Recensies

Vroege Verdi’s: Ernani uit Milaan

In een achtdelige serie besteedt Peter Franken aandacht aan evenzovele minder bekende opera’s van Giuseppe Verdi uit de periode 1839-1849. In de derde aflevering: Ernani, opgenomen in het Teatro alla Scala in 1982.

Verdi’s vijfde opera Ernani had zijn première op 9 maart 1844 in La Fenice in Venetië, zijn eerste opera die niet in Milaan ten doop werd gehouden. Ernani was tevens het eerste werk waarmee de componist ook internationaal blijvend succes had. In Nederland was het werk de voorbije eeuw slechts sporadisch te zien, voor het laatst in 2002 toen het op het programma van de Reisopera stond.

In vergelijking met Nabucco en I Lombardi speelt het koor in dit werk slechts een bescheiden rol. Je zou kunnen stellen dat die tot de gebruikelijke proporties is teruggebracht. Ernani staat in mijn beleving aan het begin van een lange serie werken die allen direct herkenbaar zijn als opera’s van Verdi. Denk daarbij aan het nadrukkelijke gebruik van het koper in de begeleiding van dramatische passages, slepende celli op emotionele momenten en wat loom klinkende triolen.

Wat de zang betreft is er natuurlijk de favoriete scène waarin de sopraan het moet opnemen tegen de bariton of de bas, het duet van de tenor met de bariton en op spannende momenten een terzet of een kwartet van de protagonisten. Al deze voor Verdi kenmerkende aspecten zijn in Ernani volop aanwezig. Voeg daarbij een aantal meeslepende melodieën en het wordt duidelijk waarom dit werk medio negentiende eeuw zo goed aansloeg.

Roverhoofdman

De handeling is erg ingewikkeld en op een aantal punten niet erg geloofwaardig. Gekrenkte trots wint het van liefde en zelfs van de lust om verder te leven. Ernani sterft liever dan dat hij ook maar een duimbreed toegeeft aan zijn rivalen, de oude Don de Silva en de Spaanse koning Don Carlos, die tegen het einde van de opera verkozen wordt tot keizer Karel V.

Ernani is een in ongenade gevallen edelman die wordt betiteld als roverhoofdman. Zijn geliefde Elvira leeft in het kasteel van haar voogd De Silva die, zoals gebruikelijk in de opera, haar ondanks zijn hoge leeftijd wil huwen. Als Ernani haar wil ontvoeren, treft hij in Elvira’s kamer niemand minder dan Don Carlos, die Elvira aan zijn reeks minnaressen wil toevoegen. Aardig detail is dat de koning op dat moment, net voor zijn verheffing tot keizer, pas 19 jaar oud is. Dat verklaart een heleboel natuurlijk.

Tal van verwikkelingen volgen, waarbij De Silva uiteindelijk aan het langste eind trekt: op zijn aandringen doet Ernani zijn toch wat lichtvaardig gegeven woord gestand en pleegt zelfmoord. De eer van De Silva is gered en die van Ernani ook. Elvira blijft met lege handen achter.

Ghiaurov

Het topstuk voor de sopraan is Elvira’s ‘Ernani involami’, dat in deze opname van de Scala uit 1982 een zeer aansprekende vertolking krijgt door veterane Mirella Freni. Hoewel al tegen de vijftig klinkt haar stem uitgesproken jeugdig, waardoor ze zeer geloofwaardig overkomt als het jonge ding Elvira, de ingénue tussen maar liefst drie mannen.

Nadat ook De Silva haar vertrekken binnentreedt en zijn twee rivalen treft, maken we een heel bijzonder terzet mee, waarin de drie kemphanen elkaar naar hartenlust beledigen. Zo’n situatie van een tenor, een bariton en een bas vind je meestal in een Russische opera, maar Verdi weet er ook wel raad mee.

Nicolai Ghiaurov neemt de rol van de bejaarde De Silva waar, die zich door zijn leeftijd niet laat weerhouden om zijn beide rivalen na elkaar in een duel te lijf te willen gaan, alles om zijn geschonden eer te redden. Prachtige rol, goed gezongen en levensecht geacteerd.

De rondreizende Don Juan die in werkelijkheid Don Carlos is, wordt vertolkt door Renato Bruson. Hij geeft zijn personage behalve een door hormonen gevoed temperament ook een aantal onprettige kantjes mee. Zijn koning is een tegenstander die niet te onderschatten valt; hij gaat over lijken. Pas als zijn verkiezing tot keizer aanstaande is, komt hij tot bezinning. Hij zal zijn levenshouding moeten aanpassen. Vocaal levert Bruson alles wat van hem verwacht kan worden, uitstekend optreden.

De titelrol is in handen van Plácido Domingo, die zich zo mogelijk nog meer dan Bruson gedraagt als een jonge hond. Hij paart roekeloosheid aan een op de spits gedreven eergevoel en dat wordt hem noodlottig. Domingo is in topvorm tijdens deze opname en laat horen hoe Ernani behoort te klinken. Daar valt hoegenaamd niets aan te verbeteren.

Strak in de hand

De enscenering van Luca Ronconi volgt het libretto zeer getrouw, ook waar het de gebruikte decors betreft. Die zijn zonder meer luisterrijk te noemen. De kostuums zijn goed gekozen en sluiten steeds perfect aan bij het personage en de betreffende scène. Ronconi draagt daarmee het zijne bij aan een geweldige uitvoering.

Maestro Riccardo Muti houdt alles strak in de hand. Hij laat geen hoge uithalen toe aan het einde van een aria, alles is gericht op het drama en voor showing off is geen plaats. Koor en orkest leveren onder Muti’s leiding een prima prestatie.

Ik kon me die voorstelling van de Reisopera nauwelijks nog herinneren en ben blij de kennismaking met deze vroege Verdi hernieuwd te hebben. In de volgende aflevering aandacht voor I due Foscari.

Lees ook deel I (Oberto uit Busseto) en deel II (Un giorno di regno uit Parma) van de serie.

Vorig artikel

Opera in de media: week 12 van 2021

Volgend artikel

Cité de l’Opera: Maarten, Graham en René

De auteur

Peter Franken

Peter Franken