FOMU geeft prachtige stem aan de dood
Het Festival Oude Muziek Utrecht (FOMU) ligt al even achter ons, maar er waren zoveel concerten dat deze laatste recensie even is blijven liggen. Olga de Kort zag twee concerten waar de dood en rouw centraal stonden.
Het kiezen van een concert op een festival is een kunst op zich, vooral op zo’n groot en muzikaal kleurrijk als FOMU. Er zijn tientallen concerten per dag in de meest uiteenlopende bezettingen en stijlen. Je kunt als bezoeker voor de muzikale variatie gaan om er van alles een beetje ‘te proeven’, maar je kunt ook de concerten bijwonen die in elkaars verlengde staan en elkaar muzikaal aanvullen.

Het programma van het FOMU 2026 met als thema Giving Voice was zo gevarieerd dat het beide opties ruimschoots mogelijk maakte. Een mooi voorbeeld zijn de concerten van Stephan MacLeod met Gli Angeli Genève en Het Ensemble Correspondances onder leiding van Sébastien Daucé die met de muziek van Campra tot Bach de stem aan de gedachten aan de dood geven en de emoties die met deze aangrijpende gebeurtenis gepaard gaan.
Ich habe genug
De keuze van Stephan McLeod uit J.S.Bachs cantates over de dood werd medebepaald door de stemsoort, ze zijn allemaal geschreven voor bas, met Ich habe genug als een van de meest bekende. Deze op het eerste gezicht overwegend sombere composities zijn poëtische en muzikaal expressieve meditaties over de naderende dood. De dood vormt echter geen bedreiging, integendeel, ze is meer dan welkom. Er zijn weinig verwijzingen naar droefheid en de stemming is ook verre van bedrukt want met de dood komt de verlossing en bevrijding van de ellende van het leven. Er is geen reden tot verdriet, wel tot lof, dank, hoop en vertrouwen. Het afscheid van deze wereld vraagt om berusting en acceptatie van het idee van de eindigheid van het leven.

De teksten van Bachs cantates moeten wel worden gezien tegen de achtergrond van de tijd toen dood ‘heel gewoon was’ en alomtegenwoordig, ook in het leven van de componist en zijn familie. De beeldtaal accentueert en verduidelijkt de religieuze boodschap en bezingt de vertroostende en helende werking van het geloof dat op zijn beurt hoop op eeuwige zaligheid biedt. Daarvoor moet men het afscheid in volledig vertrouwen en met passende blijdschap nemen.
In de drie cantates van het programma worden dezelfde gedachten steeds in iets andere bewoordingen van Bachs prachtige, gevoel geladen recitatieven en aria’s uitgedrukt. In de vijfdelige solocantate Ich habe genug (BWV 82, 1727) is het afscheid al genomen: “Nu wens ik vandaag nog in vreugde hier te vertrekken. Ik heb genoeg. Wereld, goede nacht. Ik verheug me op mijn dood’. Het leven brengt ontberingen en lijden met zich mee. In de dood zal ‘het juk afvallen’ en het vermooiende bestaan wordt omgeruild naar de welkome rust. Die rust zit ook in Bachs harmonieuze muziek, zoals in de aria Schlummert ein met zijn verlangen naar de “zoete vrede, stille rust” en ‘de vreugde van het volgende leven’. De eeuwige slaap komt in plaats van de zorgen in de wereld waar niets meer over is wat goed is voor de ziel (Ga maar slapen, vermoeide ogen, val maar zacht en zalig dicht!).
In Bachs cantate Ich will den Kreuzstab gerne tragen (BWV 56, 1726) wordt het leven met een schip vergeleken, dat op weg is naar ‘de haven van rust’. Ook in de teksten van Der Friede sei mit dir (BWV 158, 1747) wordt er verlangend uitgekeken naar de eeuwige rust en vrede: “Wereld, adieu, ik ben je beu. Wereld – bij jou is het oorlog en strijd, niets dan louter ijdelheid. In de hemel heersen altijd vrede, vreugde en zaligheid”.
Grote intensiteit
Bach zorgt zoals altijd voor een expressieve tekstverklanking die door Stephan McLeod en de zangers en musici van Gli Angeli Genève met een grote intensiteit wordt overgebracht. De stemming ligt al in de instrumentale inleiding vast die de vocale partij melodisch en ritmisch voorbereidt. McLeod, die voor zijn solopartij naar voren komt en in instrumentale gedeelten blijft dirigeren, creëert een rustige sfeer en laat zich niet meeslepen door heftige of pathetische emoties. De cantates klinken als poëtische beschouwingen met op zijn tijd krachtige accenten op de woorden om de tekst muzikaal tot recht te laten komen.

De cantates van Bach worden afgewisseld met de mooie heldere zanglijnen van Henry Purcells Hear my prayer, o Lord en Crucifixus a 8 voix van Antonio Lotti. Hoewel Lotti een tijdgenoot van Bach is, lijkt zijn Crucifixus zo uit de Renaissance te stappen. De polyfone zetting van de tekst is verheven, stralend, ontroerend en dramatisch tegelijk. Het duurt maar een paar minuten maar dat zijn wel de minuten wanneer de tijd stil lijkt te staan.
Harry van der Kamp
Een bijzondere uitvoering beleeft Es ist nun aus mit meinem Leben van Johann Christoph Bach, een neef van Bachs vader en de oom van Bachs eerste vrouw Maria Barbara. Hier is de tekst nog uitgesprokener in zijn poëtische beschrijving van het naderende einde dat uiteraard het einde van lijden inluidt: “Het is nu afgelopen met mijn leven. Er zit geen druppeltje meer in de vaas, geen vonkje, geen zangkorrel – levenslicht is gedoofd.” Het vertrek is aangekondigd, maar niet zonder de laatste aanmoediging voor de achterblijvers: “Wees niet verdrietig over mijn dood – ze is heilzaam voor mij. Droog jullie tranen, want mijne zijn al gedroogd. Lach maar liever om mij”. Dit motet krijgt een onverwacht diepere betekenis als eerbeton aan de onlangs overleden Harry van der Kamp*. Het wordt gezongen ter nagedachtenis van ‘een grote zanger, fantastisch musicus en inspirerende collega’.
Als toegift klinkt er het lyrische Schilflied (1846) van Fanny Hensel. Ook in dit a capella werk, met zijn mooie sopraanlijnen, komt er moment voor wanneer de zon ondergaat en ‘de vermoeide dag in slaap valt’. De schittering van de Avondster brengt de herinneringen naar boven en laat de tranen in ‘stille, diepe verdriet’ stromen. De tekst van de Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau laat er geen twijfel over mogelijk dat er ondanks vertroostende woorden het verdriet niet weggaat en de pijn van gemis niet minder wordt.
Campra’s Requiem
Dezelfde avond klinken de woorden van troost en vertrouwen opnieuw, maar nu in de koorwerken uit de muzikale tradities van de grand motets en de zeventiende-eeuwse maîtres van de Parijse Notre-Dame. Onder leiding van Sébastien Daucé zingt het Ensemble Correspondances een uitzonderlijk mooi programma met de muziek van grote schoonheid en hoge emotionele lading. De indrukwekkende Messe de Requiem (ca. 1695) van André Campra’s wordt muzikaal ingelijst door Sacris solemnis van Jean Veillot, Jean Mignons Templi sacratas en Dies Irae van Michel-Richard de Lalande.

Het Ensemble Correspondances demonstreert een prachtig ensemblezang en bereikt de volledig uitgebalanceerd melodiek in alle stemmen en een grootse volheid van klank. Als ensemble zijn ze grandioos, maar ook solistisch laten de zangers het publiek genieten van mooi uitgewerkte vocale lijnen, de transparante klank van uitzonderlijke intensiteit en boeiende klankcontrasten die de emotionele impact van de muziek versterken.
En zo brengen twee festivalconcerten de gedachten aan dood en vertroosting bij elkaar die in de verschillende tradities van de Duitse en Franse religieuze muziek worden verklankt. In beide uitvoeringen klinkt de muziek in al haar pracht en subtiliteit en raakt ze de luisteraar door haar dramatische tegenstellingen, boeiende klankcontrasten en emotionele intensiteit van poëtische verwording en muzikale verklanking.

Verder kijken, luisteren en lezen
Deel uit het Requiem van Campra door Ensemble Correspondances.
*In memoriam Harry van der Kamp
In 2019 traden Gli Angeli Genève olv Stephan MacLeod in het FOMU met La serva padrona van Pergolesi.