‘Il viaggio a Reims’ onweerstaanbaar
Monique ten Boske is in Salzburg voor het Pinksterfestival. Hier haar verslag van Rossini’s Il viaggio a Reims.
Cecilia Bartoli, artistiek directeur van het Pinksterfestival in Salzburg, gebruikt het thema ‘reizen’ als rode draad door het festivalprogramma. Ze schrijft dat reizen voor kunstenaars essentieel is: het brengt nieuwe indrukken, houdt creativiteit levend en voorkomt artistieke verstarring. Bartoli reist zelf vaak in relatief langzame vervoersmiddelen. Ze neemt volgens eigen zeggen graag de bus en de trein mede omdat ze liever niet vliegt en zelfs al eens met een boot over de oceaan is gegaan. In Rossini’s opera ‘Il viaggio a Reims’, waarin reizigers onderweg zijn naar de kroning van koning Karel X, maar door allerlei omstandigheden stranden, is dat reizen misschien ook wel meer een doel op zich dan het ergens komen.

Mega veel rollen
Ster van het festival en ook zeker één van de sterren van de avond van de voorstelling is Cecilia Bartoli. Ze zingt de rol van Corinna, een roldebuut voor haar. Regisseur van ‘Il viaggio a Reims’ is Barrie Kosky. Dirigent Gianluca Capuano voert Les Musiciens du Prince aan, op historische instrumenten, gezien de artistieke relatie met Bartoli begrijpelijk. Dat het een ‘feestopera’ is, zie je ook aan het enorme aantal rollen. Er zijn maar liefst tien hoofdrollen, acht kleinere rollen én een koor. De opera bevat schitterende aria’s en fantastische ensembles, hét handelsmerk van Rossini’s komedies. Het verhaal is eenvoudig: een groep reizigers is onderweg naar Reims voor de kroning van Karel X, maar strandt in een kuurhotel omdat er geen paarden beschikbaar zijn.
Feestje maken
Barrie Kosky kan als geen ander zo goed en zo consequent koor, solisten, figuranten en dansers tot één massa mixen. Iedereen krijgt een duidelijke plek, de dynamiek blijft helder en de komische bewegingen zijn functioneel, speels en precies. Daardoor ontstaat levendigheid zonder chaos en humor zonder effectbejag. Het is een perfect in elkaar gezette voorstelling met sublieme timing. Aldoor overrompel scenes en opbouwen op naar een climax, zonder te vervelen. Nu was er, in tegenstelling tot zijn vorige producties, geen burlesk, nauwelijks travestie en geen verdergaande dan doorsnee acceptabel geachte uitbundigheid. Doet Kosky hier een compromis aan het conventionele bezoekers of de sponsoren? Ook de boodschap van ‘internationale verdraagzaamheid’ en kunst, waardoor we de pistolen inleveren, is flinterdun. “Jullie gaan maar naar de Billa (de plaatselijke Aldi) voor boodschappen,” moet Barrie gedacht hebben, “hier krijg je echt theater en vermaak voor je 485 euro eerste rang”.

Female Gaze
Rossini’s opera zit vol mannen die zichzelf belangrijk vinden: militairen, aristocraten, verleiders en nationalistische opscheppers. Kosky maakt daar dankbaar gebruik van door hun gedrag bijna dierlijk uit te vergroten. Ze marcheren, bluffen, zweten en buitelen over elkaar heen. De vrouwen daarentegen blijven opvallend vaak stiltepunt en rustpunt binnen de chaos. Corinna observeert meer dan zij handelt en wordt daardoor juist de meest machtige figuur op het toneel. Je zou haar zelfs kunnen zien als ‘deus ex machina’ die uit de taart komt. Het interessante is dat Kosky de vrouwelijke personages niet louter neerzet als object van verlangen, maar als intelligente aanwezigheid waar de mannen omheen draaien. Dat is misschien wel de meest eigentijdse laag van deze voorstelling.
Draaideur
De enscenering in de eerste scène speelt zich eerst af in een hotellobby met een draaideur, waar personeel en gasten in een strak komisch ritme verschijnen en verdwijnen. Het is een komen en gaan van mensen en alle koffers verschijnen in een prachtige rij voor op het toneel… pff, even rust, denk je dan. En ook op die momenten is de voorstelling prachtig, want de beelden zijn verbluffend mooi. Rufus Didwiszus kreeg daar in 2024 ook de Oper! Award voor. Het prima licht is van Franck Evin en Victoria Behr zorgde voor het ontwerp van de kleurrijke, schitterende kostuums. Wel nodig, dat kleurrijke, ook om iedereen een beetje uit elkaar te houden. Want wat volgt is weer een volgende rollercoaster van handelingen en komische situaties. Er wordt veel en vaak gelachen in de zaal. Daarna volgt een scène met een dozijn hoteldeuren in een gang in perspectief toelopend op een lift. Weer gaan mensen in tempo deuren in en uit, scenes die in het vroegere ‘theater van de lach’ van John Lanting niet zouden misstaan. Dan zijn er twee buitenbeelden als ansichtkaart: een zwart-wit, Kentridge-achtig decor.

Het slotbeeld is een overdadige banketzaal met een lange tafel waarop een groot hert en een wild zwijn prijken, schitterend gestileerd, en dit decor wordt gebruikt voor de finale. In deze beroemde slotscène, waarin alle personages liederen in hun nationale stijl zingen, zit de humor al volledig in de muziek zelf. Als je daar nog te veel extra grappen bovenop legt, verdwijnt het effect. Dat doet de regisseur dan ook niet. Het toevoegen dat de beroemde mezzosopraan waar het gezelschap naar op weg is bij de kroning natuurlijk Cecilia Bartoli is én dat ze uit een taart springt, is niet eens ‘een spoiler’, meer een logisch gevolg; het is een Bartoli-feestje.
Muzikaal speels
Gioachino Rossini geldt als een van de belangrijkste operacomponisten van de negentiende eeuw. Hij verwierf grote roem met zijn levendige melodieën, komische timing en briljante ensembles. Hoewel hij vooral bekend bleef door Il barbiere di Siviglia, toont Il viaggio a Reims ook zijn experimentele en theatrale kant. De muziek ervan is rijk, speels en technisch indrukwekkend. Rossini combineert lyrische aria’s met snelle ensembles en grootse concertante scènes. Omdat de opera oorspronkelijk werd geschreven voor een uitzonderlijk gezelschap van beroemde zangers in Parijs, kreeg vrijwel iedere rol een moment om vocaal te schitteren. Vooral de grote concertati, waarin vele stemmen tegelijk samenkomen, tonen zijn talent voor muzikaal theater met een bijna revue-achtig karakter. De muziek vraagt niet alleen technische perfectie van de solisten, maar ook grote flexibiliteit van orkest en dirigent. Gianluca Capuano is als dirigent van Les Musiciens du Prince prima in staat dit tot een goed einde te brengen en de jarenlange samenwerking met Cecilia Bartoli is voelbaar. Niet alle solo-instrumenten brengen hun partij perfect, maar wat is er veel om op te letten in dit stuk qua timing en dynamische veranderingen. Ik heb zelden zulke prachtige subito piano en subito forte gehoord, alsof je de geluidsknop van je stereo heen en weer beweegt, formidabel.

Oper!Award-nominatie waardig koor
De voorstelling bevat veel scènes waarin het koor met ‘oh’ en ‘ahh’, verbaasd, ontzet, geschokt of geamuseerd moet reageren, daarbij ineens in beweging moet komen en dan weer perfect stil moet staan. Dat doen ze uitmuntend, naast hun even goede zang. Bij de première stond dit koor als een huis, hulde aan het koor van de Opera van Monte-Carlo onder leiding van Stefano Visconti. Op basis van deze voorstelling een nominatie voor de Oper! Award waardig.
Uit de taart springen
La Bartoli wordt gepresenteerd als levende muze in de rol van Corinna. En zeg nou zelf, welke operadiva wil niet een keer in haar leven uit een taart springen in de finale? Haar ‘Arpa gentil’ in het 1e bedrijf na het sextet zingt ze heel mooi en vocaal uitstekend op haar Bartoli-manier. Ze is alleen op het podium met een acterende harpspeler (de echte speelt heel mooi uit de orkestbak). Ze maakt tijdens deze lastige aria wat grapjes, zoals door de harp kijken, en bij een hoge noot doet ze of ze ‘blijft hangen’; ze geeft dan een slag tegen haar hoofd en uit de orkestbak klinkt een ring, een soort hint naar een opwindpop. Veel mensen vinden het grappig. Dit theaterdier is hier helemaal op haar plaats en hoewel de rol geschreven is voor sopraan, komt ze er goed mee weg.

Marina Viotti vertolkt de Poolse Marchese Melibea met een enorme schwung. In Nederland zong ze in ‘Die Fledermaus’ de rol van graaf Orlovsky (regie van Barrie Kosky) en ik vond haar stem hier opvallend goed uit de verf komen, ook voller dan eerder in Parijs toen ik haar als Siebel hoorde in ‘Faust’. Haar duet ‘D’alma celeste, oh dio’ met Conte di Libenskof (Dmitry Korchak) was erg mooi. Ik herinner mij nog hoe in Nederland bij De Nationale Opera Michael Spyres die rol zong en dat was een stem die is bijgebleven, maar ook Korchak was goed. Sopraan Melissa Petit vertolkte Contessa di Folleville, een heerlijke over-de-toprol; ze valt flauw omdat haar kleding ‘verongelukt’ is. Heel fijn theatraal uitgespeeld en ook een mooie soepele stem die makkelijk door de noten beweegt.
Tara Erraught is Madama Cortese en eigenaar van het hotel. De Ierse neemt goed het podium in en heeft een prettig volle mezzo. Edgardo Rocha is de Franse Cavalier Belfiore; hij is elegant, impulsief, ijdel en behoorlijk romantisch. Rocha bezit een duidelijk voor Rossini geschikte stem en weet raad met dit repertoire. Hij heeft veel tekst en zijn verstaanbaarheid was soms lastig, ook omdat hij vaak richting decor zong, wat voor het volume verder geen probleem was. De Engelse Lord Sidney werd door de Italiaanse Ildebrando D’Arcangelo gezongen. Prachtig gekleed in paarse ruit strooit hij voortdurend roze bloemblaadjes.

Hij staat bekend als basso cantabile en is inderdaad prachtig in zijn melodieuze lijn met mooi legato. Zijn grote aria ‘Invan strappar dal core’ over zijn liefde voor Corinna was prachtig ingehouden en van bijzondere kwaliteit. Florian Sempey zong en speelde Don Profondo, de Italiaanse antiquair en een komische basfiguur. In zijn beroemde ‘Medaglie incomparabili’ beschrijft hij de spullen, sieraden, medailles en curiositeiten van de internationale gasten in het hotel. Daarbij karikaturiseert hij tegelijk de verschillende nationaliteiten. Het is een echte ‘catalogusaria’, een beetje zoals Leporello’s lijstaria in Don Giovanni. Rossini gebruikt razendsnelle tekst, accenten en ritmische humor om van Don Profondo een ironische observator van alle reizigers te maken. Ik hoorde Sempey in 2024 in Parijs als Valentin in Faust van Gounod en kennelijk heeft hij die rol ook in 2014 in een andere regie in Nederland gezongen. Als bariton zou hij misschien iets minder moeite kunnen hebben met de extreem duidelijke dictie en het vele parlando, maar de ligging is vrij laag. Zijn komische gevoel voor timing en snelheid in de tekst zijn prima.

Baron di Trombonok werd geweldig neergezet door Misha Kiria. Naast het feit dat hij veel aanwezig is op de bühne, staat hij er ook echt. Zijn kleine cavatina ‘Sì, di matti una gran gabbia’, waarin hij zich beklaagt over de chaos van de wereld en de bizarre reizigers om hem heen, is een ironische buffoscène waarin hij min of meer zegt dat de wereld een ‘grote kooi vol gekken’ is. Om van deze opsomming geen ‘catalogus’ te maken eindig ik met de Nederlandse Helena Rasker in de rol van Maddalena, de huishoudster van het hotel, een mooie karakterrol en ze heeft een prachtige stem. Helena zei op het recente OFF Festival in de voorstelling Harvest* dat oudere zangeressen vaak als de oude vrouw of de oma worden neergezet, zonder naam. Dat was een hele roerende scène. Helena maakte recent haar debuut in Wenen en zingt binnenkort de rol van Madame de Croissy in Les Dialogues des Carmélites in Nancy, wat mij betreft een tip.

Verder kijken. luisteren en lezen
Videotrailer Il viaggio a Reims.
Barrie Kosky over Il viaggio a Reims
Ensemblescene uit Il viaggio a Reims.
Il viaggio a Reims bij DNO in 2015 besproken doro François van den Anker.