Home » Recensies

Uitgeklede Phaëton behoudt overtuigingskracht

Almere15 januari 2009 Geen reacties

De grootsheid, pracht en praal waarmee Jean-Baptiste Lully in Phaëton eer bewees aan zonnekoning Lodewijk XIV, is in een nieuwe productie van Opera Animous vervangen door een intieme sfeer, met vijf instrumentalisten en zes solisten. Een bijzonder experiment, dat ondanks de moeilijkheidsgraad ervan weet te slagen.

Robbert Muure (midden) en Joseph Schlesinger (rechts) imponeerden.

Robbert Muure (midden) en Joseph Schlesinger (rechts) imponeerden.

In de Schouwburg Almere is de Midden Zaal voldoende om de opera uit 1683 te herbergen. Niet een groot koor of orkest treft het publiek in de zaal (zoals voorgeschreven), maar een bescheiden opgesteld, vijfkoppig ensemble. Dat creëert een intieme sfeer.

Intiem is ook hoe de zes solisten – die tien rollen vertolken – het verhaal vormgeven. In de proloog bezingen ze als goden hoe erg ze zich vervelen en hoe leuk het zou zijn om zich onder de mensen te geven, waarna ze ‘uit de hemel stappen’ en samen het verhaal van Phaëton spelen, de zoon van de zonnegod, die dingt naar de hand van Lybie.

Hun gezongen verhaal wordt enkel ondersteund door een kleine verzameling multifunctionele rekwisieten, waaronder geknutselde ‘kostuums’ – alsof het om een verkleedpartijtje gaat en de jongens en meisjes helemaal opgaan in hun rol. Deze ‘afroming’ van de theatrale kant van Phaëton heeft tot gevolg dat het oog van de toeschouwer grotendeels met rust wordt gelaten. Of zoals een aanwezige typeerde, ‘er is helemaal geen toneel’.

Als de muziek stopt, is de zaal doodstil

Dat zadelt de solisten met een zware taak op: het wel en wee van de hele voorstelling rust op hun vocale capaciteiten, omdat het sobere, soms statische spel te weinig biedt. Gelukkig is vocale kwaliteit ruimschoots aanwezig, al maakt de spanningsboog af en toe een duikeling. Bij wat langere passages, zoals de lofzang op de zonnegod, wordt te weinig variatie aangebracht en is het ontbreken van een koor voelbaar. Op die momenten dut het verhaal enigszins in.

Om vervolgens wel weer opgeschrikt te worden door indrukwekkende passages. Alle vijf akten bevatten van die ‘wow-momenten’. Théone (Marijje van Stralen) grijpt bijvoorbeeld alle aandacht als zij, fraai getoonzet door ensemble La Suave Melodia, zingt over haar verdriet dat Phaëton haar niet meer ziet staan.

Ook de twee duetten van Lybie (countertenor Joseph Schlesinger) en Epaphus (bariton Robbert Muuse) imponeren. Niet alleen door de mooie balans die beide heren vinden, maar ook gewoon vanwege de rijke stemklank die ze produceren.

De echte kracht van de productie komt echter tegen het einde van de voorstelling aan het licht, wanneer Epaphus, onder begeleiding van de theorbe van Regina Albanez, over zijn verdriet begint te zingen. Juist doordat de instrumentatie alleen nog maar uit die klinkende, gevoelige tokkels bestaat, wordt doordringend duidelijk hoe rijk de muziek van Lully is. Als de muziek stopt, is de zaal doodstil.

Hoewel de creatieve aanpak van Opera Animous veel vergt van de solisten, mag het ‘experiment’ als geslaagd bestempeld worden. Ook een bezetting die allesbehalve à la Lully is, blijkt de muziek van de Fransman recht te kunnen doen. En dat is de staande ovatie die in Almere gegeven werd, zeker waard.

door

Phaëton
Jean-Baptiste Lully en Philippe Quinault

Uitgevoerd door: Opera Animous onder leiding van Pieter Dirksen.
Solisten: Jan-Willem Schaafsma, Francis van Broekhuizen, Marijje van Stralen, Joseph Schlesinger, Robbert Muuse en Job Hubatka..
Regie: Machteld van Bronkhorst.
Bezocht op 14 januari in Schouwburg - Almere.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.