BuitenlandFeaturedOperarecensie

Essen waagt zich aan Verdi’s roversrariteit

Het Aalto-Musiktheater Essen viert het Verdi-jaar met twee nieuwe producties: I Masnadieri en Macbeth. Opvallend genoeg beleefden beide werken hun première in 1847. Maar in tegenstelling tot Macbeth, waarmee Essen het komend seizoen zal openen, is I Masnadieri, dat afgelopen zaterdag in première ging, vrijwel vergeten. Een klein waagstuk dus, om daarmee voor de dag te komen.

(Foto: Thilo Beu)
(Foto: Thilo Beu)

Het libretto van I Masnadieri is van de hand van Andrea Maffei, die op aanwijzing van Verdi zo getrouw mogelijk Schillers successtuk Die Räuber volgde. Maar waar Schiller de mogelijkheid had om de nodige verdieping aan te brengen in de verhaallijn en de karakters van de protagonisten, moest de librettist zich beperken tot de hoofdlijnen, met als resultaat een uiterst warrig verhaal, dat bij de toeschouwer weinig sympathie voor de karakters kan generen. Hooguit heb je een beetje te doen met Amalia, de enige vrouw in het stuk, die door haar omgeving als speelbal wordt gebruikt.

In de enscenering van Dietrich Hilsdorf en Johannes Leiacker wordt de residentie van de edelman Moor weergegeven als een kille, monumentale omgeving, met veel donkergekleurd marmer. Zijn emotioneel aangelegde oudste zoon Carlo heeft hierin niet kunnen aarden en is aan lager wal geraakt. Zonder het aanvankelijk zelf te beseffen heeft hij zich aangesloten bij een roversbende. Zijn meer rationeel ingestelde jongere broer Francesco probeert daarvan te profiteren.

Vader Moor is oud en verzwakt en heeft geen grip op het geheel. De ‘ingénu’ is de aangenomen dochter Amalia, die door beide zoons wordt begeerd. Dit geheel in lijn met Bernard Shaws karakterisering van een standaard operaplot: “The tenor and the soprano want to make love, the baritone tries to prevent them.”

Het loopt slecht af met alle betrokkenen, maar als toeschouwer kon dat me niet beroeren. Het is niet verrassend dat dit werk op de hak werd genomen door Gilbert and Sullivan in hun Pirates of Penzance. Het vraagt gewoon om een persiflage.

Tamelijk voor de hand liggend worden de ‘rovers’ weergeven als effectenhandelaars en voor het obligate bloot is er een korte ‘Pussy Riot act’ in gesmokkeld. Het productieteam heeft ervan gemaakt wat er van te maken viel. Laten we het daar maar op houden.

Muzikaal is het geheel en al Verdi, met kenmerkende stijlfiguren als een grote cellosolo, veel fanfare en een in lome triolen zingend koor. In het spel der herkenning ga je van Nabucco naar Don Carlo en weer terug. Het is prettige muziek, soms zelfs uitgesproken mooi, maar echt beklijven doet het niet.

Oudgediende Marcel Rosca zette een goede Graf von Moor neer. Ik mag hem graag zien en horen, bij mij kan hij geen kwaad doen.

De Georgische tenor Zurab Zurabishvili stelde wat teleur als oudste zoon Carlo. Hij stond voortdurend te zingen met beide handen diep in de zakken van zijn jas gestoken, wat een nogal onbeholpen indruk maakte. Dat effect werd versterkt door zijn vrij slordige interpretatie en bulkend geluid. Met zijn toch wel redelijk mooi timbre zou er meer in moeten zitten dan ik tijdens deze première kon waarnemen.

(Foto: Thilo Beu)
(Foto: Thilo Beu)

De Griekse bariton Aris Argiris wist te overtuigen als jongere zoon Fancesco en sopraan Liana Aleksanyan, afkomstig uit Armenië, voldeed in alle opzichten als Amalia. Ze heeft een prachtige stem en wist als enige bij mij enige empathie op te wekken. Spijtig genoeg zal zij komend seizoen niet meer in Essen te horen zijn.

Het uitstekend zingende koor werd door Hilsdorf nu eens op het toneel en dan weer op één van de balkons opgesteld. Het Aalto Theater leent zich goed voor dit zingen vanuit de zaal en Hilsdorf heeft daar vaker gebruik van gemaakt, bijvoorbeeld in zijn befaamde Aida. Bij deze oude rot is het een bewuste keuze, niet geen maskering van een onvermogen om een koor te regisseren (zoals toneelregisseurs die zich aan opera wagen weleens wordt voorgeworpen).

De Essener Philharmoniker stonden onder de vaardige leiding van Srboljub Dinic. Koordirigent Alexander Eberle had wat mij betreft bij het instuderen iets meer variatie mogen betrachten in het volume van de zingende ‘bankiershulpjes’, in plaats van alle fortissimo te laten zingen

De voorstelling wordt tot en met 20 juli nog elfmaal herhaald. Of verdere hernemingen in de toekomst erin zullen zitten, valt te betwijfelen. Er zijn immers vele andere mooie Verdi-opera’s die onze aandacht meer verdienen dan deze rariteit.

Zie voor meer informatie de website van het Aalto-Musiktheater Essen.

Vorig artikel

Dirigent Bruno Bartoletti (86) overleden

Volgend artikel

Masterclasses Strobos bij Opera per Tutti

De auteur

Peter Franken

Peter Franken