AchtergrondBinnenkortFeatured

Thijl: 87 zeecontainers en 8 kuub zand

Op maandag 11 juni is de bouw van het theater voor de opera Thijl gestart. Onder grote belangstelling van de pers werden 87 zeecontainers aangevoerd naar de luifel van het Nationaal Militair Museum in Soest. François van den Anker ging afgelopen zaterdag kijken naar de stand van zaken.

Veel leden van het Utrechtsch Studenten Concert laten hun handjes wapperen tijdens de bouw van het Thijl-theater. (© Inge Barendregt)

“We haalden heel veel nieuwsmedia, waaronder de NOS en Radio 1, en stonden met ons verhaal vaak op de algemene pagina’s van kranten en online nieuwsmagazines”, constateert persvoorlichter Petra Sanders tevreden. Zo’n gigantisch aantal containers om een locatietheater te bouwen trekt de aandacht, en dat komt de organisatie van Thijl 2018 goed uit. Er zijn bijna zevenduizend kaarten te verkopen voor de opera van Jan van Gilse, die sinds 1980 niet meer is opgevoerd. Op zaterdag 30 juni is de première.

Het is de zesde dag van de bouw van het locatietheater en de sfeer in Soest, naast het moderne gebouw van het Nationaal Militair Museum, is uitstekend. Het project ligt ruim op schema. De Man met de Hamer is al een paar dagen aanwezig en dat is in dit geval een plus, want zo heet het bedrijf dat het door Eric Goossens ontworpen decor bouwt.

Voor de opbouw van het tijdelijke Thijltheater zijn enkele professionals, maar ook heel veel vrijwilligers nodig. Veel leden van het 195-jarige Utrechtsch Studenten Concert (USC), dat Thijl als lustrumproductie brengt, helpen mee. De musici uit het orkest laten hun gevoelige muzikantenhandjes wapperen om het operahuis in het zand te realiseren.

Onder het podium staat USC-hoboïst Quentin. Voorzien van een elektrische schroevendraaier is hij bezig gootjes te maken in het zwaard dat het podium doorklieft. Dat podium en de bouwsels erop vormen een enorme zandsculptuur, waarbij het zand hier en daar wordt ondersteund door een houtconstructie.

Vijf jaar geleden was Quentin er ook bij, toen een rijnaak werd omgebouwd tot theater voor Das Rheingold. “Voor die productie hebben we zelf de tribunes in het schip gebouwd, deze keer zijn ze geplaatst door een verhuurbedrijf. Alles wat het scheepsruim in moest, werd gesjouwd of getakeld. Ik herinner me dat we vanwege de warmte eindeloos met de harpen van het orkest hebben lopen slepen. Hier is het makkelijker: we kunnen alles aanvoeren met vorkheftrucks.” Onbezorgd over zijn handen, die tijdens de uitvoeringen weer de hobo moeten bespelen, gaat Quentin verder met zijn klus.

Broedende vogel

Het team dat als bestuur van de Stichting Lustrumopera de productie van Thijl mogelijk maakt, bestaat uit negen studenten/musici van het studentenorkest. Ze zijn al meer dan een jaar intensief bezig met het project. Voorzitter Jaap van Hellenberg Hubar herinnert zich nog de eerste indruk van de locatie in Soest. “We waren meteen verliefd. Thijl is een opera die om zo’n belangrijke plek vraagt, gezien het grote orkest,de  dansers, de pantomimespelers, de zangers en de koren. We hebben het werk iets ingekort en losse verhaallijnen geschrapt, maar wat overblijft, is een belevenis van tweeënhalf uur op een unieke locatie.”

Jaap van Hellenberg Hubar en Petra Sanders voor het decor in aanbouw. (© Place de l’Opera)

Uniek is ook dat de opera weliswaar een locatieproductie is, maar dankzij de enorme luifel van het museumgebouw niet is overgeleverd aan het weer. Dat betekent overigens niet dat het allemaal eenvoudig is. Bij een ‘gewone’ operaproductie in een theater zijn er al oneindig veel kwesties met licht, geluid en decor, dus op een plek waar, los van die luifel, niks is, is het nog veel ingewikkelder. Zo is de draagkracht van de luifel berekend met het oog op de lichttechniek en moet er een aanvliegroute voor een broedende vogel in het dak vrij worden gehouden.

Verduistering

De 87 zeecontainers kwamen er op advies van het evenementenbureau dat meewerkt aan de realisatie van Thijl. “Dacht je aan een opera te werken, ging het ineens op kantoor over de huur van zeecontainers”, vertelt Petra. Ze staan vier hoog gestapeld als buitenmuren van het theater.

Waar in een theater doorgaans al het daglicht is uitgebannen, wordt dat in het containertheater een uitdaging. Afgelopen week is het getest, vertelt Jaap. “We hebben om precies half acht ‘s avonds gekeken hoe het licht was, want op die tijd begint onze voorstelling. Er bleek een felle avondzon recht op de bühne te staan, en dat kunnen we niet hebben. De komende dagen werken we verder aan een zo goed mogelijke verduistering.”

Het theaterlicht, ontworpen door Uri Rapaport, is al ingehangen. Er zijn 160 theaterlampen beschikbaar om de voorstelling uit te lichten.

Het dak, de verduistering en de akoestiek zijn de spannende vraagstekken waar het Thijl-team zich de komende tijd over buigt. (© Place de l’Opera)

Net als het licht is ook het weer een aandachtspunt. “Ondanks de overkapping kan het buiten 15 graden zijn en vochtig, ook in juni en juli, als onze voorstellingen lopen”, zegt Jaap. “We moeten bezien welk effect dat op de zangers heeft.”

Opvallend afwezig in het locatiedecor zijn speakers. Zijn ze verstopt in het decor? “De zang is onversterkt”, meldt Jaap tevreden. “Het draagt absoluut bij aan de authentieke beleving van het publiek als de zang niet uit een speaker komt. Akoestisch is het nog behoorlijk spannend. Komend weekend kunnen we de reflectie van het geluid uitproberen als iedereen op locatie komt repeteren. De containers hebben ribbels, een volle tribune dempt en verder wordt het uittesten wat het geluid gaat doen in ons tijdelijke theater.”

Acht kuub K300

Voor het podium is een aantal vrijwilligers in de weer met een professioneel lijmpistool. Het zand, waaruit op het oog het hele decor bestaat, wordt op panelen geplakt om de laatste plekken op het podium te bedekken. Dat zand was één van de projecten waar productieleider Anne Nelissen zich over heeft gebogen. Ze zit naast het podium aan een picknicktafel te werken op haar laptop. Achter haar het tijdelijke medewerkerscafé, eigenlijk een legertent. De kantine heeft een naam die verwijst naar een citaat uit het boek over Tijl Uilenspiegel van Charles de Coster: “Als ik weg ben, is ’t tijd van te beven den klinkaart… Alles aan stukken slaan…”

Op de kantine wordt Charles de Costers boek over Tijl Uilenspiegel geciteerd. (© Place de l’Opera)

Anne, die bijna klaar is met haar studie media en cultuur, is verantwoordelijk voor de locatie en alle productieactiviteiten die daarbij horen. “We hadden zand nodig om de containers te verzwaren, zodat ze stabiel staan, en ook op het podium is flink wat zand nodig. Dan doet de vraag zich voor: hoe kom je aan zand? Moet je zand huren? Kun je het kopen? Ik had geen idee en ben gaan bellen met een bedrijf. Daar begrepen ze snel wat ik bedoelde.”

Inmiddels is ze deskundig en somt ze de namen van het zand feilloos op. “We hebben nu MZ24 en er komt nog acht kuub K300-zand, dat is wat fijner. Voor de keuze hebben we advies gevraagd van zandsculpturisten. We gebruiken speciaal zand, het is niet wat je hier zo uit de grond schept.”

Echte tegenvallers in de productie kan Anne niet bedenken, er zijn vooral veel meevallers. Het enthousiasme van de vrijwilligers uit het orkest bijvoorbeeld en de waardering die dat weer krijgt van de professionele decorbouwers. “Het dak, de verduistering en de akoestiek: dat zijn nog spannende punten in de komende dagen. Aanstaand weekend staan hier tachtig orkestleden en evenzoveel solisten, koorzangers en figuranten voor de eerste gezamenlijke repetities. Dan weten we wat het geluid gaat doen.”

Net als vrijwel iedereen die op de zaterdagochtend aan het werk is op de locatie zal Anne ook tijdens de uitvoeringen van Thijl haar plaats in het orkest innemen. “Ik speel normaal viool, maar deze keer altviool. Ik zit in het orkest, maar heb gevraagd om me niet op een belangrijke plek te zetten. Als er iets onverwachts gebeurt, moet ik snel van rol kunnen wisselen, van musicus naar productieleider.”

Terwijl in Soest iedereen nog vooral met de techniek bezig is, wordt zo’n honderd kilometer verderop in de studio gerepeteerd door de zangers. Thijl, Nele, Lamme Goedzak en al hun collega’s nemen over een week hun plek op het podium in, naast de musici van het Utrechtsch Studenten Concert. Die zijn nog druk aan het bouwen, maar realiseren zich heel goed waar al dat werk uiteindelijk om gaat. Om de muziek, om de opera, om Thijl.

Zie voor meer informatie over de voorstellingen van Thijl en de kaartverkoop de website van Thijl 2018.

Vorig artikel

Nucci en Serjan imponeren in Macbeth

Volgend artikel

Cité de l’Opera: Eva-Maria, Frank en Lotte

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.