Home » CD-recensies, Headline

Een overvloedig portret van Caballé

11 maart 2010 3 reacties

In de documentaire Caballé – Beyond music word je overstelpt met impressies van de carrière van Montserrat Caballé. Soms dreig je overvoert te raken, maar dat neemt niet weg dat er veel te genieten valt van Caballé’s magische stem en intrigerende persoonlijkheid.

Caballé – Beyond music is een rijk portret van één van de grootste sopranen van de twintigste eeuw. De film van Antonio Farré voert je in redelijk chronologische volgorde langs tal van steden die een grote rol speelden in de carrière van Caballé. De sopraan reist zelf mee en vertelt in openhartige gesprekken over de vele roemrijke jaren die achter haar liggen.

De documentaire vertrekt in Barcelona (waar Caballé opgeleid werd) en trekt vervolgens langs steden als Basel en Bremen (waar ze haar eerste stappen in de operawereld zette) en grote operasteden als Londen, New York en Parijs.

Het is te zien dat Farré ‘diep in de materie’ is gedoken. Er zijn erg veel fragmenten van Caballé’s optredens te zien en te horen en er komen vele beroemde operasterren aan het woord over hun collega. Mensen als Claudio Abbado, Plácido Domingo, Renée Fleming en Zubin Mehta.

Met name in de eerste helft van de film vind ik het lastig de draad vast te houden. Het ene beeld is nog niet tot je doorgedrongen of het andere komt alweer voorbij en er worden tal van anekdotes opgerakeld, die je eveneens in een mum van tijd moet bevatten. De vele draaiende en bewegende beelden maken het daarbij extra onrustig.

Het is alsof Farré te veel materiaal in zijn 98 minuten heeft willen proppen. Iets wat ook wel weer begrijpelijk is. Vat een glorieuze carrière van meerdere decennia maar eens in anderhalf uur samen….

Los van deze kanttekening is het echter een portret om volop van te genieten. Daar zorgt de magische stem van Caballé wel voor. In diverse fragmenten kun je je bijvoorbeeld vergapen aan haar ongeëvenaarde pianissimo. ,,Er is niemand met een pianissimo dat tegen dat van Caballé opkan”, zegt Renée Fleming in één van de korte interviewfragmenten. ,,Pure magie.”

Ook andere collega’s spreken volop superlatieven over de Spaanse. ,,Je kon je eigen oren niet geloven”, zegt iemand over haar Lucrezia Borgia in New York. En Domingo zegt bewonderend: ,,Soms leek ze drie pagina’s op één adem te kunnen zingen. En het was van zo’n schoonheid…”

Naast de muzikale hoogtepunten vertelt Caballé de nodige hilarische anekdotes. Zo molesteerde ze eens het kantoor van de operadirecteur in Bremen omdat ze geen toestemming kreeg naar een optreden van Callas te gaan in Keulen, een klein stukje verderop. En een collegazangeres vertelt lachend hoe Caballé eens net deed of ze flauwviel tijdens een saai diner, zodat ze beide weg konden komen. Een trucje dat ze wel vaker flikte.

De openhartige gesprekken met de sopraan zorgen er ook voor dat je je een aardig beeld kunt vormen van de persoon Caballé. Een zeer hartelijke, warme vrouw, die enorm veel plezier in haar leven lijkt te hebben.

Kortom: je hoeft je niet bekocht te voelen bij de aanschaf van deze documentaire. Het geeft je een meer dan overvloedige impressie van een unieke diva met een unieke stem.

door

3 reacties »

  • Alessandro zei:

    Her Lucrezia in NY is actually one of the most amazing moments in opera history!

  • Steven SURDÈL zei:

    Inderdaad, Caballé’s op LP en CD vastgelegde live-optreden in Donizetti’s Lucrezia Borgia (Carnegie Hall, 1965; niet te verwarren met de mindere studio-opname van een jaar later) is subliem. Als je luistert voel je dat het een van die avonden moet zijn geweest waarop alles bij iedereen goed ging. Prachtig dat er op Opera d’Oro een alleszins betaalbare uitgave is. (LP-verzamelaars raad ik de FWR-piraat aan, vanwege de voortreffelijke geluidskwaliteit waar geen CD tegenop kan.)
    Maar uit dezelfde Amerikaanse jaren is nog meer moois bewaard gebleven, zoals haar Traviata in Dallas (1965), haar Madama Butterfly in Philadelphia(1967, met echtgenoot Bernabé Marti), haar Maria Stuarda uit 1967 (wederom Carnegie Hall) en haar Trovatore uit 1968 (New Orleans, met Domingo). En het mooiste is: ze zijn allemaal nog wel ergens te koop!

  • Steven Surdèl zei:

    Rond de feestdagen kocht ik deze DVD en ik heb er bijzonder gefascineerd (en vooral met veel plezier) naar zitten kijken. Dat het een onrustig verhaal is met wel erg veel beeldmateriaal kan ik niet beamen, noch degenen die met mij meekeken. ‘Meeslepend’ is nog het sterkste gevoel dat ik kan bedenken, al was het maar omdat de aandacht voor de grote operazangeressen in de 20e eeuw nogal eenzijdig naar Maria Callas is uitgegaan. Hier en op andere DVD-portretten kan men duidelijk zien dat ook Caballé en Olivero hun zangtalent aan een heel goed acteertalent wisten te koppelen. Ook van Renata Scotto trouwens valt een mooi portret te maken. En nu maar hopen dat ook Ileana Cotrubas een keer aan de beurt komt – tot die tijd kan ik iedereen haar boek ‘Opernwahrheiten’ aanbevelen.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.