AchtergrondFeaturedHeadlineLiedrecensieRecensies

De mysterieuze Kaspar Hauser

Naar aanleiding van de voorstelling Kaspar Hauser van Max Bruins, duikt Neil van der Linden dieper in de geschiedenis van deze mysterieuze jongen in het negentiende-eeuwse Neurenberg.

Kaspar Hauser in 1830. Portret van Johann Lorenz Kreul .

 In 1828 veroorzaakte de ‘ontdekking ‘van een jongen van ongeveer zestien jaar oud een sensatie. Hij werd op 26 mei 1828 gevonden zwervend over de straten van Neurenberg.  Hij kon praten en schrijven. Hij vertelde dat hij in een kelder was opgegroeid, dat iemand hem sinds kindertijd had leren lezen en schrijven en de beginselen van het Christelijk geloof had bijgebracht, maar dat hij vanuit die kelder verder niets van de buitenwereld had leren kennen.  Elke ochtend vond hij naast zijn bed brood en water. Af en toe smaakte dat water bitter en viel hij in een diepe slaap, waarna bleek dat het stro waarop hij sliep was ververst en zijn haar en zijn nagels waren geknipt In een brief die hij bij zich droeg stond zijn naam, Kaspar Hauser.

Daumer

Na wat omzwervingen, waarbij onder meer werd gespeculeerd dat hij een te vondeling gelegde prins was, kwam hij in huis bij een dichter, en niet de minste, Georg Friedrich Daumer, tevens hoogleraar filosofie aan de universiteit van Neurenberg. Vervolgens bemoeide ook de gerespecteerde rechtsgeleerde Anselm von Feuerbach zich met de jongen. Beiden probeerden van dit naar veronderstelling bijna blanco en niet of nauwelijks door opvoeding beïnvloede personage een ‘nieuwe mens’ te maken. Bovendien stond Daumer kritisch tegenover het Christendom en was hij nieuwsgierig of deze ‘nieuwe mens’ van nature ook de beginselen van het Christendom zou afzweren.

 

Geoerg Friedrich Daumer.

Het verhaal paste precies bij de sinds Rousseau opgekomen fascinatie voor de onbedorven natuurmens en de inmiddels in de wetenschap ontstane interesse voor de verhouding tussen aanleg van nature en de invloed van omgevingsfactoren, nature and nurture.

Er voegde zich nog een derde persoon bij de reeks ‘opvoeders, een Engelse graaf, Lord Stanhope, die intussen ook wilde weten of Kaspar misschien ergens een troonpretendent was.

Uiteindelijk werd Kaspar op zeker moment aangetroffen met messteken in de borst. Was hij inderdaad een troonpretendent, die uit de weg moest worden geruimd? Er waren trouwens geruchten dat Stanhope de hand had gehad in de moordaanslag. Sommigen dachten dat Kaspar de hand aan zichzelf had geslagen. Om aandacht te trekken, of was het zelfmoord? In elk geval overleed hij drie dagen later,

Literaire referenties.

Herman Melville refereerde aan Kaspar in zijn roman Billy Budd waarin hij het heeft over diens “primitieve maar deugdzame persoonlijkheid, in afwijking van de maatschappij die ons, de mens met zondegevoelens overlaadt.” (Ik weet niet of dit aspect Brittens gelijknamige opera naar Melville heeft gehaald.)

Paul Verlaine begon zijn gedicht “Gaspard Hauser chante,” (“Kaspar Hauser zingt”) met de woorden “Je suis venu, calme orphelin“, “Ik ben gekomen, kalme wees”.

Opvallend is dat het hier om twee homoseksuele auteurs ging, die misschien beiden geïnteresseerd waren in de ontwikkeling van een mens die niet met schuld- en zondebesef was opgevoed.

In 1913 transponeerde Georg Trakl de schuld- en zondenvrij geboren persoon naar “…een natuurlijk, poëtisch genie, verloren in een vreemde wereld, zonder thuis, zonder gevoel van herkomst of verbondenheid, en bevreesd voor een gewelddadige maar onzekere toekomst.” Martin Heidegger citeerde dit in zijn essay over poëzie en taal Unterwegs zur Sprache.

In 1963 zag science-fictionschrijver Robert Heinlein in zijn Glory Road in Kaspar “een vluchteling uit een ander universum”.

De Oostenrijkse theaterschrijver Peter Handke schreef in 1967 een toneelstuk waarin hij Kaspar als “een bijna taalloze onschuldige” voorstelt, “vernietigd door de pogingen van de maatschappij om hem haar taal en haar eigen rationele waarden op te leggen.”

En Werner Herzog zou Werner Herzog niet zijn als hij in zijn meesterlijke film Kaspar Hauser – Jeder für sich und Gott gegen alle (in het Engels uitgebracht als The Enigma of Kaspar Hauser) de geschiedenis van Kaspar niet half romantiserend én half persiflerend zou benaderen. En hiermee was de hausse rond Kaspar Hauser compleet. Zelfs de keuze voor de hoofdrolspeler in de titelrol van de film kreeg een Hauser-tintje, alleen al in zijn naam: Bruno S. Dat stond voor Bruno Schleinstein, die als kind vaak was geslagen en een groot deel van zijn jeugd in psychiatrische inrichtingen had doorgebracht. Waar had hij zichzelf allerlei instrumenten had leren spelen. Hij was dus een natuurtalent.

Kaspar in Wormerveer.

In Wormerveer voerde een gelegenheidsgezelschap een muziektheatervoorstelling van Max Bruins gebaseerd op de Kaspar-figuur.

Aan het begin van de voorstelling zien we hoe Kaspar letterlijk de wereld in rolt, als een vormloze, harige vleesklomp vlees.  Langzaam ontdekt het wezen (Jonathan Vermeiren) dat het lichaamsdelen heeft armen, handen, een hoofd, benen, tenen. Dan leert het zich op te richten, en uiteindelijk op zijn benen te staan. Dit is Kaspar. Hij heeft een al bijna volwassen lichaam, maar geestelijk is hij nog een kind, baby bijna.

Scene screen shot Kapsar. Met Jonathan Vermeiren als Kaspar. Foto Video still: ©Sara Coprbey.

Een figuur in een zwart pak en met een hoge zwarte hoed voegt zich bij hem, ‘de schoorsteenveger’ (Sam Eggenhuizen), die hem leert praten, lezen en schrijven.

Soms geeft de schoorsteenveger een vaderlijke omhelzing, maar het blijft – opzettelijk – onduidelijk wie deze figuur is. Tot nu toe is hij in zekere zin een gever van leven. Al is het zwart – dat in het verder bijna helemaal witte decor extra opvalt – natuurlijk ook de kleur van de dood. Een voorbode? Ja, zoals later zal blijken. Intussen klinkt muziek, Bach/Busoni.

Links Jonathan Vermeiren als Kaspar en erechts Sam Eggenhuizen als De schoorsteenveger. Foto Video still: ©Sara Corbey.

En ja, de goedmoedige schoorsteenveger heeft het beste met Kaspar voor. Als Kaspar eenmaal wat kan lezen en schrijven, draagt de schoorsteenveger hem over aan ‘experts’, drie mensen die verondersteld worden waarschijnlijk meer mensenkennis te hebben.

Eerst de dichter, Georges Daumer (Jitze van der Land), en Kaspar wordt bij Daumer en diens echtgenote (Sara Corbey) in huis opgenomen.

Sara Corbey als Sara Daumer, Jitze van der Land als George Daumer en Jonathan Vermeiren als Kaspar. Foto Video still.

De muziek is intussen verder gegaan. Pianomuziek van Skrjabin, en in de loop van de voorstelling verder strijkkwartetmuziek van Mozart en liederen van Beethoven, Britten, Vaughan-Williams en Strawinsky’s The Rake’s Progress. Het is bestaande muziek die verwijst niet direct naar het verhaal. Al is de keuze voor liederen uit Brittens opera voor kinderen The Little Sweep (De kleine schoorsteenveger) natuurlijk wel toepasselijk, evenals diens lied “The Chimney Sweeper ” uit Songs and Proverbs of William Blake, Op. 74.

Thuis bij de Daumers ontwikkelt Kaspar zich al snel, muzikaal uitgebeeld doordat zijn zangpartijen aanvankelijk onzeker zijn, maar hij al spoedig toonvast wordt. Inmiddels trok hij daarmee de aandacht van de wetenschap.

Jitze van der Land als Georg Daumer, Max Bruins als Dr. Feuerbach en Jonathan Vermeiren als Kaspar. Foto Video still

Een paar kleine dramaturgische puntjes. Plastic bestek, Duitsland begin 19e eeuw? Ok, het verhaal kan ook in het nu spelen. Maar thuis in het huis van een gevestigde dichter? Ah, even later wordt het bestek door de ruimte gesmeten, en in dat verband is plastic bestek duurzamer, en goedkoper. Maar een gooi- en smijtscene waarin misschien minstens een echt keramisch bord tegen de vlakte zou zijn gegaan was toch theatraler geweest.

De scene waarin Kaspar voor het eerst een appel eet was uiterst vermakelijk (terwijl hij misschien voor het eerst appel ziet; hij was naar verluidt immers met dagelijks alleen roggebrood en water was opgevoed). Maar een avocado in de fruitmand waar die appel uitkomt, rond begin 19e eeuw? Maar los daarvan, één appel in de fruitmand was misschien zelfs sterker geweest, en als de echtgenote die aangeeft is het zelfs een soort Eva-handeling. Er is het dramaturgische adagium dat elk voorwerp en elke handeling op toneel een theatrale betekenis moeten hebben.

De tweede ‘mensenkennis-expert’ is Feuerbach, in de voorstelling niet een jurist maar een medicus. Dramatisch nog interessanter; nu houden én kunst en wetenschap zich met de zaak bezig. De rol wordt gezongen door de regisseur en bedenker van de opera zelf, Max Bruins.

Max Bruins als Dr. Feuerbach, Jonathan Vermeiren als Kaspar en Jitze van der Land als George Daumer . Foto Video still

Kaspar leent zich er vervolgens niet toe om als studieobject te fungeren, en ja, zo’n man in een witte jas die je steeds maar weer medisch wil onderzoeken is een onaangename sensatie.

Het derde personage van wie men verwachtte dat die vast over relevante mensenkennis zou beschikken is de Britse Graaf Stanhope (Oscar Verhaar) die zich op zeker moment opwierp als pleegvader en financiële weldoener van Kaspar. Na de kunst en de wetenschap is de hoogste klasse aan de beurt. Overtuigd van Hausers adelijke of mogelijk zelfs koninklijke komaf, financierde de historische Stanhope zelfs reizen door Europa om die mogelijke herkomst te achterhalen, al herkende Hauser nergens een enkele locatie of persoon. In de voorstelling zien we hoe Kaspar Stanhope al snel gaat haten, waarna Stanhope de jongen schaamteloos weer op straat zet, waar hij Kaspar oorspronkelijk was aangetroffen.

Maar dan verschijnt De Schoorsteenveger weer ten tonele en ontfermt zich weer over Kaspar. Kaspar trekt nu ook zwarte kleding aan als die van de schoorsteenveger en zet dezelfde hoed op, en de schoorsteenveger leidt hem naar buiten, de vrije wereld in, of de dood.

Alle medewerkers van Kapsar Hauser. Foto: © Sara Cobley.

De voorstelling was in een week in elkaar gezet, zo deelden de makers mee, met beperkt budget, en ja zangers waren ook duidelijk nog wat onwennig op het podium. Toch spatte de liefde waarmee alles was gemaakt ervan af.

Opmerkelijk was hoe natuurlijk de verschillende muziekstukken, een collage dus, zich naar de loop van het verhaal voegden. Alsof ze als één geheel waren geschreven. De uitvoerden waren: Piano: Willem van den Dool en het strijkkwartet bestaande uit: Janna Maurer, Ania Szafraniec, Ursula Skaug, Martin Alverez .

Interview met Max Simon Bruins

De film van Werner Herzog.

 

Vorig artikel

Jakop Ahlboms theater belangrijker dan de grap.

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Neil van der Linden

Neil van der Linden