Home » Operarecensie

I puritani voor blinden in Genève

Genève15 februari 2011 4 reacties

Een bekende prima donna als Diana Damrau, specialisten als Franco Vassallo en Lorenzo Regazzo en een goede, jonge ‘tenorino’ als Arturo. Kwaliteit genoeg in I puritani in Genève. En toch komt de productie niet uit de verf.

Van 26 januari tot en met 13 februari was in het Grand Théâtre de Genève zevenmaal I puritani te zien, een coproductie met de Nationalopera Athen en met De Nederlandse Opera uit Amsterdam, waar de productie in februari 2009 in première ging.

Scène uit de Puritani-opvoering in Amsterdam, februari 2009 (foto: Clärchen und Matthias Baus).

Waar men in Amsterdam enigszins een echte prima donna miste, had men in Genève met Diana Damrau geen risico genomen. Maar toch: wat deze productie niet wist te bereiken in Amsterdam, bleef ook in Genève uit.

Regisseur Francisco Negrin heeft simpelweg te veel nadruk gelegd op de sombere, strenge atmosfeer van de puriteinen. De gewapende figuranten, de bruutheid en het geweld van een bijna terroristische regering zijn historisch gezien misschien interessant, maar komen op de bühne overdreven en storend over. Ook de bovenmatige metaalwanden, die het toch grote toneel in Genève in kleine ruimtes opdelen, vormen op den duur een zeer eentonig beeld en verstoren vaak de akoestiek voor de zangers.

Ik vraag me af waarom de creatieve Es Delvin, die inmiddels ook voor Lady Gaga decors ontworpen heeft, de decorstukken met brailleschrift bedekt heeft. Er zijn vele associaties en betekenissen mogelijk, maar ik kan, afgaand op het theatrale effect, enkel bitter en cynisch de conclusie trekken dat alleen blinden ongestoord deze voorstelling hadden kunnen volgen.

Als je begrijpt wat er in het libretto gezegd wordt, zijn de regie en het decor op z’n minst contraproductief. De productie telt diverse duidelijke inconsistenties, zoals de aanwezigheid van Elvira op het toneel bij het begin van de tweede akte. Bij de spectaculaire polacca ‘Son vergin vezzosa’ wordt Negrins gebrek aan theatraal gevoel pijnlijk duidelijk. De scène gaat zonder applaus voorbij. De eerste keer dat ik zoiets meemaak.

Aan de bezetting van Elvira ligt het niet. Met de Lady D. van de Duitse operawereld Diana Damrau staat één van de best denkbare Elvira’s van dit moment op het toneel. Maar ook al laat ze de mogelijkheden om te schitteren, zoals ‘Vien diletto’, niet liggen, zij kan de voorstelling ook niet alleen dragen.

Zeker omdat er naar mijn idee nog een tweede probleem is in Genève. De partituur die gebruikt wordt, is een nieuwe uitgave uit 2008, een reconstructie van de eerste opvoering in Parijs in 1835. Voor het Orchester de la Suisse Romande staat Jesús López Cobos, die de voorstelling met trage, ongewoon uitgerekte tempi leidt. De spetterende vloed aan melodieën en verrassend wisselende ritmes gaat hierdoor zo goed als verloren. En daarmee ook – in elk geval bij de laatste voorstelling – de te verwachten furore bij het publiek.

Diana Damrau is niet de enige die vocaal een topprestatie levert. Franco Vassallo en Lorenzo Regazzo brengen als respectievelijk de tevergeefs liefhebbende Sir Riccardo en Elvira’s oom Sir Walton een knap staaltje Italiaans belcanto naar Genève. Met hun duet ‘Suoni la tromba’ ontvangen ze het fanatiekste applaus van de avond. Daarbij moet ik wel onderscheid maken tussen hun zang en hun acteerwerk, aangezien hun zang hun spel sterk in de schaduw zet.

De jongste van de protagonisten, de Russische tenor Alexey Kundrya als Arturo, heeft wellicht niet de ervaring en kracht om zijn Elvira gelijkwaardig terzijde te staan, maar hij toont een bewonderenswaardig gevoel voor de diepe, Belliniaanse emoties.

Maar zoals altijd in opera’s leveren individuele vertolkingen weinig op als het geheel niet klopt en niet uit de verf komt. Of het nou aan de regisseur ligt of aan de dirigent, is niet belangrijk te zeggen. Wat blijft, is de indruk van een productie zonder drive, een productie die simpelweg geen kern lijkt te hebben. En of dat in Athene anders zal zijn?

Zie voor meer informatie de website van het Grand Théâtre de Genève.

Alessandro Anghinoni is correspondent van Place de l’Opera in Berlijn en Zürich. Hij is vertaler van beroep en schrijft regelmatig over opera. Voorheen voor bladen als Opernwelt, tegenwoordig op zijn blog Operello&Operella.

door

I puritani
Vincenzo Bellini

Uitgevoerd door: Orchestre de la Suisse Romande en Choeur du Grand Théâtre onder leiding van Jesús López Cobos.
Solisten: Diana Damrau, Lorenzo Regazzo, Alexey Kudrya, Franco Vassallo, Fabrice Farina, Isabelle Henriquez, e.a.
Regie: Francisco Negrin.
Bezocht op 13 februari 2011

4 reacties »

  • Kevin zei:

    Love your Lady Gaga reference.

  • Spen1992 zei:

    I think he means Lady Diana.

  • alessandro zei:

    Actually both ladies!

  • Spen1992 zei:

    Ja je hebt gelijk! 😛

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.