls raak, soms leerzaam en bij vlagen lachwekkend. In de reacties blijven zijn teksten flarden van recensies, een dialoog komt niet tot stand.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Jan de Jong: ik ben niet tegen het ensceneren van ouvertures hoor. Het lijkt me echt een uitdaging voor regisseurs zolang ze de opera zelf maar niet het gras voor de voeten wegmaaien.

  • Olivier Keegel zei:

    Het is geen kwestie van tegen of voor het ensceneren van ouvertures zijn. Je kan ook niet voor of tegen koud ijs zijn. Het lijkt wel of mijn geachte opponenten “Dr. Repertoire’s 10 Rules for Stage Directors” nooit op hun leeslijst hadden. Regel nummer EEN luidt nota bene:

    “1. DON’T STAGE THE OVERTURE. Surprise: Verdi and Rossini and Wagner Mozart actually worked in the theater most of their lives, so give them credit for knowing that the overture is there to get the audience in the mood, to ease their transition from “outside” to “inside.”

    Resist the temptation to interpolate a mimed prologue. During the Siciliana to Cavalleria rusticana, we do not need to see Lola and Turridu making out in their underwear.”

  • Fred zei:

    Ik ben geen Wagneriaan en wist dus niet dat Parsifal een ouverture had?!?!
    Is dat niet “enkel” een prelude??

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    De termen Vorspiel, Ouverture, Prelude en Introduction zijn inwisselbaar, dat weten ook niet-Wagnerianen.

  • Paul zei:

    Is dat wel zo? Is een ouverture niet een bundeling van thema’s die later te horen zijn en een Vorspiel meer een inleiding?

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Nee hoor. Dat verschilt per componist. In het 19de-eeuwse Duitsland was het bon ton vaker muzikale aanduidingen en termen in de eigen taal te benoemen. Schumann was daar de eerste in.

  • Stefan Caprasse zei:

    @Jan de Jong: Ik laat mij niet opstoken. Ik probeer kalm in het debat te gaan. Iedereen heeft recht op zijn mening (ook een dogmaticus). Zolang de toon correct blijft. Ikzelf heb trouwens ook een dogma: van de muziek zelf moet men afblijven! (tenzij in de uitvoering ervan). Il n’est pas defendu de penser…

    Het onderscheid tussen ouvertures en preludes (of vorspiel) is inderdaad soms eerder vaag. Ik meen dat ouvertures meestal langer zijn en een meer klassieke vorm (sonatevorm?) hebben. Rossini en Mozart schreven ouvertures. Bij Verdi noemt men meestal bv Nabucco, Vespri en Forza ouvertures en bv Macbeth, Rigoletto en Aida preludes. Bij Wagner spreekt men ondanks de soms langere developatie meestal van Vorspiel, al lijkt Meistersinger me qua structuur eerder een ouverture…

    Een ouverture dient inderdaad om van de alledaagse kapotte-lavabo-gedachten in de ambiance van de opera te komen. Prachtig hoe bv in Bayreuth (waar men de dirigent niet ziet opkomen en er dus geen applaus is) de volledige duisternis even laat hangen en dan de eerste noten weerklinken…
    Al heeft ook daar bv Herheim in zijn VOOR MIJ SUBLIEME Parsifal de prelude ‘geensceneerd’. Ook daar KAN alles dus.

    Tenslotte opmerken dat sommige mensen niet alleen tijdens de ouverture maar tijdens de ganse opera hun kwebbel niet kunnen houden. Quos ego!!

  • theo laceulle zei:

    Eindelijk, eindelijk een echt goede (scenische) Verdi in Amsterdam! Dit was een opvoering waarnaar ik geweldig heb uitgekeken, zeker vanwege Eva-Maria Westbroek, en ik vond dat ze de rol prachtig vormgaf. Ik ben, inclusief de generale repetitie 4x geweest en heb 4x van begin tot eind geboeid zitten luisteren en kijken. Een overtuigende regie, althans grotendeels. De ‘duiveluitdrijving’tijdens de kloosterscene vond ik zoals de meesten niet bijster geslaagd. Goede Verdi-zangers, al had ik wel een iets minder schreeuwerige Alvaro, en een nóg echtere Verdi-bariton gewenst, maar is die er nog wel. Alessandro Corbelli evenaarde de interpretatie van Capecchi in 1962.
    Als puber ging ik in 1962 in het Holland Festival naar de prachtige voorstelling olv Alberto Erede met Gré Brouwenstijn, de legendarische Jan Peerce en de echte Verdi-bariton uit Covent Garden, John Shaw. Van die voorstelling is me nog heel veel bijgebleven, zeker ook de fantastische Melitone van Renato Capecchi. De uitvoering staat op CD, vanuit het aloude Gebouw voor K&W, op Osteria OS-1002. Ik hoop dat het niet ibj deze Verdi blijft, en ook, dat we Eva-Maria nog heel vaak bij DNO mogen meemaken!

  • Stefan Caprasse zei:

    Ludovic Tézier is nog een echte Verdi-baritone…maar die kan er natuurlijk niet altijd bij zijn…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Stefan: sonatevorm en lengte zijn niet exclusief met de ouverture verbonden. By the way: het is toch echt de Meistersingerouverture en niet Vorspiel Meistersinger – en NOOIT Vorspiel Tannhaeuser om maar eens even in het zelfde straatje te blijven.
    In dit verband nog een kleine toevoeging om het ouverturefeestje compleet te maken: Verdi schreef in 1869 bij Aida een Preludio maar verving dit drie jaar later voor de Europese première door een veel langere Sinfonia (bij de Decca-opname van Chailly ruim elf minuten). Voor de 1862-uitvoering van La forza schreef hij een Preludio van drie minuten, later geschrapt voor de bekende, langere ouverture (tegenwoordig niet meer weg te branden op operaconcerten).

  • Rudolph Duppen zei:

    In mijn exemplaar van het tekstboekje van Die Meistersinger von Nürnberg (Reclam) staat Orchestervorspiel.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Uitzonderingen bevestigen de regel … In de boekjes die ik ken en de literatuur staat steevast ouverture tot Die Meistersinger von Nuernberg (en dat is inderdaad: een orkestraal voorspel).

  • Stefan Caprasse zei:

    Van die ‘lange’ Aïda-ouverture bestaat overigens ook een opname door Toscanini en later door Abbado (op een CD met Verdi-rariteiten door Pavarotti).

    En inderdaad niet alle ouvertures zijn in sonatevorm maar in geval van Meistersinger dus wel en onderscheid zich dan bv van het Lohengrin-Vorspiel dat bijna helemaal op één thema is gebouwd…

  • erik zei:

    Als we de partituur mogen geloven heeft Wagner zijn Meistersinger een Vorspiel gegeven. Ook in Mein Leben lees ik Vorspiel.

  • Stefan Caprasse zei:

    Ach, ouverture, prelude of Vorspiel…au diable tout ce bavardage! 🙂 Als het maar mooi (tot subliem) om horen is!…met of zonder scenische ondersteuning…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Stefan: heel goed om met Carmen af te sluiten! De opera die grossiert in ‘voorspelen’ en tevens een ouverture/prelude bevat.

  • Kersten van den Berg zei:

    Juist, Stefan. Ik begon al associaties te krijgen met de uitspraak die je in Nederland meestal hoort: OEVERture!

  • Fred zei:

    van zodra je dus zo gaat reageren, krijgen we een verkleutering van het niveau. Het is dus wel degelijk belangrijk dat verschil tussen ouverture en prelude e.d. Ik hou van puntjes op de i zetten:)
    ?u zullen we het maar een OVER-ture noemen

  • Stefan Caprasse zei:

    Het verschilt blijkbaar van uitgave tot uitgave welke naam men eraan geeft (ouverture of prelude). Het onderscheid is dan ook vaak moeilijk te maken.
    “Puntjes op de i”? Is het dan echt zo belangrijk welke naam men erop plakt? Tja…blijkbaar wel…
    “Verkleutering van het niveau”? heu…? Gelukkig zijn er nog mensen die ons behoeden voor deze verkleutering. Als diezelfde mensen nu ook nog iets echt interessants te vertellen hadden…

  • c.horsmeier zei:

    wat een gezeur over ouverture en prelude en zo meer.
    Het gaat over de opera zelf dwalen lekker af.
    Is wel goed zo zeg niets meer over La Forza.

  • Stefan Caprasse zei:

    Afdwalen is inderdaad vaak lekker 🙂 , maar ik geef toe dat het nu inderdaad wat overdreven en soms gezeur werd.

    Ce n’est pas ça ton dernier mot? Absolument!

    @C.Horsmeier: hou U vooral niet in om over Forza te spreken!

  • Pieter K. de Haan zei:

    Tot de laatste voorstelling heb ik op “La forza del destino” moeten wachten, maar wat heb ik genoten van deze uitvoering van een van mijn lievelings-Verdi’s. Ik zal mij niet laten verleiden om te reageren op alles wat er hierboven al over geschreven is, maar mij beperken tot mijn eigen indrukken, zonder daarbij te veel in details te treden. Wat mij betreft was – afgezien van enkele wat vreemde “vondsten” – sprake van een geslaagde enscenering. Belangrijker – althans voor mij – is natuurlijk het muzikale gehalte: in mijn oren zeer hoog. De zangers vond ik goed tot zeer goed, met als uitblinkers Vitalij Kowaljow, de beste, en Eva-Maria Westbroek, de indrukwekkendste, maar met een tegenvallende Alessandro Corbelli, niet als acteur maar als zanger: de stem is vrij kaal (geworden?), hij had problemen met de hoogte en zijn vibrato is toch wel aan de wijde kant, waarschijnlijk doordat de jaren (65) zijn gaan tellen. Koor en orkest waren boven iedere lof verheven en dirigent Michele Mariotti, die deze opera blijkbaar voor het eerst dirigeerde, kan er wat van. Bij de tussenapplauzen vond ik de reacties van het publiek vrij lauw, iets wat bij het slotapplaus wel werd ingehaald. Helaas was er ergens weer eens iemand, die het belangrijk vond vooral de eerste te zijn die klapte, terwijl de muziek nog niet was uitgeklonken en de dirigent zijn hand(en) nog niet had laten zakken: foei!

  • c.horsmeier zei:

    inderdaad erg jammer dat het nu over is hoop dat deze opera snel terug komt ook mijnlievelingsopera.
    Allemaal heel erg bedankt voor deze fijne avonden
    GENOTEN .
    snel snel terug!!!!!!!!!

  • Kersten van den Berg zei:

    Ook ik behoorde gisteren tot de bezoekers van de openingsvoltreffer van dit seizoen. Met de reactie van Pieter K. de Haan kan ik het woord voor woord eens zijn. (Voor het gemak neem ik maar even aan dat zijn `zonder daarbij te veel in details te treden` ook mijn bezwaar tegen het overluide `Pace, pace` inhoudt. Mio Dio, was me dat even fff!)

  • Kersten van den Berg zei:

    Uiteraard ben ik het ook met C. Horsmeiers commentaar, dat ik vervolgens las, volledig eens!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.