Home » Achtergrond, Featured, Operarecensie

In Wexford gebeurt iets unieks

Wexford3 november 2017 4 reacties

Op zo’n drie uur van Dublin ligt Wexford: een charmant, ietwat slaperig provinciestadje met een gezellig historisch centrum en een frisse zeewind. Vergelijkbaar met zo veel andere stadjes aan zee. Wat Wexford onderscheidt, is het jaarlijkse operafestival, waar liefhebbers van heinde en verre op afkomen. En niet voor niets: Wexford heeft met zijn programmering van ‘hidden gems’ uit het operarepertoire een succesformule te pakken.

Wexford stond al een tijdje op mijn verlanglijstje, maar het was er maar niet van gekomen. Zo niet dit jaar: ik regelde al in de zomer mijn tickets en boekte een vlucht naar Dublin en een verblijf in een bed and breakfast. Mijn programma was vol: in drie dagen tijd zou ik drie avondvullende opera’s, twee korte opera’s (shortworks) en één recital bijwonen.

Medea

Lise Davidsen als Medea. (© Clive Barda)

Cherubini’s Medea was de eerste avondvullende titel op mijn programma. Niet echt een rariteit meer te noemen, al bracht Wexford niet de oorspronkelijke Franse versie met gesproken dialogen, die nu regelmatig wordt opgevoerd, maar de Italiaanse versie met recitatieven van een zekere Franz Lachner. Kortom: de versie die Callas opnam, maar dan met de snellere tempi die Cherubini voor ogen had, aldus dirigent Stephen Barlow in het programmaboek.

De regie was in handen van Fiona Shaw, die niet alleen de nodige vlieguren als (opera)regisseur achter de rug heeft, maar ook zelf als actrice vele malen in de huid van (Euripides’) Medea is gekropen. Mijn verwachtingen waren hooggespannen, maar werden niet helemaal waargemaakt.

Shaw plaatst de eerste akte in een chique fitness- en wellnesscentrum, dat zomaar in het Gooi had kunnen staan. Daar was de aankleding in ieder geval wel naar: iedereen loopt rond in keurige vrijetijdskleding, die verraadt dat dit het speelveld is van de upper classes. In deze setting heeft Medea veel weg van de stereotype doorgeslagen, afgedankte eerste vrouw, die door haar echtgenoot Jason ingeruild wordt voor een jonger, rijker en statusverhogend exemplaar. Het deed een beetje denken aan een aflevering van Gooische Vrouwen. Wat mij betreft geen slechte modernisering.

Waar het verkeerd ging, was in de tweede en derde akte, die zich afspeelden in het kleine appartementje van Medea. In het midden van dit appartement had Shaw een grote rots geplaatst, als symbool voor Medea’s duistere verleden en schuldgevoel (over het eerder vermoorden van haar broer), met daarop – in een soort circuspakje rondbanjerend – de dode broer in kwestie. In plaats van een verrijking was dit element een stoorzender die afleidde van het afglijden van Medea van wanhopige vrouw naar meedogenloze (kinder)moordenares.

Dat lag overigens niet aan Lise Davidsen, die de rol van Medea vertolkte. Deze jonge Noorse lyrisch-dramatische sopraan kon met haar grote, imponerend warme geluid en haar sterke tekstbehandeling rekenen op een daverend applaus. De jonge Russische tenor Sergey Romanovsky maakte indruk met een heerlijk Italiaans geluid, dat veel belooft voor zijn roldebuut als Rodolfo in La bohème in Amsterdam.

Ook de kleinere rollen waren uitstekend bezet: Ruth Iniesta vertolkte met een helder geluid de jonge Glauce, Adam Lau had het nodige warme basgeluid voor de bezorgde vader Creon en Raffaella Lupinacci maakte met haar glasheldere, stevige stem en haar rake présence indruk in de kleine rol van Neris.

Margherita

Op de tweede avond wel een absolute rariteit. Zelfs onder de meest doorgewinterde operaliefhebbers is Jacopo Foroni (1824-1858) doorgaans geen naam die een belletje doet rinkelen.

Van deze Italiaanse componist, die na zijn eerste succes naar Zweden verkaste en daar tot zijn (vroege) dood aan de koninklijke opera verbonden was, heeft Wexford eerder met groot succes de opera Cristina, regina di Svezia uitgevoerd. Aan dit succes gaf men opvolging met een vroeger werk uit de Italiaanse periode van Foroni: Margherita, een melodramma semiserio dat een beetje doet denken aan Donizetti’s L’elisir d’amore, maar waarin ook Bellini en Rossini te horen zijn.

Alessandra Volpe in de titelrol van Margherita. (© Clive Barda)

Margherita speelt zich af in een Zwitsers dorp aan het einde van een oorlog. In de verder traditionele productie van Michael Sturm zijn de visuals geüpdatet naar de late jaren veertig, al heeft dat verder weinig consequenties.

De opera gaat over een luie burgemeester en zijn berooide neef Roberto, die een oogje heeft op de rijke jonge wees Margherita. Zij wil echter trouwen met haar geliefde Ernesto, die net van het front is teruggekeerd. Om hier een stokje voor te steken, steelt Roberto een hoedje (met lint van Margherita) van Ernesto, pleegt een beroving (met getuigen) en laat het hoedje achter op de plek van de misdaad. In het dorp gelooft men al snel dat er een moord (zonder lijk) gepleegd is, en wijst op grond van het gevonden hoedje Ernesto als schuldige aan.

Om te voorkomen dat haar geliefde aan de galg eindigt, wendt Margherita zich tot Roberto: die zou invloed kunnen uitoefenen op zijn oom de burgemeester en zo gratie kunnen bewerkstelligen voor Ernesto. Roberto stemt toe, mits Margherita belooft met hem te trouwen. Margherita stemt hierin toe, waardoor Ernesto zich verraden voelt. Uiteindelijk komt alles toch goed: er komt uit dat er geen moord is gepleegd, dat Ernesto er niet bij betrokken was en dat alles een boosaardig plan van Roberto was.

De opera is alleraardigst en doet wat mij betreft niet onder voor L’elisir d’amore. Net zoals Donizetti’s opera is Margherita een werk met een lach en een traan en prachtige muziek. Vooral het duet tussen Margherita en Ernesto’s zus Giustina in de tweede akte kon mij erg bekoren: de muzikale lijnen die zich hier uitsponnen, deden bijna belliniaans hartverscheurend aan.

Net zoals bij Medea lag ook hier het muzikale niveau erg hoog: Alessandra Volpe (Margherita) beschikte over een wendbare stem met een aangename warmte en Giuliana Gianfaldoni (Giustina) zong haar hoger liggende partij glashelder en trefzeker.

Tenor Andrew Stenson (Ernesto) klonk hier en daar wat underpowered, maar dit zou te maken kunnen hebben met de verkoudheid op grond waarvan hij zijn lunchrecital de volgende dag had afgezegd.

Filippo Fontana zong de bad guy Roberto met donkere, flexibele stem, Yuriy Yurchuk maakte indruk in de kleine, lyrische rol van Conte Rodolfo en Matteo D’Apolito was een heerlijke basso buffo. Dirigent Timothy Myers bracht het geheel op levendige wijze bij elkaar.

Risurrezione

Franco Alfano staat tegenwoordig vooral bekend als de componist die Puccini’s Turandot na diens dood voltooide. Zijn eigen composities zijn, zeker de laatste decennia, in de vergetelheid geraakt. Onterecht, zo bewees deze productie van Risurrezione voor mij.

Alfano baseerde Risurrezione op Tolstojs laatste roman Opstanding, waar hij vooral de tragische liefdesgeschiedenis uit destilleerde: de Russische prins Dimitri verleidt de onschuldige Katiusha, een dienstmeisje in het huis van zijn tante, en gaat kort daarna het leger in, waar hij Katiusha vergeet en verder gaat met zijn leven.

Katiusha raakt van deze nacht echter zwanger, wordt het huis uitgezet en verliest alle hoop wanneer ze Dimitri ziet rondlopen met een nieuwe geliefde aan zijn arm. Haar kind sterft kort na de geboorte en om zichzelf in leven te houden, gaat Katiusha de prostitutie in.

Tien jaar later zit Katiusha in het gevang en wordt ze (onterecht) veroordeeld voor het vergiftigen van een klant. In de jury die haar veroordeelt, zit niemand minder dan Dimitri. Hij voelt direct een diep berouw en wil Katiusha helpen. Hij zoekt haar op in de gevangenis. Zij zit zo zwaar aan de drank en is zo hard geworden dat ze hem aanvankelijk niet herkent. Hij belooft te zorgen dat ze alsnog vrijkomt en biedt aan met haar te trouwen. Ze lacht hem uit, maar voor beiden is het de eerste stap naar een nieuw begin.

Anne Sophie Duprels in Risurrezione. (© Clive Barda)

De vierde akte speelt zich af in Siberië, waar Katiusha naar getransporteerd is. Ze probeert zo veel mogelijk voor de andere mensen in het kamp te zorgen, en werkt daarbij veel samen met een zekere Simonson, die met haar wil trouwen. Wanneer Dimitri Katiusha opzoekt met goed nieuws (hij heeft gratie voor haar geregeld), vraagt hij haar of ze liever met hem of Simonson wil trouwen. Ze erkent dat ze nog steeds zielsveel van hem houdt, maar toch met Simonson zal trouwen.

Muzikaal vertoont Alfano’s opera gelijkenissen met veristische opera’s en de opera’s van Puccini: het is een volbloed Italiaans werk. Tegelijkertijd meende ik hier en daar lyrische passages te ontwaren die me deden denken aan Tsjaikovski.

De casting kon niet beter. Sopraan Anne Sophie Duprels zong een geweldige Katiusha. Ze spon de zachte, tedere passages met een prachtig piano uit en beschikte in de hartstochtelijke passages over het nodige volume. Daarnaast beschikte ze ook nog eens over een uitzonderlijk naturel acteertalent. Een zangeres die ik zeker vaker zou willen horen.

Tegenover Duprels stond tenor Gerard Schneider, die zich net zo goed raad wist met zijn partij. Zijn stemgeluid was heerlijk Italiaans, met lekker veel squillo. In de kleinere rollen maakten Charles Rice (Simonson) en Romina Tomasoni (Matrena Pavlovna/Anna) indruk met hun uitstekende stemmen.

Dirigent Francesco Cilluffo wist zich goed raad met de partituur van Alfano en ontlokte spannend, meeslepend spel uit zijn orkest.

Rosetta Cucchi maakte met haar uitstekende regie de belevenis compleet. Ieder gebaar van haar karakters had betekenis en de personenregie was uitmuntend. Ook visueel was de productie prachtig: met kleine middelen werd er door Cucchi en haar decorontwerper Tiziano Santi maximaal resultaat bereikt.

Shortworks Dubliners en La scala di seta

Naast de drie opera’s in het hoofdprogramma is er nog veel meer te beleven in Wexford. Zo is er bijna iedere middag een korte opera te zien in een grote zaal in het Clayton Whites Hotel. De zangers uit het koor dat de avondproducties zingt krijgen zo de kans om solorollen te vervullen in opera’s van maximaal anderhalf uur.

Ik zag zelf Dubliners, een nieuw werk van componist Andrew Synnott, gebaseerd op twee verhalen uit het gelijknamige werk van James Joyce, en Rossini’s eenakter La scala di seta. Ik was vooral van Dubliners onder de indruk: de muziek had iets weg van Stravinsky’s The Rake’s Progress, maar deed hier en daar ook denken aan Benjamin Britten. De cast bestond stuk voor stuk uit uitstekende zangers en in de regie werd de bedrukkende sfeer uit de verhalen van Joyce uitstekend kracht bijgezet.

Scène uit Dubliners, één van de kortere opera’s die in het Clayton Whites Hotel werden opgevoerd. (© Ros Kavanagh)

La scala di seta was wat minder geslaagd. De opera speelde zich af in de kamer van Giulia, die heimelijk getrouwd is met Dorvil en hem iedere nacht stiekem binnenlaat via een ‘zijden ladder’. De regisseur en zijn team wisten weinig humor in het geheel te brengen en Galina Bakalova, die de rol van Giulia vertolkte, produceerde onaangenaam klinkende coloraturen.

Lunchrecital Rosina Tomasoni

In de kleine St. Iberius Church, midden in Wexford, zijn ‘lunchtime recitals’ bij te wonen, gegeven door solisten uit de avondproducties. Het concert van de Italiaanse mezzosopraan Romina Tomasoni was een vocaal feest.

Tomasoni zong een selectie aria’s, van Vivaldi en Händel tot Bizet en Saint-Saëns. De mezzo beschikt over heerlijk groot, gezond stemgeluid en weet haar stem uitmuntend te controleren. Iedere aria zong ze met veel gevoel voor stijl. Vooral haar interpretatie van ‘Mon coeur s’ouvre à ta voix’ uit Samson et Dalila viel op: ik heb de aria zelden zo goed gehoord. Een zangeres die ik in de gaten zal houden.

Wexford 2018

Het programma voor Wexford 2018 werd tijdens het festival alvast bekendgemaakt: Gounods Faust in de originele versie (met gesproken dialogen, zonder onder meer Valentins aria), William Bolcoms Dinner At Eight uit 2016 en een double bill van La Princesse jaune van Saint-Saëns en L’oracolo van Franco Leoni. Ik ben graag weer van de partij!

Zie voor meer informatie de website van Wexford Festival Opera.

door

4 reacties »

  • stefan caprasse zei:

    Voor Medea, Dubliners, Rigoletto, Resurrezione en de recitals, zie ook de recensies van Margo in TI GUARDA DAL GRANDE INQUISITORE evenals mijn spijt dat werken van Alfano als Resurrezione en Sakuntala (werd er vroeger blijkbaar ook al gespeeld!) nooit in onze lage landen op de affiche verschijnen (weer dingen voor het verlanglijstje!)

  • Mauricio zei:

    Moet ik ook een keer heen, alleen jammer inderdaad dat ze niet de originele Franse versie van Cherubini hebben gedaan. In ieder geval de oorspronkelijke Faust spreekt zeer tot de verbeelding volgend jaar!

  • Stefan Caprasse zei:

    @Mauricio: Als U dat interesseert, weet dan dat deze originele Faust (met dialogen) ook op 14 juni van dit jaar in de Parijse Theâtre des Champs Elysées (concertant) gegeven wordt, met oa Veronique Gens (!) en Jean-François Borras.

  • Mauricio zei:

    @Stefan: veel dank voor de tip!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.