FeaturedHeadlineRecensies

Brett Sprague hart van intens War Requiem

Het War Requiem,  waarin versteende Latijnse woorden contrasteren met bittere poëzie uit de Eerste Wereldoorlog, kreeg in juni een extra droeve lading. De grootschalige Russische invasie van Oekraïne duurt nu al langer dan ‘The Great War’ en werd een even troosteloze patstelling. Troost bieden was in 1962 echter niet de focus van componist Benjamin Britten. Met een bezield Philzuid en expressieve vocalisten legde dirigent Duncan Ward de tegenstellingen in het stuk krachtig bloot.

 

Benjamin Britten rond 1968. Foto: © Hans Wild

Er zijn werken, zoals naast het War Requiem ook Winterreise, van zo’n donkerte dat ze lastig passen bij een ‘uitje’ met drankje en foyergebabbel. Menigeen zal zondagmiddag 4 oktober vanaf de pluchen stoel in het sfeervolle Muziekgebouw Eindhoven ongemak hebben gevoeld bij de wrede verklanking van oorlog. Toch is dit stuk geen ongenadig zwart gat. Britten laveert respectvol tussen de gangbare bemoedigende rol van een requiem en de ondermijning ervan via strijdbaar pacifisme en kerkkritiek.

De componist voorzag drie muzikale secties en één ervan zag het publiek zondag nooit: via een open deur doorsneden de jongensstemmen van Schola Puerorum het openingsdeel, vanuit fluistertoon in koor en orkest imposant opgebouwd. Verklanken de knapen onschuld, of het hemelse? Al te aards is de derde groep, negen gedichten van Wilfred Owen, gesneuveld één week voor de wapenstilstand in 1918, vertolkt door een kamerorkest, tenor en bariton in dialoog met de aloude requiemwoorden.

Wilfred Owen

De parodie op holle kerkrituelen in de eerste interruptie gaf de Amerikaanse tenor Brett Sprague met een uitgespuugd ‘cattle’ en quasi-geïmproviseerde angstkreten op ‘wailing’ ijzersterke lading. Daarbij bleef het wapengekletter in het orkestje, pal rechts naast Duncan Ward opgesteld, nog ietwat achter. Ward nam overigens veel hooi op de vork want in sommige uitvoeringen laat de dirigent het kleinere ensemble aan een collega, zoals Britten zelf deed tijdens de wereldpremière in Coventry Cathedral.

Brett Sprague. Foto: © Katie Loff

De chef-dirigent van Philzuid had de koperfanfares van het omvangrijke Dies irae echter geweldig in de vingers. Van het balkon vuurde een vocaal leger van het Groot Omroepkoor met Studium Chorale helleklanken af, waarbij ze in verspreide plukjes ook de vertwijfeling raak troffen. Sopraan Jacquelyn Wagner, links op het balkon, miste echter het staal in de stem voor haar frasen over goddelijke wraak.

Jacquelyn Wagner Foto: © Harold Hoffman

Bariton Simon Bailey liet een sonoor klaroengeluid schallen in Bugles sang, maar zonder de nuances van Sprague. Brittens bewuste paradox van een stijgend forte op de woorden ‘resigned’ en ‘bowed’ was effectiever geweest als Bailey het deel meer ‘geresigneerd’ had geopend. Iets te keurig bleef dan weer de vervloeking van de ‘Great gun’, waar haat voor wapentuig van elke noot zou moeten druipen.

Sfeerwisselingen

Het koor beheerste alle sfeerwisselingen in het Dies irae voorbeeldig maar schoof bescheiden naar de achtergrond in het afsluitende Lacrymosa. Wagners droeve lyriek raakte, maar de ware emoties zitten hier in Owens gedicht over een gevallen soldaat. Simpel, maar veelzeggend was Sprague’s voordracht, eindigend op de noten C en Fis, het ‘duivelse’ interval dat het hele werk beheerst. Niet eerder hoorde ik ook hier muiszacht de buisklok, steeds Brittens teken om elk idee van soelaas de kop in te drukken.

Complex is het korte Offertorio rond Owens verdraaiing van het Izaäk-offer. Simon Bailey’s volle, maar soms botte toon was geknipt voor Abraham die tóch zijn zoon afslacht. Tussen het bloeddorstige ‘one by one’ van de solisten en de jongensstemmen zit de grootste kloof in het stuk. Prachtige knapenzang, maar minder zoetheid had mijn eigen beleving van eerder onverschilligheid dan onschuld versterkt. In de herhaalde fuga, nu op z’n kop zoals ook de parabel, onthulde een kalm tempo verrassende details.

Simon Bailey. Foto: © Edmond Choo

Als oudste liturgiedeel kreeg Sanctus van Britten de meest traditionele en glansrijke aanpak. Wagners jeugdig-dramatische sopraan straalde in het Benedictus en fascinerend was de georganiseerde chaos van koorfrasen die alle gelederen vulden, zoals de engelen van de tekst de hemel. In het contrasterende apocalyptische Owen-gedicht kon Bailey niet anders dan een indringend desolate indruk maken. Toch liet hij kansen liggen om de ‘personages’ van Tijd en Aarde een eigen stemgeluid te geven.

Radicaal

Het Agnus Dei begint als enige deel met Owens woorden en is het meest radicaal omdat het lijdende soldaten op één lijn stelt met Christus. Met groot tekstgevoel liet Brett Sprague wrok over kerkelijke en maatschappelijke hypocrisie steeds bedaren door het koor. Zijn Dona nobis pacem, een suggestie van eerste vertolker Peter Pears, was van zo’n ontroerende eenvoud dat de zaal even geheel stilviel.

Duncan Ward bewees met Libera me zijn forse greep op de materie. Van strompelende dodenmars, met echo’s van de zwartste dagen in 1945, via oorverdovende climax met groot orgel tot uitgebluste jammerklacht, nergens versaagde de spanning. De surreële verzoening van twee gevallen soldaten kent zijn critici maar wanneer, zoals hier, alle musici organisch samenvloeien met hun ‘Let us sleep now’ blijft niemand onberoerd. Tot Brittens onverminderd actuele klokken weer ongemak wekken.

Duncan Ward. Foto:
© Oliver Killig

Na de uiterst kalme laatste koorfrasen hief Ward zijn hand zo lang dat één bravoroeper het niet meer uithield. Had hij misschien geen applaus gewild, zoals bij de wereldpremière? Dat zou in de geest van dit meesterwerk zijn, maar onrecht doen aan de uitvoerenden. Het publiek koos uiteraard luide bijval.

Verder kijken, luisteren en lezen

Het slot van het War Requiem tijdens de Amerikaanse premiere in 1963.

Martin Wright over Simon Bailey in The time of our singing in 2024.

 

 

Vorig artikel

Steve Reichs 90ste ruim gevierd

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Martin Toet

Martin Toet